Uit de wachtkamer...
Eckhart Tolle (de Kracht van het Nu) was in Nederland.

Het boek 'de Kracht van het Nu', verschenen in 1998, is inmidels vertaald in 32 talen en in het Nederlands taalgebied kent het zijn zesde druk. Tegenwoordig zie je het dan ook regelmatig op de bureaus van managers, trainers en coaches liggen.

De aantrekkingskracht van Tolle's boodschap reikt verder dan de inhoud van het boek. Bijna zeshonderd mensen uit heel Nederland waren zaterdag 24 april 2004 naar de Flint in Amersfoort gekomen. In de lezingen-cyclus 'auteurs ontmoeten lezers' had uitgeverij Ankh-Hermes de in Canada wonende Eckhart Tolle uitgenodigd.

Op de bühne: een praktisch podiumpje, lachwekkend prominent ondertiteld met de naam van de uitgever. Een simpele doorsnee-tafel en stoel, twee bloemstukjes en een microfoon flankeren een reusachtig videoscherm dat als een vergrootglas Tolle's ingetogen mimiek en humor tot uiting brengt. In dit decor neemt een alledaags ogende man plaats voor een eerbiedig rijp én groen publiek, in afwachting van spiritueel vuurwerk.

Tolle opent met de voor hem kenmerkende zelfrelativering: Deze lezing gaat wel drie uur duren... Dat lijkt lang als het enige onderwerp het Nu is... Als je niet nu bent, word je nu al onrustig...
De manier om in het Nu te komen is, volgens hem, je aandacht naar de zintuigen brengen en je bewust worden van de vormloze, onaantastbare achtergrond: de vitale aanwezigheid. De deur van het Nu staat altijd open en vormt de toegang tot die aanwezigheid.

Maar voor die deur liggen helaas wel wat beren op de weg, zoals:
Het denken dat een ego-identiteit aanneemt (persoonlijk en collectief) en altijd druk is met het onverzadigbare 'ik wil...'.
Daarnaast het immer zeurende klaag-ego dat niets anders is dan vragen om aandacht en opeisen van bestaansrecht voor het ego. Klagen impliceert immers superioriteit: mijn ik is van meer betekenis dan het jouwe, dat zelfs zover kan strekken dat we ons beklag doen bij god over wat hij allemaal verkeerd doet.
De volgende handicaps zijn dan al die andere onbewuste subjecten (medemensen) in het leven. Hierbij citeert Tolle Jean Paul Sartre: Hel is de ander. Laat je niet inpakken door reacties op het onbewuste, is de boodschap, want dat pakt uiteindelijk alleen maar uit als een 'ego-opsteker'.
Tot slot hebben we het persoonlijke en collectieve pijnlichaam ('the pain-body' is het woord dat hij het meest frequent in de mond zal nemen tijdens deze lezing). Tolle vergelijkt dit pijnlichaam met het slijmerige Gollum-karakter uit de film 'Lord of the Rings'. Ook pijn is een slinkse wijze van aandacht smeken van het ego.

In het proces van bewustwording kunnen deze handicaps uit instinctief zelfbehoud voor het ego juist gaan opspelen. Pijn kan dan onderdeel zijn van de transmutatie; zoals bijvoorbeeld bij J. Krishnamurti (door Tolle geciteerd) die ook veel pijn leed en niet naar de dokter ging omdat het volgens hem 'transmutatie in actie' was.

De toon van Tolle's stem verandert ineens als hij het heeft over de pijn die hij zelf onderging en hem uiteindelijk als figuurlijke leraar 'de uitgang' wees. Hij concludeert dan ook dat het leven je precies biedt wat je nodig hebt. En op het moment dat je beseft: ik heb die pijn niet meer nodig, kom je op één lijn met het Nu en vind je bevrijding.

Tijdens de pauze heerst er een luchtige foyer-stemming; we zitten per slot van rekening in een theater. Ons-kent-ons en bevindingen worden uitgewisseld. Als de pauzebel geklonken heeft, vult de zaal zich snel en valt soepel stil zodra Tolle weer op het poduim verschijnt.
We krijgen de gelegenheid vragen te stellen, met de aansporing dat deze vragen wel oprecht en actueel moeten zijn. Vragen volgen, onder andere over liefde, vergeving en verantwoordelijkheid. Telkens weer beschrijft hij de werking en de functie van het pijnlichaam en geeft aan hoe de vicieuze cirkel 'pijn veroorzaken' en 'iemand pijn aandoen' kan worden doorbroken. De eerste stap is in ieder geval: zien dat het zo werkt. Dat is, volgens Tolle, het startpunt voor de overwinning op onze onbewustheid.

Tenslotte geeft Tolle, met veel binnenpret, het publiek nog een laatste boodschap mee: Nu zul je denken van ojee.... nu moet ik de rest van mijn leven bewust en nu zijn. Wat een taak!!! Maar hij voegt daar olijk aan toe: Dat valt best mee... want het hoeft alleen maar NU! Tijdens een staand applaus verdwijnt Eckhart gniffelend achter de coulissen.

Waarin zit nu de (aantrekkings)kracht van Tolle's boodschap?

Volgens mij vooral in zijn nadruk op het huidige moment: bevrijding vind je niet gisteren, niet morgen, maar Nu! Zoals Jan van Delden erop wijst dat er altijd, figuurlijk gesproken, vier deuren zijn: het Nu, de Stilte, het Kennen en de Aandacht. Voor iedereen is er dus wel een pad en een openstaande deur.

De uitgereikte folder van Tolle zegt nadrukkelijk dat het een 'teaching' betreft, alhoewel hij dat zelf tijdens de lezing ontkent (wanneer hem gevraagd wordt of hij discipelen aanneemt) omdat er pas van 'teaching' sprake is als er pupillen zijn.
De 'teaching' zou volgens hem bovendien niet in een bepaalde stroming of levensovertuiging passen, terwijl deze toch duidelijk lijkt te putten uit het non-dualistische gedachtegoed (Advaita Vedanta) ofwel 'de weg van het onpersoonlijke'.

Tolle presenteert zich echter absoluut niet als goeroe en wil ook geen discipelen. Pretentieloos, bedachtzaam en met een knipoog, beschrijft hij uit eigen ondervinding hoe de grootste barrière, 'het ego-mechanisme' genomen kan worden en weet hij regelmatig de lachers op zijn hand te krijgen.

Tony Parsons noemt Tolle's 'teaching' dualistisch, omdat deze zich richt op een schijnbare persoon die iets zou kunnen kiezen om te doen of te laten teneinde bevrijding te vinden. Met elk handvat dat je een zoeker aanreikt erken je immers het bestaan van diezelfde zoeker. Terwijl de kernboodschap van de weg van het nonduale juist het niet-bestaan van de zoeker is (wat Tolle zeer terloops even aanstipt). Die 'pure boodschap' is echter zo direct en radicaal dat de menselijke geest dit niet wil horen en waarschijnlijk nooit een groot publiek zal trekken. Tolle 's boodschap krijgt dat wèl voor elkaar.

Tolle weet blijkbaar bij een grote groep zoekers met het hoofd het hart te inspireren en met het hart het hoofd te vertederen. Hij komt de zoekende tegemoet met allerlei handreikingen, werkwijzen en oefeningen. Velen voelen zich hierdoor blijkbaar aangesproken en zien in Tolle de sleuteldrager voor de deur van het Nu.

het NU

Terugkijkend op deze dag, realiseer ik me hoe het denken ons maar al te graag laat geloven in 'ik wórd pas gelukkig áls...'. Als aan die voorwaarde is voldaan, tovert het denken vanzelf wel weer een ander 'als' uit de hoge hoed. Zodoende blijft er het zoeken, wordt tijd gecreëerd én is er wachten op geluk en bevrijding. Het leven tekent zich dan smachtend af als een wachtkamer. Ik herinner mij nog levendig het moment in de Amstelkerk waar Alexander Smit mooi en kernachtig afrekende met die wachtkamer. Met een gepast gevoel voor theater deed Alexander de volgende aankondiging: 'Beste mensen, ik heb een dramatische mededeling voor u... 
'w e   k u n n e n   n o o i t   g e l u k k i g   w o r d e n' –
...veelbetekenende stilte... Met veel binnenpret maakte hij zijn pointe:
'...we kunnen alleen maar gelukkig zíjn!
'

Voor meer informatie: www.eckharttolle.com

[Kees Schreuders]