Een rondje Realisatie...
Een rondje langs diverse bronnen die zichzelf als bron hervinden.

De steenhouwer uit de Tao van Poeh - Dweller on the Treshold van Van Morrison - Ithaka van K.P. Kafavis - Chinees gedicht - Steven Harrison - Freek de Jonge - Byron Katie - Tony Parsons - Hermann Hesse - Ramesh Balsekar


Alweer zo'n cirkel redenatie…
----------

De steenhouwer
Uit de:'Tao van Poeh', geschreven door Benjamin Hoff en uitgegeven door Sirrus en Siderius.
(ISBN 90-6441064x)
.

Er was eens een steenhouwer die ontevreden was met zichzelf en zijn plaats in het leven.
Op zekere dag kwam hij voorbij het huis van een rijke koopman en zag door de openstaande poort vele prachtige bezittingen en gewichtige bezoekers. Wat moet die koopman machtig zijn!, dacht de steenhouwer. Hij werd erg jaloers en wenste dat hij net zo kon worden als de koopman. Dan zou hij nooit meer het leven van een eenvoudige steenhouwer hoeven te leiden.
Tot zijn grote verbazing wérd hij plotseling de koopman, bezitter van meer weelde en macht dan hij ooit had durven dromen, benijd en verafschuwd door hen die minder rijk waren dan hij.
Maar al spoedig kwam er een hoge beambte voorbij in een dragstoel, vergezeld van zijn gevolg en geëscorterrd door soldaten die op gongen sloegen. Iedereen, ongeacht zijn rijkdom, moest een diepe buiging maken voor de stoet. Wat is die beambte machtig!, dacht hij. Ik wilde dat ik een hoge beambte kon zijn.

Daarop werd hij de hoge beambte, rondgedragen in zijn met borduursel afgezette draagstoel, overal gevreesd en gehaat door de mensen die moesten buigen als hij voorbij kwam. Het was een hete zomerdag en de beambte voelde zich erg onbehaaglijk in zijn benauwde draagstoel. Hij keek op naar de zon. Die stond trots aan de hemel. Wat is de zon machtig!, dacht hij. Ik wilde dat ik de zon was!

Toen werd hij de zon, die genadeloos neerscheen op alle mensen, de akkers verschroeide en vervloekt werd door boeren en knechten. Maar een enorme zwarte wolk schoof tussen hem en de aarde, zodat zijn licht niet langer meer scheen op alles daar beneden. Wat is die regenwolk machtig! dacht hij. 'Ik wilde maar dat ik, die wolk was.

Toen werd hij die wolk, overstroomde de akkers en dorpen en werd door iedereen toegeschreeuwd. Maar al gauw merkte hij dat hij werd weggeduwd door een grotere karcht en besefte dat dit de wind was. Wat is die machtig!, dacht hij. Ik wilde maar dat ik de wind kon zijn!

Toen werd hij de wind, blies pannen van de daken, ontwortelde bomen en werd gehaat en gevreesd door iedereen. Maar na enige tijd stuitte hij op iets wat niet meegaf, hoe hard hij er ook tegen blies: een gigantische steen, die boven alles uittorende: Wat is die steen machtig!, dacht hij. Ik wilde maar dat ik een steen was! Toen werd hij de steen, machtiger dan al het andere op de wereld.

Maar toen hij daar stond, hoorde hij het geluid van een hamer, die een beitel in de massieve rots sloeg en hij voelde dat hij werd veranderd. Wat zou er machtiger kunnen zijn dan ik, de steen?, dacht hij. Hij keek neer en zag beneden, in de diepte, de gedaante van een steenhouwer...


Van Morrison: de muzikale Odysseus, niemand die op zo'n prahtige manier zijn zoektocht ten gehore weet te brengen, soms met directe verwijzingen naar het non-dualistische gedachtegoed: Alan Watts blues, No Guru no method no teacher, Hymns to the silence, Enlightenment.

Deze special voor de aartstwijfelaars onder ons:
-----

Dweller On The Threshold
Van Morrison

I'm a dweller on the threshold
And I'm waiting at the door
And I'm standing in the darkness
I don't want to wait no more

I have seen without perceiving
I have been another man
Let me pierce the realm of glamour
So I know just what I am

I'm a dweller on the threshold
And I'm waiting at the door
And I'm standing in the darkness
I don't want to wait no more

Feel the angel of the present
In the mighty crystal fire
Lift me up consume my darkness
Let me travel even higher

I'm a dweller on the threshold
As I cross the burning ground
Let me go down to the water
Watch the great illusion drown

I'm a dweller on the threshold
And I'm waiting at the door
And I'm standing in the darkness
I don't want to wait no more

I'm gonna turn and face the music
The music of the spheres
Lift me up consume my darkness
When the midnight disappears

I will walk out of the darkness
And I'll walk into the light
And I'll sing the song of ages
And the dawn will end the night

I'm a dweller on the threshold
And I'm waiting at the door
And I'm standing in the darkness
I don't want to wait no more

I'm a dweller on the threshold
And I cross some burning ground
And I'll go down to the one
Let the great illusion drown

I'm a dweller on the threshold
And I'm waiting at the door
And I'm standing in the darkness
I don't want to wait no more

I'm a dweller on the threshold
Dweller on the threshold
I'm a dweller on the threshold
I'm a dweller on the threshold


Over Odysseus tocht:
-----

Ithaka
- K.P.Kafavis -
(vertaald door H. Warren/Mario Molegraaf)

Als je de tocht aanvaardt naar Ithaka
wens dat de weg dan lang mag zijn,
vol avonturen, vol ervaringen.
De Kyklopen en de Laistrygonen,
de woedende Poseidon behoef je niet te vrezen,
hen zul je niet ontmoeten op je weg
wanneer je denken hoog blijft, en verfijnd
de emotie die je hart en lijf beroert.
De Kyklopen en Laistrygonen,
de woeste Poseidon, je zult hen niet ontmoeten
als je ze niet in eigen geest meedraagt,
je geest hen niet gestalte voor je geeft.

Wens dat de weg lang mag zijn.
Dat er veel zomermorgens zullen komen
waarop je, met grote vreugde en genot
zult binnenvaren in onbekende havens,
pleisteren in Phoenicische handelssteden
om daar aantrekkelijke dingen aan te schaffen
van parelmoer, koraal, barnsteen en ebbehout,
ook opwindende geurstoffen van alle soorten,
opwindende geurstoffen zoveel je krijgen kunt;
dat je talrijke steden in Egypte aan zult doen
om veel, heel veel te leren van de wijzen.

Houdt Ithaca wel altijd in gedachten
Daar aan te komen is je doel.
Maar overhaast de reis in geen geval.
Beter is dat die jaren duurt,
zodat je oud zult zijn
wanneer je bij het eiland
het anker uitwerpt,
rijk aan wat je onderweg verwierf,
en niet verwachtend
dat Ithaka je rijkdom schenken zal.

Ithaka gaf je de mooie reis.
Was het er niet,
dan was je nooit vertrokken,
verder heeft het je
niets te bieden meer.

En vind je het er wat pover,
Ithaka bedroog je niet.
Zo wijs geworden,
met zoveel ervaring, zul je al
begrepen hebben
wat de Ithaka's beduiden.


een Chinees gedicht:
------

Toen ik kind was
waren bomen bomen,
mensen mensen
en paarden waren paarden.
De lucht was de lucht
en de zon was de zon.

Toen ik ging ik op zoek
en werd spiritueel.
toen waren bomen mensen
mensen waren de zon.
de zon was wolken
en wolken waren water.

Nu ik mezelf weer gevonden heb
zijn bomen weer bomen
en de zon is de zon
mensen zijn weer menesen
een wolk weer een wolk.

 


'Ik zocht verlichting,
ik bestudeerde de grote wijsheidstradities,
ik sprak met goeroe's en zieners,
ik mediteerde in de Himalya;
niets
bracht verlichting.
Doe niets.'
(Steven Harrison)

of:

niemand is gelukkig
wees niemand
(Freek de Jonge)


'Wanneer je een minnaar wordt van WAT IS, is de oorlog voorbij. Geen beslissingen meer. Ik zeg graag: 'Ik ben een vrouw zonder toekomst.' Geen beslissingen, geen toekomst. Al mijn beslissingen worden voor me gemaakt, zoals ze ook voor jou worden gemaakt. Alleen mentaal, in je hoofd, zijn er verhalen die vertellen dat jij er iets mee te maken hebt.'
(Byron Katie in 'A brief Anthology of Katie's Words'.)


de persoon is niets meer dan een boodschappenlijstje
(Tony Parsons)


Wil je eens iets over Non-dualisme lezen, in een andere vorm en zonder dat het expliciet zo genoemd wordt, dan kunnen we je 'Siddhartha' en 'Narziss & Goldmund' van Hermann Hesse aanraden. Hier volgt een fragment uit hoofdstuk 11:
------

Narziss & Goldmund
- Hermann Hesse -

Uitgeverij Singel 1996 (27ste druk)

[…] Vervolgens ging hij gekleed op bed liggen. Na een tijd, toen hij nog altijd niet was ingeslapen, stond hij op, en liep met zware stappen naar de muur, waar een spiegeltje hing, en hij keek erin. Oplettend keek hij de Goldmund aan die uit de spiegel naar hem keek: een vermoeide Goldmund, een man, die moe, oud en afgeleefd was, in het bezit van een volkomen grijs geworden baard. Het was een oude, enigzins verwaarloosde man, die hem aankeek uit het kleine, doffe oppervlak van de spiegel, een gezicht dat hem goed bekend was, maar dat hem vreemd geworden was, het leek wel of het niet helemaal echt aanwezig was, of hij er weinig mee te maken had. Het deed hem denken aan een aantal gezichten, dat hij gekend had, een beetje aan dat van meester Niklaus, een beetje aan de oude ridder, die ooit een pagekostuum voor hem had laten maken, maar ook een beetje aan dat van de heilige Jacob in de kerk. De oude, baardige Sint Jacob, die er onder zijn pelgrimshoed zo stokoud en grijs en toch eigenlijk zo levenslustig en zo goed uitzag.

Zorgvuldig bestudeerde hij het gezicht in de spiegel, alsof hij er belang bij had om met deze vreemdeling vertrouwd te raken. Hij knikte hem toe, hij herkende zijn gezicht weer; het stond nu vast, dat hij het zelf was, dat gezicht kwam overeen met de indruk die hij van zichzelf had. Er was een erg vermoeide, enigzins afgestompte oude man teruggekomen van de reis, een onooglijk persoon, met wie je moeilijk voor de dag kon komen, maar toch had hij niets op die man tegen, toch viel die wel bij hem in de smaak: hij had iets in zijn gezicht dat de Goldmund van vroeger, die zo knap geweest was, niet gehad had, er lag iets van tevredenheid of in elk geval evenwichtigheid op dat gezicht, bij alle vermoeidheid en verval. Hij lachte zachtjes voor zich uit, en hij zag hoe het spiegelbeeld met hem meelachte: dat was me wat moois, die knaap, die hij van de reis mee naar huis had gebracht! Hij was mooi versleten en verbruikt, zoals hij daar weer thuiskwam van zijn uitstapje, en hij was niet alleen zijn paard, zijn reistas en zijn geld kwijtgeraakt, maar hij had nog andere dingen moeten laten varen: zijn jeugd, zijn gezondheid, zijn zelfvertrouwen, de blos op zijn gezicht en de energie in zijn blik. Maar toch had hij wel plezier aan wat hij zag: deze oude, zwakke knaap in de spiegel beviel hem beter dan de Goldmund, die hij zo lang geweest was. Hij was misschien ouder, zwakker, zieliger, maar hij was ook onschuldiger, hij was tevredener, je kon beter met hem overweg. Hij lachte en kneep een van zijn oogleden, waar rimpels in gekomen waren dicht. Toen ging hij weerop bed liggen en viel in slaap. […]


Ramesh Balsekar
Uit de:''Bewustzijn spreekt'', uitgegeven door uitgeverij Altamira.

'Als één of andere kracht u in een zoeker heeft veranderd, vindt u dan niet dat het de verantwoordelijkheid van diezelfde kracht is u daar te brengen waar u moet zijn? Waarom bent u er zo hevig bij betrokken? Waarom wilt u de dorst naar inzicht op een bepaald moment gelaafd hebben?