'Ik ben nooit niet verlicht.
Dat het niet zo zou zijn, denk ik alleen maar.'
Jan Koehoorn

Ik weet niet meer precies hoelang het geleden is, maar ongeveer vanaf mijn vijfde of zesde jaar ben ik gewend geraakt aan het idee dat ik een persoon ben. Iedereen om me heen vertelde dat het zo was, en was zelf ook weer een persoon. Het kwam toen niet bij me op te controleren of dat ook inderdaad zo was. Waarom zou ik ook? Voor die persoon lagen best mooie dingen in het verschiet. Geluk, een leuke baan, een leuke vriendin, kortom: alles wat wenselijk is. En natuurlijk, er is niets mis met een leuke baan, met geluk, met een leuke vriendin.

Toch bleef ik het gevoel houden dat er iets niet klopte, dat er nog iets aan ontbrak. Want alles wat bereikt kon worden, kon ook zo verdwijnen, heel gemakkelijk zelfs. Je kunt ontslagen worden, je vriendin kan het uitmaken en als dat allebei toevallig op dezelfde dag gebeurt, is het wat geluk betreft ook meteen een stuk minder.

Nu was het natuurlijk wel zo dat in zo'n situatie meteen weer een nieuw doel gesteld werd. Want vanuit een slechte situatie was er weer werk aan de winkel voor die persoon. Flink zijn, optimistisch blijven, de schouders eronder, kop op, enzovoort. Eigenlijk raar: altijd maar weer die dingen die bereikt moeten worden. Het leek op roeien naar de horizon, of proberen het einde van de regenboog te vinden.

Ik zat in een behoorlijke crisis toen ik met Advaita in aanraking kwam. Geheel volgens de traditie precies op het moment dat ik er klaar voor was. Een van de allereerste donderslagen bij heldere hemel was, dat me verteld werd dat ik geen persoon was. En de redenering was zo verbluffend simpel te volgen dat ik niet kon geloven dat ik er zelf nooit op gekomen was: ik ben diegene die de persoon waarneemt. Daarmee ben ik dus niet die persoon, maar datgene wat daarnaar kijkt. In het begin was die realisatie natuurlijk puur verstandelijk en zeker niet totaal. Na driehonderd kilo boeken gelezen te hebben ontmoette ik mijn guru Alexander Smit. En binnen een paar maanden verdwenen alle misverstanden over mijn ware natuur. Alle zoeken hield op, alle twijfel verdampte.

Ben ik nu in een andere toestand terecht gekomen dan voor de realisatie? Nee, want voor de realisatie was ik ook al datgene wat alles waarneemt. Ik zou nooit in wat voor toestand dan ook terecht kunnen komen. Vroeger dacht ik dat ik niet verlicht was, maar zelfs dat maakte niets uit voor wat ik ben: dat onveranderlijke Absolute Bewustzijn. Ik was dus nooit niet verlicht, dat het niet zo zou zijn dacht ik alleen maar.

Jan Koehoorn