Uit: 'Look for yourself' van Douglas Harding: The Three Wishes

De drie wensen
Je krijgt wat je wilt, omdat je wilt wat je krijgt

Er was eens een eenvoudige boswachter die samen met zijn vrouw in het woud woonde. Op een dag, terwijl hij in de buurt van een beekje houthakte, hoorde hij gejammer. Aan de oever treurde een fee omdat ze niet aan de overkant kon komen. De boswachter nam haar kordaat op zijn rug en waadde door het water naar de overzijde. Toen hij haar aan de wal neerzette zei ze: 'Als dank voor je vriendelijkheid mag je drie wensen doen.' Bij hun simpele avondmaal vertelde de man zijn vrouw over de fee en de drie wensen. En breed-uit overwogen ze wat ze zouden willen wensen. Al pratend flapte de man eruit: 'Ik zou best een worstje bij dit uitgedroogde brood lusten.' Onmiddellijk belandde er een sappig worstje op zijn bord. Furieus over zo'n onnozele wens, schreeuwde zijn vrouw: 'Jij stuk onbenul, die worst zou je de neus uit moeten groeien'. En jawel, het volgende moment hing de worst aan de neus van de man. Nu waren de rapen gaar, de verwijten vlogen over en weer. Uiteindelijk besloten ze toch in overeenstemming alles weer ongedaan te maken zoals het was vóór zijn ontmoeting met de fee. En ook deze derde wens kwam onmiddellijk uit. Zoals de fee beloofd had, werden alle drie de wensen vervuld, maar alles bleef uiteindelijk zoals het was. De man en de vrouw kregen wat ze wilden en ze konden hun eenvoudige leven vervolgen met echter één verschil: het was nu hun keus.

Nu zou je kunnen zeggen: wat een verspilde kansen! Maar is dat wel zo? Was alles nu verloren voor dit arme koppel? Of heeft die laatste wens toch meer te vertellen en te betekenen dan het herstellen van een wanhopige situatie? Was het ondanks hun stommiteit uiteindelijk niet de meest wijze en belonende wens die ze zich konden wensen: de echte pot met goud? De wens die we uiteindelijk allemaal moeten wensen en die ons allen wordt gegeven?

Er zijn verschillende lessen te trekken uit dit bekende volksverhaal. We krijgen inderdaad allemaal die drie wensen. De eerste duidelijke wens is dat we krijgen wat we bewust willen. De tweede verborgen wens is dan dat we onbewust ook het tegendeel krijgen, de keerzijde van de medaille: het tegenovergestelde van wat we willen. Zonder die tweede wens blijft de eerste een illusie. De derde, meest verborgen en onbewuste wens, is dat we alles krijgen, zowel 'het goede' als 'het slechte', kortom alles wat ons overkomt. Onze oppervlakkige geest voelt zich hierdoor vaak beledigd, ze haat het en het boezemt haar angst in. Die laatste wens wordt klaarblijkelijk altijd in z'n geheel, totaal, vervuld.

Het is deze derde meest verborgen wens, ongeacht of we er nu aan toekomen dit al dan niet te erkennen, die ons diepste verlangen vertegenwoordigt. De waarheid is echter dat we allang hebben gekozen voor de wereld, en wel precies zoals die nu is. We zijn ons echter niet altijd bewust van deze cruciale keus. We onderdrukken het en we worden gekweld door de gevolgen ervan. We wassen de handen in onschuld voor de tragi-komedie die daaruit voortkomt en die zijn tol eist. Het werkelijke werk of leven is: de wereld in z'n totaliteit, preices zoals die zich aan ons ontvouwt, bewust accepteren. In het kort is dat de strekking van het boswachtersverhaal.

Spirituele leermeesters zijn het hier unaniem over eens. Jean Pierre de Caussade schrijft: 'God zegt, als je alle verzet opgeeft en je wensen volgt tot voorbij de horizon, en je je hart zonder reserves opent, er geen moment meer zal zijn dat je niet zult vinden wat je verlangt. Het huidige moment bezit de oneindige rijkdom van je wildste dromen.' Dit lijkt wens-dromende nonsens die domweg niet waar kan zijn. Zulk verregaand optimisme lijkt in tegenspraak met ons gezond verstand en hoe we het leven ervaren. Je moet hier echter niet blindelings op vertrouwen. Het vraagt om proefondervindelijk bewijs voordat iedereen het kan beamen, en nogal wat overredingskracht om onszelf, ploeterend en tobbend in een zee van teleurstellingen en frustraties, hiervan te overtuigen.

Ik wil je verder een aantal redenen aanreiken die de wonderlijke bewering van De Caussade bevestigt. Als we ons verzet opgeven, ons laten gaan en onze wensen voorbij onze bewuste verlangens volgen tot de grens van onze tot nu toe onbewuste wensen, zullen we onmiddelijke voldoening vinden. In feite is dat de reden waarom we niet krijgen wat we willen: we wensen niet genoeg, onze verlangens zijn veel te bescheiden, zoals bijvoorbeeld in het verhaal van het boswachtersechtpaar.
Zie wie je bent en alles valt op zijn plaats. Voor welk probleem je ook staat, het enig juiste antwoord is zien wiens probleem het is. Het antwoord op het probleem van je wil — wat je wilt en hoe je het kunt krijgen — is hierop geen uitzondering. Wie is het die dan weer het ene en dan weer het andere opeist of afwijst? Wie is dat nu echt? Los dat raadsel op en je hebt het raadsel van wat je werkelijk wilt en hoe je het kunt krijgen, opgelost.

Bekijk het eens zo: je hebt twee identiteiten, één die schijnbaar en tijdelijk is en een ander die echt en voor altijd is. Zoals anderen (van een afstand) naar je kijken, lijk je een vorm met duidelijke begrenzingen: substantieel, iets gekleurds op een duidelijke plaats, complex, zich bewegend van de ene plek naar de andere, de ene keer dingen 'willend' en dan weer niet 'willend'. Met anderere woorden één van die ontelbare kieskeurige en beperkte wezens. Maar wezenlijk, zoals je jezelf ziet (kijkend naar jezelf zonder afstand) ben je....? Kijk nu eens, op dit moment! Is het geen feit, een wonderbaarlijk en cruciaal feit, dat je, in je huidige aanwezigheid het tegenovergestelde bent van hoe anderen je zien en zoals jij jezelf tot nu toe hebt gezien? In plaats van een ding temidden van andere dingen, ben je de ruimte waar dit allemaal in verschijnt, met inbegrip van deze gedrukte woorden, de pagina, de handen die het boek vasthouden en de onscherpe achtergrond. JIJ alleen bent in de positie om deze alomvattende vraag te beantwoorden: aan welke kant van het tafereel sta je waar alles aan je verschijnt? Als je nu, in alle eerlijkheid jezelf aanziet voor iets, dat hier of daar veel waarneemt, neem dan nu een korte pauze. Jij bent de enige autoriteit, dus ga af op je eigen ervaring. Laat deze tekst even voor wat ze is en wijdt nog een keer aandacht aan het onderzoek: welke plek of ruimte neem je nu in? Misschien ontdek je dat deze plek door anderen en niet door jou wordt ingenomen!

Mocht je tot de ontdekking komen dat je Niet-iets bent en kun je je ermee verenigen dat je Ruimte, Beschikbaarheid bent voor alles waar je je mee bezighoudt, dan is het probleem van de wil — het krijgen zoals jij het wilt — opgelost! Als je inziet dat Ruimte niets nodig heeft en niets verlangt of opeist, heb je in werkelijkheid geen wil; Jij bent zelfvoorzienend. De waarneembare wezens en objecten, met inbegrip van je eigen lichaam, die in jou-als-Ruimte komen en gaan, zijn geen van allen in staat zichzelf ooit te vervullen. Hun behoeften zijn onvervulbaar; ze worden geleid door hun drang tot overleven. Dat gedrag karakteriseert uiteraard ook jou als — van buitenaf gezien —beperkte figuur, maar nooit als de onbeperkte Ruimte die je van binnenuit gezien werkelijk bent. Als beschikbaarheid voor objecten ben jij, het Subject, voor altijd bevrijd van dat alles, onveranderlijk, onbesmettelijk en onkwetsbaar.

Blijkbaar heeft deze van-zichzelf-bewuste, waarvan misschien nu duidelijk is dat jij dat bent, geen voor- of afkeur voor wat voor inhoud dan ook. De Leegte heeft absoluut geen weet van favorieten, voorkeuren, meningen, plannen, commentaar. Zoals een spiegel geen opinie heeft, geen enkel spoor nalaat, kwalijke noch tragische, schone of vrolijke zaken accepteert en weerspiegelt. Als je ware Zelf heb je geen voorkeur of afkeur, wat in de praktijk uiteindelijk betekent dat alles je instemming heeft. Het is onvermijdelijk dat 'zien-wie-je-bent' verantwoordelijk is voor wat is. Hier tref je natuurlijk een paradox waarover Angelus Silelius schreef: 'We bidden Uw wil geschiede, maar Hij heeft geen wil. Hij is slechts Stilte'. Als die Stilte snoep je van twee walletjes. Je krijgt wat je wilt, omdat je wilt wat je krijgt. Er is werkelijk geen andere wil dan die van Jou. Jij die zonder wil is.

Het lijkt er nu misschien op dat we de vaste grond van de eigen ervaring hebben ingeruild voor die van de devote speculatie. In het navolgende hoop ik je te laten zien dat het wel degelijk reëel is.
Laten we eens kijken hoeveel willen of wensen er nu eigenlijk zijn. Kijk eens naar het menselijk lichaam dat is samengesteld uit miljoenen wezentjes, cellen. Elke cel komt en gaat, onafhankelijk van het lichaam, als een geheel. Ieder volgt zonder pardon zijn overlevingsdrang en strijdt met de anderen om het beschikbare voedsel. En wat is het resultaat van dit ongebreidelde individualisme? Wonder boven wonder, ondanks zichzelf, vormt deze zee van complexe deelorganismes één enkel leven van een 'hogere' orde: de hele mens. Wanneer hij handelt en wandelt en zijn eigen gang gaat, dankt hij zijn bestaan aan die hele horde van afgescheiden organismes (cellen van de stembanden,van de tong, van de lippen, van de beenspieren, etc.) die op hun beurt weer hun eigen boontjes doppen die weer niets met het belang van het geheel te maken hebben. Het proces van de transmutatie van de wil begint niet hier, maar eindigt hier evenmin. De integratie van deze uiteenlopende belangen tot een geheel van een 'hogere' orde, speelt zich op elke niveau af: deeltjes in atomen, atomen in moleculen, moleculen in cellen, cellen in planten, dieren en mensen en zo langs de hele hiërarchie van delen en suborganismes die uitmondt in het geheel. Alleen in zijn geheel is het volstrekt compleet, zelfvoorzienend en nergens van afhankelijk. Dit heelal van het geheel is dus in feite één superorganisme: het enige waarachtige Individu. Dit Individu verenigt al die verschillende drijfveren, intenties en activiteiten van alle componenten op elk niveau, met inbegrip van de mens. De Caussade zegt het prachtig: 'Goddelijke actie zuivert het universum, vervult en doorstroomt alle schepselen.'

Hoe past de mens nu in deze immense kosmische orde? Van binnenuit gezien als Subject, hebben we Hem ontdekt als het Niets dat alles insluit, in één woord: het Geheel. En als we nu van buitenaf de mens bezien als een object, als het ding dat we tijdelijk een menselijk wezen noemen, ontdekken we dat dit ding zichzelf niet is zonder de 'ruggensteun' van al die andere wezens van elk niveau. Wat is de mens zonder de wereld van cellen, moleculen, atomen en deeltjes die hem van binnenuit samenstellen, zonder de wereld van de andere organismes, zoals de aarde, zon, maan en sterren die hem van buitenaf en van bovenaf in stand houden.
Zonder dat alles is hij niet zichzelf. De hele mens is het Geheel en alles is er. Hoe je Hem ook bekijkt, van binnenuit of van buitenaf, uiteindelijk is Hij het allesomvattende Zijn, die alle verschillende willen en wensen van alle wezens bundelt in één enkele wil of wens. Dit wordt Gods wil genoemd, en is niets anders dan jouw wil, wanneer je inziet wie je werkelijk bent en weet wat je werkelijk wilt, wanneer je tegenwoordig en compleet jeZelf bent. Je speelt die rol voor jezelf en anderen ogenschijnlijk als deel van het universum. Als geheel, als alles, speel je alle rollen. Strikt gesproken is de wil ondeelbaar en helemaal de jouwe. Mijn wil tegenover die van jou, die van ons tegenover die van een ander is allemaal het spel van kortzichtigheid en louter halsstarrigheid. Als dat-wat-je-werkelijk-bent wil en krijg je alles wat je werkelijk wilt.

Als we terugkeren naar de praktijk van alle dag, willen jij en ik winnen. Degenen die vitaal en voldoende oprecht zijn met zichzelf zullen moeten toegeven dat we hunkeren naar succes, ongeacht of dit succes materieel, psychologisch of spiritueel van aard is. De eerlijkheid dwingt ons te erkennen dat dit niet de hele waarheid is. Er is iets in ons, dat niet uit is op nog meer bezit, macht, status, creativiteit, heiligheid of wat dan ook. In feite (wat zijn we toch rare zichzelf tegensprekende wezens) ontdekken we vroeg of laat dat we ook hunkeren naar het tegendeel van dit alles: minder en minder in plaats van meer en meer. Zonder dat we het vaak zelf weten, smachten we naar verlossing van deze verzamelwoede en de bijkomende verantwoordelijkheden en angsten. Ons succes en bezit belemmeren onze vrijheid en eisen hun tol, maar we doen er weinig voor dat te doorbreken. Verslaafd, hunkerend naar lijden, neigen we naar steeds meer en meer. Dat verscheurt ons van binnen steeds meer. Je zou kunnen zeggen dat er een burgeroorlog woedt, zonder zicht op vrede. Die vrede komt er niet door overleg of wapenstilstand, maar door het conflict van beide kanten volledig te doorzien, tot voor beide kanten de overwinning behaald wordt. Onze drang tot meer en meer zal nooit bevredigd worden tot we alles zijn en onze drang voor minder en minder zal nooit bevredigd worden tot we niets zijn. Maar zoals het in sprookjes gaat, ook hier een gelukkig einde . Want het blijkt dat tegenovergestelde doelen tot één doel samenvloeien, één doel dat al bereikt is. Extremen ontmoeten elkaar en verenigen zich hier tot alles en niets: onze altijd aanwezige ware natuur. Ons probleem was niet de 'meer-minder tegenspraak', maar ons falen om te blijven kijken tot het zich absoluut oplost. Uiteindelijk vinden we hier het geluk, geduldig op ons wachtend, omdat we hier hebben wat we altijd al wensten. We wilden zowel alles als niets en dat is precies wat we al hebben. Wat een zegening als we onszelf kunnen loslaten.

Eenstemmig bevestigen heiligen, zieners en wijzen deze kostbare waarheid. 'Zijn wil is onze vrede,' zegt Dante bijvoorbeeld. Andersom is het nu juist onze wil — onze wens tot 'willen' als individuele wezens — die onze vrede versplintert. Dat is, volgens William Law, precies wat ons scheidt van God. Nogmaals De Caussade: 'Door verenigd te zijn met de wil van God kunnen we van Hem genieten en Hem tot ons nemen; het is een waanidee te denken dat dit heilige bezit op een andere manier tot ons kan worden genomen.'
Een sceptische leerling van Nisargadatta Maharaj zei dat als de leerling was wie de wijze zei dat hij was, dan kon hij alles krijgen wat zijn hartje begeerde. Nisargadatta beaamde dit. Hij zei: 'Alles zal gebeuren zoals jij het wilt, maar je moet het dan wel heel zeker willen.'

Nogmaals, geloof niemand op zijn woord. Jouw eigen, dikwijls herhaalde ervaring van het leven, schenkt je het klinkende bewijs. Natuurlijk was er soms wat geluk, maar hoe lang? Voldoet het lange termijn resultaat aan je verwachtingen? Is het zonder lijden? Alexander de Grote genoot niet lang van zijn overwinning op de toen bekende wereld; hij huilde omdat er geen landen meer over waren om te overwinnen. Cynici bevestigen ons dat er geen grotere teleurstelling is dan succes en tot op zekere 'hoogte' hebben ze gelijk. Tot de 'hoogte' van volledig succes, het werkelijke succes en de volledige vervulling. Wanneer we uiteindelijk de genade en het gezonde verstand hebben om JA te zeggen tegen die verzameling succesjes en mislukkinkjes en we bereid zijn samen te vallen met alles wat het leven aandraagt, dan pas valt er vrede over ons. Wanneer we wensen wat we krijgen zegt ons hart dat we het goede gewenst hebben en de juiste keuze hebben gemaakt. Dat is wat we werkelijk, werkelijk willen. We ontwaken en dat is het ware succes!

De prijs voor het afwijzen van wat we krijgen, kan erg hoog zijn. Depressie en overdreven bezorgheid, irrationele angsten met fysieke bijverschijnselen, het zijn waarschuwingssignalen dat een bewustzijnsverruiming noodzakelijk is. Die neurotische symptomen komen voort uit een innerlijk conflict: niet-erkende en niet-geuite wensen die niet samengaan met onze ogenschijnlijke bedoelingen. We onderdrukken onbewuste verlangens die desondanks deel uitmaken van de totaliteit en die telkens weer opduiken ter compensatie van de eenzijdigheid van onze bewuste geest.
Het onbewuste is niet het monster waar sommigen het voor aanzien. Carl Jung zegt hierover: 'Een dergelijke visie komt voort uit angst voor de aard van het leven zoals het is... Het onbewuste is alleen gevaarlijk wanneer onze bewuste houding onoprecht wordt en dit gevaar zo groot wordt dat we weigeren het onbewuste te zien of voor werkelijk te houden. Zodra de inhoud die in eerste instantie onbewust was, door de patiënt geassimileerd wordt, verdwijnt het gevaar voor onbewustheid. Met dat 'opnemingsproces' komt er een einde aan de afgescheidenheid van de persoonlijkheid en de zorg om de gescheiden koninkrijken van de psyche (het bewuste en het onbewuste; vert.) te handhaven.'

Deze welbekende en alom geaccepteerde principes zijn van toepassing op wat we 'het derde koninkrijk achter de psyche' zouden kunnen noemen èn op de koninklijke wens van het derde niveau, dat alles zal zijn zoals het is. Zoals het onderdrukken van het verlangen van het tweede, nog steeds menselijke niveau acute symptomen oproept, zo verschijnen er chronische 'existentiële' symptomen door het onderdrukken van het ware goddelijke basisverlangen.
Deze 'existentiële' symptomen monden uit in een diepe ontevredenheid met het leven zoals het is, een verlangen dat niet weet wát het verlangt.
Onze genezing is het licht van bewustzijn te laten vallen op het diepste van alles, op de onbenoembare Kern zelf, onze Bron en ware Wezen. Er is geen andere verlichting voor dit diepe lijden. We zijn genezen als we weten wat we willen. En we weten wat we willen,omdat we weten wie we zijn, namelijk die Ene die niets wil en alles heeft.
En dan duikelen we van de hel in de hemel. Nogmaals William Law: 'Er is alleen een hel daar waar de wil van het wezen zich afwendt van die van God, en er is een hemel daar waar de wil van het wezen (samen)werkt met die van God.'

Het voorafgaande is nogal abstract en algemeen, laten we het dus concreter maken en eindigen zoals we begonnen zijn, met een verhaal.
Elsie had een prachtige stem en wilde een gevierd zangeres worden. Ze spande zich hard in voor een auditie in een studio en uiteindelijk slaagde ze daar tot haar grote genoegen in. Maar toen liep alles in het honderd. Ze kon met grote moeite de studio vinden en kwam te laat. Er werd een nieuwe afspraak gemaakt, maar deze keer kreeg ze last van een keelontsteking die haar uitvoering de grond in boorde. Tijdens de derde en laatste gelegenheid was er verwarring bij de pianist over het te zingen nummer met als gevolg dat hij de verkeerde bladmuziek bij zich had. Het werd Elsie allemaal te veel. Ze werd depressief en nerveus en vertoonde grillig gedrag. Ze consulteerde een psychiater. Met zijn hulp ontdekte ze dat haar diepere onbewuste wens een andere was dan haar oppervlakkige en bewuste wens. Ze wilde helemaal geen carrière in de muziek, maar trouwen en een familie stichten. Door haar echte wens te onderdrukken, leed ze aan de symptomen die duidden op onderdrukking. Zijzelf had, zonder het zelf in de gaten te hebben de dingen zo geregeld dat ze misliepen. Haar tweede en diepere wens kwam echter ook niet uit. De mannen die haar bekoorden, wilden haar niet en ze maakte ruzie met de mannen die haar het hof wilden maken. Alweer zorgde ze voor haar eigen mislukking. Grenzend aan wanhoop en met een nieuwe lading psychosomatische klachten, zoals gezwellen en migraine, ging ze nu naar een leermeester in plaats van naar een psychiater. Deze hielp haar nog 'dieper' te gaan. Hij kreeg haar zover dat ze zag wie ze werkelijk was en wat die werkelijk wilde. Ze ontwaakte voor het feit dat haar derde en uiteindelijke wens niet een beroemde zangeres of een gelukkige huisvrouw noch iets anders was dan wat ze al was. Haar diepste verlangen was allang gerealiseerd. Ze wist dat ze aan de basis identiek was met alle prima donna's ter wereld en de zangeres-in-haar dus al in al haar pracht aanwezig was. En dat alle kinderen ter wereld, met inbegrip van alle volwassenen, haar kinderen waren. Ze zag dat door de vervulling van deze derde en laatste wens — dat alles is zoals het is — ook haar andere wensen vervuld waren.
Met een aantal kleine aanpassingen is Elsie's verhaal ook ons verhaal. We kunnen het ons eigenmaken en ontdekken dat Zijn wil inderdaad onze vrede, ons geluk is.

Het bovenstaande is een herziene versie van een artikel dat ik zo'n elf jaar geleden schreef. Het redigeren hield me bezig tijdens een van de fysiek meest pijnlijke weken van mijn leven, gedurende welke ik, in alle eerlijkheid, niet in praktijk kon brengen wat ik onderwees. Als ik de indruk heb gewekt dat ernstige lichamelijk pijn makkelijk te accepteren en te dragen is, als we onze wil maar verenigen met die van God, wil ik die indruk bij deze wegnemen. Te gretig heb ik de woorden van De Caussade 'Heiligheid van het hart is een simpel akkoord, een simpele instemming van de wil met Gods wil. Wat is er makkelijker?'
'Wat is moeilijker?' zou, gezien mijn recente ervaring, veel exacter zijn.
En toch heeft De Caussade het helemaal bij het rechte eind. IK zeg JA op mijn onmogelijkheid om ja te zeggen tegen ernstige fysieke pijn! Want per slot van rekening is het Gods wil, ofwel mijn diepste wens, om hier niet stoïcijns onder te blijven.

(Gepubliceerd en vertaald door K.S. met toestemming van de auteur)

 Douglas Harding 1996