Als er geen vrije wil bestaat,
kan ik achterover gaan zitten en wachten....

Jan Koehoorn

Er zijn veel Advaitaleraren die beweren dat er geen vrije wil bestaat. En er zijn veel leerlingen die dan denken dat ze dan maar achterover moeten gaan zitten en wachten. Toen ik nog bezig was met mijn zelfonderzoek, zo tussen mijn 25ste en 30ste jaar, heb ik eens een experimentje gedaan.

Dat ging ongeveer zo: Wat gebeurt er als ik dat inderdaad doe? Dus gewoon 's ochtends je bed uitkomen, en meteen naar de bank lopen en gaan zitten. Ik heb het niet eens één dag volgehouden geloof ik. Het was niet te doen. Ik stond ervan te kijken hoeveel verschillende acties er allemaal ondernomen worden. Ik was bijvoorbeeld vergeten om naar de wc te gaan op mijn wandelingetje van het bed naar de bank. Even later ging de telefoon en weer daarna begon er boven een kind te huilen. Er moesten trouwens ook nog boodschappen gedaan worden. Kortom, niets doen bleek onuitvoerbaar.

Was het experiment nu mislukt? Want ik had al vaak gelezen dat ik niets moest doen. Zou niets doen misschien iets anders kunnen betekenen dan lijdzaam gaan zitten wachten? Zou het iets anders zijn dan luiheid? Ik nam aan dat die zogenaamde guru's ook nog steeds gewoon naar de wc moesten. Of stel dat de hele wereld gerealiseerd zou zijn en iedereen zou de hele dag op een bankje zitten. Iedereen zou verhongeren. Het leek me allemaal niet erg natuurlijk, dat stil zitten.

Dan moest het dus iets anders betekenen. Een paar jaar later (ik was nogal een trage leerling) ontdekte ik hoe het zat. Als er geen vrije wil is, dan kan ik dus niets doen. Dat betekent niet dat er een ik bestaat, die iets of niets kan doen. Dat betekent dat die 'ik' zélf illusie is! Als ik op de bank ga zitten wachten, is er toch een plannetje, voor dat ikje. En dan is niets-doen gewoon het zelfde als iets-doen, alleen andersom. In beide gevallen verwacht ik een beloning voor dat ik. In beide gevallen is dat ik niet doorzien als zijnde een illusie. Maar als gezien wordt dat er niemand is die iets of niets kan doen, dan is ook meteen duidelijk dat ik sowieso al nooit iets 'doe'. Er gebeurt van alles, er wordt gegeten, gedronken, gelachen, gevreeën, gekozen, alleen: er is geen eter, drinker, enzovoorts.

Als de illusie van de doener doorzien is, zie je ook meteen dat alles altijd spontaan gebeurt. Het NU is de enige mogelijkheid. Er zijn geen alternatieven voor. Dus er is niet eens iets waaruit je zou kunnen kiezen. Soms kun je zien dat er keuzes vallen, maar dat gebeurt allemaal in die film waarvan ik de toeschouwer ben. Denken dat ik wel zou kunnen kiezen betekent dat ik me identificeer met een van de personages in de film, of met het kiezen zelf.

Jan Koehoorn