Zien

Zie ik wat ik zie of wat ik denk te zien?
Is het je ook al overkomen dat je een woord of een zin las die er achteraf gezien helemaal niet stond? Of dat je voorwerpen of mensen zag die er niet waren? Opgeslorpt door het denken projecteerden we onze gedachten op de waarneming. Meestal een onschuldige en vermakelijke vergissing die aantoont dat we eigenlijk niet neutraal zien maar voortdurend interpreteren.
Dit projecteren is echter veel minder onschuldig als het niet gaat om een tekst of een voorwerp maar over mijzelf. Hoe zie ik mijzelf? Welk beeld draag ik mee van mijzelf? Het beeld dat ik zie in de spiegel? Of zoals ik denk dat anderen mij zien (van op een afstand)? Of zoals ik eruitzie op een foto (die uiteraard ook van op een afstand genomen werd)? En wat bedoelen mensen als ze beweren dichter bij zichzelf te komen? Hoe dicht bij jezelf kun je wel komen? Wie of wat ben ik op 0 cm afstand?

De hoofd-loze ervaring
Dit soort vragen hielden ook Douglas Harding bezig, toen hij zo'n zestig jaar geleden als soldaat een wandeling maakte in het Himalaya-gebergte. Toen hij even ophield te denken en echt ging kijken, kwam hij tot een verbijsterende ontdekking. Hij schrijft hierover als over 'de mooiste dag van mijn leven' in zijn boekje 'On having no Head'.
Ziehier zijn verslag:

'Wat er in werkelijkheid gebeurde was van een absurde eenvoud en weinig spectaculair; heel eventjes maar stopte ik met denken. Redeneringen en fantasieën en alle kletspraatjes in mijn hoofd stierven weg. Voor één keer schoten woorden mij werkelijk te kort. Ik vergat mijn naam, mijn mens-zijn, mijn ding-zijn, alles wat mij of mijn genoemd kon worden. Verleden en heden vielen weg. Het was alsof ik op dat moment geboren werd, splinternieuw, gedachteloos, onwetend van elke herinnering. Alleen het Nu bestond, dat moment in het heden en datgene wat zich daarin helder voordeed. Kijken was genoeg. En wat ik zag waren broekspijpen die onderaan eindigden in een paar bruine schoenen, hemdsmouwen die opzij uitliepen in een paar roze handen en de voorkant van een shirt dat bovenaan eindigde in ... hoe dan ook, absoluut niets! En zeker niet in een hoofd.
Het kostte me helemaal geen tijd om op te merken dat dit niets, dit gat waar een hoofd zou moeten zitten, niet zomaar een leegte was, niet zomaar niets. Integendeel, het was heel vol. Een niets dat aan alles ruimte bood - ruimte voor gras, bomen, vage heuvels in de verte en hoog daarboven sneeuwtoppen. Ik was een hoofd kwijt en een wereld rijker... Hier was het, dit weergaloze panorama, alleen, door niets gesteund, op mysterieuze wijze zwevend in de leegte, en (en dit was het echte wonder, de verwondering en vreugde) volkomen vrij van 'mij', onaangetast door de blik van enig iemand die observeert. Haar totale aanwezigheid was de totale afwezigheid van mijn lichaam en ziel. ... Er was alleen maar vrede en stille vreugde, en de sensatie een ondraaglijke last te hebben afgeworpen.'(1)

Tot daar de beschrijving die Harding geeft van zijn ontdekking. Hoe 'geheimzinnig' het ook was, de waarneming was eenvoudig, helder en direct en niet een soort droom of zinsverbijstering. Waar vroeger het vaag idee was van iemand die vanuit twee ogen de wereld aanstaart, bleek nu een immens groot venster te zijn, wijd open, zonder omlijsting en zonder iemand die er doorheen kijkt...

Geldt dit niet voor ieder van ons?

Wel, het kan onmiddellijk getoetst worden. Het enige dat we hoeven te doen is echt kijken en voor een moment vergeten wie we denken te zijn (een menselijk wezen, met een hoofd en twee ogen). Zet dus even geheugen, verbeelding en geloof buitenspel. Stop voor een ogenblik het denken, het beoordelen, het vergelijken en kom tot het zuivere kijken.
Een kleine 'oefening' kan ons helpen.

De wijzende vinger

We gebruiken onze wijsvinger om beter te zien wat we zien, een beetje als een kind dat de woordjes aanwijst als het leert lezen. Deze wijzende hand, veel gebruikt in de reclame, wekt allerlei gevoelens. Waar wijst hij eigenlijk naar? Laten we het uittesten langs een kleine omweg. (Let op: alleen maar lezen heeft geen zin, je moet het echt doen!)

Wijs naar de muur voor je... zie hoe massief en ondoordringbaar hij is.
Breng langzaam je vinger naar beneden tot hij naar de vloer wijst... zie de structuur, de kleur...
Draai nu je wijzende hand verder door naar je voeten... je benen... je buik... je borst... stop telkens even en zie wat je ziet: een ondoorschijnend oppervlak, met kleur, met vorm, met grenzen, ondoordringbaar... kortom een 'ding'.
Wijs tenslotte met je vinger boven je borst, naar je gezicht, naar je ogen - of beter, naar de plaats waar mensen zeggen dat ze deze dingen aantreffen...
In je directe ervaring - waar wijst je vinger nu naar ?
Wijst hij een ding aan? Een object met vorm en kleur? Iets met grenzen? Een afgesloten oppervlak?
Of vind je juist de afwezigheid van dit alles?
Zie hoe wijd het is aan jouw kant van de wijzende vinger. Hoe diep, hoe hoog. Hoe transparant. En hoe open!
En zie: juist omdat het zo leeg is van alle dingen, hoe het vrij is voor alle dingen. Zie hoe het vol is van heel het kleurrijke schouwspel: de muur, het raam met wat erin is, de vloer, je benen, je romp en de wijzende hand zelf. Zie hoe dit niet-iets (dit niet-ding) tegelijk alle dingen is dat het bevat.
Ben jij ooit iets anders geweest?

Wat beweegt?

Onbegrensde ruimte die beweegt lijkt onzin. Dingen, mensen, dieren, auto's bewegen, maar leegte? Laat het ons uittesten. Denk erom: directe ervaring, geen geheugen, geen voorstelling, geen geloof. Zie wat je ziet, niet wat je aangeleerd werd te zien!

Sta recht en richt opnieuw je wijsvinger naar die plaats van waaruit je kijkt - je gezicht - en noteer hoe die plaats wijd open en vrij is. Blijf tegelijk kijken naar buiten naar de dingen daar (o.a. je wijzende vinger) en naar binnen naar het ontbreken van dingen hier en begin langzaam om je as rond te draaien.
Wat beweegt er?
Is het niet de kamer die roteert - muren, zoldering, vensters, wandplaten?
En ben jij niet de onbeweeglijke ruimte waarin het bewegen gebeurt?

Als je straks met auto of trein reist, kijk dan hoe het landschap beweegt: bomen en torens in de verte heel traag, de huizen dichterbij wat vlugger, de verlichtingspalen of wegmarkeringen zeer vlug. En merk hoe het onmogelijk is voor jouw - je wezenlijke ik (de Eerste Persoon) - om ook maar één cm te bewegen.

Diepgaand

Douglas Harding heeft een groot aantal dergelijke 'bewustzijnsoefeningen' bedacht om deze centrale Leegte, die tegelijk Volheid is, te ontdekken. Eigenlijk spreekt hij liever over tests of experimenten, want hij staat erop dat op een kritisch-wetenschappelijke manier gewerkt wordt. Geen geloof, geen uitwendige autoriteit: jij alleen bent in staat te zeggen wat je vindt in jouw 'centrum'. Hierbij gebruikt hij allerlei hulpmiddelen om 'big brother' (je aangeleerde conditioneringen) te verschalken. Spiegeltjes, papieren kokers, uitgeknipte kartonnen, zijn de 'instrumenten' waarmee hij een ongewone situatie schept, waarin we beter zien wat we zien, en niet wat ons aangeleerd werd.

Het gaat daarbij uitsluitend om het ZIEN en niet om wat je hierbij voelt of denkt. Gevoelens (hoe zuiver ook) en gedachten (hoe diepzinnig ook) behoren tot de steeds wisselende objecten van het bewustzijn. Zij komen en gaan. Hier gaat het echter om de 'Achtergrond' die we wezenlijk en altijd zijn. Dit schouwen in de Openheid kan dus op ieder moment, in welke stemming je ook bent en waar je je ook bevindt. In die zin is het zeer gewoon, 'dichter bij jezelf dan je adem'. Geen mystieke ervaring. Geen piekervaring. Eerder een dalervaring, zegt Harding.

Nochtans kan dit 'in'-zien (dit naar binnen zien) moeilijk overschat worden. Wie dit ernstig neemt en dus gaat voor wat hij ziet, en niet voor wat hij denkt te zien, krijgt een totaal ander perspectief. Waar ik mij vroeger zag als een klein poppetje dat rondloopt in een immense wereld, zie ik nu dat de wereld eigenlijk verschijnt in mij, in deze immense Ruimte. De dingen en de mensen, maar ook de emoties en gedachten krijgen een andere plaats. De vragen die het leven stelt krijgen hun juiste plaats. Ze verschijnen hier in deze Openheid, waar ze niemand kunnen bedreigen.
'De oplossing voor je probleem is zien wie het heeft,' zegt Ramana Maharshi.
Ook de relatie met anderen krijgt een andere betekenis. In het gewone taalgebruik spreekt men van een ontmoeting van 'aangezicht tot aangezicht' (face to face), of van een onderhoud 'onder vier ogen'. Alsof ik vanachter mijn twee ogen zit te kijken naar de ander die daar eveneens achter zijn twee ogen zit. Object tegenover object. Symmetrisch. Zo stellen we het ons voor, misleid door de taal. Wie echt kijkt, merkt echter een totaal andere situatie, die helemaal niet zo symmetrisch is. Het gezicht van mijn vriend daar verschijnt in de openheid hier ('face to no-face'). Het denkbeeldige scherm verdwijnt. Confrontatie maakt plaats voor herkenning. De herkenning van zichzelf in de andere. Het uitwisselen van elkaars gezicht. Als dat geen liefde is!

De praktijk van het kijken

Dit vraagt uiteraard dat men niet blijft stilstaan bij een eerste flits, een éénmalige kennismaking met dit 'zien'. Deze evolutie wordt niet zomaar in je schoot geworpen. Heel waarschijnlijk roept het in het begin nogal wat weerstanden op. Het legt immers een bom onder ons veilige ik-beeld (de fictieve persoonlijkheid die we opgebouwd hebben in het midden van ons universum). Dit vraagt een vorm van praktijk. Een bewustwording waarbij dit nieuwe zien (en dit is letterlijk te nemen: het visuele zien) regel wordt in plaats van uitzondering.

Harding spreekt over het kijken in twee richtingen: naar buiten en naar binnen. Het bestaat erin steeds weer te zien dat 'dat daar' verschijnt in 'dit hier'(2). Hierbij is 'dat daar' niet alleen het uiterlijke landschap van mensen en dingen, maar evenzeer het innerlijke landschap van gedachten en gevoelens. 'Dit hier' is die bewuste Leegte, de Openheid, het blanco scherm waarop de film van de wereld afgerold wordt. Hier en Daar zijn tegelijk helemaal tegengesteld en toch volkomen één:
Omdat ik hier vormloos en zonder kleur ben, is het mogelijk dat vormen en kleuren verschijnen.
Omdat ik hier bewegingsloos ben, is het mogelijk dat bewegingen verschijnen.
De stilte hier is de altijd aanwezige achtergrond van de geluiden die erin weerklinken.
In Dat wat zonder gevoelens en gedachten is, kunnen die wisselende gevoelens en gedachten zich tonen, zonder dat zij er een spoor op achterlaten.

Wat ik in mij opneem, daar moet ik vrij van zijn: het kopje moet leeg zijn om het te kunnen vullen. Dit steeds opnieuw zien (veeleer dan het weten) is de 'meditatie' die Harding voorstelt. Het is een meditatie voor onderweg. Zien hoe in de winkelstraat de drukte passeert in mijn leegte. Hoe het rumoer van het marktplein verschijnt in mijn stilte. Hoe het landschap langs de autoweg voorbij raast in mijn onbeweeglijkheid. Hoe het kleine beperkte gezicht van mijn vriend verschijnt in deze onbeperkte ruimte. Overal en op elk moment kan dit zien je van dienst zijn.

Ook bij moeilijke momenten. Immers 'hier' in mijn centrum heb ik niets te verliezen en is niemand die gekwetst kan worden. Angst, ergernis, schaamte, woede,... worden gezien op hun juiste plaats (nl. buiten het centrum) en juist daardoor bewust toegelaten, waardoor ze hun scherpte kunnen verliezen.

Toch blijft het eerste 'zien' het zekere kompas dat niet verbeterd of vervangen kan worden. Het is niet te herinneren en dus ook niet te koesteren. 'Zien' gebeurt altijd nu en vraagt dat je bereid bent je zonder voorwaarden open te stellen voor dat wat nu is.

' Ik win niets bij het zien wie ik ben, toch win ik alles. Dit zien kan niet geoefend worden, toch vraagt het een levenslange waakzaamheid en toewijding. Het is helemaal geen karwei en toch de moeilijkste opdracht. Niets valt er te doen en toch ook alles. Het is het allerlaatste einde en tegelijk het begin van de weg.' (Douglas Harding)

[Raf Pype]

-------------

(1) 'On having no Head' uitg. Shollond Trust Publications, 87B Cazenove Road, London N16 6BB. Tel & Fax: 020 8 806 3710, www.headless.org
Het boek is vertaald als 'Leven zonder Hoofd' uitg. Altamira. Niet meer in druk.

(2) De lezer zal begrijpen dat woorden als 'dat daar', 'dit hier', 'centrum' niet gebruikt worden als een gewone plaatsaanduiding. In het directe zien verdwijnt juist elke afstand tussen het voorwerp (of de andere) en mijzelf.

-------------

Richard Lang komt in Amsterdam (8 juni) en in Brugge (7 juni) een workshop leiden over het 'Zien wie je werkelijk bent'. Voor meer info: www.zien.yucom.be