de zin van zijn
De vraag: ‘Wat is de zin van het bestaan?’ lijkt
een aanjager voor de dualiteit. Het impliceert immers tijd en een
persoonlijk leven. Elk zoeken naar en eventueel vinden van een antwoord
suggereert in ieder geval een verhaal, waarin belevenissen betekenis
zouden moeten hebben of krijgen.
Maar zouden we ook antwoord kunnen zoeken met de vraag als startpunt
voor een ontdekkingstocht met onbekende bestemming, of zoals Wim
Kayzer het fraaier formuleert:
‘Ik ben op zoek gegaan in de wetenschap
dat de meest fascinerende vraag
nooit zal kunnen wedijveren met
het meest fascinerende antwoord.’
Als we de vraag de vraag weten te laten is er ruimte
voor het wonderbaarlijke, het onbeantwoordbare, het niet-weten Het
leven manifesteert zich dan
als een nieuwsgierige verkenning van het onbestaanbare. We kunnen
dan hooguit, af en toe met een ontwapenend glimlachje, onze onmachtige
schijnbewegingen om antwoord te krijgen aanschouwen.
Woorden zijn in deze zin ook antwoorden. Woorden lijken
de dualistische waarheid te willen bezweren. Zolang er maar woorden
en verklaringen op geplakt kunnen worden is alles zogenaamd veilig,
overzichtelijk, voorspelbaar en niet bedreigend. Onze grootste angst
wordt schijnbaar ingeboezemd door het niet-(kunnen) weten.
Als we die angst echter te serieus nemen is er nauwelijks ruimte
voor de magie, het onvoorstelbare van het bestaan. Angst doet ons
maar al te graag vergeten, ons te verwonderen over deze levensecht
lijkende dualiteit; het wonder dat ons elk moment weer als een
konijn uit de hoge hoed wordt voorgetoverd.
Het denken zal altijd weer proberen antwoorden te formuleren, en
wisselt de ene mening graag uit voor een andere als dat zo van pas
komt. Ook dat is een onlosmakelijk onderdeel van dit wonderbaarlijke
zijn.
In de vraag stellen en te volgen zit de uitnodiging
tot verkenning van deze wonderbaarlijke werkelijkheid en deze eindeloze
verhalen te volgen en te delen met je medewezens.
Natuurlijk is het in ons persoonlijk lijkende leven niet allemaal
rozengeur en maneschijn. Veel wordt sowieso al door alledaagsheid
bepaald. Maar is het niet wonderbaarlijk dat rozengeur, maneschijn,
kommer, kwel, alledaagsheid, geluk, pech, recht, onrecht, timiditeit,
uitbundigheid, overvolle winkelstraten, een serene sterrenhemel,
er überhaupt al zijn?
Als die vraag gevolgd wordt, is er vanzelf een stilvallen in
ontzag...
Je
kan Amigo 10 hier als Word
document downloaden (1mB), als dit niet lukt, klik dan
op de rechter muisknop.
|
In deze editie over de zin en betekenis van het leven:
•
Wolter Keers en Onverschilligheid
•
Jan van Delden over Geluk en het leven
•
interviews met Jan van Rossum, Guy Smith, Chuck
Hillig en Fokke Slootstra
•
Jed McKenna over waar je ‘verlichting’ kunt vinden.
•
column van Ruud Houweling
•
een 'innerview' met en van Ragen
niemandsland
Soms zijn er van die verhalen die je pad kruisen,
die zo prachtig momenten van openbarend inzicht weten te beschrijven
of omschrijven zonder kennis van Advaita (zie bijvoorbeeld ook
de tekst van Hella Haase in deze editie).
Zo zag ik pas geleden ik ‘Crash’ van Paul Haggis,
een film die zich afspeelt in multi-cultureel en vaak racistisch
Los Angeles. In deze film wordt elke hoofdpersoon geconfronteerd
met zijn of
haar
geloof in het denkbeeld dat hij of zij denkt te (moeten) zijn.
Bij alle hoofdpersonen zien we dat ze door omstandigheden
gedwongen een moment ervaren dat voorbij hun denkbeelden (in bijvoorbeeld ‘goed’ en ‘kwaad’)
ligt.
Een van de fraaiere momenten is het aangrijpende ogenblik als één
van de hoofdpersonen (iemand uit het voormalige Perzië) gevoed
door zijn vooroordelen tegenover de ‘anderen’ wraak
zoekt. Een slotenmaker van Spaanse afkomst heeft in zijn ogen slecht
werk
afgeleverd, waardoor zijn winkel is leeggeroofd en hij berooid
is.
Bij het huis van de slotenmaker aangekomen trekt hij een revolver
en haalt de trekker over op het moment dat het dochtertje van de
slotenmaker hem om zijn nek springt. Zowel vader als dader zijn
er heilig van overtuigd dat het dochtertje dodelijk getroffen is.
Niets
is minder waar, het meisje blijkt ongedeerd. De revolver was geladen
met losse flodders... De blik van de dader bevriest en langzaam
verschijnt er een blik van gelukzaligheid op zijn gezicht... zijn
daad met vreselijke
consequenties werd ongedaan gemaakt, de tijd werd teruggezet.
Hij doorziet de schijnbare echtheid van de wereld van zijn denkbeelden
en wie hij van zichzelf werd geacht te zijn. Hij belandt in de
directe
waarneming en verdwijnt glimlachend in het niemandsland zonder
goed en fout...
[Kees Schreuders]
|