De kleur van de fata morgana
Jan Kersschot

Wanneer we ons identificeren met onze persoon, met het concept dat we denken te zijn, zijn we natuurlijk ook gebonden aan de wetten waarin deze concepten zich manifesteren. Hiermee staat of valt ons hele verhaal. Op zoek gaan naar het antwoord op de vraag, 'hebben we nu vrije wil of niet?' is een typische vraag van de persoon die in zichzelf gelooft. En daar knelt het schoentje.
Wanneer we in het midden van de Gobi woestijn een meertje zien dat omgeven is door enkele palmbomen, kunnen we inderdaad proberen dit te bestuderen. En wanneer we dichter komen, zien we plots dat er geen meertje is. In een flits is het volledig duidelijk dat er geen palmbomen zijn. Volledig moeiteloos is het ons plots zonneklaar dat er helemaal geen meertje is. We hebben plots 'gezien' dat het water maar een illusie was, een luchtspiegeling.

Maar hoe zit het met het standpunt van de fata morgana zelf? Hoe kan het meertje zichzelf onderzoeken? Kan een illusie ontdekken dat het een illusie is? En is het zinvol om illusoire eigenschappen toe te kennen aan dat 'ik'? Met andere woorden, ons afvragen of we nu vrije wil hebben of niet is net als een fata morgana die zich afvraagt of de kleur van het water in 'haar' meertje nu blauw of oranje is. Zolang we niet inzien dat de fata morgana zelf een illusie is, heeft het weinig zin om deze verder te gaan onderzoeken. Hoe kan een illusoir ik op onderzoek gaan naar zijn of haar illusoire kenmerken? En wat willen we daarmee bereiken? En wie wil dat allemaal zo graag weten?
Als we dus eerlijk willen zijn in deze materie, moeten we toegeven dat elk onderzoek en elk eventueel bewijs, zich in dezelfde illusoire wereld bevindt als de fata morgana zelf. Het is alsof de acteur op de videofilm die we thuis op ons televisiescherm zien, zich begint af te vragen of hij vrije wil heeft. Hij heeft net een moord gepleegd, en vraagt zich af of hij verkeerd heeft gehandeld. Of hij überhaupt de keuze had om het anders te doen. Natuurlijk is er geen vrije wil voor de acteur, het is gewoon een videotape die afspeelt in een videospeler. Maar de acteur heeft wel het volste recht om te denken dat hij vrije wil heeft. Denken of geloven staat vrij. Zich schuldig voelen over de moord, of er zich fier over voelen omdat het een hoger doel diende, het staat allemaal vrij. Geloven staat vrij. In die zin zijn we misschien vrij: we zijn vrij om te geloven dat we geen vrije wil hebben, of dat we het net wel hebben. Op een bepaald moment geloven we dat we vrije wil hebben, en dan lijkt dat ook zo te zijn. En op een ander moment zien we dat alles zomaar gebeurt, alsof wij geleefd worden door bewustzijn. En op dat moment is dat ook zo. Is dat niet fantastisch? Ons illusoir ik maakt — naar eigen geloof en fantasie — een 'eigen' wereld die heel realistisch lijkt. Met vrije wil, of zonder vrije wil. Beide visies zijn uiteindelijk concepten die als beelden verschijnen op een blanco scherm. Wolken die voorbij drijven in een blauwe lucht. En wij creëren deze wolken zelf, altijd opnieuw.
Naarmate we meer klaarheid krijgen over al onze vormen van bijgeloof, wordt het echter wel duidelijk dat alle concepten die onze maatschappij als zo belangrijk naar voor schuift, plots al hun waarde verliezen. En dat is voor de meeste mensen wel even schrikken, want wat moeten we dan met al die waarden waar we zo aan gehecht zijn zoals eerlijkheid, gerechtigheid, naastenliefde, enzovoort? Als onze persoon een illusie is, dan is de wereld waarin die persoon zich beweegt ook een illusie. Dan zijn alle concepten over verleden en toekomst, goed en kwaad, egoïsme en altruïsme, ook maar plaatjes op een beeldscherm. Dan wordt de stem binnenin, de stem die altijd commentaar wil geven, heel stil. Dan is het plots duidelijk dat al onze verwachtingspatronen, al die verlangens, al die geloofssystemen, al die politieke stelsels, niet meer zijn dan wolken die voorbij drijven. En dat geldt niet alleen voor theoretische concepten, maar ook voor wat we gewoonlijk als heel persoonlijk en dichtbij ervaren. Ook het idee gebonden te zijn aan een bepaalde persoon, is als een wolk die voorbij drijft. Een fata morgana die bij nader onderzoek geen wezenlijk bestaan heeft. Wanneer dat duidelijk is, is er geen behoefte meer om te discussiëren over vrije wil of gebondenheid.


Dit artikel is gebaseerd op een hoofdstuk van het boek 'Coming Home', Uitgeverij Inspiration, 2001 ISBN 90 802503 41

 Jan Kersschot