Het ogenschijnlijke verschil tussen leraar en leerling

De leerling beschouwt zichzelf als een leerling. Bij de leraar ligt dat anders. In de ogen van de jnani zijn zowel de leraar als de leerling dat. Tijdens de sadhana staat de leraar de leerling toe zichzelf te zien als een leerling die inzicht zoekt bij een leraar. Uiteindelijk wordt ingezien dat noch leraar noch leerling ooit hebben bestaan of ooit zullen bestaan.

een interview over leraarschap met Hans Laurentius

Johan: Waaruit bleek dat je 'klaar' was om les te geven in advaita vedanta? Kwam dat door een speciale gebeurtenis?

Hans: In de tijd dat de 'herkenning' plaatsvond was ik actief als spiritueel therapeut en gaf onder meer chakrameditatie-cursussen e. d. Tijdens een van die cursussen bleek dat het onmogelijk voor me was nog over chakra's te spreken, maar er ontstond spontaan iets wat we satsang kunnen noemen. Het diende zich dus gewoon aan. Gaandeweg heb ik het energiewerk zien verdwijnen en werd ik ertoe gebracht over zelfrealisatie te gaan spreken.

J: Gebruik je een speciale discipline of oefening in je onderricht?

H: Er is geen strikte discipline. Alles vindt plaats in wat is, en iedereen brengt zelf mee wat hij of zij aan onderricht nodig heeft. Er is met andere woorden wat mij betreft geen standaardbenadering. Van oefening is derhalve ook geen sprake. Het gaat immers om de directe herkenning zelf.
Waar ik de laatste tijd wel veel aandacht aan geef is wat je als krijgerschap zou kunnen omschrijven. Dat komt onder meer neer op het stoppen van energieverspilling door tegen beter weten in te handelen. Mensen hebben enorm de neiging om in allerlei situaties de kool en de geit te sparen in plaats van gevolg te geven aan datgene waarvan ze weten dat het juist is. Velen zijn, met andere woorden, behoorlijk halfslachtig en dat dient je werkelijke belangen niet. Je zou kunnen zeggen dat het leven zelf het oefenterrein is, wat is ingezien vindt daarin, in het dagelijks leven, zijn beslag. In concrete situaties merk je vanzelf wat er echt begrepen is, hoe belangrijk waarheid echt voor je is, wat werkelijk is weggevallen aan identificatie, angst of verlangen. Door eerlijk en open te kijken naar 'jezelf' in concrete situaties leer je enorm veel en voorkom je dat je in een spirituele illusie terechtkomt. Alles moet aan het licht komen, alles is satsang.

J: Vind je het belangrijk om de 'waarheid' (de helderheid van advaita vedanta) te verbreiden?

H: Belangrijk? Satsang geven is me overkomen zou je kunnen zeggen. Het is niet door mij uitgekozen of beslist. Mijn leven heeft deze wending genomen en ik vind het prima zo. Het is niet een kwestie van al dan niet belangrijk, het is me simpelweg niet mogelijk iets anders te doen. Ik ben een van de gevangenen van vrijheid, zal ik maar zeggen en ik voel me er prima bij. Ik doe wat Ik Ben.

J: Maak je gebruik van oude tradities of teksten van de advaita vedanta?

H: Zelden. Mensen lezen al genoeg. Het meest krachtig is de rechtstreekse interactie, het meegenomen worden door de Kracht en de levende dialoog. Uiteraard raad ik mensen wel eens aan iets te lezen, maar de meesten die komen hebben al genoeg informatie verzameld. Dat helpt vaak minder dan we willen geloven.

J: Mijn leraar Jean Klein zei eens: 'There is no teacher, and there is no one to teach'. Ben je het daarmee eens? Een andere uitspraak van Jean Klein is: de goeroe staat de leerling toe om hem (de leraar) te zien als een leraar van vlees en bloed, 'the outer guru', zolang de leerling dat nodig heeft.  Op het moment dat de leerling zijn eigen 'inner guru' heeft ont-dekt, kan de leerling alleen verder. Mee eens?

H: Natuurlijk is er strikt genomen geen sprake van leerling of leraar, maar dat kan pas naar waarheid gezegd worden als realisatie er is. Omdat de zoeker zich als persoon ziet, ziet hij de leraar ook als zodanig en dat wordt inderdaad geaccepteerd door de zogenaamde leraar. Maar in werkelijkheid is alles DAT. Verder is iedereen leraar en leerling tegelijk en geen van beide.
Desondanks is de tweede uitspraak wel mooi, hoewel wat romantisch. De dingen gaan nu eenmaal zo. Leerlingschap is een hulpmiddel, de goeroe is een soort kruk die je denkt nodig te hebben, omdat je ervan overtuigd bent niet op eigen benen te kunnen staan. Zodra je hebt ontdekt dat je prima lopen kunt heb je hem als kruk niet meer nodig. Misschien loop je nog een tijdje met hem op, maar strikt genomen kan, wanneer de realisatie een feit is, de verhouding beëindigd worden. Wat echter ook vaak gebeurt, is dat de 'relatie' op een ander niveau verder gaat. Eigenlijk een kwestie van vriendschap die overblijft. In samenzijn valt veel te leren en te ontdekken; sommigen ontwaken en vinden het prima zo, voor een ander gaat het pad een andere kant op.

J: Als de leerling twijfelt over zijn eigen inzicht, (zoals: ik heb 'het' gezien, maar heb ik het nou e c h t gezien?)  Bevestig je hem dan in het inzicht?

H: Zolang er twijfel is, is het nog niet genoeg doorgedrongen. Het hangt dan heel erg af van de situatie en het individu wat het meest handig is. Dus komt het voor dat er een bevestiging komt, maar evenzeer dat juist de twijfel wordt aangewakkerd, zodat hij of zij er zelf achter komt dat de twijfel illusie is. Het zelf ontdekken verdient de voorkeur.

J: Is een levende leraar wel nodig voor een leerling om tot inzicht te komen?

H: In essentie niet, maar in de praktijk blijkt dat de meesten niet zonder kunnen. Het gevaar zonder gids op pad te gaan is dat je verdwaalt. Het ik is razend inventief en het vermogen van mensen om zichzelf voor de gek te houden is bijna tot kunst verheven. Zelfs met een leraar is het al lastig. Uiteindelijk echter hebben we allemaal leraren. Iedereen die je tegenkomt, elke situatie in je leven is Goeroe. Dat in te zien is iets wat razend belangrijk is wat mij betreft. Bij velen wordt dit pas echt gezien na enige tijd van naar satsang gaan. Dan zie je vaak twee gelijktijdige bewegingen. De eerste is dus dat ze inzien dat het onderricht niet beperkt blijft tot de satsangs en ten tweede dat de band met de leraar sterker wordt, waardoor er meer Kracht kan overvloeien om het zo te zeggen. Er zijn dus vele niveaus van verbinding met waarheid, het onderricht en de leraar; dat evolueert als het goed is.

J: Hoe weet je als leraar dat de leerling bij jou op de juiste plek is? En hoe weet de leerling dat hij bij de juiste leerling is?

H: Wat bij me hoort blijft, wat niet bij me hoort gaat. Dus in het grootste deel van de gevallen bemoei ik me daar niet zo mee. Wanneer iemand leerling wil worden, laat ik de leerling in spé wel goed uitzoeken wat zijn motieven zijn. In het begin wilde ik helemaal geen leerlingen, maar ontdekte dat velen het instrument van leerlingschap nodig hebben. Toen zei ik een tijdlang tegen iedereen die erom vroeg: 'Okee.' Dat is nu anders. Het moet kloppen, er moet een soort wederzijdse 'klik' zijn of ontstaan. Vaak is dat direct duidelijk. Soms weet ik dat de kans bestaat dat die klik komt, of overtuigt het bestaan me toch iemand te accepteren terwijl de 'klik' er nog niet of nog niet helemaal is. Gaandeweg echter kan altijd nog blijken dat het verandert. Dus komt het ook voor dat ik er een eind aan maak of dat het op andere wijze stopt. Of natuurlijk dat iemand leerling van een zogenaamde andere leraar wil worden. En dat is ook okee. Het gaat immers om waarheid en de mogelijkheid voor de leerling. Het gaat in dit verband natuurlijk nooit om de leraar. Dat zou al te zot zijn, nietwaar?

J: Als een van je leerlingen tot inzicht is gekomen, spoor je hem dan aan om ook te gaan praten?

H: Niet per definitie. Wakker zijn is nog iets anders dan leraar zijn. Daar zijn bepaalde vaardigheden of kwaliteiten voor nodig die niet iedereen heeft en die ook niet automatisch verschijnen bij het ontwaken. Maar bij een aantal heb ik gezien dat die kwaliteiten er wel degelijk zitten, dus die moedig ik aan. In mijn geval waren zulke mensen Vivian, Jan van Rossum, Leen & Wilja Kuiper, ook Ard Luymes heb ik aangemoedigd zijn  mond open te doen. Jan bijvoorbeeld kwam er zelf mee, hij kon de energie gewoon niet meer tegenhouden en zei: 'Ik moet erover gaan praten, kan het niet meer stoppen, wat vind je daarvan?' Het verbaasde me niets en ik zei dus dat hij wat mij betreft er klaar voor was.
Overigens komt het ook voor dat mensen wel willen, maar dat ik zie dat het helemaal niet aan de orde is. Dat vinden ze meestal niet zo leuk, maar ik zeg alleen 'spreek' als ik ervan overtuigd ben dat het helemaal klopt. Er moet goed gezien worden of het puur de Kracht zelf is die je ertoe brengt of dat het een move is van het ik, die gezien wil worden of zo. Enige weerstand tegen het tot uitdrukking gaan brengen van wat gerealiseerd is, is in het algemeen wel een gunstig teken.
Toen men mij begon te beschuldigen van verlichting, heb me ook met hand en tand verzet en getracht het te ontkennen, net zolang tot die idioterie van het ontkennen van wat is, me helemaal en voor 100% duidelijk was. In het begin vond Hansje het een ramp, niet zozeer het spreken over realisatie, maar het inzien dat de boel nog helemaal niet geïntegreerd was. Het hele eerste jaar was alleen maar teaching voor mij. Voorzover anderen er iets aan gehad hebben is dat mooi meegenomen. Ik was nogal hardleers en heb in die zin dus heel wat satsangs moeten meemaken voor de boel een beetje was doorgewerkt. Dat zeg ik dus ook meestal tegen mensen die 'ertoe uitgenodigd worden': besef dat je er zit om te leren en als anderen er baat bij hebben is dat een leuke extra. Kortom, ga nooit de goeroe uithangen, de goeroe is strikt genomen een totaal onpersoonlijke Kracht, gepresenteerd met de individuele kleurtjes van de vertegenwoordiger in kwestie. Laat je dus niet te veel afleiden door de kleurtjes, ga maar liever voor waarheid zelf.

[Johan van der Kooij en Hans Laurentius]