'Ik fiets door de stad en zie elke keer nieuwe dingen'

 

foto: Ferry André de la Porte

Toen iemand een bekende advaitameester vroeg wat deze bedoelde met ‘natuurlijkheid’, kreeg hij als antwoord: eet je soep niet met een vork. Hoe eenvoudig kan het zijn om eenvoudig te ‘zijn’? Amigo in gesprek met grafisch vormgever, tekenaar en schrijver van kinderboeken Dick Bruna over zijn leven, zijn loopbaan, zijn liefde en de eenvoud van het alledaagse.


In de maatschappij moet je als individu voldoen aan verwachtingen en word je al snel in een bepaalde beroepsrol gedrongen. Herkent u dat, en hoe is dat bij u gegaan?

Die druk van buitenaf is een feit, ja. Mijn vader had graag gewild dat ik hem opvolgde in het uitgeversvak. Van mijn grootvader kreeg ik te horen: jongen, wanneer ga je nou eens écht aan het werk? Toen was ik al in de veertig. Pas toen het allemaal een beetje ging lopen begonnen ze het interessant te vinden. Mijn werk is tekenen en verhaaltjes schrijven. Dat is tevens mijn hobby. Vanaf mijn vierde zat ik boerderijtjes te tekenen, terwijl andere kinderen gingen voetballen. Dat heb ik gewoon doorgezet. Ook nu nog, met mijn 81 jaar. En het prettige is dat het goed is gegaan. Ik ben zo blij dat ik naar mijn atelier kan fietsen en daar mijn werk kan doen. Dat doe ik ook zeven dagen in de week; ik ben altijd bezig. En altijd nog aan het denken over nieuwe verhalen, ook na bijna 120 boeken.

Waar komt die gedrevenheid vandaan?

Ik wil het morgen altijd beter doen dan gisteren. Nijntje blijft moeilijk. Ik werk met penseel en plakkaatverf, en elke Nijntje die ik teken is weer anders. Ik ben ook heel precies en kan een hele dag zitten op één tekening. Je moet het zo goed mogelijk doen. Alles wat hier de deur uitgaat moet honderd procent zijn van wat ik op dit moment kan.

Ziet u uzelf als een gezegend mens?

Ik realiseer me dat ik enorm heb geboft. Ik kan eigenlijk ook niks anders. Het is ontzettend fijn dat ik dit kan doen, en tegelijk mijn gezin heb kunnen onderhouden. Wat wil je nog meer? Ik heb nooit de behoefte gevoeld aan een groter huis of een boot en dat soort dingen. Ik ben blij met mijn fiets, en af en toe uit eten. Ik fiets elke dag door de stad en zie elke keer weer nieuwe dingen. Een deurknop, een hekje, een schoolgebouw – allemaal dingen die ik kan gebruiken voor nieuwe verhalen. Ik neem intensief waar, merk dat de dingen altijd weer helemaal nieuw en spannend zijn. Daar komt veel beleving bij kijken. Toen ik vroeger naar de zee keek, merkte ik al dat die nu eens bruin, dan weer grijs en blauwig werd. Hetzelfde uitzicht, maar steeds helemaal anders. En ook de stad krijgt een ander aanzicht als het donker wordt. Ik vind het ook heerlijk om door het bos te fietsen en al die verschillende stemmingen op te snuiven. Dat kun je niet leren aan mensen, dat voel je gewoon zo. Misschien heet dat: verwondering. Het is in ieder geval nooit saai en het begrip sleur bestaat niet voor mij.

Moet je een speciaal talent hebben om zo te kunnen zijn?

Talent? Iedereen heeft talent. Er zijn mensen die veel beter kunnen tekenen dan ik. Maar ik ben wel een doorzetter. En ik ervaar mijn bezigheden niet echt als ‘werk’. Natuurlijk werk ik wel – ik ben ook van vroeg tot laat bezig geweest. Maar dan is het wel prettig dat je je eigen tijd kunt indelen. Als ik dan kijk naar die kantoormensen, met hun banen van negen tot vijf… Ik spreek wel eens jonge mensen, en raad ze altijd aan om door te gaan, hoe het ook loopt. Tenminste, als ze gepassioneerd zijn. Als het erin zit moeten ze niet aarzelen.

Hebt u het gevoel dat het bij u allemaal vanzelf gaat? 

Van anderen hoor ik wel eens: wat moet dat heerlijk zijn om zo te kunnen werken en dit vak te hebben. Maar dat is in de beleving van de ander. Voor mij is het heel serieus werk. En soms ook heel somber, bijvoorbeeld als ik eindeloos schetsen zit te maken en merk dat het niet gaat. Ik heb gewoon een vak.

Denkt u veel?

Ja, aan mijn werk. Het houdt me ’s nachts wakker. Ook op de fiets draait het hierboven gewoon door. Zelfs op vakantie, dan zet ik soms de auto stil om snel een plannetje op te schrijven.

Denkt u veel over het leven?

Levensbeschouwelijk graaft het allemaal niet zo diep. Vaak zijn het van die ingewikkelde verhalen, dat doet me niets. Annie Schmidt zei eens: ik ben nooit ouder dan acht jaar geworden. Dat heb ik ook wel. Ik ben altijd vier gebleven, en kijk met een kinderlijke blik de wereld in. Van financiën, juridische zaken en beleggingen weet ik niets, dat laat ik over aan mijn kinderen. Ik geniet van de kleine, alledaagse dingen. Een kind dat op het schoolplein over een stoeptegel springt.

De eenvoud van het alledaagse wordt in de zentraditie zo ongeveer als het hoogste goed beschouwd. Hebt u iets met zen?

Ik ken Rients Ritskes, een Utrechtse zenleraar, die ik ontmoette op mijn vaste koffieadres. Het was een tijd dat ik me ontzettend gespannen voelde. Hij adviseerde mij elke ochtend een paar minuten te mediteren. Dat heb ik sindsdien elke morgen gedaan. Als ik mijn atelier binnenkom gaat de telefoon uit en zit ik met mijn ogen dicht. Ik tel dan mijn ademhaling. Daar word ik rustig van, merk ik. Na een minuut of tien gaat dan de eierwekker af en ga ik aan het werk.

Nijntje is in al haar eenvoud ook best ‘zen’.

De kunst is om alles wat overbodig is weg te laten. Twee puntjes en een kruisje, dat zijn de enige drie middelen om Nijntjes stemming weer te geven. En dat is heel spannend. Ik creëer ook altijd veel ruimte om de figuur heen, net als voor de affiches die ik vroeger ontwierp. Mensen moeten erdoor getroffen worden. Ik kreeg ooit een brief van een man die de trein had gemist en lang moest wachten. Dat vond hij helemaal niet erg, schreef hij, want hij zat tegenover een affiche van Bruna. Ook mijn omslagen voor Zwarte Beertjes waren altijd zo eenvoudig mogelijk. Het laatste affiche had zelfs helemaal geen tekst. Je moet proberen zoveel mogelijk te zeggen met zo weinig mogelijk middelen, dat geeft ruimte aan de fantasie van mensen.

Waar leeft u voor?

Je hebt de plicht te onderzoeken wat je talent is, en vervolgens moet je eruit halen wat erin zit. Dat geldt ook voor mij. En dat gaat met pieken en dalen. Soms kijk ik al fietsend even omhoog en mompel dan ‘bedankt’, of ‘verdomme’. Misschien is dat iets heel kinderlijks. Het zal met mijn remonstrantse opvoeding te maken hebben, haha.

Tot slot: hoe is het om Dick Bruna te zijn?

Gewoon leuk. Ik heb een vak dat ik fijn vind, met mijn kinderen gaat het goed en ik heb nog geen gezondheidsproblemen gehad – even afkloppen. Daar kan ik echt wel blij mee zijn.

[door Vincent Peeters]

website: www.dickbruna.nl