Een smeltende ijsschots

Een gesprek per e-mail met Jan Kersschot uit België (schrijver van de boeken 'Coming Home' en 'Eén Zijn') over leraarschap.

Amigo: Welke rol hebben leraren op jouw pad gespeeld en wat is het belang van een leraar voor de zoeker?

Jan Kersschot: Ik heb vele leraren gehad op het schijnbare pad en elk van hen heeft me iets bijgeleerd. De meesten onder hen heb ik vermeld in het boek 'Coming Home'; je leest er meer over in de interviews die ik met hen had.
De echte spirituele leraren hebben me in feite een aantal dingen afgeleerd. Stap voor stap geraak je dan een aantal overtuigingen kwijt tot je merkt dat er niets meer overblijft, ook niet de zoeker die hoopte ooit verlicht te worden. Tot je ziet dat de heldere tegenwoordigheid die je bent nooit weggeweest is.
Tony Parsons was mijn uiteindelijke leraar en ik vraag me af in welke mate het noodzakelijk is om een levende leraar te hebben. Ik denk dat het voor iedereen verschillend is. Voor mij was de directe confrontatie met Tony heel belangrijk. Reeds de eerste keer dat ik hem ontmoette in Hampstead (Londen) was er een direct inzicht toen hij zei: 'This is It'. Die drie woorden waren voldoende om alle vragen op te lossen –– ogenblikkelijk. Ook de vele gesprekken die we gehad hebben, de tijd die we samen hebben doorgebracht, zijn (achteraf bekeken) allemaal essentieel geweest om allerhande spelletjes van het ego te doorzien.

Toch wil ik hier onmiddellijk aan toevoegen dat zo'n getuigenis van mijnentwege de lezer de indruk kan geven dat er inderdaad een proces is van 'niet verlicht' naar 'een beetje verlicht' tot uiteindelijk 'volledig verlicht'.
Zo'n geloof in een progressief pad is heel populair, maar is volgens mij volledig in tegenspraak met wat echte bevrijding werkelijk is. Het geloof in een spiritueel pad dat leidt naar de top van de berg stoelt namelijk op twee fundamentele misvattingen:
1. het belang dat je hecht aan het persoonlijke (hoe kan ik Het bereiken?)
2. het geloof dat je nog koestert in het fenomeen tijd: de hoop op een betere toekomst  (wanneer zal ik Het bereiken?)
Zolang je niet begrepen hebt dat ware bevrijding onpersoonlijk en tijdloos is, ben je als de ezel die zichzelf een wortel voorhoudt. Ware bevrijding is onpersoonlijk, en Dat kun je dus niet naar je toetrekken. Ik - als Jan - kan nooit 'Dat' voor mezelf opeisen. Bovendien is 'Het' tijdloos (niet 'hier en nu' maar buiten tijd en ruimte) en Dat kan dus nooit in de toekomst geprojecteerd worden. Als je dat toch doet, maak je jezelf maar wat wijs (en eerlijkheidshalve moet ik eraan toevoegen dat met jezelf iets wijs maken ook niets verkeerd is!).

Toch wil ik stellen dat het éne niet een of andere ideaaltoestand is, al dan niet in de toekomst. En in feite kun je dit alles ook in boeken lezen. Maar misschien lees je alleen maar wat je wil lezen. En blijf je zitten met een aantal misvattingen. Dat merk ik ook bij mensen die mijn boeken hebben gelezen. Dat ze er toch in slagen om een aantal dingen niet te zien.
Een ware spirituele leraar zal de zoeker steeds opnieuw op deze misverstanden wijzen. Totdat alle spirituele ambities wegsmelten. En ik ben ervan overtuigd dat een directe confrontatie met iemand die hieromtrent helder en direct is, heel inspirerend kan zijn.

Je hebt het over 'echte spirituele leraren'; dit impliceert dat er ook 'minder echte leraren' zijn. Wat is daarin het onderscheid?
Is dat het verschil tussen het zogenaamde 'progressieve' pad ('step by step') en het 'directe' pad?

Ja, nu komen we natuurlijk terecht in een paradox. Als je mijn boek aandachtig leest, zul je vrij snel zien dat ik mezelf meermaals tegenspreek. Dat is echt onvermijdelijk. Communicatie via woorden is per definitie dualistisch: woorden splitsen de eenheid in stukken; ze geven een naam aan dingen en wij schrijven aan die naam een werkelijkheid toe. Maar dat gaat niet op als we praten over eenheid. 'Eén zijn', 'bevrijding' of 'non-dualisme' zijn immers zelf allemaal concepten.
Om terug te komen bij jouw vraag: er zijn natuurlijk geen 'echte' versus 'onechte' of 'minder echte' leraren. En ik voel bij mezelf niet de minste neiging meer om kritiek te leveren op zogenaamde leraren van het progressieve pad (dat deed ik vroeger trouwens wel). De echte leraar waar ik naar verwijs is als persoon zo weinig mogelijk aanwezig, en is op die manier een spiegel voor de leerling die in feite ook leeg is. En in die 'leegte' zijn beiden een. Dan is er geen onderscheid meer tussen leerling en leraar, tussen dit en dat, tussen 'bevrijd' en 'niet bevrijd'. Daarom zeg ik ook: 'er is niemand thuis' [de Engelstalige versie van 'Eén Zijn' zal trouwens 'Nobody Home' als titel hebben].

In mijn boek 'Eén Zijn' geef ik dan de leegte de naam bewustzijn, maar ook dat is maar een etiket. Het onbeperkte bewustzijn is onbeschrijfbaar, onbereikbaar. En kan dus nooit in een ideale toestand in de toekomst geprojecteerd worden. En 'Het' kan ook nooit in een leraar geprojecteerd worden, hoe bijzonder of inspirerend hij of zij ook mag zijn. Vandaar dat ik altijd direct zal ontkennen dat ik Het gevonden heb. Ik stel mij niet op als een leraar, als iemand die in satsang anderen probeert hun hart te openen voor Dat. Ik laat ook niet doorschemeren dat ik Het kan doorgeven aan anderen. Waar zijn trouwens die anderen? Het enige wat ik kan doen is een aantal misvattingen ontmaskeren. Dat wat er is, is voor mij voldoende en ik hoef niemand ergens naar toe te brengen. Voor mij is 'Het' overal. Ook bij mensen die zeggen dat ze Het niet zien.
Zoals ik al eerder zei, het progressieve pad kan enkel bestaan als we geloven in het persoonlijke en het tijdelijke. Vandaar dat ik het progressieve pad als 'minder echt' heb beschreven omdat ik geen geloof meer hecht aan het persoonlijke en het tijdelijke – tenzij om louter praktische redenen. Mijn spirituele ambitie is verdwenen, mijn spiritueel materialisme is opgelost. En ook deze twee laatste zinnen kun je niet letterlijk nemen, want er is geen ik die over 'mijn' kan spreken. Ook die 'ik' is maar een plaatje op het scherm.

En vergeet niet dat het progressieve pad, net als alle andere verschijningen, kenbaar wordt via een beeldenreeks op het bewustzijn. En het gaat mij hier niet om de kwaliteit of de inhoud van de beelden, maar om het licht in die beelden. Dáár wil ik naar verwijzen, niet naar de verschillen tussen al die paden, leraren en ook niet naar de verschillen tussen al die tradities.
Ik kan ook niet stellen dat er werkelijk iets fout is met het progressieve pad, net zoals er niets fout is met de rest die op het scherm verschijnt. En waarom is dat zo? Ook diegene die oordeelt, die kritiek geeft op dat progressieve pad, is zelf een beeld dat verschijnt. Ook diegene die – zoals ik daarnet – de pretentie heeft te laten doorschemeren dat het zogenaamde directe pad superieur is aan de progressieve paden, ook die persoon is een beeld op het scherm. En is in feite totaal onbelangrijk.

Op het progressieve pad is er een hoop dat 'gedaan en onderricht' kan worden en op het directe pad is er geen zoeker en leraar en dus niets wat overgedragen kan worden. Toch?

Er is niets dat moet of kan overgedragen worden, omdat waar ik het over heb in mijn boeken en lezingen nu net geen grenzen kent. Geen grenzen in ruimte of tijd. Het is dus per definitie overal en altijd. Niets of niemand kan ooit uitgesloten worden. Ik zal het nog eens zeggen: 'Niets of niemand kan ooit uitgesloten worden!' Dus hoe zou Het nog kunnen of moeten verplaatst worden? Van de ene persoon naar de andere? Wie dat suggereert praat over iets anders (bijv. transcendente ervaringen, spiritueel inzicht, piekervaringen, een gevoel van vrede, liefde en openheid) dan waar ik naar verwijs in mijn lezingen. Bovendien, er is helemaal niemand thuis bij de leraar en niemand thuis bij de zogenaamde ontvanger, dus waar hebben we het over?

Zou je kunnen vertellen hoe je je Jan Kersschot als zoeker herinnert?  Wat was zijn 'schijnbare' weg? 

Jouw vragen worden alsmaar moeilijker, omdat je veronderstelt dat er een persoon is geweest die het nu volgend verhaal heeft meegemaakt, maar dat lijkt alleen maar zo. En ja, de grap is: ook voor mij lijkt het echt! Ik herinner me Jan (de zoeker) inderdaad, maar let op: die herinneringen verschijnen hier en nu. Niet 10 of 20 jaar geleden. Maar goed, ik speel het spel van de tijd en het persoonlijke even mee, om jouw vraag te kunnen beantwoorden. Om jouw lezers een plezier te doen. Ze moeten dan wel voor ogen houden dat mijn persoonlijke ervaringen in principe niets betekenen – het zijn enkel maar ervaringen, in dit geval herinneringen en waar ik wil naar verwijzen is Dat waarin alle ervaringen en herinneringen verschijnen. En het is zeker niet de bedoeling dat de lezers mijn ervaringen gaan vergelijken met hun eigen ervaringen. Dat is net waar het boek 'Eén Zijn' niet over gaat! Waar het mij uiteindelijk om gaat is dat wat we allemaal zijn, niet wat ons verschillend maakt. Er zijn al genoeg boeken verschenen met 'sterke verhalen'. Er zijn al genoeg zoekers in de war geraakt omdat ze hun eigen spiritueel verhaal vergelijken met dat van een of andere spirituele held.

Goed, hier gaan we dan. Jan was een heel gedreven zoeker, heel open en toch heel kritisch. Geen enkele steen zou onaangeroerd blijven, tot ik 'Het' gevonden zou hebben. Dat ik gedreven was betekende echter niet dat ik het gewone westerse leven achter me liet. Ik voelde geen behoefte om mij in een klooster of ashram te vestigen, om andere kleren te gaan dragen, een nieuwe naam te krijgen. Ik vond dat mijn zoektocht moest compatibel zijn met een familiaal leven, met wijn, seks, vlees, BMW, luxe vakanties en de rest dat gewoonlijk als niet-spiritueel bestempeld wordt. Dat is misschien een van de kenmerken van mijn zoektocht: als ik op zoek ben naar het éne, naar het ultieme, dan moet dat voor iedereen en voor alle tijden beschikbaar zijn. Ongeacht gedrag of gevoel. Dat was mijn logica en ik stond daar dikwijls alleen mee.
Als ik op zoek was naar het éne kon ik niets uitsluiten. Al gauw was het me duidelijk dat ik alle gedragsregels aan mijn laars ging lappen. Wie heeft er het lef om mij iets te verbieden als het draait om het universele, om het éne? Dus alle spirituele regels werden bekeken, soms tijdelijk uitgetest en later weer verworpen. Niet alleen de regels van de katholieke kerk waarin ik was opgegroeid als kind, maar uiteindelijk ook de regels en geboden uit bijv. het boeddhisme en hindoeïsme.
Mijn eerste eenheidservaring was op mijn 15e jaar. Een moment van totale openheid. Je zou het een mystieke ervaring kunnen noemen, maar dat klinkt een beetje te ernstig, te religieus. Het was heel eenvoudig, heel kinderlijk en toch lichamelijk. Zuivere aanwezigheid, ten volle. Onverwacht en toch zo helder. En tegelijkertijd was 'ik' er niet bij betrokken. En misschien was ik daarna – bewust of onbewust – altijd terug op zoek geweest naar die eenheid, naar die totale versmelting. Misschien was die ervaring wel (onbewust, als je wilt) de drijfveer van mijn zoektocht.

Rond mijn 18de startte ik met transcendente meditatie. Al direct tijdens de eerste meditatie ging ik als het ware voorbij een muur. Ik wist dat er 'iets' op mij wachtte, een onbeschrijfbare leegte, die ook heel vertrouwd overkwam. Het was alsof ik een oud 'gevoel van eenheid' herkende. Ik kwam een oude vriend tegen, die meer 'ik' was dan mijn eigen persoon. Het was een thuiskomen bij het onzegbare. Het voelde zo ongelooflijk vertrouwd aan. Ik moest er absoluut meer over weten. Op mijn schijnbare weg kwam ik allerhande leraren tegen, sommigen in de vorm van boeken (bijv. J. Krishnamurti, Osho, Deepak Chopra, Wolter Keers, Jean Klein, Lao Tze, Alan Watts, Sri Nisargadatta, Ramana Maharshi), anderen in de vorm van levende leraren of goeroes (Armando Dacosta, Jacques Lewensztain, Alexander Smit, Andrew Cohen, Ranjit Maharaj, Francis Lucille, Douglas Harding).
Vooral de experimenten van Douglas waren voor mij een openbaring. De eerste keer (ik denk dat het in 95 of 96 was) was het alsof de gordijnen van mijn waarnemingsvenster plots werden opengetrokken. Alles wat ik in al die boeken gelezen had, was nu zonneklaar. Van 'horen zeggen' naar 'zien'. Van begrijpen naar ZIJN. Ook de andere experimenten van Douglas gaven me korte of lange momenten van openheid, zuiverheid en volle leegte, die mij toen het gevoel gaven dat ik op goede weg was. Maar de honger was nog niet gestild.  Ik las nog meer boeken (bijv. van Justus Kramer Schippers, Eckhart Tolle, Ramesh Balsekar, Wayne Liquorman, Chuck Hillig), en geleidelijk werden allerlei geloofssystemen overboord gegooid. Toch zat ik nog in mijn hoofd met een spiritueel pad, ook al besefte ik dat niet als dusdanig. Op een heel subtiel niveau waren egospelletjes toch nog ergens aan de gang: vergelijken, verlangen, verwachten, idealiseren, opeisen, enz.

Anderzijds voelde ik toen al dat ik op een smeltende ijsschots zat en dat de zee waarop ik dreef altijd maar warmer en warmer werd. Wat ik toen nog niet besefte was dat ikzelf ook van ijs gemaakt was en dus ook zou mee wegsmelten. Ik dacht nog altijd dat ik – als Jan – ergens naar op weg was. Dat er iets mis was met mij of dat ik nog moest verbeterd worden op spiritueel vlak en dat daar absoluut iets aan gedaan moest worden. Tot ik Tony Parsons leerde kennen. Al bij de eerste ontmoeting was het raak. Gewoon die woorden 'this is it'. Toen werd het pad ontmaskerd. Let op: dit was helemaal geen spectaculaire openbaring. Het was heel gewoon. Geen bruuske overgang of zo. Op een hoogst eenvoudige en heel natuurlijke manier werd alles duidelijk. Gans het kaartenhuisje zakte in elkaar. In alle eenvoud en gewoonheid. Alle vragen waren verdwenen.
En ook al probeerde het denken achteraf om toch maar weer een kaartenhuisje op te bouwen, het illusoire van het hele huisje werd onontkoombaar duidelijk. Tony ontnam me alle hoop. De motor bleef nog een tijdje draaien, ook al was de stekker eruit getrokken. Ik protesteerde nog enkele keren, totdat mijn verstand het uiteindelijk opgaf. Toen viel alles wat ik nog verwachtte (op spiritueel vlak), alles waar ik nog aan gehecht was, van mij af. Of beter nog, ik zag dat die 'ik' waarmee ik me identificeerde nooit bestaan had – tenzij als een idee. Het leek er soms op alsof Tony mij in een trage wurggreep had, maar in feite waren het mijn eigen vragen die ik op hem afvuurde, die terugkeerden als boemerangs. Ook mijn gesprekken met Nathan Gill – een vriend van Tony – waren toen heel verrijkend. Ik had mezelf in het drijfzand genesteld en liet me moeiteloos zinken. Het sterven van het ego was eigenlijk maar het sterven van een illusie. En dus niet zo bijzonder als ik altijd had gedacht. Er was enkel nog maar het tijdloze 'This is it'.

Is er voor die persoon en arts als 'expressie van bewustzijn' iets veranderd na 'This is it'?

In tegenstelling tot wat ik had verwacht, is er met de persoon 'Jan' en zijn functie in de maatschappij zeer weinig veranderd. Het feit dat je het éne herkend hebt in het diverse, verandert niets. Zelfs degene die Het zou herkend hebben, is een illusie. Ik bén bewustzijn zelf (en dat is de lezer trouwens ook) en de persoon 'Jan' verschijnt in datzelfde bewustzijn. Maar ik heb geen enkele hogere taak of zo. Ik zie trouwens niet wat er zou moeten veranderd worden. Alles is zoals het is, ook al lijkt het constant te veranderen. De persoon bekend als 'Jan' (en dat is ook maar een plaatje) mag er nog altijd zijn. Met zijn kwaliteiten en gebreken.
Toch is er wel iets veranderd. Er is geen gevecht meer op spiritueel niveau. Het zoeken is voorbij want de zogenaamde zoeker was maar een concept. Was maar een figurant. Het bewustzijn was er al de ganse tijd, ook wanneer ik het niet als dusdanig herkende. Als gevolg van dit inzicht kan ik niets voor mezelf opeisen, zelfs niet de zogenaamde ervaringen die ik zonet beschreven heb! Ook al geloofde ik toen nog in 'mijn ik' dat op weg was naar iets hoger, het 'ik' was toen ook al illusoir. Ook al waren die ervaringen voor mijn spirituele ego zeer belangrijk, nu lijkt het alsof ze zelfs niet gebeurd zijn. Het betekent eigenlijk niets, en dat is geen valse bescheidenheid. Het zijn maar beelden die nu (of beter: in het tijdloze) verschijnen. Het zijn als het ware herinneringen aan gebeurtenissen waar ikzelf niet aanwezig was. En de eenheid was er al voor die transcendente ervaringen, tijdens die ervaringen en ook daarna. Ook op momenten die we als banaal of niet spiritueel bestempelen, is het éne voor de volle 100% aanwezig.

Meer informatie over het boek 'Eén Zijn': www.kersschot.com

[Kees Schreuders & Jan Kersschot]