|
De
goeroe Shri Krishna Menon - Shri Atmananda - heeft in het begin van
de jaren vijftig twee keer een bezoek aan Europa (Zwitserland) gebracht.
Tijdens het
tweede bezoek heeft hij op verzoek zijn benadering kort samengevat en
op band laten zetten.
Hieronder
volgt de vertaling in het Nederlands. Aanvullingen tussen haakjes zijn
van de vertaler.
Als je niet
weet van welk standpunt je uitgaat, kun je nooit hopen, te weten hoe
de dingen wezenlijk zijn.
Wat ik zeg, is dat jullie niet weten wat je standpunt is.
Jullie
zeggen: 'ik ben dik, ik ben mager, ik loop, ik zit, ik beweeg,' enzovoort.
Hier vereenzelvig je je met het fysieke lichaam.
Als je
zegt : 'Ik voel, ik zie, ik raak iets aan' en zo, vereenzelvig je je
met de zintuigen.
En wanneer
je zegt: 'Ik denk, ik voel' enzovoort, vereenzelvig je je met de (steeds
vreanderende) geest.
Daardoor
besef je nooit wat je standpunt is (en dat dit steeds verandert) of
wat je (wezenlijk) bent.
Het is
dus absoluut noodzakelijk om te weten wat je bent en wat je standpunt
is, wil je tot het juiste weten komen, of, anders gezegd, om de dingen
in het juiste perspectief te zien.
Het
is niet genoeg om voor dat doel alleen de wakende toestand te onderzoeken,
want je ervaring strekt zich ook uit tot de droom en tot de diepe (droomloze)
slaap.
Laten we daarom
een onderzoek instellen naar deze drie toestanden.
Je zult
dan ontdekken dat het Ik-Principe (het ware, onveranderlijke Zelf) ononderbroken
aanwezig is in elk van de drie toestanden.
Lichaam,
zintuigen en geest zijn aanwezig in één toestand, maar
ze zijn er niet in een andere toestand. Daaruit volgt, dat dit Ik-Principe
ten onrechte vast wordt gekoppeld aan lichaam, zintuigen en geest en
dat het in werkelijkheid onafhankelijk van die drie is. Dit kun je zien
in de diepe (droomloze) slaap, waar het straalt in al zijn heerlijkheid.
Daar zie je dat het zuiver Bewustzijn is en diepe Vrede.
Als je
ontwaakt uit de diepe slaap, zeg je dat je gelukkig was (dat je diep
en vredig geslapen hebt). Hoe zou je zoiets kunnen beweren, als je je
niet bewust geweest was van dit geluk (van die diepe vrede), die je
in de diepe slaap ervoer?
Daar
volgt dus uit dat Bewustzijn en Vrede tegenwoordig waren in de diepe
slaap - en dat Bewustzijn, die Vrede, is je wezenlijke natuur.
Waarom zeg
ik dat dit is wat je wezenlijk bent? Omdat alleen dit Ik-Principe tegenwoordig
is (en blijft) wanneer het ontdaan is van lichaam, zintuigen en geest.
Dáár vind je Bewustzijn en Vrede. Daarom zeg ik dat dit
Ik-Principe Bewustzijn en Vrede of Geluk is.
Dit (nooit
veranderende) Bewustzijn kan nooit worden gescheiden van het Ik-Principe,
in geen van deze drie toestanden die we hebben onderzocht. Het Bewustzijn
is bij het Ik-Principe tegenwoordig in de diepe slaap, zoals ik heb
aangetoond. En het is ook samen met het Ik-Principe tegenwoordig in
de droomtoestand; en het is ook tegenwoordig in de wakende toestand.
Hoewel
het Ik-Principe aan andere dingen wordt gekoppeld in de droom en in
de wakende toestand, is het Bewustzijn niettemin tegenwoordig.
Het is
dit bewustzijn zelf, dat zich uitdrukt in de zintuigen en in de geest.
Niet
alleen dat: als je je eigen ervaringen aan een diepgaand onderzoek onderwerpt,
zul je ontdekken dat het zichzelf heel dikwijls laat zien als zuiver
(en aan niets gekoppeld) Bewustzijn, zoals in de korte tussentijd tussen
twee toestanden, tussen twee gedachten, gevoelens of zintuigelijke waarnemingen.
Je zult
moeten toegeven dat er een onderbreking is tussen twee gedachten in.
Zo niet, dan zou er één gedachte zijn die ononderbroken
voortduurde. De ene gedachte moet tot een einde komen voordat de andere
kan beginnen. Daarom kan niet ontkend worden dat er zo'n ogenblik is,
al noem je het maar een minuscuul fragment van een seconde; die onderbreking
is er.
Wat was
je toen, in die 'toestand'? Zat je in de wakende toestand? Nee. Was
je in de droomtoestand? Nee. Sliep je ? Nee. Wat was je dan wèl?
(Op dát
minuscule ogenblik) was je in je wezenlijke natuur.
Zo zie
je dat je zelfs in de wakende toestand steeds weer je ware wezen in
moet gaan ... en dan kom je er weer uit. Maar dat ontgaat je: je neemt
er geen notitie van.
Het zou
onmogelijk zijn om een leven in deze wereld te leiden als je niet steeds
weer naar je diepste wezen ging, zo, elk ogenblik opnieuw.
Probeer
daar de nadruk te leggen (door daar steeds weer je aandacht op te richten).
En als
het bewustzijn dan weer wordt gekoppeld aan (waargenomen) dingen, leg
de nadruk dáár, (op het bewustzijn dat ononderbroken aanwezig
is, of er nu dingen verschijnen of tussen de verschijningen in), in
plaats van al je aandacht te richten op de (waargenomen) fysieke dingen.
Wanneer
je dat een tijdlang gedaan hebt, zul je ontdekken dat je, zonder dat
je het misschien in de gaten hebt, je (eigen) spoor terug volgt, recht
op je middelpunt af dat je tot je 'vaste woonplaats' wilt maken. Dat
middelpunt is het echte Ik-Principe, dat Bewustzijn is en Geluk.
Je zoekt naar
geluk - waarom ? Die drang komt van het diepste niveau dat je ware wezen
is. Maar
doordat de zintuigen steeds weer geneigd zijn om zich op de buitenwereld
te richten zoek je je geluk daar: je verlangt naar een ding, je krijgt
het, en dan vind je een ogenblik het geluk waar je naar op zoek was.
Maar wat je niet gedaan hebt, is te onderzoeken waar dat geluk vandaan
komt. Ik
ben er zeker van dat als je je geest tot een onderzoek aanzet, je zult
ontdekken dat dit geluk niet afkomstig is van het begeerde object, maar
dat het je diepste natuur is. Ik zal je laten zien waarom dat is.
Als het
geluk deel uitmaakte van de objecten die door de zintuigen worden waargenomen
(inclusief gedachten en gevoelens die als het ware door subtiele zintuigen
worden waargenomen), zouden die dingen je altijd geluk moeten geven,
van de wieg tot het graf. Maar dat is in strijd met je ervaring. Dingen
die je gelukkig maakten toen je een baby was, maken je niet langer gelukkig
als je een paar jaar ouder bent; en zo zijn er weer andere dingen die
je gelukkig maken als je opgroeit tot puber. Maar de dingen die je gelukkig
maakten toen je een baby of kind of puber was, doen dat niet meer als
je oud bent - dan komt er weer iets anders voor in de plaats. Zo
kun je zien dat het geluk geen deel uitmaakt van de dingen die door
de zintuigen worden waargenomen.
Ook zetelt
het geluk niet in de geest (in denken en voelen) . Als dat wèl
zo was zou je het geluk op elk ogenblik bij de hand hebben, maar ook
dat is niet het geval, en het geluk is dus ook niet afkomstig van de
geest. Als het in de geest huisde, zou je het steeds weer kunnen vinden,
zelfs zonder de hulp van de (lichamelijke) zintuigen in te roepen -
maar zo gaat het niet. Daarom is het duidelijk dat het geluk niet de
geest als vaste woonplaats heeft.
Als nu het geluk niet in de geest woont,
en niet afkomstig is van de dingen die door de zintuigen worden waargenomen,
waar komt het dan vandaan, telkens als het oplicht bij het verkrijgen
van iets waar je naar verlangt ?
Waar
ik je op wil wijzen, is dat de geest rusteloos is als je naar iets verlangt,
en hij blijft rusteloos, net zo lang totdat je het begeerde hebt verkregen.
Zodra dat gebeurt, komt de geest een poosje tot rust, en dan vind je
het Geluk. En dat Geluk is, zoals ik je al verteld heb, je echte Zelf.
Dat Geluk is er altijd, maar je neemt er alleen notitie van als de geest
tot rust is gekomen. Zo is het je eigen, diepste wezen dat straalt wanneer
je een begeerd object verkrijgt.
Als je
je zelfonderzoek langs deze lijnen laat gaan zul je ontdekken dat dit
een belangrijk hulpmiddel is om te komen tot (of het realiseren van)
je echte middelpunt.
|