Zien. Direct waarnemen tijdens Satsang
Hans Laurentius en Leen Kuiper. Uitgeverij de Horizon, Ottersum 2002-11-23 ISBN: 90-80734-61-6.

Het grootste gedeelte van het boek beschrijft de persoonlijke ervaringen van Leen Kuiper tijdens het proces van zelfverwerkelijking. Hierbij werd niet uit het oog verloren waar het werkelijk om gaat: datgene wat voorafgaat aan welke ervaring dan ook: het onveranderlijke zelf of Bewustzijn.
Bij Leen Kuiper ontwikkelde zich tijdens dit bewustwordingsproces het vermogen tot direct waarnemen of schouwen (zonder tussenkomst van het ego energieën waarnemen). Dit bracht diepe ervaringen met zich mee en daarmee ook het gevaar tot versterking van de ik-gerichtheid.
Het hele proces van ongeveer een jaar wordt afwisselend verteld middels beschouwingen van Leen Kuiper zelf, zijn e-mails naar Hans Laurentius, de e-mailreacties van Hans en fragmenten van de satsangs van Hans.
Het is een heel aardig boek om te lezen omdat het een verhaal 'uit de praktijk' is, en het je onbeschaamd een kijkje gunt in andermans keuken: hoe vergaat het een ander in zijn bewustwordingsproces? Leen schrijft hier heel openhartig over. Daarbij waren voor mij juist de beschrijvingen (en daarmee ook de herkenning) van de valkuilen van het ego heel verhelderend. En met name door de reacties van Hans op de vragen en ervaringen van Leen, waarbij hij consequent niet op de inhoud ingaat, maar steeds terugverwijst naar waar het werkelijk om gaat in zelfrealisatie.
Het boek laat zich gemakkelijk lezen door de speelse opzet middels de afwisseling van beschouwingen, e-mailtjes etc. en geeft een  prachtig beeld van de transformatie bij het persoonlijk opengaan en opgaan in het Zelf. Wel één kritische kanttekening: waarom zoveel Engelse terminologie? De Nederlandse taal is toch 'rijk' genoeg?

[November 2002, Wilmy Moors]

uit het boek:

Leen: Wat een opluchting: ik was opgemerkt. Niet alleen door de 'outer guru', maar ook de 'inner guru' begon vanaf dat moment steeds vaker zijn ware aard te tonen. Aanvankelijk gebeurde dat vooral tijdens satsang waarbij ik als persoon me steeds meer bewust werd van een onveranderlijke, stille basis die regelmatig op de voorgrond trad. Maar soms ook verschoof het perspectief, waarbij Ik als een enorme stilte en ruimte me soms als persoon uitdrukte. Die persoon verscheen dan in Mij en dat was aan de ervaringskant heel wat anders dan dat je jezelf als een persoontje ziet die naar de stilte toegaat. Jarenlang had ik zitten mediteren als persoon en kon heel gemakkelijk de stilte ervaren die diep in ons verborgen ligt op het niveau waar onze gedachten steeds subtieler worden en ten slotte verdwijnen. Maar het was altijd een ikje dat ergens naar toe ging — hoe echt en hoe aantrekkelijk die stilte ook was. Maar nu werd ik opeens overgenomen door het Zelf en was de waarnemende persoon verdwenen. Zelfs het bewustzijn was op een gegeven moment weg en er was alleen maar Zijn, zonder inhoud, zonder gedachte, zonder besef van wat dan ook. En opeens in datgene wat ik Ben verschijnt dan een ik-besef en daarmee het bewustzijn van de omgeving en het feit dat er weer gedachten komen, en gevoelens, etc. Pas toen begreep ik werkelijk de uitdrukking 'Ik ga aan alles vooraf.'

Hoe authentiek ook, deze ervaring was alleen maar een ervaring. En het kenmerk van ervaringen is dat ze vanzelf komen en vanzelf weer gaan. Het lastige was, dat ik weliswaar begreep dat de ervaring van stilte niet datgene was wat ik ten diepste Ben, maar ik begon de aanwezigheid van stilte plus een mooie ervaring te beschouwen als waar het bij realisatie om ging. De rest van de tijd was ik die stilte of die ervaring natuurlijk 'kwijt' en dat maakte me diep ongelukkig. Eerlijk gezegd begreep ik er niet veel meer van. Een diepe ervaring plus die stilte was in mijn perceptie oké, maar dat wisselde voortdurend af met gewone huis-, tuin- en keukengedachten en die waren naar mijn gevoel helemaal niet oké. Er klopte nog steeds iets niet, maar wat, daar kwam ik niet zo gemakkelijk achter. In die periode wisselden diep geluk en mogelijk nog diepere wanhoop voortdurend af. En Hans maar vertellen dat alles oké was en dat ik me geen zorgen hoefde te maken. Gewoon wat meer vertrouwen en geduld hebben. Er waren momenten dat ik me rottiger voelde dan ooit tevoren. Waar was ik aan begonnen? Kon ik nog terug?

Mailtje 23 november 2000

Satsang gisteren was speciaal. Bijzonder krachtig. Ik word er gewoon ongeduldig van. Dan krijg je een 'taste' van wat het zou kunnen zijn, wat het Is, en dan gaat het weer weg naar de achtergrond. Het is er natuurlijk wel, maar dan even out of focus. Inderdaad moet je body/mind wennen aan die nieuwe situatie. Ik wil dat het nu gebeurt, permanent en niet telkens in en uit. Maar dat zal er wel bij horen. Je vroeg aan het eind: hoe voel je je? Hoe kan je dat vragen? Eerst is er darshan, je kijkt me aan en ik begin weg te smelten. Grenzen vervagen en ook de waarneming wordt abstract. Je ziet, maar niet meer met je ogen, hoewel die merkwaardigerwijs ook blijven functioneren. Dat alles wordt tegelijk geregistreerd. Met het verzinken komt er in het lichaam een warmte op en door elkaar schudden, wat op zich niet onplezierig is, en ik begin er, nu dat een paar keer ervaren te hebben, aan te wennen en het zelfs te verwelkomen. En terwijl ik wegsmelt wordt er opeens door jou appèl gedaan op mijn mind: hoe voel je je? Ik wil helemaal niet terug in die mind. Laat me toch gaan. De mind neemt zijn kans waar: He, ik moet reageren. Let's take over, denkt hij. En ja, het wegzakken wordt minder. De grenzen komen weer terug en ook die lichamelijke gewaarwording van warmte is er weer. Zelfs het kijken vindt weer plaats door mijn ogen en ik zou op dat moment kunnen antwoorden met m'n oude vertrouwde ikje. Maar dat wil ik niet. Ik wil terug! Come on, Take me. En inderdaad vlak daarna was er weer het Zelf, door jou heen, direct, in resonantie met wat ik ben in diepste Wezen. En wat zijn trouwens die kleuren? Af en toe verschijnt er in de stilte een dieppaarsblauw licht. Als je ernaar 'kijkt' is het weg, het laat zich niet beetpakken. Maar het is er meteen weer, en eigenlijk nooit weggegaan, alleen ongrijpbaar. En zo mooi. Er is geen bliss op dat moment; alleen maar stille verwondering. En er komt het idee op dat je door dat licht heen zou kunnen gaan als een soort poort, als het ware, maar zo concreet is het niet. Als je je ergens mee wilt vereenzelvigen op dat moment - want er is natuurlijk ook de gewaarwording van het concrete body/mind functioneren - dan is er dat abstracte blauwe licht, ingebed en opborrelend in mezelf. Heb jij dat nou ook?
Je merkt, dat er in deze 'initial stage' van het opgaan in het Zelf allerlei dingen lijken te gebeuren, die er helemaal niet toe doen, maar er zijn. Ook zijn. Ik moet er niets mee met al die gewaarwordingen, maar het lijkt alsof ik nu bij jou bevestiging zoek op de juiste weg te zijn. En dat antwoord weet ik natuurlijk al: het padloze pad. Alles is 'grace'. En ik mag van geluk spreken dat het Zelf (via jou) me een duw in de goede richting geeft. Such a joy and such a blessing. Ik zou alleen zo graag willen loslaten. Helemaal los. Ik ben onuitsprekelijk dankbaar dat dit af en toe gebeurt. L.

Antwoord Hans:

Als ik vraag wat je ervaart (o.i.d.) stel ik dan de vraag aan het 'ik'? De uitnodiging is er alleen om volledig bewust te maken wat er is. De lichtverschijnselen zijn waarnemingen van subtiele energie uit het zesde en zevende chakragebied. Niet ongewoon, ook niet veel voorkomend. Enjoy it. Leen, het loslaten is al een paar weken geleden in gang gezet. Wees niet ongeduldig, hoe lastig dat ook is. Er wordt alles aan 'gedaan' wat nodig is. Trust me, trust it, trust your innermost Self. Er zal een moment komen waarop je kunt reageren zonder dat de mind zich ermee bemoeit: rechtstreeks dus, net zoals Hans spreekt: zonder mind.
Gezegend het padloze pad en de wandelloze wandelaar. H.