| Je kent alleen wat je Zelf niet bent
een interview met Rob Ek
Rob Ek schrijft regelmatig korte stukjes
rond non-dualiteit op zijn weblog.
Je kunt daarop meteen ook je commentaar kwijt als je dat wilt.
Licht verteerbaar dus en weer eens iets anders dan uitgebreide
reacties op zoekvragen, al kunnen die ook gesteld worden.
Misschien
geldt wel speciaal voor advaita, dat juist het uitbundig uitleggen
van ’hoe het zit’, de zoekende geest te zeer in het denken
houdt. Het ene referaat is nog weer helderder dan het vorige…
En bovendien: het vertrekpunt (het denken, de mindset) van zoekers
kan zeer variëren. Wat voor de één duidelijk is,
is voor een ander abracadabra. Uitgebreidere uitleg is verder te vinden
op zijn website het Chakraplein.
Rob is socioloog en chakratherapeut en heeft uitgesproken opvattingen over de
relatie therapie & non-dualiteit. Op zijn website zijn ze terug te vinden,
naast vele andere zaken. Rob is niet van plan satsangs voor groepen te
geven, maar zoekt het veel meer in de directe herkenning die vaak optreedt bij
het één op één werken met een cliënt/zoeker
op het gebied van gewaarzijn van energieën en lichaamsreacties.
In de aanloop naar ons gesprek, waarbij ik mij ‘ga alsjeblieft niet moeilijk
doen’ laat ontvallen, reageert hij dat dát misschien wel een
goed startpunt is voor dit interview.
Om maar meteen met de deur in huis te vallen: het alledaagse
(samen)zijn… eigenlijk komen daar geen vragen uit voort.
Vragen stellen houdt zichzelf in stand, het plant zich eindeloos
voort.
Tja..het alledaagse zijn. Je kunt alleen
voor jezelf spreken. Je bent de enige die dat alledaagse bestaan
direct ervaart. Van anderen kun je alleen maar aannemen dat zij
een zelfde bestaan hebben en een zelfde bewustzijn ervaren. Maar
je kunt er nooit zeker van zijn. Je bent hier dus altijd met
jezelf bezig, met je eigen bewustzijnsruimte….
Het is maar de vraag of uit dat alledaagse
zijn geen vragen opkomen. Het leven heeft de onaangename gewoonte
je – naast allerlei
aangename zaken - ongevraagd een hele stroom dilemma’s en
rampen voor te schotelen. De onvoorspelbaarheid van het leven is
spreekwoordelijk. Dat roept vanzelf vragen op. Je wordt belemmerd,
het zit je tegen, het lukt je niet wat je wilt. Waarom? Waarom
ik? Je wilt in feite alleen oplossingen, leuke dingen, gelukkig
zijn, rust hebben. Daarmee begint het zoeken.
Zijn die er nog wel, fanatieke zoekers?
Jawel. Die zoeken tientallen jaren of hun
leven er van af hangt. Maar zoekers zijn geen vinders, tenzij
ze inzien dat het juist het zoeken is, dat het vinden in de weg
staat. Zoeken is het bewegen in de tijd, en dat wat je zoekt
is juist het Tijdloze. De bron van alle beweging. Daarin past
geen enkel oordeel van fijn of verwerpelijk. Alles is wat het
is, en daar verander je niets aan. Fanatieke zoekers willen dat
niet horen. Ze willen resultaat zien, die ene definitieve aanwijzing,
die ene zin die alles oplost…. als een soort
penalty in de laatste minuut van de verlenging bij het WK. Maar
vragen bewegen zich – ironisch genoeg - van de Bron af.
Want wie stelt de vraag? Het onwetende denken!
Wie of wat biedt gelegenheid voor het vragen stellen? Dat is
de enige zinvolle vraag. Die verwijst direct naar wie je in wezen
bent. En dat is geen woord, maar een feitelijkheid. Het leven
zelf. De Kennende Ruimte, waarin zowel de vragen als de antwoorden,
als ook heel de wereld in verschijnt. Die Kennende Ruimte is
altijd al aanwezig. Die ben je. Daar hoef je niets aan te doen.
Zoeken is derhalve zinloos. Zeg eens tien keer in jezelf ’Ik besta’ en
stop dan ineens radicaal. Er valt dan plots een stilte. Er is
dan even geen denken. Verdwijn je dan? Val je uit elkaar? Ben
je er dan niet meer? Nee, natuurlijk niet. Je bent er nog steeds.
Je bent dat denken niet. Je bent Gewaarzijn, Ervaren en daarin
kan van alles verschijnen.
Maar ja, veel van die fanatieke zoekers willen alleen de Grootse
Ervaringen, waarover zij gelezen hebben. Maar dan heb je het dus
niet over het Zijn, maar over (tijdelijke) ervaringen.
Een oud thema van Zen is, hoe je tot een woordloze overdracht
komt van het woordloze… Datgene waar een ieder al lang
voor zijn geboorte over beschikt.
Ja, ik zat er net nog over te lezen in het
boek van Thomas Hoover ‘The Zen Experience’. Veel
zenmeesters worstelden met die vraag. Dat is eigenlijk heel vreemd.
Wanneer je hebt ingezien dat er geen onafhankelijke persoon bestaat
en dat alles en iedereen Een is, ofwel hetzelfde Zelf ‘heeft’,
dan is het toch duidelijk dat we allen diezelfde ‘Oceaan’ zijn.
Er is helemaal geen overdracht nodig. Je bent allemaal ‘Dat’,
dus er valt niets te zoeken of over te dragen, alleen maar te (h)erkennen
dat dit zo is. En het tijdstip van dat werkelijk herkennen maak
je ook niet als persoon uit. De Zenmeester ook niet. Het kan er
soms op lijken wanneer het je tijd is en het je toevalt door wat
een meester zei of deed. Maar het is niet meer dan een herkenning,
want wat je zocht was er al voor het zoeken begon.
Dat in Eenheid zijn ìs er mijns inziens al heel eenvoudig,
wanneer twee mensen samen in Aandacht zijn. Zoals Jezus al zei: ‘‘Waar
twee of drie in Mijn naam (hij bedoelde daarmee Bewustzijn) samen
komen, daar ben Ik’. En zo is het. Althans dat was vaak zo
bij Satsang, maar het gebeurt ook heel vaak bij mijn therapie.
Dat is heel subtiel, ver weg van het lawaai van veel Zenmeesters.
Dan voel je subtiele wijzigingen in jouw energieveld, en dan kom
je vanzelf in een heel subtiel voelen – vaak ver buiten het
lichaam - terecht. Dan kun je al herkennen wat Bewustzijn is, namelijk
puur Aanwezigheid. Dan herken je de geur ervan, de Stilte, de Kennende
Leegte. Soms gaat dat heel diep.
Je ziet dat je al die verschijnselen – waarvoor je in therapie
kwam - zelf niet bent. Dat is voldoende, die herkenning. Veel meer
kun je als verschijnsel ‘mens’ niet doen. Alles wordt
verder gedaan, dus ook de genezing, ook een eventueel proces naar
een permanent van daaruit leven, of het je toevallen van het leraarschap,
of het stil bij je houden van wat je gevonden hebt. Het maakt niet
uit. In ons Zijn, zijn we allemaal Een en dezelfde.
De meeste cliënten hebben nauwelijks door wat er gebeurt
of hebben er geen belangstelling voor. Ze zien het als een mooie
ervaring. Ik vertel ze wel dat dit is wat ze werkelijk zijn, maar
ik ga er geen druk op leggen. Alles gaat zoals het gaat. Degene
die het ‘gevonden’ heeft, staat echt niet boven zijn
medemens die het niet gevonden heeft, of er geen belangstelling
voor heeft. We doen het leven immers zelf niet als persoon. Het
leven doet het en ons denken holt er maar wat achter aan.
Ik vind ‘dit gaat Nergens over’,
zo’n losse
opmerking van iemand na het lezen van een advaita tekst op jouw
weblog, wel intrigerend. Wat moet je daar nu mee?
Ha! Dat zei de vrouw waar ik 25 jaar mee
getrouwd ben geweest. Wij hebben nog steeds prima contact. Die
heeft mij heel wat jaren zien zoeken en lezen en schrijven. Dan
stommelde ik weer blij de trap af met een nieuw Inzicht en dan
keek zij mij nuchter en een beetje verbaasd aan van ‘Ja,
nou èn, dat weet ik toch
al’. Door haar had ik al door dat Verlicht zijn een misverstand
was. Het was eenvoud in zich zelve. Het zou het meest natuurlijke
moeten zijn wat er was. Want zo was het bij haar. Ze had het er
nooit over. En nog niet.
Dat Nergens sloeg op het Niets, het Niet-Iets.
Wij zijn in de grond geen ding, geen object. Alles wat wij zien
zijn wij niet. Wij zijn het Zien zelf, en het zien kan zelf nooit
gezien worden. Wat wij in essentie zijn is onvindbaar, buiten
tijd en ruimte en dus ook niet te manipuleren.
Uiteindelijk was er bij mij de ontdekking dat
het niet in een ervaring was te vinden, maar dat het het ervaren
zélf is.
Wel, dat ‘doe’ je de hele dag door.
Ik ervaar zelf nog altijd een grote terughoudendheid om op
het onderwerp in te gaan. Tenzij er echte belangstelling voor
is. En soms kan ik er in een gewoon, geanimeerd gesprek ‘aan
tippen’.
Ja, na een paar keer mijn neus gestoten te hebben
is een stelregel voor mij dat je er alleen over praat met mensen
die er werkelijk in geïnteresseerd zijn. Anders heeft het
geen zin.
Men wil als eerste meestal weten, welk verschil het dan maakt
als je je wezenlijke natuur hebt gerealiseerd: hoe verandert
dat je leven dan..?
Eerst is er euforie. En je moet er ook vreselijk
om lachen. Dertig jaar gezocht naar de bril die je op had. Eindelijk
heb je het nu door. Je merkt ook dat het zoeken afgelopen is.
De drang is weg. Wat na het Inzicht verandert, is – althans
bij mij - dat je minder gebonden bent aan de gebeurtenissen van
de dag en de langduriger reacties daarop. Je hebt doorzien dat
je het leven niet als persoon leeft. Je wordt geleefd, dus de
druk is er af. Het leven gaat verder gewoon door. Ook de tegenvallers,
ook de mindere perioden. Het denken probeert regelmatig weer zijn
oude rechten op te eisen. Daar hoef je je alleen gewaar van te
zijn. Het is doorzien.
Je weet nu dat de dood niet bestaat, want het Zelf bevindt zich
buiten Tijd en Ruimte. Maar de wereld is je zeker niet onverschillig.
Het zal dan ook van je eigen programma afhangen hoe je verder reageert.
Soms vermoed ik ook dat het spreken
in ‘advaita grammatica’ niet
altijd bevorderlijk is voor goed begrip. Het mijden van persoonlijke
voornaamwoorden bijvoorbeeld of, wat ik noem het spreken vanuit
grote hoogten
– over de hoofden heen -. Bijvoorbeeld ‘er zit daar
niemand’, ‘ontwaakt zijn en slapen is hetzelfde’ en ‘je
kunt niets doen’.
Ik kan me voorstellen dat je mensen dan langere tijd, gefascineerd
, aan je kunt binden.
Ja, en voor vele leraren wordt het dan business.
Die proberen je ook vast te houden. Die worden boos wanneer je
naar een andere leraar gaat! Dat kost ze centen! Of ze zijn gekwetst
dat ze worden afgewezen. Daarom ben ik net als Gilbert Schultz
en John Wheeler zo gek op de Australische leraar Bob Adamson.
Deze heeft het Advaita van Nisargadatta gestript van alle toeters
en bellen, en praat pure taal. Hij weigert guru te zijn. Hij
propageert zelfonderzoek, waarbij het ego totaal wordt ontmanteld.
Er blijft geen spaan van je heel. Hij hamert er keer op keer
op dat je moet kijken naar waar dat ‘ik-centrum’ van
je is. Waar is die belangrijke persoon waar je zo veel vertrouwen
in stelt? Door dat kijken zie je dat alleen gedachten in bewustzijn
passeren. Je kunt ze niet beet pakken, beïnvloeden of stoppen.
Je gaat er niet over. En – wat belangrijker is - gedachten
zouden er niet zijn, wanneer er geen bewustzijn zou zijn. Gedachten
hebben geen onafhankelijk bestaan. Dus waar maak je je druk over?
Je bent die gedachten niet. Het zelfde geldt voor emoties.
Je bent ook niet het lichaam. Je kunt alles
van het lichaam zien, voelen of waarnemen. Wat je ziet ben je
niet. Nooit! Je kunt nooit zelf het object van zien zijn. Uiteindelijk
blijkt dus dat jij Bewustzijn bent. We weten dat wij bestaan,
omdat we wéten
dat we bestaan. Dat is de Eerste Instantie. En dat is wat wij werkelijk
zijn.
Nou, dat kun je iemand dus heel helder uitleggen en laten ervaren.
Zo mystiek is heel die zoektocht niet. Maar de meeste leraren maken
er abracadabra van, omdat ze weten dat ze geen invloed kunnen uitoefenen
op het Moment van Realisatie. Ze maken er daarom een poppenkast
van. Steeds maar van alles in de toekomst beloven of je verwijten
waarom je het maar niet ziet! Die plakken je vast aan het verwerven
van Bliss als bewijs voor Verlichting. Nou Bliss is ook maar een
ervaring. En een ervaring is altijd tijdelijk. Je houdt het niet
vol om altijd maar in Bliss te zijn. En wie ervaart het object
Bliss? Daar gaat het om! Jij als Ervaren, als Kennen, als Bewustzijn.
Je kunt ook ellende ervaren, dat is minder leuk, maar het tast
jou als Bewustzijn niet aan. De zon maakt het niet uit wanneer
er wat wolken op Aarde zijn of niet. Dus al dat hollen achter mooie
ervaringen aan, is allemaal entertainment. Het staat heel vaak
het laatste inzicht in de weg. Het vinden is in wezen heel eenvoudig.
Maar ja, de verleiding en/of de onwetendheid
zijn kennelijk te groot. Dan zie ik bij een Nederlandse Advaita
leraar bij zijn satsang, waar een paar dames vlak voor zijn voeten
in diepe aanbidding zitten. Het ziet er niet uit! Dan ben ik
gelijk weg. Degene die dat toestaat valt voor mij direct door
de mand. Dan kan hij mooie dingen zeggen, maar hij zit tegelijk
de kluit te belazeren. Niemand is meer of minder bewustzijn.
In essentie zijn wij niet-iets, ofwel Niets. Hoe kan je nu de
ene Niets méér Niets zijn, dan de
andere Niets. Dus graag ophouden met die flauwekul.
Je bent actief als therapeut, werkt o.a. met chakra’s.
Je beoordeelt dan in de dualiteit, want het gaat om jouw ervaring
van die ander…
Ik liep een tijd geleden vast in de therapie
die ik geef. Ik wist toen dat alles Een is, maar ook dat ik de
enige was die zichzelf direct als Leven kon ervaren. Immers, ik
kan jouw ervaren van jouw leven niet direct ervaren. Alleen het
mijne. Je bent tenslotte alleen een beeld in mijn bewustzijn. Bestaat
er dan wel iemand anders dan ik? Wie behandelde ik? Een niet echt
bestaand beeld in mijn Bewustzijn, of iemand die net als ik uiteindelijk
Een is, maar wel een Levensjas van een andere kleur aan heeft?
Daarmee kon ik dan weer aan de slag!
Kortom, was ik de enige ervaarder van beelden,
of één
temidden van miljarden van dat soort ervaarders, die allen toch
in wezen één wezen zijn, tegelijk met heel de natuur?
Maar ja wanneer ik een kleinkind in mijn armen heb ervaar ik het
toch wel als heel echt…
Wat vind je van de stelling van Wolter Keers, die zegt dat
elke angst is terug te voeren tot een angst voor liefdeverlies,
ik citeer: ‘…ik ben bang om mij te laten zien zoals
ik ben, want dan zullen jullie denken dat ik gek ben of slecht
ben, of noem maar op. En daar is dan de muur. ‘Ik hier
en de ander daar’. Zie je, wanneer ik denk dat Liefde iets
is dat ik kan bezitten, dan ben ik bang dat ik ze zal verliezen.
Maar het ogenblik dat ik met mijn hele wezen gezien heb dat ik
Liefde ben, wat dan?’
Alle onrust, alle ongeluksgevoelens,
alle angst komt door afscheiding. De Zondeval. ‘Ik’ versus
de wereld. Dan moet je je verantwoorden, je verdedigen, je best
doen. En jij – als
klein nietig wezen - moet het allemaal doen in een niet te begrijpen
oneindige wereld. En je begrijpt jezelf niet eens! Daarom hollen
we naar therapeuten, paragnosten, helderzienden en spirituele leraren
met de vragen ‘Wie ben ik?’, ‘Waarom is dit alles?’,
en ‘Waar ga ik naar toe?’. We zijn allemaal onzeker
en bang.
Wanneer de eenzame doener is doorzien als niet
bestaand, en je jezelf herkent als Oneindig (niet te traceren)
Bewustzijn, dan is die hele zondeval doorzien. Je bent in essentie
niet afgezonderd maar Een met Alles. Je ben alles (alle tijdelijke)
kwijtgeraakt en je hebt Alles (al het Tijdloze) teruggevonden.
Het leven van de persoon wordt nog wel ervaren, maar je bènt hem niet
meer. Dan treedt een geweldige ontspanning op. Dan kan een geweldige
ruimte of liefde ervaren worden, maar bedenk: wat je ervaart bèn
je niet. Wat je werkelijk bent blijft verborgen. Je blijft jezelf
eeuwig een raadsel. Je kent namelijk alleen wat je Zelf niet bent.
Het is zo subtiel allemaal. Het enige wat altijd waar is voor
jou is het Weten van Bestaan. Meer moet je niet willen weten, stop
daar radicaal, want anders zit je gelijk weer in het denken, in
het zoeken, in de woorden, in tijd. Dan sta je weer buiten en voor
altijd verlangend naar dat wat was.
[door
JZ] |