'Yoga betekent verbinding,
maar verbinding tussen wat en wat?'

Johan van der Kooij over zijn leraar Jean Klein (†1998)

Toen ik aan yoga wilde gaan doen, ontmoette ik Wolter Keers. In mijn ogen voldeed hij helemaal niet aan het beeld van een yogaleraar; hij rookte en at en dronk waar hij zin in had. Toch was ik gegrepen door zijn eruditie en inzicht. Door hem kwam ik er achter dat er meer vormen van yoga bestonden dan de overbekende hatha-yoga (lichaamsyoga). Twee jaar lang sprak ik wekelijks met Wolter Keers over spiritualiteit, levensvragen en Zelf-realisatie. Wolter werd een vriend en leraar. Mijn thuisreis was begonnen. Om die zoektocht te verdiepen, introduceerde Wolter mij bij Jean Klein, een advaita-vedanta Guru die ook onderricht gaf in de kashmir-yoga. Twintig jaar lang volgde ik de seminars van Jean Klein in Nederland, Frankrijk en Engeland.

"When you want to know when it is time for your Self-realisation, ask the timeless in you. The timeless can only answer in its own language, so it will answer in the timeless. This answer can only be perceived in the timeles."
- Jean Klein -

Jean Klein was niet alleen advaita-vedanta leraar, maar ook een yogi die onderricht gaf in kashmir-yoga. In de kashmir-yoga worden de klassieke yogahoudingen uitgevoerd vanuit het energielichaam. Het energielichaam is het prana- of etherisch lichaam dat het fysieke en mentale lichaam voedt en doordrenkt. De voeding, de prana, is in beginsel ongeconditioneerd, net zoals het bewustzijn. Op het moment dat de prana binnen het mentale of fysieke lichaam vorm aanneemt is het geconditioneerd.

*Vedanta betekent simpelweg: de conclusie uit de veda’s. De veda’s zijn heilige geschriften uit het oude India. In de vedanta bestaan drie scholen: dvaita = dualistisch, advaita = non-dualistisch en vishishtadvaitavedanta = een stelsel daartussenin. De advaita vedanta zoals wij die nu kennen is steeds levendig gehouden door de eeuwenlange orale traditie die van meester op leerling werd overgebracht.

*Pranayama betekent letterlijk: beheersing van (levens)energie.

*Hatha-yoga betekent letterlijk: zon-maan verbinding. Hatha-yoga is in principe lichaamsyoga.

In de klassieke yogascholen wordt hatha-yoga gezien als voorbereiding op pranayama en pranayama is weer een voorbereiding op meditatie.

Voor ons westerlingen spreekt de directe weg, de advaita-vedanta of jnana-yoga ons wellicht meer aan dan de traditionele route van de ‘stap voor stap’ lichaamsyoga.

*Kashmir-yoga is een vorm van hatha-yoga, waarbij klassieke yogahoudingen worden uitgevoerd vanuit het energielichaam, het etherisch lichaam, dat je fysieke lichaam doorstraalt en voedt.

Jean Klein bracht de kashmir-yoga vanuit India naar Europa. Tijdens zijn seminars gaf Jean Klein onderricht in kashmir-yoga, pranayama, meditatie en advaita-vedanta. Jean Klein was altijd duidelijk over de rol van hatha-yoga in het licht van de advaita-vedanta: ‘Yoga kan je nooit tot verlichting brengen, maar geeft je wel een beter uitgangspunt’. Daarmee bedoelde hij dat deze energetische vorm van yoga een zekere openheid voor 'de Waarheid' kan ontwikkelen in het lichaam. Deze openheid is te voelen in het fysieke lichaam. Maar hij relativeerde het lichaamswerk ook. Als antwoord op een vraag waarom we eigenlijk hatha-yoga deden tijdens de seminars grapte hij: 'Just to pass the time'. Hij noemde de hatha-yoga liever lichaams-gewaarzijn, hij hield niet zo van het woord yoga: 'Yoga means connection, but connection between what and what?' Jean Klein gaf een directe, ervaringsgerichte vorm van kashmir-yoga onderricht. Hij liet het ons echt voelen. Hij leerde ons om zonder gebruik van het geheugen het tastgevoel te verkennen en vervolgens het ongeconditioneerde energielichaam te beleven. Op die manier is het mogelijk de onbegrensdheid van het lichaam te ervaren. Omdat het makkelijker is dit te voelen, dan het verstandelijk te begrijpen, volgt hier een korte oefening:
Ga makkelijk liggen, sluit je ogen, adem rustig in en uit. Breng je aandacht naar je linkerarm, ontspan je hele arm en laat het gewicht van je arm helemaal op de grond rusten. Ga nu met je aandacht in je linkerhand en daarna in je vingers. Voel hoe je hand de ondergrond aanraakt….Visualiseer nu de hand, de vingers, de handpalm, de rug van de hand, totdat je een duidelijke visualisatie van de linkerhand hebt…Vervolgens doe je dat ook met je onderarm en je bovenarm. Visualiseer nu de hele linkerarm…Dan laat je de visualisatie los…Ga opnieuw je linkerarm in met je aandacht, maar nu zonder te visualiseren, zonder herinnering aan je arm… Wat ontdek je? …Dat je helemaal geen arm hebt…er is misschien een vage prikkeling, misschien voel je hardheid of zachtheid, maar de arm als concept bestaat alleen als herinnering. Wat rest is een ruimtelijk gevoel.

Als ik naar een seminar van Jean Klein ging, had ik vaak een koffer vol met vragen; na een paar dagen verdwenen vrijwel alle vragen, er bleef er nog maar één over: Wie ben ik?
Het was indrukwekkend om in de nabijheid van Jean Klein te zijn, er ging een grote rust en helderheid van hem uit.
De benadering (of als je wilt de methode) van Jean Klein is misschien wel samen te vatten in één woord: observeer.
Wij zijn gewend om de klemtoon, het zwaartepunt, te leggen op datgene wat geobserveerd wordt, op de objecten. We zijn geïnteresseerd in de objecten omdat we daar geluk denken te vinden en ongeluk projecteren. Jean Klein stuurde in zijn onderricht onze zijnsoriëntatie rechtsomkeert, naar binnen toe.
Tijdens de seminars spoorde hij ons voortdurend aan om bewust waar te nemen, zowel tijdens de yogahoudingen, maar ook tijdens de innerlijke bewegingen van het denken en voelen. Het geduld en de warmte waarmee hij dat deed, is voor mij nog steeds voelbaar. Ik heb alles te danken aan zijn onvoorwaardelijke liefde.


Hieronder volgt een aantal van mijn favoriete citaten uit 'Open to the Unknown', Gesprekken in Delphi, die Jean Klein in 1990 in Griekenland hield.

Jean Klein: Ik veronderstel dat er oprechtheid is in deze ontmoeting, de oprechtheid om echt te kijken en te ontdekken wat het leven is. Het feit dat je oprecht bent betekent dat je al in vele richtingen gezocht hebt. Het verlangen om in vele richtingen te zoeken om het leven, je ware wezen te ontdekken, komt vanuit een innerlijke drang om achter de waarheid te komen, de innerlijke drang om je zelf te ontdekken. Als je werkelijk serieus zoekt in iedere richting, raak je uitgeput en ga je psychologisch gesproken failliet. Je voelt je volstrekt hulpeloos; je bent wanhopig; je weet niet meer waar je naar toe moet; elke straat loopt dood; je denken kan je niet langer helpen. Deze crisis is het belangrijkste moment in je leven. Je komt in een staat van volledig niet-weten. Je hebt geen hoop of verwachtingen meer. Het is een zeldzame gelegenheid waar het denken met zijn beperkingen wordt geconfronteerd, en omdat het als zodanig nutteloos is, geeft het denken op, dan ben je open, open voor niets, alleen maar open voor de openheid. Deze openheid is de drempel van je ware natuur. Verblijf daar in niet weten en je zult zien wat er gebeurt.

We zijn gewend om het denken en voelen te gebruiken om te begrijpen, dus moeten we tot het einde van het denken gaan, tot het moment van totale uitputting. Anders gezegd, de menselijke geest moet zijn beperkingen kennen. Hierdoor ontstaat er een volkomen ontspannen toestand. Het denken functioneert in tijd en ruimte, maar wat we wezenlijk zijn is buiten de tijd. Dus tijd, het denken kan nooit begrijpen wat buiten de tijd ligt. Als het denken uitgeput is zijn we bij de drempel van onze ware natuur. Deze drempel is een globale gewaarwording, vrij van mentale concepten. Intellectueel begrijpen lost op in stilte, en deze stilte is onze ware natuur. Misschien hebben we een heldere mathematische voorstelling in ons denken, maar dit begrip is nog steeds objectief; het mathematische begrip moet volledig oplossen in het begrijpen zijn , wat een globale gewaarwording is. Het is deze globale gewaarwording als we spreken over het begrijpen zijn.

(M.a.w. je kunt iets be-denken, een metafoor of een voorbeeld uit het dagelijks leven, maar dat is allemaal gedachtengoed, het begrijpen zijn betekent gevestigd zijn in het gebied waar het denken in verschijnt. vertaler).

Je kent momenten in het dagelijks leven, waarin je volledig afwezig bent als persoon. Deze afwezigheid kun je niet denken, die ben je. Als je jezelf voor een persoon houdt, dan maak je een object van jezelf, en in het dagelijks leven ben je als zodanig verbonden van object naar object. Dan bezet je een deel van jezelf, en een deel kan alleen maar een deel zien. Door een gedeelte te zien kan er niets anders dan reactie ontstaan, en reactie kan alleen maar conflicten creëren. Maar als je vrij bent van jezelf, vrij van het idee een iemand te zijn, in deze afwezigheid van jezelf, ben je werkelijk aanwezigheid, alomvattende aanwezigheid. Dan zie je de omgeving zonder referentie, vanuit je totaliteit, vanuit je alles omvattende eenheid. Er is geen reactie meer, er is alleen maar actie. Er is geen entiteit in de kosmos. Er is alleen maar functioneren. Er is niet iemand die functioneert.

Hoe kan het zijn dat je jezelf bevrijdt van het verleden als je alleen maar observeert?

Jean Klein: Zie hoe door op de juiste manier te observeren de patronen in je lichaam-denken-voelen veranderen. Zie het effect dat het heeft op je om het observeren te zijn.

Als je denkt aan het verleden, is dat het heden, een gedachte in het nu. Dus in werkelijkheid is er geen psychologisch verleden. Er is een chronologisch verleden, maar dit is maar een klein percentage van wat we 'het verleden' noemen. Negentig procent van het zogenaamde verleden is daarom fictief. Het psychologisch verleden is er alleen om het 'ik-concept' te behouden, en het 'ik-concept' is uitsluitend uit geheugen opgebouwd. Het meeste van ons zogenaamde geheugen is psychologisch. Als je werkelijk ziet dat het 'ik' op zich geen bestaan heeft, dat het een gedachte is, dan wordt het psychologisch geheugen opgegeven. Enorme hoeveelheden energie en spanning worden besteed aan het denken over en onderhouden van een psychologisch verleden. Als we zien dat het alleen maar dagdromen is, geven we het op en dan is er plotseling een diep loslaten, een diepe ontspanning, die ons naar een toestand van openheid brengt. Vrij van het 'ik-idee' en psychologisch geheugen, we zijn open voor intelligentie, open voor een zuiver functioneel geheugen, een kosmisch geheugen, een universeel geheugen.

We kunnen alleen maar weten wat we niet zijn; we kunnen nooit kennen wat we zijn, want we zijn het kennen. Zie op het moment zelf hoe dit begrijpen op je inwerkt: dat je het nooit kunt kennen, je kunt het niet vertegenwoordigen, je kunt het alleen maar zijn. Dan is er een natuurlijk, onvermijdelijk opgeven. Het is een transformatie van energie. Er gebeurt iets in je lichaam, in je hersencellen, en er komt een moment dat je voelt dat je niets bent, en je voelt jezelf in dit niets. In dit niets is er volheid.

U heeft gezegd dat het moment van ‘sochtends wakker worden heel belangrijk is. Kunt u vertellen waarom?

Jean Klein: In de diepe slaap is er geen kenner. Dat is een toestand zonder kenner. In die zin is het dichter bij onze ware natuur, dichter bij de toestand die geen toestand is, dan bij de wakende toestand en de droomfase, die een kenner veronderstellen. Het bewustzijn wordt bedekt met de drie fases. Voordat je gaat slapen 'savonds, geef dan al je eigenschappen op, laat alles wat psychologie is, ieder residu van het denken, ideeën problemen, spanningen, etc, oplossen. Totdat er maar een eigenschap overblijft, het zijn zonder eigenschap. Met andere woorden, kom te weten wat permanent is in je, en dat wat permanent is straalt. Het loslaten van alles wat niet permanent is, alles wat je niet bent, is net als het opgeven op het moment dat je sterft. Als je sterft, moet je hoe dan ook al je eigenschappen opgeven. En als je sterft moet je die eigenschappen bewust opgeven. Waarom zou je wachten tot dat moment? Waarom zou je niet iedere avond sterven opdat je kunt zien dat er geen dood bestaat. Als je totaal gestorven bent, 'savonds, zul je 'sochtends zelf al aanwezig zijn voordat het lichaam wakker wordt. Dat is een heel belangrijk moment. Omdat je dan overtuigd bent dat de achtergrond van het bewustzijn nooit beïnvloed raakt door het verschijnen van de drie fases.

Wilt u ons alstublieft vertellen over hetgeen satsang genoemd wordt.

Jean Klein: Vertel me eerst wat je onder satsang verstaat.

Gewoonlijk betekent het woord dat je in goed gezelschap bent, in de buurt van iemand die gezegend is.

Jean Klein: Maar dat hangt helemaal af van het standpunt dat je inneemt. Van het standpunt van het denken, van het ik, ben je nooit in goed gezelschap. Je bent voortdurend in: Ik wil, Ik moet, Ik zal. Van daaruit kun je nooit goed gezelschap hebben of zijn, omdat goed gezelschap begint met jezelf. Een leraar ziet zichzelf niet als een leraar. Hij of zij geeft zonder iets te vragen. Hij houdt zichzelf voor niets, en op die manier zorgt hij dat het niets in jou ontwaakt als hij zegt: je bent nietsheid. Dat is echte gezamenlijkheid. Dat is perfect gezelschap.

[Johan van der Kooij]