De mythe van de verlichting
- Justus Kramer Schipper -

Verlichting, bevrijding, verlossing, zelfrealisatie: het zijn allemaal woorden, die verwijzen naar een gesteldheid waar iedere zoeker naar inzicht en waarheid zo zijn denkbeelden over heeft. Het moet haast wel erg begeerlijk zijn anders zou er niet zo naar gezocht worden.
Het grootste misverstand omtrent verlichting is dat het gezien wordt als een eigenschap, die te verwerven valt. Iets wat toegevoegd wordt aan je bestaan, aan je leven, en dat plezierig is te hebben, ja zelfs misschien wel het allerbegeerlijkste wat je je zou kunnen voorstellen. Het kan zelfs een obsessie worden, waarbij geluk je alleen ten deel valt als aan de noodzakelijke voorwaarde van het verkrijgen van die eigenschap is voldaan. En dus zolang we die eigenschap, die verlichting, nog zoeken, zijn we van tijd tot tijd diepongelukkig en wanhopig. Wanneer zou ik toch eindelijk eens de staat van verlichting bereiken?

Het probleem zit in het feit dat verlichting niet iets is wat toegevoegd wordt, maar de staat is die overblijft als niet-verlichting wegvalt of afvalt. Wat blijft er over als je de meubels uit je kamer verwijdert? Juist, ruimte, leegte, die nodig is om meubels te kunnen plaatsen. Waar was die ruimte? Die ruimte was in die kamer altijd al aanwezig: met of zonder meubels, die ruimte en die leegte is daar altijd. Pas als de meubels weg zijn valt de ruimte ons op. Iets soortgelijks doet zich voor met verlichting. Verlichting is er altijd, het is de achtergrond, de ruimte, de leegte, die we zijn vanwaaruit we niet-leegte waarnemen. Over leegte valt niets te zeggen: het heeft geen afmetingen, je kunt het niet pakken, je kan het niet begrijpen, niet bevatten, het heeft geen eigenschappen, het weegt niets, je kan het op geen enkele manier waarnemen. En toch is het een noodzakelijke voorwaarde om objecten te scheppen in die leegte, willen we überhaupt een waarneming kunnen doen. De objecten die gemanifesteerd worden zijn van een oneindige varieteit. Alles wat waargenomen kan worden tegen de achtergrond van leegte is een object. Ook gedachten die voorbij fladderen als wolken in de lucht. Wat zit er tussen twee gedachten in? Niets, leegte, de achtergrond van waaruit we waarnemen, het waarnemen zelf. Alle gedachten samen vormen in een ander object, wat we lichaam noemen, een ego. Dat ego bestaat dus uit een reeks van gedachten, reacties op gedachten, die op zichzelf ook weer gedachten zijn, voorkeuren (niet anders dan een gedachte dat de ene waarneming beter, wenselijker is dan een andere waarneming), afkeuren, wensen en verlangens. Al die gedachten ontstaan vanuit de leegte in de leegte en er wordt nog een gedachte aan toegevoegd nl dat wij dat complex van gedachten zijn. Dat heet identificatie. We vergeten dat we waarnemen vanuit de leegte, ja die leegte zijn. Dat is stilte, want er valt niet over te denken noch over te spreken. Maar we denken dat we datgene zijn dat we waarnemen i.p.v. het waarnemen zelf. Daar zit het misverstand, de pijn en het grote probleem. Want zodra we gaan zoeken naar verlichting, wie zoekt er dan? In elk geval niet de leegte en de stilte, want die zijn leeg en stil. Het is dus het complex van gedachten, het ego, dat voortgaat met denken en verlangt dat het niet meer denkt. Maar dat op zich is een gedachte. Een droste blikjes tunnel, waar nooit een eind aan komt. Want verlangens zijn gedachten en je kunt dus niet verlangen dat je geen gedachten meer hebt; immers zodra je dat verlangt, denk je.

Maar wat is het dan die verlichting. Nogmaals: de leegte, de stilte waar niets over te zeggen valt. Eigenlijk is het geven van een naam (in dit geval stilte en leegte) al teveel gezegd. Maar die stilte en leegte is er altijd, is nooit weggeweest en is er in iedereen. Als referentie-ervaring kun je eens een keer aandachtig toezien op wat er gebeurt in de tijd tussen twee gedachten. Dan ervaar je de stilte. Je bent niet bewusteloos, maar er is geen gedachte, alleen heldere aandachtigheid. Dat betekent dus niet dat je weet wat die staat van aandachtigheid is, die stilte, maar je kan het wel ervaren. Waar verlichting dus op neerkomt is niet het toevoegen van een eigenschap maar andersom juist het wegvallen van een eigenschap: het voortdurend, onafgebroken voortgaan van de gedachtenstroom. Wat overblijft als dat wegvalt is de staat van verlichting. En die is er dus altijd als achtergrond voor iedereen, die is er nooit niet geweest. Zodra het ego wegvalt is verlichting wat overblijft. Maar pas op: verlangen naar verlichting maakt het ego sterker en doet verlichting verder weg lijken te zijn. Lijkt, omdat het altijd gewoon altijd als achtergrond aanwezig is. De staat van verlichting is dus niet bereikbaar door het wensen ervan. Het is een veranderde staat van waarneming , waarbij identificatie met het waarnemen ontstaat i.p.v. met het waargenomene. Het verschil tussen ‘verlicht’ en ‘niet-verlicht’ is of er identificatie is met de stilte, de leegte, de achtergrond, het waarnemen zelf óf identificatie met waargenomen objecten zoals ego, baan, mijn baas, collega’s, relaties, nieuwe auto, banksaldo etc. Verlichting is wegvallen van de ‘verkeerde en belastende’ identificatie.

Als het ego wegvalt, dan valt het ‘ding’ weg dat eigenlijk alleen maar kwettert in termen van goed, kwaad, wenselijk, ongewenst, begeerlijk, wat leuk is wat niet leuk, prettig en onprettig enz. Neem de proef op de som: ga naar een terras en volg de verschillende conversaties op afstand. Naar schatting bestaat 90% van de gesprekken uit mededelingen over wat er mis ging, hoe stom mijn baas was, wat een zeurpiet mijn collega is of hoe gemeen, hoe slim pietje is, hoe dom Jantje, hoe mijn moeder zat te zeuren, hoe mijn vader geen aandacht voor me had, wat de gemeente nu weer voor een stom plan heeft, de afschuwelijk hoge belasting, de veel te lage uitkering, te warm, te koud, te nat of juist te droog enz. enz. Stel je voor dat dit kwetterding wegvalt, is het dan niet zo dat ook de voor- en afkeuren en de oordelen wegvallen? En als er geen voor- of afkeur is, geen oordeel, zouden we dat dan niet kunnen beschouwen als een staat van neutraliteit? Wat overblijft is dan leegte, stilte, een heldere alerte staat van waarnemen, die niet gestoord wordt door het toeëigenen van gedachten. Een staat waarin geaccepteerd wordt Wat-Is, zonder gedachten, zonder afkeuren of goedkeuren, zonder voorkeuren. Er vinden zeker nog steeds handelingen plaats, maar die worden waargenomen als elk andere manifestatie zonder identificatie ermee. Dat is verlichting. Vóór het wegvallen van het ego doe je de afwas. Na het wegvallen van het ego doe je nog steeds de afwas. Zo dichtbij ligt verlichting. Maar er is wel degelijk één belangrijk verschil: zonder verlichting is er verzet, zijn er meningen en meningen geven onvermijdelijk pijn. Daarna zijn er geen meningen en is er geen verzet en dus ook geen pijn.

Maar hoe kun je je ego laten wegvallen? Daar is nu weer de val: deze vraag is een gedachte die waargenomen kan worden en maakt onderdeel uit van het ego. Als het ego zich gaat bezighouden met het opheffen van zichzelf, dan is het als het knijpen in een ballon. Waar je knijpt verdwijnt inderdaad de lucht uit de ballon en daarmee in zeker zin de ballon zelf, maar er ontstaat een grotere luchtbel op een andere plaats. Wat kunnen we dan doen? Alleen als het inzicht er is dat er niets valt te doen, kan de identificatie met objecten (dus ook gedachten) oplossen. De wezenlijke vraag die er toe doet is: ben ik de waarnemer van objecten/gedachten of identificeer ik mij met objecten/gedachten? Zodra er sprake is van identificatie, is er sprake van een aan elkaar verbonden pijn-plezier relatie, zoals kop en munt de 2 zijden van een geldstuk vormen. Identificatie ontstaat omdat we denken plezier te kunnen hebben zonder de tegenpool pijn. Als je daar goed over nadenkt blijkt dat niet mogelijk te zijn. Overigens komt daar ons zoeken naar verlichting uit voort: we willen alleen plezier zonder pijn. We vermoeden dat verlichting ons dat kan brengen. Maar dat kan nooit, dat is een mythe, dat is zelfs een leugen! Verlichting ontstaat als het verlangen naar plezier (en daarmee pijn) zonder wilsinspanning opgelost wordt en er acceptatie van Wat-Is voor in de plaats komt. Acceptatie van Wat-Is, zonder weerstand, zonder verzet, zonder mening. Dat is verlichting en bestendig geluk.

[Costa Rica, mei 2002, Just Kramer Schippers]