De directheid van verlichting en activiteiten op het spirituele pad

Mensen vragen soms waarom ik yoga en meditatieles geef, waarom ik mensen vaak op het mentale vlak aanspreek. Welnu, dat zal ik nog eens uitleggen. Verlichting is een bevrijding van beperkingen op alle niveaus van het menselijk bestaan: fysiek, energetisch, gevoelsmatig, mentaal en bovenmentaal. Als dat heeft plaatsgevonden is er op al deze niveaus kennis van de processen, die blijven doorgaan zolang er leven is. Die kennis houdt in een doorzien van de betrekkelijke aard van de processen, de vormen, de namen. Ze zijn betrekkelijk ten opzichte van Dat wat niet-betrekkelijk is en wat daarom 'absoluut' genoemd wordt: de totale openheid zonder beperkingen als de meest eigen ruimte van zelf-zijn.

Verlichting is de overgave van beperkte vormen van zelf-zijn aan deze totale openheid, alles wat je van jezelf vasthield Daar in laten verzinken, het herkennen van die oneindige sfeer als het meest eigene, het inzicht, dat is het wegvallen van onzekerheid en twijfel, in deze waarheid. Dat is een direct, onmiddellijk gebeuren, waarbij tijd en ruimte wegvallen. Op twee manieren komt de relevantie van yoga, meditatie en filosofie naar voren.

Wanneer er een situatie is waarin van een leraar en leerling wordt gesproken, is er blijkbaar een dualiteit. Dat is het uitgangspunt. De leerling wil iets bereiken en ziet iemand anders als leraar. De leraar zegt, dat er niets valt te bereiken, omdat het Ene altijd al aanwezig is, dat de leerling niets anders kan doen dan zich zo open mogelijk op te stellen en zich te ontspannen. Maar, als nu de geest te onrustig is, als er een verkrampte lichamelijk-gevoelsmatige situatie is, die de leerling niet herkent, dan is het nuttig om daaraan iets te gaan doen. Daaraan kun je iets doen, al was het maar eens rustig te gaan zitten en op de gewaarwordingen van je lichaam te letten, zoals in de hathayoga. Energetisch kunnen veel zware brokstukken oplossen, bij een geschikte vorm van pranayama. Als iemand veel denkproblemen heeft – en dat zijn er in onze samenleving heel wat – blijkt het denken door te draaien, totdat het aan zijn grens komt. Deze beweging wordt in de filosofie gemaakt, waarbij er een verstandelijke helderheid ontstaat over het eigen denken en over de structuur van de advaita-benadering. Zo moet de waarheid van advaita ook overdacht worden. Niet te lang, want dan zal zij ook moeten groeien tot een eigen inzicht over wat betrekkelijk is en wat daaraan voorbijgaat, over wat men is en niet is. Hiervoor is een rustige en heldere geest noodzakelijk. Nisargadatta Maharaj stuurde soms mensen naar een meditatiecentrum als er teveel onrust was. 'Kom volgend jaar maar eens terug,' zei hij dan. Het kan nuttig zijn 'voorwerk' te verrichten, zodat de situatie stiller en opener wordt. Daardoor wordt de kans van een werkelijke doorbraak groter.

Ook als de levende herkenning van de meest eigen aard is doorgebroken, is de 'terugkeer' naar de diverse niveaus van menselijk functioneren vaak nodig. Deze is blijkbaar nodig, voorzover nog niet op alle niveaus alles doorzichtig en vrij is geworden. Bij Nisargadatta Maharaj werden we door alle sferen naar de grens en daaroverheen gejaagd. Als de wereld en het wereldse leven weer terugkeren, blijkt er nog een proces te zijn waarin de bevrijdende doorbraak zich hierin gaat uitwerken. Dat is bij velen te zien en velen ervaren dat ook zo. In dat kader is het nuttig nog eens heel precies te gaan kijken naar het lichaam, naar de energetische, de gevoelsmatige en mentale processen. Als dat wordt gedaan vanuit het grote bewust-zijn, komen alle donkere resten aan het licht en lossen op in deze ruimte.

In de praktijk is er meestal een mengvorm van beide situaties. Er is een zekere kennis, maar niet alles is helder. Dan kan yoga, pranayama, meditatie en filosofie behulpzaam zijn, als zij uitgaan van die kennis die er is. Dat is het 'hoogste besef'. Dat blijft het centrum, van waaruit al het andere in een juist perspectief komt te staan, namelijk als betrekkelijk. Het op deze wijze laten oplossen van moeilijkheden op allerlei vlak helpt dan om de ruimte van die kennis zich te laten uitbreiden. Dat gaat tot een grensgebied, waarin alleen maar op een open wijze kan worden gewacht op de beslissende vloedgolf van totale openheid.

Die vloedgolf heeft niets met activiteiten en condities te maken. Wel speelt de 'leraar' daarbij een grote rol, niet als de persoon die men van buitenaf waarneemt, maar als ongeconditioneerde totale openheid zelf. Zo kan direct, zonder middelen, totale openheid zich manifesteren.

[Douwe Tiemersma]