Het Goddelijke huilt en lacht mee in al Zijn, of Haar, kwetsbaarheid.
een interview met Ad Oostendorp

Over het onderwerp ’De schoonheid van het Onvermogen’ had ik een afspraak met Ad Oostendorp in Arnhem. We hebben een lang gesprek gehad over dit onderwerp. Thuis bleek dat mijn opname apparatuur mij in de steek had gelaten. Ondanks moderne hulpmiddelen het onvermogen om een gesprek op te nemen. Schuilt daar schoonheid in? Gelukkig hebben we het interview kunnen doen via de mail waarvan hieronder het resultaat. Ad is homeopathisch huisarts in Arnhem. Daarnaast geeft hij Satsang in o.a. Arnhem en Zutphen.


Ad, het thema van deze Amigo is: ’De schoonheid van het onvermogen’. Wat heb jij daarmee?

Wat een mooi thema, een thema dat een diepte aanduidt die ver voorbij alles gaat wat we kennen.
Zelfs veel dieper dan wat de meeste mensen denken wat dit thema inhoudt.
Ik hoop dat je mij even de tijd wil geven dit uit te leggen.

Je weet dat ik een lange weg gegaan ben en waarschijnlijk ook dat mijn Hart, God zij dank, geen werkelijke rust kon vinden in welk inzicht of ervaring dan ook.
Geen enkel inzicht, noch ervaring kon het centrum, waar alles om draaide: het 'ikje', mij, ongedaan maken.
In tegendeel, het 'ikje' werd dankzij al die inzichten, ervaringen, mind-, advaita-, vedanta- en hart-'realisaties', alleen maar subtieler en bleef, wat er ook gebeurde, stevig in het zadel.
Het 'ikje' was en bleef 'realisatie-proof'.
Ervaringen van, en inzichten in ego-loosheid, centrumloosheid, Zijn, Liefde, Stilte, Sterven, Waarnemer-zijn, maakten mij uiteindelijk alleen maar sterker, arroganter zelfs, op een subtiele, of niet eens zo subtiele, manier.

Gelukkig kwam ik iemand tegen die me dit kon laten zien, en die me ook liet inzien dat, hoe intens en diep ervaringen en inzichten ook waren, dat ze nooit of te nimmer het 'ikje' ongedaan konden maken.

Het 'ikje' dat steeds weer als een feniks herrees en alles, zelfs ego- en ik-loosheid, steeds weer voor zichzelf opeiste. Het werd onontkoombaar duidelijk dat het niet ging om ervaringen, om inzichten, dat het niet ging om 'hoofd'-, noch om 'hart'-realisaties, dat het niet ging om 'dat wat kon komen en gaan'. Het ging niet om weten, noch om niet-weten, het ging niet om dat wat gevonden kon worden, noch om het Onvindbare.
Het ging niet om wat gekend kon worden, nog om het Onkenbare.

Het ging om dat waar alles om draaide: zowel verlichting als niet-verlicht zijn, zowel Liefde als ongelukkig zijn, zowel hebben als verliezen, vinden en verloren zijn: het draaide allemaal om het centrum, het 'ikje', om mij.
En niets of niemand in de wereld en buiten deze wereld kon mij ongedaan maken.

Dit is het onvermogen, het uiteindelijke onvermogen:
dat alles wat jij kunt doen en gedaan hebt en nog zou kunnen doen, dat alles wat jij kunt ervaren, weten, kennen, beseffen, of je nu een Buddha bent of niet, er helemaal niets toe doet.

Dit besef, wanneer het werkelijk doorbreekt, is de diepste pijn die een mens maar kan doormaken. Wanneer deze pijn niet uit de weg gegaan wordt én de pijn van het onvermogen niet gestild wordt met ideeën, inzichten, Vrede, Stilte, Realisatie en Waarnemendheid, m.a.w. alles wat jou door 'zij die het gevonden hebben' aangereikt wordt. Dán kan en zal in dat vuur, het 'ikje', jij, voor eens en voor altijd verdwijnen, en nooit, maar dan ook nooit meer uit zijn as herrijzen.

Dit sterven is geen 'gebeurtenis' die je kunt lokaliseren in ruimte of tijd en is absoluut geen ervaring.
Net zo min als je het moment van in slaap vallen kunt registreren of beschrijven, net zo min als je weet waar en hoe laat je jouw horloge verloren hebt, net zo min is het mogelijk hier besef van te hebben.

Verlichtingserváringen kun je beschrijven, kun je lokaliseren in ruimte en tijd: toen, daar onder die boom, op die en die dag, daar in dat park, toen gebeurde dit en dat.
Maar... dit heeft allemaal niets, maar dan ook helemaal niets met Werkelijk Ontwaken te maken.

In en door Werkelijk Ontwaken en 'daarna' is elk besef verdwenen, elk besef van zijn en niet-zijn, van Liefde, van ego-loosheid, van Waarnemendheid, van Stilte, Vrede en Centrumloosheid.
Jij bent verdwenen en daarmee de behoefte om je met iets, zelfs met Zelf, Zijn, of BewustZijn of wat dan ook, te identificeren.
Alleen de Geliefde Is, maar hier is geen besef meer van, want dat wat het besef veroorzaakte: de mind, zoals die tot nog toe functioneerde, is niet meer.
Niet als de zoveelste ervaring van ‘no-mind’, die komt en gaat, maar wezenlijk, feitelijk en onomkeerbaar.

De mind kan zijn eigen afwezigheid niet registreren.

Dit wordt ook wel eens, de vierde staat, Turiya, genoemd: dat wat voorbij gaat aan waken, dromen en diepe slaap. Dat wat vooraf en voorbij gaat aan leven en dood, dualiteit, Verlichting en Realisatie.

Dit, alleen dit en niets anders, is de Schoonheid van het Onvermogen.

In jouw antwoord merk ik dat de schoonheid van het onvermogen zit in alles wat zich ook maar voordoet.
Of het nu gaat om Liefde, pijn, verdriet, Geluk etc etc. In dat alles is –zoals jij het noemt – de Geliefde te vinden.
En die Geliefde kun je niet vinden omdat je dat zelf al bent.
Soms lijkt jouw verhaal een proces. Is het dat ook?
Hoe zit het dan met die onmiddellijkheid?
Het onvermogen om dit te (kunnen) begrijpen; is dat ook waar het hier om gaat?

Ja de schoonheid van het onvermogen zit in het onvermogen van de mind (denken en voelen) om wezenlijk te bevatten wat niet te bevatten is.
Je kunt iets groots niet in iets kleins stoppen, b.v. dat huis niet in dit glas stoppen, wel andersom.
De mind is bij lange na veel te 'klein' om dat wat groot en groter is dan zichzelf, dat wat er al was voordat de mind überhaupt bestond, te begrijpen.
Maar de mind accepteert dat meestal niet en probeert alles wat het ontmoet in kaders te plaatsen en gooit daarmee het kind met het badwater weg.
Het levende, onmiddellijke leven is veel te groot(s) voor de mind.

Onvermogen op zich is pijnlijk en er zit weinig schoonheid in.
Maar wanneer de mind zijn eigen onvermogen, om werkelijk het leven te be-grijpen, herkent én daarbij, niet tijdelijk maar definitief en onomkeerbaar, zijn autoriteit spontaan opgeeft, dan krijgt het leven en alles in het leven weer zijn oorspronkelijke glans terug.

Zowel het Zelf- als het Zelf-bewustzijn verdwijnen dan als sneeuw voor de zon. En in het verdwijnen van zowel het centrum als de centrumloosheid wordt het leven eindelijk, voor de allereerste keer, gezien en beleefd zoals het werkelijk is.
Zonder jou.

En omdat er geen reflectie over jezelf en jouw eigen functioneren meer is, wordt alles onmiddellijk en spontaan.
Vergelijk het maar met intense verliefdheid.
Wanneer je na een lange scheiding eindelijk weer bij jouw geliefde bent, is jouw aandacht helemaal niet bij jezelf, maar volledig bij haar of hem.
Alles wat je zegt en doet gebeurt spontaan, je weet niet waarom je iets doet of zegt, maar alles 'klopt'. Het stroomt. Je voelt hem of haar heel diep aan.
Je wordt ongelofelijk creatief en poëtisch. En een diepe herkenning: dit is leven, dit is wezenlijk, dit is waar het werkelijk om gaat in het leven.
Maar zelfs die herkenning is tijdelijk en volstrekt onbelangrijk en een inbreuk in de intimiteit.

In die intimiteit verdwijnen verleden en toekomst, elke behoefte tot manipulatie, begrijpen, filosoferen en angst.
Alles waar je in het dagelijkse leven last van hebt is verdwenen.
Jouw geliefde is het centrum geworden waar alles om draait.
Dit is ons geboorterecht, niet om dat eens in de zoveel tijd te beleven, maar ononderbroken.

Je zou kunnen zeggen dat wanneer iemand ontwaakt is, alles waar de aandacht op valt het centrum van het universum, de Geliefde geworden is.
Ik heb het over een ononderbroken en onbreekbare liefdesrelatie met de Geliefde. Een relatie zonder jou, want jij bent verdwenen, jij had sowieso al nooit bestaan.
Het enige waar je last van kunt hebben ben je zelf en jij bent niet meer. Alleen de Geliefde is.

Over deze onmiddellijkheid heb ik het, dit ís onmiddellijkheid.
Deze onmiddellijkheid is lévende intieme nondualiteit.
Het leven is veel te snel voor de mind, de mind hobbelt altijd overal mijlen ver achter aan.
De onmiddellijkheid zit niet in het 'bereiken' van dit. Deze levende onmiddellijkheid is niet iets wat je kunt bereiken.

Daarom heet dit niet voor niets het Onkenbare, het Onaanraakbare, het Onzichtbare, het Onervaarbare en het Onbereikbare.
Wat je kunt bereiken is Stilte, Vrede, Liefde, Centrumloosheid, Egoloosheid, Zijn, Waarnemer-zijn, enz., enz.
Je kunt zelfs ervaringen van het Onkenbare, Onaanraakbare enz. hebben.
Dát kun je bereiken of kan je gegeven worden. Daarvoor kun je naar satsang gaan of bij een Meester in de leer gaan.

Maar ik heb het over héél iets anders.
Over dat wat ligt voorbij het bereikbare én onbereikbare.

Ik heb het over het Onmiddellijke, dat wat geen begin en geen einde heeft, dat wat niet gevonden noch verloren kan worden.
Dat wat geen oorzaak heeft, niet ervaarbaar is, dat waar je geen besef van kunt hebben. Het enige wat werkelijk is.

Dat wat is en waar iedereen overheen kijkt, ook, misschien wel juist, zij die 'gevonden' hebben.
En omdat alles in jouw systeem jou in stand houdt, zal alles wat je doet of ervaart jou in stand blijven houden.
Alleen in het levende contact met iemand die de hele weg gegaan is, zullen jouw illusies en houvasten misschien verbrijzeld kunnen worden, zodat je uiteindelijk, écht met lege handen staat. Vol authentiek onvermogen.

En dan pas, als jouw mind werkelijk heeft opgegeven, zul je weten wat bedoeld wordt met 'de schoonheid van het onvermogen'.
Maar dat zal je dan geen bal meer interesseren, want in die onbeschrijfelijke intimiteit met de Geliefde, met dat wat is, het Levende, draait het alleen nog maar om de Geliefde.

Ik moest jouw antwoord weer even op me laten inwerken; dit is wat er opkwam: De schoonheid van het onvermogen zit dus in het niet-begrijpen.
Zou je kunnen zeggen dat de schoonheid er altijd is geweest en zal zijn?

Ja, maar die schoonheid wordt door de meeste mensen niet beleefd, omdat de mind probeert te begrijpen wat niet te begrijpen valt.
Vaak wordt dit wel intellectueel gezien, maar dit zien is niet bij machte deze gewoonte van de mind daadwerkelijk te stoppen.

Integendeel, júist als de mind iets niet begrijpt, start hij meestal met volle toeren op.

Zie je, je hebt het begrepen, maar de mind stopt niet, maar gaat gewoon door met (proberen te) begrijpen, conclusies, aannames enz. Het woordje 'dus' laat zien dat de mind in het zadel zit.

Toch lijkt het er bijna op dat we met deze vragen het proberen te begrijpen, terwijl je zegt dat het nooit begrepen kan worden. Dus in feite een paradox.

Nee hoor, het lijkt paradoxaal maar is het niet.
Door begrijpen, inzichten, ervaringen stopt de mind niet, nooit, bij niemand, integendeel. Met het woordje 'dus' herrijst de mind steeds weer.
Maar wanneer de pijn van het niet-begrijpen diep doorleefd wordt, brandt de mind vanzelf op.

Begrijpen is misschien soms even nodig om de mind tevreden te stellen met wat snoepgoed, zodat hij niet in de weg gaat zitten en weet dat hij niet weg moet lopen.
Daarom beantwoord ik in satsang wel eens informatieve vragen.
Maar het echte 'werk' gebeurt in het dagelijks leven. Wanneer de mind, door middel van de reality-check en oprechte eerlijkheid, zijn eigen grenzen en onvermogen ontdekt en niet meer uit de weg gaat.

Zou je kunnen zeggen dat die iemand die de hele weg is gegaan ook een illusie is?

Voor iemand die niet de hele weg is gegaan, is dat waar. Want álles is voor hem of haar een illusie, al beseft hij dat niet.
Maar diegene die daadwerkelijk de hele weg is gegaan, is verdwenen, is verloren.
De arrogantie van de mind is ingestort en heerst niet meer, maar is de ‘dienaar’ geworden, die hij in feite eigenlijk altijd al was.
Waarheid heeft zijn werk gedaan en alles wat onecht is, is een pijnlijke dood gestorven.
Als waarheid geen korte metten maakt met élke illusie, is het een alleen maar intellectueel en illusoir 'begrijpen'.
En als het instorten geen diepe pijn doet en niet alles diep en ingrijpend in jouw dagelijkse leven verandert, was het ook alleen maar een intellectueel begrijpen.

Kijk eens om je heen, al die hypocriete ‘gerealiseerden’, die alles al ervaren hebben, alles al ‘weten’ wat er te kennen valt, en ‘de Waarheid’ en ‘Zijn’ leven, maar hun dagelijkse leven is een egocentrische puinhoop die nog steeds om hun, zogenaamd niet-bestaande, ‘ikje’ draait. Zelfs de meeste ‘Leraren’ ontkomen hier niet aan.
Mensen laten zich bovendien ook zo makkelijk manipuleren door hun ‘Leraar’, om uiteindelijk maar die hoofdprijs, de ‘Verlichting’, te ‘bemachtigen’.
Hoe kunnen we ooit de Waarheid vinden én leven, als we bereid zijn met onszelf en anderen te sjoemelen, in naam van diezelfde ‘Waarheid’?

Ik heb absoluut niet gezegd dat mensen, zelfs ‘Meesters’ niet, volmaakt zouden kunnen, laat staan moeten zijn.
De pijn zit niet in wat er gebeurt, maar in het spirituele sausje dat er over heen gegoten wordt. Waardoor wat krom is, recht gepraat wordt.

Zou je ook kunnen zeggen dat de intimiteit van de Geliefde iets is wat allang/altijd/nu aanwezig is, maar dat er iets is wat het echt zien daarvan in de weg staat? Kan dat eigenlijk wel, dat er iets in de weg staat?

Kan water nat zijn?
Intellectueel een goede vraag, maar water ís nat en je hoeft alleen maar te voelen om te zien of het zo is.
Kijk naar jouw eigen leven en dat van iedereen die je kent en zie dat er op de hele aardbol, misschien maar een paar mensen zijn, te tellen op de vingers van 1-2 handen, die deze intimiteit waarachtig leven.

Of het nu kan of niet, er stáát iets in de weg. Dat merk je elke seconde van je leven.
Dat diepe gevoel van iets missen, iets heel wezenlijks missen, dit diepe besef dat iedereen in zijn hart met zich meedraagt,is onontkoombaar.
Deze Waarheid is de oorzaak van ons zoeken.
Of we nu materiële, emotionele, mentale, of spirituele dingen zoeken, er is geen enkel verschil.
Of we nu materiële, emotionele, mentale, of spirituele dingen vinden, er is nog steeds geen verschil.
Nooit vind je iets wat je werkelijk compleet maakt, nooit, nooit, nooit.
Sommige mensen hebben een hele lange zoektocht nodig, andere ontdekken dit al vrij snel.

Hoe intenser Waarheid werkt in jou, in jouw leven, hoe moeilijker het wordt jezelf voor de gek te houden en 'rust' te vinden in iets of iemand. Niemand heeft ooit, als hij eerlijk is naar zichzelf, definitieve rust gevonden in iets wat hij ooit gevonden heeft.
Maar de meeste mensen durven dat niet toe te geven, want dat is te pijnlijk.

Daarom modderen we maar wat aan en verkrachten we deze wereld met onze ideeën en daden. Daarom durven we satsang te geven en anderen te vertellen wat 'waar' is en 'niet waar'.
Daarom durven we ervaringen van Vrede, Stilte, Zijn en Liefde en zelfs advaita-vedanta Inzichten te verpakken en door te geven als de Waarheid.

Daarom is iedereen verdwaald en ‘helpen’ de blinden de blinden.
Maar waarom worden we niet wakker geschud door het feit dat alles wat we vinden een begin én einde heeft?
Zelfs de meest intense en diepste ervaringen van Vrede en Stilte, Zijn en Liefde, die op de momenten dat je ze ervaart tijdloos en zonder begin of einde lijken.

Waarom worden we niet wakker geschud dat ál onze inzichten, ook de meest diepe, alleen maar werken wanneer je je er bewust van bent, ze aandacht geeft? Wanneer je een ervaring van Zelf hebt, wees maar eerlijk, dan verdwijnt die ervaring toch steeds weer.
Hoe kan jij dan dat zogenaamde Zelf zijn?
Hoe kan jij iets zijn dat komt en gaat?
Hoe kan je überhaupt dat wat je ervaart, zijn ?
Waarom worden we niet wakker geschud door onze hypocrisie?

Gaan niet bijna alle vragen van mensen die naar satsang gaan en Vrede en Stilte, Zijn, Waarnemendheid, enz. al gevonden hebben, juist niet hier over: kan ik áltijd ononderbroken leven vanuit DIT?

En ... ja dat kan !

DIT is er altijd.
Maar dit DIT is niet het 'Dit' wat je vindt in Satsang of door welke ervaring of inzicht dan ook.
Dit DIT is namelijk niet te vinden, onmogelijk en kan je daarom ook niet kwijtraken.
Dit DIT zie je over het hoofd, zelfs, en juist, door ervaringen en inzichten.
Dit DIT moet je over het hoofd zien, het kan niet anders.
Dit DIT heeft geen mind nodig, geen inzicht, geen ervaring, geen besef, geen Bewustzijn.
Dit DIT is niet iets dat komt en gaat, heeft geen begin en geen einde.
Dit DIT verdwijnt niet bij de tandarts, midden in een ruzie, of op het moment dat je bijna aangereden wordt door een auto.

Misschien zullen veel mensen die dit horen dit beamen, dat zij dit DIT kennen.

Maar alsjeblieft, wees eerlijk.

Is dit DIT altijd, ononderbroken ervaarbaar, zelfs in diepe slaap en in je dromen?
Is dit DIT er altijd of vertelt jouw mind dat DIT er altijd moet zijn of is?
Is DIT er daadwerkelijk altijd in jouw dagelijkse leven op de voorgrond, wat er ook gebeurt?

Als dit DIT in intensiteit kan variëren, of meer of minder aanwezig kan zijn, meer of minder vertroebeld kan zijn, of soms meer op de voorgrond is en op andere tijden wat minder, als dit DIT afhankelijk is van jouw besef, van aandacht, van bewustzijn - dan is dit DIT niet het DIT waar ik het over heb.

En... jouw Hart zal nóóit rust kunnen vinden in iets dat kan en zal verdwijnen.

Ik nodig je uit alles wat je ooit gevonden hebt en dus, wees daar maar vast van overtuigd, zál verdwijnen, gewoon door de wc te spoelen.
Alles wat je heilig is op te geven. Al jouw inzichten, al jouw ervaringen, zelfs, misschien wel júist jouw Zijn, jouw Zelf. En naakt en kwetsbaar voor de Geliefde te staan.
Laat het zwaard verborgen in de vleugels van de Geliefde het werk doen.
Gewoon niet weglopen en je niet verschuilen in een idee, concept, ervaring, in Vrede, in Stilte, in Zijn of in Waarnemendheid.

Want dáár kan de Geliefde jou niet raken, nooit of te nimmer. Daar kan de Geliefde jouw hart niet doorboren en jou ongedaan maken.
Niemand is mijns inziens ooit in een staat van transcendentie Werkelijk Ontwaakt. Want daarin ben je niet aanraakbaar.

Jij moet sterven, vóór jouw fysieke dood, en met jou zullen alle illusies voor eens en voor altijd verdwijnen.

No way back..!

Uit wat ik maar even voor het gemak 'verloren-zijn' noem, is geen weg terug. Wel uit het begrijpen van, of uit de erváring van 'verloren zijn'. Maar ik hoop dat we dat spelletje nu niet meer spelen.

Geen weg terug uit verloren zijn, geen spelletjes, geen concepten. Is dat de ’Schoonheid van het Onvermogen?’

Ja Dick, beter kan ik het niet zeggen.

En dán is er onbevattelijke schoonheid. Dan is er geen ‘bereikt of gevonden hebben’, maar in het dagelijkse leven een soort ‘in tune zijn’, een intieme on-middelijkheid, een ‘onschuldige kwetsbaarheid’.

Weet je, velen die ‘gerealiseerd’ menen te zijn, zweven a.h.w. als een Buddha blissfull boven de aarde, onaanraakbaar, onkwetsbaar en veilig.

Waar ik het over heb is ver voorbij ’Verlichting’ en... er is geen weg meer terug..!

Het leven ís intensiteit en raakt je voordurend aan, de Geliefde raakt je voortdurend aan: in het afsterven van de oerwouden, de glimlach van een kind, de ziekte van je oma, de broodmagere hond, wanneer de kat waar jij ongelofelijk veel van houdt een vogeltje vangt, in de ogen van een agent die je een bekeuring geeft èn in de ogen van jouw minnares.

Goddelijkheid die hiervoor blind is, is slechts een mind -afspiegeling van de ware Goddelijkheid. De blindheid van zo veel ‘satsang gevers’, van zo vele ‘advaita’- mensen, mensen die zeggen te weten en gevonden te hebben.

Ik heb niets gevonden, juist alles verloren, ik weet niets meer, heb niets meer, ben niets meer, richtingloos, utterly lost. Er is alleen nog de hartslag van het leven, intens, in al zijn grootsheid én pijnlijkheid, waarin zelfs het ‘ikje’ zijn onvolmaakte dansjes mag doen.
En eerlijk gezegd, dit is al veel te veel gezegd.

Het leven is ongelofelijk mooi, maar verscheurt ook jouw hart, jouw ziel. Gratis en voor niets.
Als je het leven het werk laat doen en niet in de weg gaat staan, verdwijnt alles wat er nog van jou over is gebleven in Shiva’s dans.

Hier is niets meer over van Ad.

Dit Hart danst, alleen al om hier nu expressie aan te mogen geven, zoals het haar eigen vreugdevolle ónvolmaaktheid danst.
Zo weinig mensen kennen het lévende open geheim, ver voorbij Liefde, Vrede, Stilte, Zijn, Waarnemendheid en Verlichting.
Het leven is zo simpel.

Overstromen en geraakt worden in, en door, kleine dingen, door je vriendinnetje, je kinderen, de vogels die zingen, bladeren die naar je lonken, de geuren van het bos, het lawaai van een laag overvliegend vliegtuig, de onzekerheid van het leven en de liefde.

En geen enkele beweging wég van het levende.
Nooit meer weg hoeven, is thuis zijn.

Is het geen geschenk, als gewóón mens hier te mogen zijn, in al je kwetsbaarheid en onvolmaaktheid, fouten te mogen maken, sorry te mogen zeggen, onbeschermd en zonder iets achter, of op te houden, voluit en totaal, zonder iets uit de weg te gaan, te leven ?

En ver voorbij dit kleine Adje, de Hartslag van de Kosmos, de eonen die dit mogelijk gemaakt hebben. De tijdloosheid, het begin en einde. Ook dit, ook dit, ook dit ben Jij..!

Het leven, Ik, Jij, schudt op zijn grondvesten wanneer een kindje huilt door onachtzaamheid. En niemand die dit ziet, hoort, voelt.

Hoe bestaat het ?!

God zweeft niet als een Buddha, God kickt niet op ervaringen, inzichten. God was al transcendent vóórdat Hij of Zij zich uitstortte in de schepping. Het Goddelijke huilt en lacht mee in al Zijn, of Haar, kwetsbaarheid.
Vergeef me deze woorden, woorden over God en het Leven en al het andere, alsof er een dualiteit zou bestaan. Maar dit is niet in woorden te vatten, deze woorden kunnen de waarheid niet delen, ze zijn niet ‘filo-, theo-, advaita-sofisch’, maar zijn louter poëzie.

Voor alle duidelijkheid, wat ik schrijf is niet de waarheid, op alles wat ik zeg is er een ‘ja maar ...’.
Naar DIT kan je niet met woorden verwijzen, zelfs een Buddha niet.

Deze woorden zijn alleen maar een onvolmaakte, maar wel liefdevolle expressie van iets wat niet eens uit te drukken is.
Wanneer ik dit nalees kan ik er in feite al niet meer achter staan. Reken me niet op deze woorden af. Waarheid vind je niet in woorden.

Dit hart spreekt nu, dit hart dat bloed en lief heeft en o zo kwetsbaar is voor de ambities van ego’s, verblind door hun eigen stralendheid.

Het mysterie van de satsang is dit bloedende Hart...

Ik leef in mijn kleine wereldje en deel mij, dit Hart, met wie daar ontvankelijk voor is, met wie dat wil, maar vooral ook de intensiteit er van aankan.

Ik sta niet op de top van de berg, maar lig verscholen in het struikgewas, onder aan de heuvel, onzichtbaar, bijna onherkenbaar, gewoon een ‘nobody’. Bijna niemand die dit Hart herkent, mensen gaan immers voor ’bijzonder’. Dit Hart ’werkt’ het liefste in het verborgene, onzichtbaar voor mensen die er niet echt voor willen gaan.

Maar hoe vaak zeg ik niet: kom maar, kom maar, kom maar?
Ik weet dat niet woorden transformeren, maar wel nabijheid, intimiteit en kwetsbaar zijn...

Hoe vaak nodig ik niet uit te ontmoeten, jouw veilige plekje te verlaten en echt te ontmoeten, voelen, omarmen...
Maar er zijn niet veel mensen die deze kwetsbaarheid aankunnen, de intensiteit ervan. Mensen verdwijnen liever in hun eigen ‘trip’.
Zijn zo niet de echte ashrams ontstaan? Gewoon doordat een paar mensen iemand die waarachtig leefde herkenden en in zijn, of haar, nabijheid wilden zijn. Midden in het vuur, midden in het brandende vuur van geleefde onmiddellijkheid en liefdevolle compromisloze waarheid.

Je zult nooit meer dezelfde zijn, wanneer je dit Hart écht ont-moet.

Zei Ramana niet dat de werkelijke realisatie plaats vindt in het Hart..?
En dan, dan ga je aan alles voorbij, ook aan het Hart.

Dank je Ad, voor dit interview.


Op de website van Ad vond ik een aantal prachtige gedichten, waarvan ik onderstaande graag met u deel:

These words
are
only for you

These words
are
soaked in Silence

These words
are born out of Love

These words
tell
what was never told

These words
say
what cannot be said

These words
will
never be understood

These words
are
nothing without You

Ad

[door Dick de Boom]