Je kunt nergens naar toe...

Guy Smith (24, UK) laat meerdere aspecten van het dagelijks leven de revue passeren, wanneer hij over non-dualiteit schrijft in zijn boek 'This is Unimaginable and Unavoidable' (Non-Duality Press). Hij doet dat gepassioneerd en in een opvallende vorm: notities, gedichtjes, versjes, e-mails. Er valt ook te lachen - waar het gaat over sex bijvoorbeeld.
Een tweede boek schrijft zichzelf zoals hij het zegt en er gaat ook een roman komen.
Maar momenteel besteedt hij veel tijd aan het beantwoorden van vragen over non-dualiteit.


persoonlijke problemen en de interesse in non-dualiteit

A: Zoals je stelde, het onderwerp non-dualiteit laat zich niet gemakkelijk inpassen in normale conversatie. Het lijkt mij dat je enerzijds de mensen hebt die helderheid hierover willen hebben, of daar nu (veel) tijd voor nodig is of niet, en zij die geen belangstelling hebben. In die laatste groep zijn de mensen die steun vinden in hun religie en zij die tevreden lijken met het leven zoals het is (ambitieus of gemakkelijk levend, maar niet ge•nteresseerd in een 'ik' waarmee je je al dan niet identificeert).
Wat die eerste groep betreft: in een van de 'notities' in je boek staat:...'vanwege het simpele feit dat jij die dit leest tot op zekere hoogte ontevreden en angstig bent (tenzij dat niet zo is, in welk geval je dit waarschijnlijk niet zult lezen, omdat het voor jou geen functie heeft)...'.
Vaak lijkt het of persoonlijke problemen de interesse in non-dualiteit uitlokken. Aan de andere kant zeggen sommige 'leraren' dat realisatie een min of meer stabiele persoonlijkheid vereist, mensen die het leven aankunnen. Graag je commentaar
.

G: De soort persoonlijkheid is eigenlijk niet relevant. Wat wordt gezien en geweten is dat persoonlijkheid – elke persoonlijkheid - zo'n klein, broos dingetje is... steeds op de rand van omvallen. Het is maar een gedachte..., een droom..., en zo ongelofelijk vluchtig. Persoonlijkheid is in haar aard verschrikkelijk instabiel..., prikkel het maar een beetje en het kan plotseling behoorlijk van slag zijn – heel defensief – omdat er op een bepaalde manier altijd de herkenning is dat de persoonlijkheid bedrog is... en heeft het dus veel zelf-promotie nodig om zich in stand te houden.
Dat geldt in feite voor elk gevoel van structuur en gevoel van stabiliteit: want niets is stabiel, niets is structureel – er is slechts onbegrensd éénzijn.

Maar binnen deze hypothetische reeks labiele gevoelens van stabiliteit - de diverse schijnbare persoonlijkheden - is er niet één meer geschikt voor realisatie dan een andere. Kijk, het gaat totaal voorbij de persoonlijkheid, voorbij iedere eigenschap. Er is slechts éénzijn. Eénzijn is schitterend, overduidelijk, overal, altijd, helemaal en onvermijdelijk – dus kan het overal, op elke manier verschijnen.

Aan de ene kant zou je kunnen stellen dat een relatief stabiele persoonlijkheid, wat dat ook moge zijn, eerder geschikt is voor realisatie, op grond van dat er misschien minder afweer is. Minder wanhopig vastklampen aan het idee een handelende macht te zijn. Maar aan de andere kant kun je evengoed redeneren dat een stabiele persoonlijkheid minder geschikt is op grond van dat hij veel meer overtuigd is van zijn eigen zelf – zekerder en tevredener in zijn zelf-geloof. Zo zou je ook kunnen redeneren dat de instabiele persoon eerder geschikt is op grond van dat hij onbeduidender is, wankelend op de rand, of dat de ellende die hij ervaart bij het falen om echt overtuigend te zijn, een onderzoek in gang zet naar de aard van het bestaan. Iets waarvoor de meer stabiele persoonlijkheid wellicht geen belangstelling heeft!

éénzijn is in zichzelf duidelijk,
wat meer zekerheid geeft dan wetenschappelijk bewijs

Het denken kan dus eigenlijk van alles veronderstellen – en vanuit elk gezichtspunt even overtuigend zijn. Maar 'dit' heeft niets te maken met het denken en met persoonlijkheid (wat alleen maar denken is). Dit is niet iets dat middels wetenschappelijk onderzoek en dergelijke, bekend is. Wat overigens helemaal onmogelijk zou zijn, omdat de hoeveelheid variabelen zo immens is... je zou het nog niet met een schijntje zekerheid in mogelijk realistische categorie‘n kunnen formuleren – van '90% stabiel' of '87,3% stabiel als het goed weer is' of 'stabieler dan de gemiddelde, in verstedelijkt gebied levende, baviaan'... Maar wetenschappelijk onderzoek is niet nodig: éénzijn is in zichzelf duidelijk. Als er alleen maar éénzijn is, dan kan het overal, op alle mogelijke manieren, op elk moment, met de persoonlijkheid erbij of zonder, gezien worden. Persoonlijkheid en ego zijn ook éénzijn. En de persoonlijkheid, in haar stabiliteit of instabiliteit, realiseert nooit éénzijn - éénzijn realiseert éénzijn... en ziet zijn tegenwoordigheid in al wat is, inclusief stabiliteit.

wat woorden zeggen

A: Toch is de enige mogelijkheid om hierover van gedachten te wisselen, het te beschrijven. Hetgeen tegelijkertijd een valkuil lijkt, omdat de woorden je herinneren aan structuren zoals tijdloosheid, ruimteloosheid, 'ik ben', of 'persoonlijkheid en ego zijn éénzijn' zoals je hiervoor stelde. Het kunnen gemakkelijk min of meer holle woorden of begrippen worden.
Soms komt het me voor alsof realisatie niet van het rijk van de woorden is, alsof 'hoe minder woorden hoe beter' of 'hoe verder vereenvoudigd hoe beter', omdat het alleen maar natuurlijk is...

G: Het is beslist waar dat woorden bestaan uit kenmerken en daardoor een werkelijkheid overbrengen die opgesplitst is in veel aparte dingen – wat nu juist de aard van dualiteit is.
Dus eigenlijk doet het niet terzake of er meer of minder woorden worden gebruikt: gebruik slechts één woord en dan is het illusie. Dus waarom niet duizenden van die dingen gebruiken?! Of niet? Het maakt echt niets uit – de werkelijkheid is dezelfde. En in feite is het mooie hiervan dat het helder is en dat er absoluut geen keuze is... het borrelt allemaal gewoon op... één woord of vijftig miljoen. Er is niemand die het voor het zeggen heeft. En het is voor mij heel duidelijk dat dit eigenlijk het geheim is van overtuigend communiceren, in tegenstelling tot 'hoe minder woorden hoe beter' bijvoorbeeld.
Dit schrijven hier gebeurt met absoluut geen enkel gevoel van iemand of iets die dat doet... het stroomt er gewoon uit zonder enig verantwoordelijkheidsgevoel en de eventueel bijbehorende angst en beklemming... Net als het onbevangen jonge kind dat zonder handrem het speelveld op rent. Die bruisende, vurige, krachtige en onbewerkte energie, gevoel of eigenschap is minstens zo geschikt om over 'het levend zijn minus het inperkende zelf-concept' te communiceren, als de semantiek van woorden – dat wat woorden zeggen.

zonder het formuleren in structuren...

A: Heeft dit nieuwe waarnemen je op de één of andere manier doen terugdenken aan iets uit je jonge kinderjaren (de ongeconditioneerde geest) en zou je ook kunnen zeggen, dat leven nu harmonieuzer is, meer levensecht of naar je ware natuur?

G: Ik zou het woord harmonieus niet gebruiken, omdat het veelvuldigheid suggereert: meerdere elementen die samenkomen op een bepaalde prettige of aantrekkelijke of positieve manier. Ik gebruik dan liever woorden als 'zacht' en 'stroperig' (Eng: syrupy) om te omschrijven hoe deze perceptie van éénzijn min of meer 'voelt'.

Het is duidelijk dat het gevoel een eindig individu in een structurele realiteit te zijn, relatief moeilijk te combineren is en daarom een moeizame en vermoeiende ervaring. Niet alleen zijn de massa's opvattingen die ontstaan op zich een immense inspanning, maar ook het zoeken dat door deze illusie is aangezet: het scharrelen naar meer van de illusoire structuur te bezitten of te worden... meer geld, meer prestige, meer vrienden, een mooiere en intelligentere geliefde, meer bewustzijn, meer kundalini, meer, meer, meer. Zelfs meer éénzijn!

Op een bepaalde manier is dit dus absoluut een oneindig veel 'zachtere' levenswijze... Want als er geloofd wordt dat wat het denken projecteert realiteit is, dan valt men ook voor één speciaal script of verhaal, als een denkbeeldige periode in tijd en ruimte. Vervolgens het ineenstorten ervan, wanneer duidelijk wordt dat het niet helemaal juist is - zoals alle denken onnauwkeurig is. Om het vervolgens, met bijna bezetenheid, te vervangen door een nieuw verhaal of denksysteem.
Deze wijze van ervaren gaat dus met horten en stoten... terwijl in het nonduale zien er deze onmetelijke, wemelende reeks sensaties is, die glinsterend weer wegvallen, zonder dat het formuleren in structuren plaatsvindt. Hierin kunnen verhaaltjes de kop opsteken, die bijvoorbeeld vertellen over een lichaam dat voor een computerscherm is neergeplofd en een e-mail naar Amigo schrijft, maar dit wordt voortdurend herkend als eigenlijk fictie... een illusie... een tovertruc!

baby, kind, tiener en de volwassene die in verhalen komt vast te zitten

Je vraagt of het me op een of andere manier herinnert aan mijn vroege kinderjaren, en ik zou zeker zeggen dat dat kan. Als ik een klein baby'tje zie, lijkt het zo stralend vanzelfsprekend dat daar nog niet het via begrippen structureren van de realiteit gaande is – de ledematen die doelloos in de lucht zwaaien, de ogen niet gericht en toch heel helder. Het lijkt duidelijk dat daar meer het zien is van ongestructureerde waarneming, levendigheid, kleur, dan bij een volwassene.
Maar ook bij het oudere kind dat rondrent op het speelplein of iets dergelijks, is er verbondenheid. Het kind rent rond, zwaait met armen en benen, over het hele plein, lacht, schreeuwt, huilt enz... En langzaam sluipt er een verlammend, ontwrichtend proces in. Met het meer uitgesproken en afgesloten raken van dit gevoel van zelf, wordt men er steeds meer door geobsedeerd, gereglementeerd en gedicteerd door de vreesachtige behoefte zich eraan aan te passen.
Bij tieners manifesteert dit zich als 'cool zijn'. Dit betekent een zelfbeeld hebben, in stand houden en projecteren dat past in het begrip 'cool' – en dit beperkt de mogelijkheden voor het zijn enorm... het is zo'n beperkte, inperkende eigendunk.

een constante strijd om aardig gevonden te worden

A: Tony Parsons sprak ooit over realisatie als een samenkomen van helderheid en liefde. Wat kun je, na het ontwaken en wellicht een periode van aanpassen aan het nieuwe waarnemen, hierover zeggen?

G: Ik moet toegeven dat ik het moeilijk vind deze vraag te beantwoorden. Hier zittend is het nou eenmaal zo stralend, schitterend helder dat er niemand en niets is... alleen maar dit glorieuze 'dit'. Er lijkt een totale weigering te zijn om me in te laten met welk concept dan ook – ze moeten allemaal wel onjuist zijn.
Maar dit is een interview, en interviews betekenen woorden, en woorden zijn altijd hoogst onnauwkeurig!

Laat me eens een soort antwoord tevoorschijn toveren. 'Helderheid' en 'liefde' zijn heel goede woorden om het te beschrijven. 'Dit' vloeit gewoon over van liefde - er is alleen deze liefde - en dit ziend en wetend is er, in dit geval, zo'n absolute ontspanning in dat zien... alle geworstel met concepten... van 'ontwaken' en 'na het ontwaken' en 'aanpassen' en 'nieuwe waarnemen' en 'Tony Parsons' en 'realisatie' en 'samensmelten' en zelfs 'helderheid' en 'liefde'... Zij lijken allemaal op een onnodige leugen... net ernaast, onecht, energieverspilling! Sorry - ik wil de vraag niet beledigen, het is een goede vraag. Het is alleen zo, dat wat zich op dit moment dringend presenteert is: het irrelevant zijn van een concept en de enorme onnauwkeurigheid ervan. Maar ook – hoe 'dit' echt een heerlijk bad is of poel of uitstorting van stralende liefde!

Maar zoals dat gaat... de tandwielen gaan draaien! Wat gedachten... en daar verschijnt een reactie op het woord 'aanpassen'.
Er was een 'donkere' periode: de realisatie van pure vrijheid stond toe en lokte in dit geval obscene acties uit, die tevoren nooit werden bedacht door een geest die eerder vooral bezig was met het iedereen naar de zin te maken. een constante strijd om aardig gevonden te worden. Dit nieuwe uitdagende gedrag was trouwens niet echt gemeen – het was eerder als extreme gevoelens van affectie die zich uitten als het in de zij porren van mijn vrienden op allerlei manieren!
Er was ook een periode waarin het gevoel van afscheiding van tijd tot tijd opnieuw verscheen – namelijk 's ochtends bij het opstaan. Er volgde dan een vervelend gevoel en afwijzing van dat verstikkende gevoel... en dan het herinneren en bewust worden dat ook dit gevoel van afscheiding, zoals alles wat kan opkomen, puur en volkomen éénzijn is. Dan werd het gevoel van afscheiding en het afwijzen ervan herkend als éénzijn... en leek het te gebeuren dat de structuur het opgaf en liefde naar binnen stroomde door stukgeslagen ramen en de muren, plafond en vloer overspoelde tot in de vergetelheid: alleen maar liefde...

Dit lichaam heeft ook wat spijsverteringsproblemen ervaren, waarvan ik sterk vermoed dat het op de een of andere manier te maken heeft met het zich aanpassen aan het non-duale zien (hoewel ik het mis kan hebben). Er is het gevoel dat het lichaam helemaal tevreden was toen het leven werd voorgesteld als een materi‘le en solide aanwezigheid: in die zin wist het hoe het moest functioneren. Maar met dit nieuwe zien dat er geen materie is en geen lichaam en niets, leek het schijnbare lichaam in een soort van verwarring geworpen te zijn! Een beetje maar – ik denk dat dit organisme er maar lichtjes last van heeft gehad: ik heb gehoord van meer ernstige en pijnlijke gevallen.

Er is geen twijfel dat binnen de onjuiste voorstelling van de wereld van concepten, het niet onjuist zou zijn te zeggen dat 'aanpassen' zeker nogal een 'hobbel' is geweest. Maar het is moeilijk mijn vinger te leggen op de kenmerken ervan, omdat er het fundamentele, overweldigende, absolute, simpele zien was dat alles wat er ooit kan zijn, tegenwoordigheid is. De hele rest lijkt enigszins te verbleken in onbeduidendheid... hoewel het ook prachtig kan zijn om naar te kijken... al deze kleine versmeltingen en zachtgeworden dingen die tintelend voorbij komen...

Ik denk dat dat eigenlijk alles is wat ik kan zeggen. Ik heb anderen gehoord die diep het bos ingingen met dit soort zaken... ze gaven allerlei concrete verslagen ten beste, theorie‘n en zelfs doctrines. Die fout zal ik niet maken. Kenmerken, zoals 'aanpassen aan', zijn grenzeloos subtiel en variabel. Als zodanig is het altijd een leugen te beweren dat ze ooit begrepen of georganiseerd kunnen worden: laat staan weergegeven als generalisaties – religies.

Niets kan je helpen ook maar iets dichter te komen bij wat er al en alleen maar is!

A: Kun je ons wat vertellen over 'het pad' dat je bent gegaan voordat realisatie vanzelfsprekend werd?

G: Ik ben terughoudend om over een pad te spreken. Het denken is dan geneigd het op te pakken en denkt dan: 'misschien heeft die en die activiteit iets te maken met ontwaken...' Realisatie is het weten dat er alleen maar éénzijn is, dus kan er geen sprake zijn van een ernaar toe leiden... er dichterbij komen... een pad ernaar toe.

In het schijnbare jaar voor bevrijding was er enig lezen en luisteren naar uitingen die de mogelijkheid van een pad totaal verwierpen... uitingen die simpelweg alle hoop in de kiem smoorden. Dit is het! Je kunt nergens naar toe! Niets kan je helpen ook maar iets dichter te komen bij wat er al en alleen maar is!
Ik reisde dus naar deze bijeenkomsten en er kwamen fantasie‘n op over het beleven van een heel speciaal, spannend, esoterisch avontuur – betrokken zijn bij iets heel verhevens en superieurs. En natuurlijk kwam hierbij de hoop dat 'als ik het bereik – dan zal daar die prachtige openbaring zijn... een majestueus opbloeien... precies al die rijkdom die het denken fantaseert en waar het naar verlangt!' En toen hoorde ik: Er is alleen maar éénzijn... je had hier niet hoeven komen' en er was die pijnlijke teleurstelling, het niet vinden wat ik wilde – het gevoel in de steek gelaten te zijn.
Dit is echt de enige soort boodschap die bij de kern van de zaak komt. Het scheurt de droom aan flarden. Elk idee van een pad, vooruitgang, verbetering, richting, beweging – kan alleen maar pure droom zijn. Het is het gevoel dat er een deelbare werkelijkheid is met een veelvoud van aparte dingen: goed en slecht, hier en daar, verlicht en in slaap.
Dus echt, ik volgde geen pad voor realisatie... en wanneer ik ook maar geloofde naar iets op weg te zijn, dan werd deze begoocheling abrupt verdreven door de boodschap: 'je kunt nergens naar toe'.

het is slechts een zich zinloos koesteren in de zon...

A: We hebben voor deze Amigo een thema: de zin van (het) leven... Wil je daarop reageren?

G: Het is heel duidelijk dat het leven geen zin heeft. Hier is het leven. Hier is het. Hoe kan worden gezegd dat het een doel dient? Hier is het. Dat is het enige wat gezegd kan worden. Binnen dit verschijnsel van waarnemingen zijn er uiteraard de manifestaties van gedachten die smeken om betekenis, doel, richting. Maar deze sterke behoefte komt altijd voort uit een vals beeld dat afscheiding ziet en een verlangen om de voorbije glorie van alles te zijn, zoals geproefd in de vroege kindertijd en daarvoor, te heroveren. En als dit zien zich weer openbaart, is het duidelijk dat er geen sprake kan zijn van enige zin hierbij. Omdat het nergens toe leidt, het niets kan doen; het nergens heen kan: dit is eenvoudig bewegingloze liefde.

Je zou kunnen zeggen dat 'liefde' de zin van het leven is. Maar liefde is niet echt 'zin'. Liefde is het uiteenvallen van alle strijd om vooruit te komen... om zin te geven aan iets... het is slechts een zich zinloos koesteren in de zon! Het is alleen maar ontspanning en vreugde.
Men vraagt: 'waar gaat het om in het leven?' Dat is het reduceren van het leven tot één enkel denkbeeld, een doel, een drang. Maar bevrijding onthult dat er niet zoiets is als een denkbeeldig punt waar alles om draait... 'dit' is een absoluut open, ondeelbaar éénzijn... een ruimtelijkheid. Er kan geen sprake zijn van 'een punt waar alles om draait' of je daarop te richten... dat is de werkelijkheid niet.
Als er geweten wordt dat er niets afgescheidens is, welke vorm het ook mag hebben... slechts een soepele, rijke, pulserende tegenwoordigheid... dan kan dat echt mooi zijn. Leven dat ontstaat, zo subtiel, rustig en levendig: dat is het. Maar het denken gaat er altijd mee aan de haal. Het cre‘ert het idee van een 'fijne pulserende staat van zijn' ergens in de toekomst.
Woorden zijn echt hopeloos! Maar erg vermakelijk!

Guy's website: www.guisemyth.com

[interview: JZ]