Denkend aan Bhakti zie ik talloze vrouwen bloemblaadjes strooien, kleedjes vouwen...

Februari 2002. Ik zit weer eens in een zaaltje, wachtend op gouden woorden van een Indiase advaita-leermeester. Voorin speelt zich af wat ik 'het bhaktispel' noem: foto's worden afgestoft en gerangschikt, bloemblaadjes worden over het altaar gestrooid, kleedjes worden rechtgetrokken, bloemen in vazen gedaan, kussens opgeschud, pluisjes weggeplukt, bloemslingertjes gearrangeerd, nogmaals pluisje hier, pluisje daar. Eén man, vier vrouwen en niet te vergeten de waterhaalster en het ikzithier, jijzitdaar-onderdeel en het bedekken van blote knieën met sjaals en rokken. Bijna overal hetzelfde ritueel, kennelijk ook nog anno 2002 in Nederland. Vraagtekens en irritatiegedachten komen langs in mijn hoofd; mijn 'ikje' doet 'een 'stap' opzij en ineens zie ik hoe toegewijd de devotees bezig zijn. Er komt ontroering in me op door het schijnbaar onschuldige ervan en ik herinner me dat Alexander wel eens zei: 'Elk ding is een doorkijkje naar God.' En hij zei ook: 'Er komt een moment dat je Bhakti zal ontdekken. Ineens is het er, zoals een kind plotseling woordjes spreekt. Dat moment is onvoorspelbaar maar het komt gegarandeerd. Het ligt in de aard der dingen. En het geldt niet alleen voor vrouwen'...

Ik vraag me af of dat wat ik zie 'Bhakti' is. En waarom het me ontroert én afschrikt. Hou toch op, bloemen schikken heeft niets met Bhakti te maken. Of wel? Ach joh, vrouwen zijn nu eenmaal zo, die moeten altijd ordenen en regelen en sfeer maken. Dat is de aard van het beestje. Heeft het nu wel of niet iets met Jnana te maken? Waarom maak ik me zo druk? Zijn Jnana en Bhakti twee uitingen van hetzelfde? Kan het ene niet zonder het ander? Ik ken het toch, het is mij toch ook overkomen, vroeger bij Osho, en later kocht ik sokken voor Alexander en maakte zijn wc schoon. Is dat Bhakti of is dat geen Bhakti? Wat is het verschil? Met ShantiMayi zong ik cheek to cheek de sterren van de hemel en zelfs bij Jan zorg ik, als ik de kans krijg, dat hij op tijd zijn water krijgt... Waar maak ik me nu druk om? Waarom reageer ik zo heftig? Ik vind het zo ouderwets. Ik krijg zo'n kriegelig oud gevoel. De tijden zijn veranderd en ik ben alleen maar geïnteresseerd in Jnana, Inzicht, Bewustzijn of Stilte. Punt uit. We leven nu, in 2002; het moet afgelopen zijn met bloemetjes leggen.
Wat zei Alexander eigenlijk over Bhakti? De ene keer vond hij Bhakti 'fantastisch', de andere keer was Bhakti alleen maar voor 'onvolwassen zoekers', afhankelijk van wie de vraag stelde of wie er tegenover hem zat. 'Jnana is te abstract voor vrouwen; Bhakti is geschikter voor ze', zei hij soms, maar hij zei ook dat Bhakti niet te scheiden was van Jnana en hij hield van rituelen. Kortom, daar had je ook al niets aan. En zo sudder ik nog een beetje door en geniet de rest van de avond van de rechtstreekse advaita-pijlen van Vijai Shankar (over wie later meer).
Maar, mijn gedachtegang heeft natuurlijk wel een staartje.
We maken een Amigo nummer over 'liefde', 'Liefde' of 'De Ware Liefde' en we weten niet waar we het over hebben! Is liefde hetzelfde als Bhakti? Komt liefde uit bij Bhakti? Komen Liefde en Bhakti uit dezelfde bron? Is Liefde wat we zijn? Is Bhakti wat we zijn? Is Bhakti de tegenpool of de aanvulling van Jnana? Of is Bhakti van een andere orde, een andere dimensie? Wat is het verschil tussen devotie en liefde of tussen devotie en inzicht? Of is devotie een uiting van Liefde? Is het waar dat er een moment komt dat Bhakti je bij je lurven pakt? Ik moet aan Jan (v.D.) denken die het hart van Wolter stal omdat hij tijdens een lezing van Wolter opstond en vroeg: Hoe komt het dat ik niet weet wat liefde is?
Wij weten het dus ook niet.
Inmiddels hebben we heel veel materiaal verzameld en ontvangen in ons streven naar inzicht en we hebben besloten alles zonder meer door te geven zodat elke lezer eruit kan halen wat voor hem of haar geschikt is. (Het antwoord van Wolter aan Jan was trouwens: 'Omdat je Liefde niet kunt zoeken. Dat bén je...')

Alexander Smit (1948-1998) over Bhakti
'Bhakti' betekent met alles in je directe omgeving omgaan alsof het voor je Guru is. Als je alles kunt doen in Zijn Naam, dan is dát Bhakti. Het woord bhakti betekent 'devotie', toewijding. Wat je ook doet, waar je ook werkt, in een fabriek of op een kantoor — doe het met uiterste toewijding. Beschouw alle dingen, al je vrienden en al je dierbaren als een 'altaar' waar je alles op kan leggen. Dát is devotie. Leg alles wat je hart beroert op je altaar. In het Hinduïsme is een pujatafel het symbool van toewijding. Houd niets achter. Hoe groter je liefde hoe minder je achterhoudt. Als er niets meer is om achter te houden, deel je alles met iedereen. Zo simpel is het bhaktipad. En het effect is onmiddellijk. Daarom voelen vrouwen zich er zo toe aangetrokken.
Alles waar je van houdt wordt heilig. Als je vioolspeelt wordt de viool heilig. Je zorgt voor je instrument, je poetst het op zodat het glanst en schoon is en een plezier voor het oog. Er is liefde, toewijding, devotie. Als die liefde er niet is, worden de dingen verwaarloosd; dan heeft het niet je hart, je bent onverschillig.
Echte devotie is allesomvattend, niet exclusief maar inclusief alles en iedereen. Je toewijding moet alles omarmen. Vanuit het Hart moet je alles omarmen. Alles. Je toewijding moet het Hart openstellen voor alle levende wezens. Dat is de ware betekenis van Bhakti. Als het niet alles en allen betreft, is het geen Bhakti. Dan is het sectarisch, 'heiliger dan Gij' en dat soort onzin.
Jnana en Bhakti komen uit dezelfde bron. Jnana, de weg van het onderscheidend onderzoek (wat is werkelijk en wat is onwerkelijk) eindigt bij Bhakti en Bhakti eindigt bij Jnana. Ze vullen elkaar aan en uiteindelijk gaan ze in elkaar op.
Devotie is de beste manier om je (psychologische) zelf totaal te verliezen. Want we hebben te veel controle over de dingen. We willen sturen. Maar bij zelf-realisatie is er absoluut geen controle meer. Er valt niks te sturen! Maar vrouwen kunnen het beter toelaten dan mannen. Daarom vinden vrouwen meer aansluiting bij Bhakti. Het past beter bij ze. Maar ik ben uiteraard verrukt als ze het Jnana pad verkiezen. Je zou natuurlijk kunnen vragen waarom ik Jnana-onderricht geef aan vrouwen als Bhakti beter bij ze past. En dat doe ik omdat ik weet dat ze zich uiteindelijk zullen wijden aan het ware en dat zijn zij Zelf, atman, het Bewustzijn zelf.'
(Fragmenten van een tape uit juni 1990)

Vivekananda (1862-1906) over Bhakti
Bhakti is een éénpuntig, werkelijk zoeken naar God; een zoeken dat begint, voortgaat en eindigt met liefde.
Het grote voordeel van Bhakti is de gemakkelijker en natuurlijke wijze, waarop het groot goddelijk doel wordt bereikt; een groot nadeel echter is dat het in haar lagere vormen vaak ontaardt in een weerzinwekkend fanatisme. [.] Alle zwakke en onontwikkelde geesten in elke godsdienst hebben uitsluitend het eigen ideaal lief en haten elk ander ideaal. Dit verklaart waarom dezelfde man, die zo vol liefde gehecht is aan z'n eigen ideaal van God en godsdienst, tot een brullend fanaticus wordt zodra enig ander ideaal zich aan hem voordoet. Dit soort liefde doet denken aan het instinct van de hond die zijn meesters eigendom bewaakt; maar het dierlijk instinct overtreft in dit opzicht menselijke rede, want de hond ziet in zijn meester nimmer de dief, ook al heeft hij een ander pak aan.
Om te vliegen heeft een vogel drie dingen nodig: de twee vleugels en een staart voor richtingbepaling. Jnana (kennis) is een der vleugels, Bhakti (liefde) is de andere en zelfbeheersing is de staart, die voor het evenwicht zorgt.
Zij [.] moeten er zich voortdurend van bewust zijn, dat vormen en ceremoniën, ofschoon onmisbaar voor de strevende ziel, alleen dienen om ons in de gemoedstoestand te brengen, waarin wij de meest intense liefde voor het goddelijke voelen.
Maar men vergete niet dat met volmaakte liefde ware kennis, zelfs indien niet gewenst, moet komen en dat volmaakt kennen en ware liefde niet te scheiden zijn.
(Uit: Karma Bhakti Yoga van Swami Vivekananda; uitg. Ankh-Hermes, 1975)

Een bhakta aan het woord:
Sahajo, een verlichte vrouw uit Rajasthan, India, 18e eeuw

No duality, no enmity.
Sahajo says: One is without desire.
In a state of contentment and purity,
There is no dependence on the other.
When asleep, one is in the empty sky of the divine;
When awake, one remembers the divine.
Whatever one says are divine words.
One practices desireless devotion.
One is ever-drenched with love,
Intoxicated in one's own being.
Sahajo says: One sees without discriminating,
No one is a beggar or a king.
The sage is alone, no need for company,
Her only companion is her own being.
She lives in the bliss of awakening,
She drinks the juice of her own self-nature.
The dead are unhappy, the living are unhappy,
The hungry are unhappy, the well-fed are unhappy.
Sahajo says: the sage alone is blissful,
She has found the eternal joy.

(Uit een prachtig boek van Osho, getiteld Showering Without Clouds — Reflections on the Poetry of an Enlightened Woman, Sahajo.
The Rebel Publishing House Pvt. Ltd., 50 Koregoan Park, Pune 411001 MS, India)

Osho sprak uitsluitend over Sahajo in het Hindi omdat hij vond dat de schoonheid van haar woorden niet in het Engels uit te drukken was. Het boek werd uiteindelijk in 1998 in een Engelse vertaling uitgegeven zodat we er toch van kunnen genieten. En wij wagen ons uiteraard niet aan een Nederlandse vertaling ervan.

[belle bruins]