God verstopt in de mens...

Oorspronkelijkheid heeft zijn basis in dat wat nieuw, origineel is. Daarmee is oorspronkelijkheid nog niet gelijk aan de oorsprong. Deze gaat aan de oorspronkelijkheid vooraf of schept de voorwaarden ervoor. De oorsprong of de bron ligt in het onvergankelijke en dit kan gezien worden. 'Zien' en 'zijn' vallen dan samen. Je realiseert je dat je de bron bent. En dit maakt je verantwoordelijk voor alles: er is echter niets buiten jou. Je bent daardoor in staat tot het geven van een antwoord (of reactie) op alles wat zich voordoet. Zo bekeken voert Advaita niet alleen verstandelijk terug naar de Bron, maar leeft ze vooral in praktische en alledaagse situaties, volgens Jan van Koehoorn in gesprek met Dick de Boom.

Dick: Om maar met het begin te beginnen, heb ik in Van Dale het woord oorspronkelijk opgezocht. Dit vond ik:
oor•spron•ke•lijk (bn.)

  1. het begin uitmakend van => eerst, in eerste instantie
  2. (van zaken) niet van anderen verkregen of overgenomen => origineel
  3. (van personen) geen anderen navolgend => origineel

Als je dat zo bekijkt gaat oorspronkelijkheid over wat origineel is, echt is. De neiging bestaat om bij oorspronkelijkheid te gaan zoeken waar de oorsprong ligt. We kunnen de oorsprong van dingen soms vinden door bijvoorbeeld een koolstofmethode toe te passen, of de microscoop te pakken. Om de oorsprong van een rivier te vinden, ga je op zoek naar de bron. Kortom de bron ligt soms ver weg en vergt veel studie of moeite.
Als we al onze eigen bron willen vinden, proberen we dat vaak te doen door een bepaalde godsdienst te beoefenen of gaan op zoek naar een goeroe.
Hoe kijk jij daar tegenaan?

Jan: Als we het hebben over oorspronkelijkheid dan gaat het in feite over niet-imitatie. Alles wat te kopiŽren is, is dus niet de oorsprong. Ik denk dat iedereen in zijn leven wel eens iemand anders nadoet. Ik zit zelf in de popmuziek en vanuit die hoek bekeken is het een veelvuldig optredend fenomeen. Toch gebeurt het in de muziek vaak genoeg dat er weer iemand opstaat, die een eigenheid heeft waardoor hij of zij mensen kan boeien.
Op zoek gaan naar de oorsprong in jouw voorbeeld, betekent dat je op weg gaat, in de hoop iets 'tastbaars' te ontdekken. De koolstofmethode plaatst de oorsprong in de tijd. Maar tijd is een waargenomen iets en kan dus geen oorsprong zijn. De microscoopmethode plaatst de oorsprong in de ruimte. Ruimte (lengte - hoogte - breedte) is opnieuw een waargenomen iets en kan dus geen oorsprong zijn.

Waarom kan een waargenomen iets geen oorsprong zijn? Omdat de voorwaarde ligt in datgene wat het waarnemen mogelijk maakt. Dus nog niet eens het waarnemen zélf, maar datgene waardoor waarnemen mogelijk wordt.
Wat er dient te gebeuren is een soort quantum-sprong in het Bewustzijn. Bijna niemand komt op het idee de oorsprong der dingen in zichZelf te zoeken. Oorspronkelijkheid wordt op de één of andere manier altijd buiten het hier en nu gezocht.

Ik herinner me een verhaal uit een boek wat ik ooit gelezen heb over Jnana Yoga. Het gaat over God, die de wereld heeft geschapen en zich afvraagt waar hij naartoe zal gaan. Hij denkt hier vrij lang over na, totdat hij op een dag een inval krijgt. Hij zegt: 'Weet je wat? Ik verstop me in de mens zelf. Daar zoeken ze me nooit!!!'

oorsponkelijk versus oorsprong

Dick: Ik begrijp dat zelfonderzoek 'je' uiteindelijk voert naar de oorsprong, de bron.
Is het niet zo dat je in het gemanifesteerde, het gekende, de uitdrukking vind en ziet van de bron. Een nieuwe compositie, een nieuw boek, een nieuw schilderij kunnen toch oorspronkelijk zijn? Nog nooit eerder gezien Heel uniek? Weliswaar gezien vanuit 'mijn' standpunt, maar oorspronkelijk uit zijn eigen bron?

Jan: Ik denk dat we een nuancering aan moeten brengen tussen 'oorspronkelijk' en 'oorsprong'.
Kunstwerken kunnen zeker oorspronkelijk zijn, maar als verschijnsel zijn ze niet de oorsprong. We kunnen bijvoorbeeld niet stellen dat de 'Nachtwacht' van  Rembrandt de basis is van alle dingen. We kunnen wél zeggen dat de oorsprong (Bewustzijn) de basis is van dat meesterwerk.
Als je zegt dat je in het gemanifesteerde, het gekende, de uitdrukking vindt van de bron, dan ben ik dat volledig met je eens. Water laat zich kennen als (bijvoorbeeld) golven, druppels, sneeuwvlokjes, hagelstenen, ijs, enzovoort. Al die vormen zijn verschillende uitdrukkingen van water.

Dick: Ik heb je een keer horen zeggen: Het gaat er niet om dat je alle veranderlijke dingen ziet in het onveranderlijke, maar dat je het onveranderlijke ziet in het veranderlijke. Kun je me dat uitleggen. In het onveranderlijke (de oorsprong), wat we zijn, zien we toch het onveranderlijke? Hoe kan je dat dan omdraaien?

Jan: In dit opzicht is 'zien' gelijk aan 'zijn'. We zijn het onveranderlijke. Dat is niet tot object te maken, dus in die zin kun je niet het 'onveranderlijke in het veranderlijke zien'. Je kunt wel tot de ontdekking komen dat je dat BENT. Dus wees niets anders dan dat. Weet dat je de bron van alle dingen bent. Dat bedoel ik met: 'zie het onveranderlijke in het veranderlijke'.

alles op alles zetten

Dick: De vraag die zich dan 'bij mij' voordoet is: 'Hoe kom je tot die ontdekking? Is dat een kwestie van mediteren, een goeroe bezoeken, je verdiepen?'

Jan: de manier waarop maakt eigenlijk niet zoveel uit. Het gaat meer om een integere belangstelling en de intensiteit van je onderzoek. Het allerbelangrijkste is nog wel dat het hele 'hoe' verdwijnt. Zoekers naar waarheid verlangen diep van binnen toch altijd nog naar een methode, naar een 'hoe'. Dat hele 'hoe' is onzin. Het is volkomen onmogelijk dat je niet al die Onmetelijkheid bent.

Dick: Is integere belangstelling dan iets wat er gewoon is of iets  waar 'je' nog op de een of andere manier invloed op kunt uitoefenen.?

Jan: Als je honderd procent zeker zou zijn over die integere belangstelling dan was je gerealiseerd. Zolang het nog niet zeker is of dat iets is wat er gewoon is, of dat je er invloed op uit kunt oefenen, rest je dus maar één ding te doen: alles op alles zetten. Onderzoek of het zo is. Ik zou je een pasklaar antwoord kunnen geven, maar aan antwoorden alleen heb je niet genoeg. Iedereen die in zelfonderzoek geēnteresseerd is, moet het zelf uitzoeken. Ik zeg dit, omdat ik ervoor wil waken dat je het alleen intellectueel snapt.

Dick: Dat alles op alles zetten heeft dat te maken wat jouw leermeester Alexander Smit omschreef als het uitspelen van de 'laatste troef'. Kun je me dat uitleggen en kan je me iets vertellen over hoe dat bij jou is gegaan?

Jan: Ik zal je vertellen hoe dat gegaan is. Ik had al een jaar of vijf alles gelezen wat ik te pakken kon krijgen over zelfonderzoek in het algemeen en Advaita in het bijzonder. Nisargadatta, Krishnamurti, Jean Klein, Wolter Keers, John Levi, Ramana, noem maar op. Op een goede dag kwam ik het boek 'Bewustzijn' van Alexander Smit tegen. Hoewel ik van mezelf vond dat ik Advaita al aardig 'door' kreeg, snapte ik misschien voor tien procent waar hij het over had.
Ik heb het boek tientallen keren gelezen en besloot om te proberen in contact te komen met de schrijver.

Dat lukte vrij snel en ik ging naar Baarn voor satsang. De impact van die satsangs was enorm. Ik bleek toch nog allerlei ideeŽn te hebben over hoe een 'verlichte' er uit hoorde te zien, hoe hij of zij zich behoorde te gedragen, enzovoort. Door het levende contact met Alexander verdwenen al deze concepten. Ik wilde niet meer een 'beter mens' worden, ik wilde zelfs niet eens meer 'verlicht' worden. Ik wilde alleen nog maar weten: wie ben ik?
Ik had vaak gelezen dat verlichting een soort flits is, alsof je door de bliksem wordt getroffen. Bij mij gebeurde iets heel anders, ik noem het tegenwoordig vaak 'het optrekken van de mist'. Er waren geen vragen meer, er waren ook geen antwoorden meer, alleen een allesdoordringende helderheid die volkomen twijfelloos was. Vragen van andere bezoekers vond ik onzinnig. Ik heb Alexander bedankt en heb hem nooit meer gezien.

Mijn laatste troef was dus, dat ik op een hele subtiele manier toch nog een 'verlichtingsconcept' koesterde. Door het contact met Alexander loste dat op. Het leuke van satsang, is dat je denkt dat je instapt in een soort leraar-leerling-situatie, en dat gaandeweg het verschil tussen leraar en leerling wegvalt. En dat is heel moeilijk uit een boek te halen.

spiritueel autisme

Dick: Hoe zit het met dingen als je 'verantwoordelijkheid nemen' in je dagelijkse werkzaamheden. Zit 'je' daar anders in dan voor realisatie?

Jan: Oh zeker. Verantwoordelijkheid kun je trouwens op verschillende manieren uitleggen. Sinds die realisatie op mijn dertigste weet ik dat ik totaal verantwoordelijk ben voor alles. Vroeger kon ik mezelf nog wel eens wijs maken dat er dingen waren waar ik 'niets mee te maken' had. Tegenwoordig is dat onmogelijk, volkomen uitgesloten.

Mijn leraar Alexander had nog een andere uitleg voor het woord verantwoordelijkheid: 'in de mogelijkheid zijn om een antwoord te geven'. Vergelijk het Engelse 'responsability': the 'ability to respond'. Dat komt op hetzelfde neer, namelijk dat je niets meer buitensluit. Alles is welkom. Wat er ook maar opkomt is oké.

Veel mensen vragen zich af waarom ze het hele Advaita verhaal wel snappen maar toch nog niet verlicht zijn. Ik vraag ze dan wel eens: 'Ben je bereid totaal verantwoordelijk te zijn voor alles wat er gebeurt?' Het is namelijk nogal niet niks. In de praktijk zie ik vaak dat juist het omgekeerde gebeurt. Onder het mom van Advaita is men zogenaamd nergens meer verantwoordelijk voor omdat 'alles immers Bewustzijn is'. Dat wordt de Advaita-shuffle genoemd, een term die door Andrew Cohen is verzonnen. Mijn leraar noemde het altijd 'spiritueel autisme'.

Ook een verlichte blijft dus aanspreekbaar op zijn of haar gedrag en kan ter verantwoording geroepen worden. Hij kan zelfs zijn verontschuldigingen aanbieden. Het lijken soms net mensen...

Dick: Lijkt op zich erg duidelijk. Voor mij zit er toch nog wel een spanningsveld tussen 'iets moeten of iets van een doener' en 'laten komen wat komt'. Of is het 'nemen van verantwoordelijkheid' meer iets dat gewoon gebeurt.

Jan: Ja. Het is al bij voorbaat duidelijk dat die verantwoordelijkheid onontkoombaar is. Het is dus nog niet eens zo dat die 'genomen gaat worden'. Het is net alsof je naar een film kijkt waarin de ene acteur zijn verontschuldigingen aanbiedt aan een andere acteur.

Dick: Als er sprake is van 'spiritueel autisme', is dat dan ook iets wat gebeurt?

Jan: Ja, en bij zelfonderzoek is het dan goed opletten dat de dingen ook als zodanig herkend worden. Het gaat er dan ook helemaal niet om dat het wel of niet zou mogen gebeuren. Het enige wat dient te gebeuren is dat het onderscheidingsvermogen zijn werk doet.

Dick: Dat laatste begrijp ik niet zo goed. Kun je me dat nog toelichten.

Jan: Het onderscheidingsvermogen is een soort hoger weten in ons, een kompas, een intuētief weten. Sommige mensen gebruiken de term 'satguru'. Wanneer ik op satsang of in een antwoord op een mail iets zeg of schrijf, wat bij de luisteraar doel treft, dan is dat onderscheidingsvermogen aan het werk. Je hoort iets wat je 'eigenlijk' al weet, maar je kunt het niet uitleggen. Het gaat voor het denken uit. Probeer maar eens uit te leggen waarom je bijvoorbeeld van iemand houdt. Onbegonnen werk. Hoe weet je het dan? Je weet het twijfelloos, klaar. Dat weten zonder denken is waar het om gaat bij zelfonderzoek. Want weten met het denken heeft te maken met herinnering, met tweedehands-kennis. In eerste instantie lijkt het er (vooral bij Advaita) op dat het gaat om verstandelijk begrijpen, maar dat is slechts een tijdelijk iets. Uiteindelijk gaan alle concepten, inclusief die van verlichting, leraar, leerling, verbetering, overboord. Overboord in die zin dat ze gezien zijn voor wat ze zijn: concepten. En dat kan niet via geleende kennis, dat moet je rechtstreeks zelf zien, weten.

Ik ben het licht...

Dick: Iets anders wat ik je nog vragen wil. Het valt me op dat jij het niet of nauwelijks hebt over God (tenzij ik me vergis). Andere leraren hebben het er vaak over. Alles wat door ons heen gaat, zou het werk van God zijn. Ook is er bij de oudere leraren wel sprake van het lila (of de Griekse Goden in bijvoorbeeld de Odysseus van Homerus).

Jan: Zelf heb ik geen associaties met het woord God. Als ik er al een ander woord voor zou mogen geven, dan is het 'zijn', 'to be'. Het bestaan zelf is God. Maar ik zie God niet als een macht buiten onszelf die alles regelt. Je hoort ook wel eens: 'God is Liefde'. Vind ik ook mooi. Mijn leraar Alexander citeerde Jezus wel eens: 'Ik ben het Licht, de Waarheid en het Leven'

Jezus zei dus niet: 'Ik vertegenwoordig...', enzovoort. Nee, 'Ik BEN het!'
Ik ben niet gelovig opgevoed, maar heb wel op een katholieke basisschool gezeten. Al op mijn tiende vond ik het maar één grote poppenkast. Ik heb het niet over de essentie, maar over het gedoe er omheen. En dan zijn we weer terug bij onderscheidingsvermogen. Ik had niemand nodig om me te vertellen dat het uiterlijke schijn was.

Dick: In de laatste (jubileum) editie van 'Inzicht'  schrijf je over emoties het volgende:
'Stel dat je ontdekt wie of wat je bent. Dat heeft dan zekere consequenties, maar het hoeft lang niet altijd te betekenen dat er daarna op gevoelsniveau geen pieken of dalen zullen optreden. Het enige wat er gebeurt, is dat het misverstand dat je je 'mee kunt laten slepen' door je gevoel, doorzien is. Je weet dat je de tijd- en ruimteloze waarnemer bent van elk gevoel en elke gedachte. Dat er niets of niemand is om in te grijpen in datgene wat er gebeurt. Dat betekent dat er volmaakte synchroniciteit met het nu is. Elk idee van 'het moet anders' of 'waarom gebeurt dat nu mij' is doorzien en zijn kracht heeft verloren. Emoties zijn niet langer fout of goed, emoties zijn emoties. En die kunnen nog steeds behoorlijk hevig zijn. Maar wel conflictloos.'

Jan: We begonnen met oorspronkelijkheid en eindigen met emoties. De verbinding ligt in de tijd-en ruimteloze waarnemer die wij zijn.

Voor meer informatie over Jan: www.noclaim.com/advaita/

[interview: Dick de Boom]