De leraar en de zoeker zijn het instrument en niet de auteur!

We spreken Wayne Liquorman tijdens zijn laatste bezoek aan Nederland dit jaar. De lijn van het levende onderricht loopt via Nisargadatta, Ramesh Balsekar naar Ram Tzu, Wayne's alter ego, of eigenlijk moet ik zeggen zijn non ego (een samenstelling van de namen Ramesh en Lao Tzu). Geduldig staat hij ons te woord. Hij houdt van analogieën om dingen te verhelderen. Hier volgt een typerende:
Je komt ergens waar mensen bijeen zijn die niet beter weten dan dat ze altijd een steentje in hun schoen hebben gehad. Als jij dan zegt dat je geen steentje in je schoen hebt, zullen ze meteen vragen hoe het is om zonder steentje in je schoen rond te lopen. 'Hoe is dat? Vertel ons hoe dat voelt!'
Maar jij hebt geen ervaring van de afwezigheid van een steentje, want jij kent die ervaring niet. Er zit altijd een ervaring in de aanwezigheid niet in de afwezigheid van iets. Als iemand het steentje uit zijn schoen zou halen, zou hij een ervaring hebben van afwezigheid, maar ook dat is slechts een kortstondige ervaring van de aanwezigheid van de afwezigheid van het steentje. De 'ervaring' van verlichting toont dat er nooit een steentje geweest is. Dus is er niet het ervaren van de aanwezigheid van de afwezigheid, omdat er nooit een aanwezigheid was die nu afwezig zou zijn.

Een waarachtige wijze?

Amigo: Is het nodig dat er over realisatie en verlichting gesproken wordt?

Wayne Liquorman: Het moet als dat is wat er gebeurt. Achteraf zou je dan kunnen zeggen dat het nodig was. Als er voor de spreker geen enkele egobehoefte mee gediend is, kun je spreken van een waarachtige wijze. Er zijn echter wel degelijk leraren die continu behoefte hebben zich te uiten, maar dat is een ander verhaal.

Je hebt het over een 'waarachtige wijze'. Hoe zou je zo iemand definiëren?

W.L: Als een menselijk organisme waarin het valse geloof in afgescheidenheid - door zichzelf als de auteur van zijn gevoelens, gedachten en handelingen te zien - totaal verdwenen is. En dan bedoel ik niet dat je gelooft dat je dat niet bent, maar ik bedoel de afwezigheid van geloof.  Er lopen heel wat mensen rond die geloven dat ze niet de doeners van hun handelingen zijn, maar dat is domweg weer een ander geloof.

Is de waarachtige wijze altijd een persoon of zou je kunnen zeggen dat het leven in zijn totaliteit een waarachtige wijze kan zijn?

W.L: Het leven kan een leraar zijn. Een waarachtige wijze hoeft niet altijd een leraar te zijn. Hij kan totaal geen effect hebben of respons krijgen, en iemand die geen wijze is kan van doorslaggevende betekenis zijn, in positieve en in negatieve zin. Sommigen van de beste leraren, met veel toehoorders, zijn geen wijzen. Dat zijn gewoon goede, charismatische leraren, maar dat heeft niets te maken met waarachtig wijs.

Ben jij een leraar?

W.L: Mensen komen, stellen vragen en dan praat ik erover en dan vindt er onderricht plaats. Dat zou ik leraarschap noemen.

'Alles wat is, is bewustzijn; bewustzijn is alles wat is'. Als beiden bewustzijn zijn, waarom is er dan verschil tussen zoeker en wijze? Dat lijkt tegenstrijdig.

W.L: Het is tegenstrijdig als je zegt: 'Dit een lamp en dit is een tafel en beide zijn bewustzijn, bewustzijn als lamp, bewustzijn als tafel', maar je probeert toch ook niet de tafel aan te steken om licht te krijgen? Dus je vermogen onderscheid te maken tussen de verschillende uitingen van bewustzijn is van belang voor je functioneren. De tafel en de lamp zijn verschillend, maar niet afgescheiden!

Is verlichting van de zoeker het doel van het leven?

W.L: Daarvoor geldt ook weer: als dat het is wat zich uitdrukt als het te behalen doel voor een zoeker, dan is dat wat er gebeurt. Maar in feite is het een beweging in bewustzijn; het gebeurt als onderdeel van wat zich in bewustzijn uitdrukt als alles wat is. Over dat wat is wordt de structuur van een 'ik' dat succes, doel en meer van dat soort zaken verlangt, heen gelegd. Het menselijk organisme kijkt en begrijpt doorgaans als volwassene. Jonge kinderen nemen niet op die manier waar. Zij kennen het concept niet van handelingen ten behoeve van een doel. Als je bijvoorbeeld met ze naar het strand gaat, bouwen ze een zandkasteel. En wat doen ze aan het einde van de dag? Ze springen er bovenop en vernietigen het. Als je vraagt waarom kijken ze je vreemd aan, want de bouw en de vernietiging had geen enkel doel. Kinderen handelen, kijken en denken niet zoals volwassenen.

Voor hen is er geen begin en geen einde; ze doen het gewoon?

W.L: Inderdaad. Als je ze dwingt om een antwoord te geven, zullen ze waarschijnlijk zeggen: 'voor de lol'. Dat is een aanvaardbaar antwoord waarmee ze volwassenen tevreden kunnen stellen. Een volwassene kan het begrip 'doelloos' tijdelijk begrijpen, maar ook dat wordt weer aangewend als rationele verklaring van het gebeuren.

Het is gewoon wat er gebeurde?

W.L: Het IS wat er gebeurde. Niet 'gewoon'... Het is curieus dat we als mensen vaak zeggen: het gebeurde 'gewoon'. Dat verkleint het gebeuren. Als het ego er niet is om betekenis en bedoeling aan een gebeuren toe te kennen, gebeurt iets 'gewoon'. Alsof het belangrijker is als het met een reden of doel gedaan wordt.
De reden is de verklaring die we toekennen aan onze handelingen en is een weerspiegeling van de persoonlijkheid. Maar het wordt er altijd achteraf aan toegevoegd.

Een 'niet-zoeker' beweren te zijn

Amigo 4 ging over de torenhoge ideeën die we over zelfrealisatie koesteren. Het kan bijna niet anders dan tot teleurstelling leiden. Die ideeën hebben de zoeker op pad geholpen. Hij krijgt piekervaringen en raakt daaraan verslaafd, maar diezelfde ideeën en ervaringen staan hem uiteindelijk juist in de weg.

W.L: Inderdaad, maar je hoeft ze niet uit de weg te gaan. Je kunt ze niet uit de weg gaan. We zien het vaak genoeg. Mensen worden 'waanwijze' zoekers en zeggen: 'Okee, vanaf nu ben ik geen zoeker meer.' Conceptueel hebben ze begrepen dat 'het zoeken' in de weg staat. Zonder zoeken geen zoeker. En dus besluit de zoeker geen zoeker meer te zijn. Maar dat te beweren, te wensen of te willen betekent nog niet dat het echt zo is.
Het zoeken verdwijnt op dezelfde manier als het kwam: als het functioneren van bewustzijn als geheel, het kwam niet als de voortdurende handelingen van een zoeker! De zoeker eigent zich dat wat op een bepaald niveau gebeurt als zijn handelingen toe, maar als we dat telkens weer dieper onderzoeken blijkt dat er allerlei invloeden waren die ver buiten de reikwijdte van het individu lagen.

Alles wat gebeurt vindt plaats via handelingen, gedachten en gevoelens van het organisme alsof het zijn handelingen, gedachten en gevoelens waren, maar het individu is het instrument en niet de auteur! En dat is een wezenlijk verschil.

Soms wordt 'er zijn' gezien. Het is zo alledaags en zo volmaakt, maar de eerste reactie van lichaam en geest is: is dit alles? Is het zo gewoon? Het lijkt erop dat het even duurt voor het wonder van die alledaagsheid wordt ingezien.

W.L: Dat kan, het is zeker het kenmerk van de wijze. De wijze is de meeste gewone van alle mensen. Die alledaagsheid is de wereld waarin de wijze zich beweegt: onmiddellijk in het moment met wat is. In direct contact met dat. Het zogenaamd gewone is dan in feite buiten gewoon.

De traditie

We kennen het klassieke rollenspel en ambiance: mensen die komen luisteren, een podium, de leermeester, bloemen enzovoort. Tegenwoordig lijkt het erop dat leraren en wijzen meer 'geaard' zijn. Er is minder afstand en ze zijn benaderbaar, we kunnen met ze praten, ze dragen spijkerbroeken. We kunnen ze bellen, e-mailen enzovoort. Het lijkt op een verandering.

W.L: In de bhakti-traditie spelen die zaken nog steeds. Je hebt Ammaji en anderen die rondreizen met een groot gevolg en een organisatie - een geïdealiseerde figuur. Binnen dat gegeven kun je even contact hebben, maar het is een geïdealiseerde situatie en dat bestaat. Op het bhakti-pad is ook veel meer te doen. (lacht) Het is voor 'doeners' en voor groepsmensen. Het is socialer.
Wat je zegt kan waar zijn, maar het is niet van toepassing op de advaita traditie. Advaita heeft nooit grote groepen mensen aangetrokken. Zelfs Ramana Maharshi had maar een kleine ashram en was toch zeer 'beschikbaar'. Het is een weg die niet attractief is voor de meerderheid van de spirituele zoekers, want die zijn op zoek naar iets concreets. De groepen, zoals die van Ammaji, Osho, Sai Baba hebben een ander soort aantrekkingskracht en hebben een andere kwaliteit, maar de simpele en basale advaita is mijn inziens in al die tijd niet erg veranderd.

Zijn jnana en bhakti twee aspecten van hetzelfde? Bij de jnani is er eerst het inzicht en komt uiteindelijk de overgave en bij bhakti is dat net andersom.

W.L: Dat is één manier om ernaar te kijken. Het effect van alle paden is dat ze het ego van het individu verzwakken totdat het uiteindelijke begrijpen plaatsvindt. Bij bhakti door middel van een proces van voortdurende overgave aan de goeroe. Bij jnana met behulp van het denken en voelen kijken en onderzoek doen naar de  ware aard van het 'ik'. En bij de weg van karma gaat het om egoloos handelen ofwel handelen zonder belang voor het 'ik'.
In het traditionele beeld leiden al deze paden naar hetzelfde punt. Ik zie het liever als verschillende stroompjes of beekjes die bergafwaarts stromen en eenmaal beneden verdwijnen of oplossen in het woestijnzand. Het is dus meer een proces van oplossen dan dat alle paden voeren naar een bereikt punt waar ze elkaar ontmoeten.

liefde & Liefde

Ik was geraakt door je gedicht 'a bespectacled banker from Bombay*', waarmee je uitdrukking geeft aan je liefde voor Ramesh Balsekar. Hoe verhoudt liefde (met een kleine l) zich tot Liefde (met een hoofdletter). Is de één uitdrukking van de ander?


* Who would have thought
That I'd fall in love
With a bespectacled banker
From Bombay?

Ridiculous
Ludicrous
I must be out of my mind
I'm married - A father -
An international businessman - A cynic
Yet here I find myself
Flitting about You
With all the volition
Of a moth at a flame

Wondering...
Afraid...
Secretly hoping....
That this 'me' will get too close
And immolate.

W.L: Ze kunnen een relatie met elkaar hebben, maar dat is niet noodzakelijk. Alledaagse liefde kent veel kwaliteiten en aspecten. Liefde met een hoofdletter is de liefde van acceptatie. Ik denk dat hoe meer gewone liefde doordrenkt is van Liefde, hoe krachtiger en blijvend de gewone liefde is. En hoe minder er sprake is van acceptatie hoe meer het doorslaat in het tegendeel. Kijk maar naar gepassioneerde liefdesrelaties; drie jaar later staan ze elkaar naar het leven of staan ze voor de rechter. Ram Tzu noemt het een zakelijk contract: jij geeft mij dit en ik geef jou dat. En zolang we ons aan die afspraak houden werkt het. Maar op het moment dat één zich niet aan de afspraak houdt, in het echt of in de verbeelding, heb je een fikse ruzie in de tent.

Het is zoiets als Liefde projecteren in liefde en dat past van geen kant?

W.L: Nee. Maar het doordringen van Liefde kan liefde wel groter maken. Liefde is niet afhankelijk, het is de Liefde voor het compleet en volledig geven: onbaatzuchtig. Als bij Liefde je maatje verliefd wordt op een ander en met die ander wil verder leven, laat je hem of haar gaan! Je wilt het allerbeste voor de ander, en niet voor jezelf. Ware Liefde is willen voor de ander, en niet voor jezelf. Als romantische liefde een uitdrukking is van de diepe wens om te geven, dan is het ware Liefde.

De rivier van het leven

'Chopping wood before enlightenment and chopping wood after enlightenment'. Je bent terug op het punt waar je begon. Alles is hetzelfde, maar het kan zonder weerstand omarmd worden?

W.L: Mm… het is niet echt een omarming. Omarmen is wat de zoeker doet. De zoeker zegt: 'Het leven is heerlijk, ik bied geen weerstand, ik omarm het'. Voor de wijze is er niemand meer die zich verzet of verzoent. Er is domweg de 'rivier van het leven.'

Je bedoelt 'er zijn' en zien dat er niemand is?

W.L: Inderdaad. De reactie van de zoeker na een spirituele ervaring kan zijn: 'ik omarm het leven. Dit alles is wat ik ben. We zijn allen één...', maar dat is nog steeds afgescheidenheid: ìk ga alles belichamen en ík ben dit alles. Voor de wijze is er geen ik waarin dat belichaamd wordt. Die afgescheidenheid is volledig afwezig.

Dus na het inzicht is er nog steeds een proces om te zien dat het niet door een iemand wordt gedaan?

W.L: Nee. Er is geen proces van dat zien. Als ik dat zeg, is dat louter een verwijzing of een didactisch instrument. Het is niet het gewaarzijn van het organisme dat het zo is. Er is geen afgescheiden gewaarzijn over de aard der dingen. Die hele vraag van een relatie tot 'Het', de eenwording met 'Het' is verdwenen. Er is niets en niemand tot wie je je kunt verhouden. Voor de wijze is er na verlichting geen proces.

Maar er was een dag dat je plotseling ontdekte: het is niet mijn zien, mijn inzicht.

W.L: Ja, dat moment dat het 'mij' compleet oploste, is een historisch moment in de geschiedenis van het organisme. Wat er op dat moment gebeurde, daar kunnen we alleen maar naar wijzen. Allegorisch zou je kunnen zeggen: er was toen een realisatie, er werd toen gezien dat er geen afgescheidenheid bestaat, maar dat is eigenlijk niet juist. In dat moment loste het hele paradigma op, de hele vraag loste op. Dus het meest precieze wat je kunt zeggen is dat er niets gebeurd is! Het valse idee is verdwenen en er verandert letterlijk niets.

Advaita is geen instrument Een praktische vraag: is er ook maar iets dat toegepast kan worden?

W.L: Ik kan alleen maar zeggen, ik pas het niet toe. Als je op internet het woord advaita intypt, vind je advaita voor ouderschap, advaita voor succes enzovoort. Net zoals tien jaar geleden over zen: zen van kracht, zen van relaties enzovoort. En dáárvoor was er tao: tao van kracht, tao van liefde enzovoort. Advaita is in die zin gewoon een nieuw label om mee te spelen, een markt om iets aan de man te brengen, maar advaita is geen instrument, net zomin als alle andere esoterische leringen, zoals zen en tao...!  Je moet hierbij onderscheid maken tussen voorschrijven en beschrijven. Advaita schrijft niet voor wat je moet doen, nee, het beschrijft wat er is.

Dat is helder. Maar er zijn leraren die zeggen: je kunt dit of dat doen, of je kunt het zus of zo doen...

W.L: …En men doet het ook nog! En sommigen hebben er baat bij en anderen helemaal niet...

Er is dus geen methode?

W.L: (zucht) Zo simpel is het ook weer niet, want er zijn methoden en er zijn mensen die ze hanteren. Methoden, zou je kunnen zeggen, zijn ook weer instrumenten van bewustzijn zodat er dingen gebeuren door mensen die methoden toepassen. De kern van het onderricht is dat het niet het individu is die een methode volgt, het is bewustzijn die een methode volgt via het individu. Er zijn verschillende wegen waardoor er gebeurt wat er gebeurt.

Over opvoeden. Soms voel ik een noodzaak mijn kinderen hierover te vertellen, maar aan de andere kant...

W.L: Ik heb mijn kinderen verteld wat mij boeit zonder te zeggen dat zij dat ook zo zouden moeten vinden of moeten leren. En als ze interesse tonen, dan zullen ze die interesse gaan volgen. Eigenlijk op dezelfde manier als je je kinderen laat kennisnemen van muziek. Je geeft ze de gelegenheid, maar laat de keus aan hen. Mijn visie als een ouder is ze niets op te dringen omdat ík denk dat het belangrijk is. Maar er zijn ouders die dat wel doen.

Vrije wil

Ik heb me altijd afgevraagd waarom Alexander Smit en Ramesh Balsekar andere uitspraken deden over vrije wil en keuze, hoewel ze dezelfde leermeester (Nisargadatta Maharaj) hadden. Ramesh zegt: er is geen vrije wil, alles is bewustzijn en bewustzijn is alles wat is. Alexander zei: je hebt de keuze je te identificeren met wat er gebeurt of niet. Kun je daar iets over zeggen?

W.L: Wat ik kan zeggen is dat noch Alexander noch Ramesh de waarheid spraken. Beiden maken gebruik van concepten als vingerwijzing naar dezelfde onderliggende waarheid, door gebruik te maken van verschillende concepten en terminologie. Je hoeft dus niet uit te pluizen wie er nu gelijk heeft maar begrijpen dat beiden in relatie tot de ultieme waarheid verkeerd zitten, omdat de ultieme waarheid nooit en te nimmer uitgedrukt kan worden!

De schepping

Tot slot: waarom is er zoiets als een schepping? Dit schijnt een onbeantwoordbare vraag te zijn, maar waarom explodeert het noumenon, de mogelijkheid, in expressie, in uitdrukking?

W.L: Het is niet onbeantwoordbaar. Het kan letterlijk op duizenden manieren beantwoord worden. En al die antwoorden zijn gebaseerd op het besef dat bewustzijn een object is dat iets doet. En vervolgens kennen we er menselijke eigenschappen aan toe.
Het gaat hier om hetzelfde principe dat we gebruiken om menselijk gedrag te willen kennen, of om te begrijpen waarom kinderen een zandkasteel bouwen en het vervolgens vernietigen. Je zegt: geef me een constructie waarmee ik als volwassene kan begrijpen hoe de hele wereld in elkaar steekt. Wat is de reden voor de schepping? De mensheid heeft zich dat eeuwenlang afgevraagd. Er zijn overal ter wereld, in elke stad, in elke plaats informatiecentra te vinden waar je vaak vierentwintig uur per dag naar binnen kan gaan en dit soort vragen stellen! Die informatiecentra zijn opvallend gebouwd en hebben kruisen of zespuntige sterren op het dak. Je kunt vragen: waarom is er zoveel leed in de wereld? Als antwoord krijg je dan zoiets als: 'Je bent aan het juiste adres, mijn zoon. Het is goed dat je niet voor informatie naar de overkant bent gegaan, je zou daar het verkeerde antwoord hebben gekregen...' (gelach, gelach). 'Hier, op pagina 83, is het antwoord op je vraag en dit Boek komt niet zomaar van iemand. Wat wij je hier vertellen komt rechtstreeks van God en dit is Zijn antwoord...'
Die vragen zijn beantwoord door alle grote godsdiensten. Het is niet dat er geen antwoord is, er zijn er wel duizenden antwoorden, kies er maar een die je aanstaat...

Dus er is geen reden voor dit alles, de dans, lila. God speelt met zichzelf?

W.L: Dat is een antwoord, het rationele antwoord. Iemand zoals jij, zou hier tevreden mee kunnen zijn, maar anderen niet. Waar we naar verwijzen is dat het antwoord willekeurig is. Het projecteert menselijke kenmerken in God! En God is geen object met bijbehorende eigenschappen! Als je God echt wilt zien, kijk om je heen. Alles wat je ziet, voelt, aanraakt, proeft, denkt, hoort, weet, verbeeldt en fantaseert is God!

[juni 2002, interview & vertaling: Belle Bruins & Kees Schreuders]