‘Advaita & (psycho)therapie'
Aanvullend of tegenstrijdig?

[Johan van der Kooij in gesprek met Susan Frank]

Tijdens een seminar van Ramesh Balsekar hoorde ik een bezoeker een vraag stellen: ‘Hoe denkt u over psychotherapie?'
Het werd doodstil in de zaal, alsof iedereen zijn adem inhield om het antwoord niet te missen. Voor mij betekende die stilte dat er veel psychotherapeuten aanwezig waren, ofwel mensen die psychotherapie volgden.
Het antwoord van Balsekar was simpel en duidelijk: ‘Als je lichaam zwak is, dan is het zinvol om naar een dokter te gaan, net zo, als je geest zwak is, dan heeft het zin om psychotherapie te volgen.'
Op het eerste gezicht lijken de principes van advaita en psychotherapie tegenstrijdig. Jean Klein bracht die tegenstelling heel duidelijk onder woorden:

‘Alle vormen van psychotherapie, waaronder de psychoanalyse, zijn gebaseerd op een uitgangspunt dat in het licht van de advaita vedanta juist de werkelijke oorzaak is van wat we een fundamentele neurose kunnen noemen, een metafysische neurose, namelijk het ontstaan van een ego dat zichzelf als een afgescheiden eenheid ervaart. Het doel van de psychoanalyse is om het afgescheiden ego weer in balans en in harmonie te brengen, een doel dat binnen de context gezien wordt als gerechtvaardigde realiteit.
De psychoanalyticus probeert een evenwichtig en harmonieus ego te herstellen, een ego in evenwicht met zijn omgeving en met andere wezens. Dit ideaal is bij nader inzien volslagen naïef. Wanneer we een evenwichtig zelf willen zijn (als we proberen om het ego gezond te maken, red.) willen we eigenlijk een onevenwichtigheid verlengen, onder de best haalbare omstandigheden, door een beroep te doen op energie die een staat van egoïsme tot stand brengt, fixeert en versterkt. Dat is eigenlijk het fundamenteel onevenwichtige, de bron van al het andere. Dit is ongeveer net zo absurd als de symptomen van een ziekte te bestrijden zonder je te wenden tot de ziekte zelf. De psychoanalytische genezing is daarom geen wezenlijke genezing. Het bevrijdt de zieke niet van zijn ziekte, het helpt hem om er mee te leven, met het ego. Zijn ziekte is denkbeeldig. Vanuit de advaita gezien, werkt een psychoanalyticus altijd, zij het onbewust en vanuit alle oprechtheid, net als Monsieur Purgon, de arts in De Ingebeelde Zieke van Molière.'
(bron: ‘Be who you are', uitgegeven bij Watkins Publishing, Dulverton 1978')

Het voorportaal

Als de mens op zoek gaat naar zelfverwerkelijking komt hij terecht in een gebied waar zijn soms belangrijker is dan hebben of worden. Gewoonlijk denken we dat als we over voldoende materiële middelen beschikken, we dan kunnen doen wat we willen, en dat we vervolgens gelukkig worden. In de humanistische psychologie is het net andersom: Pas als we kunnen zijn wie we echt zijn, zullen we dingen gaan doen die ons echt tevreden stellen en ons plezier geven, en zo zullen we werkelijk hebben wat we willen. Dit lijkt op een religieus/spiritueel uitgangspunt en dat is nu juist een van de karakteristieken van deze stroming, dat er ruimte is voor spirituele beleving.

De humanistische psychologie is een voorloper van de transpersoonlijke psychologie (trans=achter, persona=masker) waarbij het uitgangspunt is dat spiritualiteit een levenshouding is en transpersoonlijke psychologie de wetenschappelijke bestudering ervan.

Na de tweede wereldoorlog is er een brede belangstelling ontstaan voor persoonlijke ontwikkeling en spiritualiteit. De humanistische psychologie ontwikkelde zich als reactie op de klassieke psychoanalyse en is toegankelijk voor een breed publiek. Humanistische psychologie is een verzamelnaam van ervaringsgerichte psychotherapie waarbij de nadruk op persoonlijke ontwikkeling ligt. Het hart van de humanistische psychologie ligt in de kunst om in het innerlijk te kijken. Een ander belangrijk uitgangspunt van de humanistische psychologie is dat er met de mens fundamenteel niets mis is, dat iedereen wel eens een masker gebruikt om te kunnen functioneren. Die maskers zijn bijna onzichtbaar ontstaan in de psyche toen ze nodig waren. Op die manier gezien zijn we allemaal een tikkeltje neurotisch. De humanistische psychologie biedt een methode aan om de persoonlijkheid te ontmaskeren en in aanraking te komen met een diepere werkelijkheid in ons zelf.

Je zou de humanistische psychologie een voorportaal kunnen noemen van de belangstelling die er momenteel bestaat voor spiritualiteit in het algemeen, en non-dualisme in het bijzonder. De humanistische psychologie ging het zelf-gewaarzijn als instrument gebruiken om de diepte van de psyche te verkennen. Bijna vanzelfsprekend kwam men in gebieden terecht waar de wetenschappelijke psychologie ophoudt, en zijnservaring begint.

Het lijkt wel of veel mensen die geïnteresseerd zijn in advaita, zich ook bezig houden met persoonlijke ontwikkeling - grappig is hier trouwens dat ­ persoonlijke ontwikkeling - etymologisch betekent: de af-wikkeling van het masker, dan past het weer perfect bij advaita! -

- Is er sprake van een valkuil of juist van ondersteuning als we tijdens onze sadhana een vorm van psychotherapie volgen?
- Kun je doordringen tot de essentie van advaita zonder psychologisch inzicht van de persoonlijkheid? Of is dat laatste juist weer een speeltje van de mind, een mentaal houvast?

Met deze en andere vragen ging Amigo op bezoek bij Susan Frank, die regematig satsang geeft in Nederland. (Zie: www.susanfrank.nl)

Gate Gate Paragate Parasamgate
(Ga voorbij, voorbij en daaraan ook weer voorbij)

Johan: Ik zie overeenkomsten tussen advaita en psychotherapie en die wil ik in dit gesprek graag naar voren brengen.

Susan: Ik weet niets van psychotherapie en ik weet ook niets van advaita, dus dat kan een leuk gesprek worden...!

Johan: Een grote groep mensen volgt psychotherapie om aan zichzelf te werken. Het lijkt erop alsof die doelgroep zich ook in advaita verdiept. Past dat wel bij elkaar?

Susan: Natuurlijk hoort alles bij elkaar, er is één totaliteit, er is nergens een scheiding aan te brengen. Hoort die boom bij die wolk? Ja, natuurlijk, het is manifestatie, alles hoort bij elkaar, één. Iedere scheiding die je maakt is mind-made, en is in essentie een misverstand, èn kan niet gescheiden worden. Welk ding zou je uit het bestaan willen halen en waar zou je het willen laten?

Ach, maar weet je, er zijn een oneindig aantal gezichtspunten en wat is nou wéér? Iedereen heeft gelijk, gezien vanuit het eigen gezichtspunt. Laten we het perspectief eens over een andere boeg gooien:
De meeste mensen werken aan zichzelf: om gelukkiger te worden, om trauma's op te lossen, verdriet te verwerken. Psychotherapiegroepen hebben een belangrijke functie. Het besef dat allen in de groep met dezelfde moeilijkheid te maken hebben, dat je met elkaar kunt delen en je verdriet kunt verwerken, de catharsis, het gevoel dat je niet alleen bent...
Er vallen brokken en misschien wel hele grote brokken verkrampingen en pijn weg.
De focus is om je beter te voelen, om je vrijer te voelen. En dit alles is een groot goed.

En nu komen we bij een cruciaal verschil: mijn grote en eerste liefde is advaita, een prachtige weg... Dan houdt iedere interesse op voor wat je voelt of denkt. Hier komen we in een totaal andere dimensie. Hoe gaat het met je? Ja, Who cares?
Hier houdt de fascinatie op voor hoe je je voelt, je fascinatie voor je vermeende identiteit, voor je verworvenheden, je status, je bezit, je ervaringen.
Vind dát, wat daar allemaal vrij van is...
Wie is geïnteresseerd om het totale verlies van identiteit aan te gaan, wie is bereid in volkomen openheid en kwetsbaarheid te erkennen niemand te zijn?

Johan: In mijn inleiding van dit artikel citeer ik Jean Klein over de tegenstelling tussen advaita en psychotherapie. In het kort gezegd komt dat citaat er op neer dat psychotherapie als doel heeft om het afgescheiden ego weer in balans te brengen.

Susan: In psychotherapie wordt er altijd vanuit gegaan dat je iemand bent. Bijvoorbeeld de verdrietige persoon die graag weer in balans wil komen en zich gelukkig wil voelen.
Zodra je met waarachtige spiritualiteit te maken hebt, en dieper gaat kijken, zul je zien dat er niet zoiets is als een ego of een afgescheiden ego. Het ego zelf is de waan van afgescheidenheid.

Johan: Ooit stelde ik Jean Klein de vraag of ik niet eerst mijn psychologische verleden op moest ruimen voordat ik me met advaita bezighield. Zijn antwoord was: ‘Als je kijkt vanuit het non-dualistische perspectief dan zullen alle psychologische problemen uiteindelijk vanzelf oplossen'.

Susan: Ja, daar ben ik het helemaal mee eens.

Johan: Toch is me dat in die tijd maar gedeeltelijk gelukt.

Susan: Jean Klein gebruikte het woordje: uiteindelijk...
Op een gegeven moment ben je bereid om niet langer te investeren in je pijn. Dan ben je er aan toe om je fascinatie voor je verdriet of je ongemak neer te leggen.

De mensen die zich durven toe te vertrouwen aan een groter perspectief en bereid zijn om hun ervaringen minder belangrijk te gaan vinden, verplaatsen hun gewicht vanuit de beweging naar het louter waarnemen van alle beweging. Het lijkt net alsof je een stapje achteruit doet. Geleidelijk aan zullen alle verkrampingen oplossen. Het is een louteringsproces.
Het vraagt tijd, vertrouwen, onbegrensd geduld, totale toewijding en een niet-wijken.

En de mensen die absoluut erkenning willen hebben voor hun ervaringen, moeten dan nog maar een counseling doen.
Het gaat vaak om de erkenning. Als het oude zeer werkelijk bovenkomt, dan gaat het er om of je bereid bent om te zien dat alles komt en gaat en dat niets enige substantie heeft.
Voor sommigen is dát het moment om te verklaren: ‘het gaat niet goed, nu moet ik in therapie.....'

Johan: Veel psychotherapeuten zijn ook in aanraking gekomen met spiritualiteit. Kan het naast elkaar bestaan?

Susan: Ja het kan voor een bepaalde tijd, maar beter nog: breng spiritualiteit in psychotherapie en tracht niet psychotherapie in spiritualiteit te persen. Iedere vorm van psychotherapie is uiteindelijk overbodig en spiritualiteit verdampt in een volkomen gewóón zijn.

Johan: Je zei eens: zolang het blijkt dat je nog psychotherapie nodig hebt, betekent het dat nog niet alles gezien is.

Susan: Ongetwijfeld, je kunt niet na zelfrealisatie nog baat hebben bij psychotherapie.
De vermeende persoonlijkheid is doorzien als zijnde volledig transparant en je hebt alle belangstelling voor dit fantoom verloren.

Johan: Stel, iemand heeft een Guru ontmoet, maar oud verdriet blijft bestaan.

Susan: Ja, wellicht wordt het tien keer erger, het verdriet kan in alle hevigheid aanzwellen.

Johan: Wat is er dan aan de hand?

Susan: In satsang en in de relatie met een leermeester wordt er licht in je hart geworpen. Alles wat nog verborgen en onderdrukt was, wordt belicht. In het vertrouwen dat groeit en in de openheid die er in je ontstaat en in het licht dat in je wezen wordt geworpen durft dat allemaal z'n snoetje te laten zien.
Als je niet goed voorbereid bent of geen goed contact hebt met je leermeester, dan denk je: nu gaat het heel erg slecht met me! Eerst ging het zo goed en nu gaat het slecht met me, wat een terugval! Ik heb echt therapie nodig......!
Nee, het gaat juist heel erg goed, want dát wat er altijd onder werd gehouden wordt zichtbaar voor je.

Maar alles is mogelijk. Er zijn mensen die het verhaal één keer horen: en Pats, Boem, Bedankt, Tot Ziens, het is helder! En andere mensen zullen met volle vaart hun hele leven moeten inzetten. Dat is voor iedereen anders.
Het mooie van deze tijd vind ik dat zoveel therapeuten nu werkelijk diepe spirituele kennis beginnen te krijgen. Zij hebben een veel groter ‘vermogen' voor hun cliënten. En vele van hun cliënten hebben dat tegenwoordig ook nodig.

Johan: Door psychotherapie ga je jezelf en je relatie met de wereld verkennen. Dan kom je andere gebieden tegen dan je ratio. De weg opent naar essentie.

Susan: Wat mij betreft is het heel eenvoudig: heb je een dwingende fascinatie voor je drama of ervaringen? Ga dan maar even in therapie.
Maar zolang je werkt aan een persoon, aan een iemand, ben je nog steeds bezig om een driedimensionale illusie te verbouwen.
Spiritualiteit is eigenlijk voor gezonde, stabiele mensen. Je moet rijp zijn en stevig in je schoenen staan om je volledig over te kunnen geven aan....., wat zullen we zeggen; waarheid, liefde, aan al wat is.

Johan: Wat is nou het verschil tussen wat jij doet en een psychotherapeut?

Susan: Ik weet niet wat ik doe, ik doe eigenlijk niets, de suggesties komen onmiddellijk, zonder interventie van ideeën.
Ik ben nog nooit bij een psychotherapeut geweest, dus dat weet ik niet. Ik heb begrepen dat psychotherapeuten je goed kunnen helpen om je beter te voelen, om je vrijer te voelen, om oude pijn achter je te laten.

In spiritualiteit gaat het er om je volledig te openen en je toe te vertrouwen aan totaal niets en totaal alles tegelijkertijd. Hierin lost ieder besef op van er-te-zijn.
De bereidheid te sterven, ieder moment, de bereidheid volledig te leven, ieder moment.
Ga voluit leven. Word maar verliefd, ga maar veel geld verdienen, ontzeg je niets. Maar kijk er dwars door heen, zie dat het geen spat realiteit heeft en zie dat je nergens aan vast zit. Midden in het leven en er tegelijkertijd vrij van. Het is èn-èn. Je hoeft niets los te laten.
Zie dat je nergens aan vastzit. Ontken niets, sluit niets uit, sluit alles in.

Ik wijs de mensen de weg naar huis

Johan: Stem je bij individuele gesprekken af op een psychologische laag?

Susan: Bij satsang komen verschillende mensen met verschillende, unieke problemen of ingewikkeldheden. Sommige kwesties zijn niet geschikt om tijdens satsang te bespreken.
Soms maken we dan een aparte afspraak en nemen we de tijd om een specifieke kluwen te ontwarren. Als er psychologische knopen zijn en het lijkt muurvast te zitten, dan gaan we samen kijken en misschien is in één keer te zien dat er eigenlijk niets aan de hand is. En als dat niet gaat, dan gaan we linksom en als het linksom niet gaat dan gaan we rechtsom.
Maar ons samenzijn gaat om zelfrealisatie, niets anders dan dat. En wat daarvoor nodig is, is ervoor nodig. Ieder op zijn volstrekt uniek eigen wijze, stap voor stap naar huis, thuis, wat niemand ooit verlaten heeft.

Johan: Psychotherapeuten zeggen wel eens dat mensen die met spiritualiteit bezig zijn geneigd zijn om hun emoties onder de mat te vegen.

Susan: Ja, dat is waar, je hebt dus een geestelijk leraar nodig die je daar voortdurend op kan wijzen. En soms wordt ook datgene wat bedoeld is als een aanwijzing, als een inspiratie, opnieuw geconceptualiseerd. Daar worden dan weer allerlei vaststaande ideeën van gemaakt, waarin opnieuw getracht wordt het leven te bepalen.
Maar het leven laat het vanzelf wel zien. En als je je veiligheid tracht te bewaren achter spirituele concepten, of achter een weigering om totaal aanwezig te zijn, dan komt dat geheid aan het licht. Alles wil gezien worden, en alles wat je tracht te vermijden staat op een dag voor je deur. Dat zijn dus altijd de grote onderwerpen: Wat tracht je te vermijden en waar ben je bang voor? Leef het leven volledig en ontken niets!

Johan: Maar, ‘alles wil gezien worden' nodigt uit tot onderzoek van de persoonlijkheid, waarom heb ik eigenlijk verdriet, waarom irriteer ik me aan mijn partner?

Susan: Nee, alle ‘waarom' houdt op! In radicale spiritualiteit is daar absoluut geen interesse voor! Het hangt er maar van af waar je je op je pad bevindt, of je dat verdriet gewoon moet toelaten en ervaren of dat je het aan je voorbij moet laten gaan en je niet verroeren, dat hangt er maar vanaf. Waaróm er verdriet is, dat is wederom het veld van de fascinatie voor de vermeende persoon.

Iedereen wandelt zijn eigen, unieke weg

Johan: In psychotherapie kun je leren dat een emotie, zoals woede, een projectie is, een reactie omdat je bijvoorbeeld te weinig aandacht hebt gekregen in het gezin. Als dit ingezien is, kun je het loslaten.

Susan: Wat mij betreft zijn er drie mogelijkheden: 1) helemaal in de emotie gaan, 2) er helemaal uit blijven, 3) het waarom/daarom uitzoeken en het daarna kunnen loslaten.
Het waarom-daarom-en-het-dan-kunnen-loslaten hoort niet in mijn winkel. Ook niet als ik met mensen apart praat.

Ik ben geen psychotherapeut, maar af en toe kan het behulpzaam zijn om mee te kijken met iemand in bepaalde ingewikkeldheden.
Iedereen wandelt zijn eigen, unieke weg. We hebben allemaal ideeën over wat we nodig menen te hebben tijdens onze innerlijke reis. Maar dat hoeft niet noodzakelijkerwijs te zijn wat je krijgt of wat je werkelijk nodig hebt.

Johan: Hoe kom je daar achter?

Susan: De band met je geestelijk leraar is wat mij betreft van het grootste belang. Er zit een immense draagkracht en vermogen in een relatie leermeester/leerling, en dat wordt naar mijn idee vaak schromelijk onderschat.
Ontzeg jezelf niet een dergelijke mogelijkheid, waarin je diep gevoed en bekrachtigd kunt worden.

Authenticiteit

Johan: Komt het door diepe ontspanning dat iemand na zelfrealisatie helemaal zichzelf wordt?

Susan: Ja, diepe ontspanning en daarmee komt de authenticiteit naar voren. En wat verlangen we allemaal naar authenticiteit. Kijk maar wie onze helden zijn, bijvoorbeeld Nelson Mandela, Madonna, Mick Jagger... , of op veel grotere schaal Jezus, Boeddha, de Dalai Lama. Allemaal mensen die zo zichzelf zijn. Hun authenticiteit doet ons herinneren aan iets wat diep in ons leeft en waar we zo naar verlangen.
Tijdens je sadhana ga je ophouden aan het leven te sjorren en het trachten te persen in wat jìj wilt. We hoeven alleen maar natuurlijk te zijn, ons te ontspannen en totaal over te geven aan wat is.

Johan: Hoe ontstaat persoonlijke authenticiteit?

Susan: Wellicht heeft dat met zelfvertrouwen te maken.
Tijdens je spirituele ontvouwing komt daar nog een grote dimensie bij. Je zelfvertrouwen transformeert tot Zelf-vertrouwen door een steeds diepere overgave, door het uit de weg gaan en plaats maken voor God.
Je vindt steeds meer ruimte in je hart, je hoeft niets meer te af te wijzen of te verwerven en je bestaan wordt een expressie van natuurlijkheid. Dan is authenticiteit niet langer persoonlijk.

Johan: Heb jij nog een persoonlijkheid?

Susan: Ik zou bij God niet weten wat het is.

Johan: Heb je voorkeuren?

Susan: Ja! Zeker!

Johan: Kun je dat een persoonlijkheid noemen?

Susan: Persoonlijkheid betekent masker, maar voor mij betekent het woord dat er een waan van een afgescheiden identiteit is.
Er welt een voorkeur op, er welt op dat ik naar buiten wil, dat ik zin in koffie heb, een gedachte dat ik iemand moet bellen. Is daar een persoonlijkheid voor nodig? Welnee...

Johan: Jean Klein, Nisargadatta en John Levy waren drie totaal verschillende mensen, ik zou bijna zeggen dat het drie totaal verschillende persoonlijkheden waren. Ik ben er van overtuigd dat ze niet geïdentificeerd waren met die persoonlijkheid. Maar ze hadden zichtbaar verschillende voorkeuren.

Susan: Ja, dat zeg jij, maar dat zeggen zij niet van zichzelf, het is maar net waar vandaan je kijkt. Zijn er voorkeuren o.k.; zijn er geen voorkeuren, o.k. Het gaat mij er om: ben je ermee geïdentificeerd, ben je wendbaar, zie je de transparantie in alles?
Ananda Mayi Ma was bijvoorbeeld zo geabsorbeerd, zo versmolten met alles, zij zag het verschil niet tussen vuur en water. Nou, ik wel! Ik weet wel dat de essentie van vuur en water hetzelfde is, maar ik zie ook donders goed het verschil.

Geen sprake van een eindstation

Johan: Voegt dat inzicht iets toe aan het besef van essentie?

Susan: Besef van essentie..., laten we oppassen, en niet opnieuw het ongeboren beginsel wat wij hier essentie noemen, objectiveren.
Essentie is geen object en er kan niets aan toe worden gevoegd, en niets vanaf worden gehaald. Je realiseert wie je bent, je weet wie je bent, zonder het cognitief te weten.
Vaak wordt wel gesproken over een oneindige verdieping die kan plaats vinden, steeds meer verfijning en subtiliteit. Er is eigenlijk geen sprake van een eindstation.

Johan: Hoe kan er nog beweging zijn na zelfrealisatie?

Susan: Ja, dat is er dus nog wel degelijk. Er verandert eigenlijk niets, je weet alleen twijfelloos dat alle besef van ‘ik' opgegaan is in vormloos, ondefinieerbaar bewustzijn.
Beweging gaat gewoon door. Zie het veranderlijke in het onveranderlijke, het onveranderlijke in het veranderlijke.
Vanuit mijn optiek is er geen persoonlijkheid, ik kan nergens iemand vinden die ik ben.
Er zijn gedachtes, gevoelens, er zijn voorkeuren, er is slaap, er is honger, er is een moment van ongeduld... van alles kan zich manifesteren...

Johan: Zie je bij andere mensen een persoonlijkheid?

Susan: Geen persoonlijkheid hier, geen persoonlijkheid daar. Geen hier, geen daar.
Iemand vroeg mij eens: ‘Wat ben je nou eigenlijk? Ben je nou een guru of een satguru?'
Ik weet dat ik alles ben, en niets tegelijkertijd. Hoe kan ik mij beperken tot iets te zijn of niet iets te zijn? Hoe kan ik mij nu bepalen tot of het een of het ander? Ik kan niet zeggen: ik ben een guru of ik ben een satguru, ik ben dit of ik ben dat... onmogelijk. Misschien kunnen andere mensen dat wel zeggen, maar voor mij slaat het nergens op.

En jij bent precies hetzelfde, in werkelijkheid is er geen ik en geen jij, er is alleen maar God en God is in alle ogen te zien.

[Johan van der Kooij]