Passie voor het leven

15 juni 2003 - Tijdens Steven Harrisons eerste bezoek aan Nederland spreken we hem in de bibliotheek van het Ambassade hotel in Amsterdam. Steven is de schrijver van de boeken 'Doe Niets' (uitgeverij Servire), 'Eén-zijn in relaties', 'Zoek geen antwoord' en 'Het gelukkige kind' (uitgeverij Samsara). Ook is hij vader van drie kinderen.

'Ik zocht verlichting,
ik bestudeerde de grote wijsheidstradities,
ik sprak met goeroes en zieners,
ik mediteerde in de Himalaya;
niets bracht verlichting.
Doe Niets .'
(Steven Harrison in 'Doe Niets')

Een scherp analyticus die wijst op de impasse die volgens hem eigen is aan het non-dualisme. Wellicht de opmaat voor een begrip als 'postspiritualiteit' of 'post-non-dualiteit'?


Amigo: Je zegt dat het bestaan een richting, een bedoeling kent, die nu gecreëerd wordt. Dan zijn er twee standpunten: pas op met wat je creëert of laat creatie zichzelf creëren.

Steven: Creatie creëert zichzelf.

A: Met welke bedoeling of richting?

S: We kunnen terugkijken en de bedoeling gissen, maar echt weten kunnen we het niet, want de bedoeling ontvouwt zich nu en de gevolgen zijn immens. Het instrument waar we dat doel mee zouden kunnen vaststellen, het denken, is daar niet groot genoeg voor. Dat kan alleen objecten zien en een tafel van een glas onderscheiden, maar het heeft niets waarmee het het leven de maat kan nemen, dat is daar te groots voor. We kunnen de richting alleen maar kennen in momenten dat het denken stil valt. Dan wordt een stroom waargenomen die we bewustzijn zouden kunnen noemen, maar dat is het ook niet helemaal. Dus hier zijn we in die stroom en benoemen ons, als fragmentje van die stroom, als: een glas, een tafel, een spreker of een journalist. Maar ik weet niet wat ik ben.

A: Steven?

S: Ja, of een auteur... We kunnen onszelf noemen wat we willen, of we kunnen spreken vanuit en door die stroom en proberen dat op papier te vatten. Voor mij is de uitdaging om de vorm, de expressie van die stroom in het leven te vinden en niet in een boek, in woorden of een interview. Transformatie is het contact tussen het oneindige en de vorm.

A: Bij het lezen van je boek 'Zoek geen antwoord' viel me op dat je je eigen woorden hebt gevonden: verkenning, passie, verwondering, beschrijving, beschrijver. Is er iets dat je drijft om naar een oorspronkelijke manier van vertellen, van spreken te zoeken?

S: Dat is wat overblijft als je alles afbreekt wat je verteld is en wat je weet. Wat dan overblijft drukt zich uit. Ik zit hier nu met jou en ik heb contact met wat nu gebeurt, dus wat heb ik dan aan iets dat ik gisteren in een boek las of uit een filosofie gehaald heb? Dat moet ik weggooien, zodat dit moment springlevend en tegenwoordig kan zijn. Wat werkelijkheid is moet hier, nu uitgevonden worden.
Misschien ontdekken we dat het universum duaal is, en de godin Kali aanbeden moet worden omdat ze op het punt staat ons te vernietigen. Als je dat ontdekt, sta je dan klaar voor de verschijning van de godin? Of ben je getrouwd met het non-duale? Als de godin verschijnt, zal je haar dan aanbidden omdat ze je hoofd afslaat als je dat niet doet? Ben je bereid op te geven wat je weet?

A: Ik zou het niet weten.

S: Ik ook niet, en dat is alles wat we elk moment weer kunnen ontdekken.

Angst

A: Gisteren, tijdens de lezing, zei je iets opmerkelijks: 'Angst veroorzaakt weerstand tegen het niet-bestaan'. Dat lijkt een aanwijzing. Angst als de drijvende kracht, een scheppende beweging in wat is, terwijl er meestal negatief over angst geoordeeld wordt. Je draaide het om.

S: We kunnen aanvoelen dat angst en zijn gevolgen - het vastklampen, het terug willen, het eeuwige verbanden leggen - een reactie zijn op de vitaliteit van dit moment. Wat we angst noemen is een interpretatie van die energetisch beweging, die door het denken als vernietiging wordt gezien. Maar als we die interpretatie los laten is angst energie, dezelfde energie die door het leven stroomt, non-duaal. De godin sterft daarin. Alleen het denken ziet de godin als godin, als angst, als Kali. Die vorm van energie én de interpretatie ervan is energie, en is wat is!

We leven in het onbekende als het onbekende

A: Je moet tot het uiterste van niet-bestaan gaan, dan komt verwondering opnieuw tot leven omdat dan elk moment nieuw is.
Ergens schrijf je: 'We leven in het onbekende als het onbekende'. Dat betekent dat we niets weten en alles nieuw is. Alles wordt geschapen in dit moment. Ik ontdek bijvoorbeeld dat m'n denken hier het woord 'tafel' opplakt... (wijst). Is het geen wonder?

S: Maar het denken probeert ook dat weer te interpreteren. Alles is een wonder, ook het denken dat een fragment 'tafel' creëert dat los staat van het geheel - niet te bevatten! We zitten in een immens energieveld waar we stukjes uit kunnen snijden waar we op kunnen zitten. Zelfs hoe het denken werkt en wat het is, is een mysterie. Ook het gedeelte dat we denken te begrijpen is een diep mysterie.

Dat wat echt leek, was niet echt

A: Is er iets gebeurd waardoor je met schrijven begon?

S: Nee.

A: In je boek schrijf je iets over je geschiedenis, dat je in India bent geweest..

S: Ja, ook in Indianapolis en Indiana... (gelach)

A: Was er een moment dat de zoeker of het zoeken verdween?

S: Kijk, wat ik mezelf noem en wat ik was, was altijd meer dan één ding. Het hangt ervan af met wie ik praat. Als ik met m'n moeder praat ben ik een zoon, als ik met m'n baas praat ben ik een werknemer, en als ik met iemand praat die aan yoga doet ben ik een yogi. Dus welk verhaal zal ik vertellen?
Dit is een tijdschrift over spiritualiteit, dus ik zal het spiritualiteitverhaal vertellen...

A: Nee, ik wil graag horen wat je te zeggen hebt.

S: De zoeker bestaat niet, er is slechts iemand die angstig is en macht wil om de boel te beheersen, en gelooft dat het door wat kennis ergens een plekje in het universum kan vinden.

A: Maar wanneer ontdekte je wat je nu vertelt?

S: Ik heb dit altijd geweten. Toen ik ongeveer anderhalf was ging ik bijna dood, ik stopte met ademen (wijst naar een litteken op z'n keel). Dat was de ontdekking, of misschien was het de geboorte, in elk geval ergens in die eerste anderhalf jaar. Maar ik herinner me er niets meer van, dus hoe kan ik erover praten? Waarschijnlijk is er toen iets gebeurd dat me ingaf dat wat echt leek het niet was. De werkelijkheid had iets onwerkelijks, dat is het mysterie.
Als je in je eigen leven terug kijkt, was er dan ooit een moment dat de realiteit zo bikkelhard was, zo helder, dat je kon zeggen 'er is geen mysterie, dit (klopt op tafel) is een tafel, dit is een stoel, ik ben ik, jij bent jij...'? In die zin kennen we allemaal, vanaf onze eerste ademtocht, de vraag 'wat is werkelijk?' Want vanaf die eerste inademing moesten we die adem ook weer teruggeven (uitademen), en hadden we weer een nieuwe inademing nodig. In die uitwisseling zitten we, en dus zonder twijfel in een lichaam. We zijn niet autonoom. Iedereen noemt ons bij onze naam, we voelen en reageren op die gevoelens.

Alles is de expressie van het leven

A: Ergens komt de veronderstelling op dat er een brandpunt is dat we dan 'persoon' noemen of 'ik'. Dan kan er zoeken verschijnen, of wil je het geen zoeken noemen?

S: Zoeken is er altijd. De persoon heeft een vorm aangenomen door biologische processen en door de ouders, die hem ingeven dat-ie zo'n goede knul is, en dat-ie dit goed en dat fout gedaan heeft, enzovoort. Een persoon kan agressief of verlegen, vrouwelijk of mannelijk zijn, dat is alles wat er is. Maar de vraag 'wat is werkelijk?' is er ook, en die dragen we allemaal bij ons. We zijn allemaal zoekers, en die vraag is in feite geen vraag maar een weten dat wat echt lijkt het niet is.
We zijn dus zoekers en vinders tegelijkertijd. Het bouwwerk van de persoon is een soort informatie die we gebruiken om uiting te geven aan dat weten. Jij bent een journalist geworden die dit soort onderwerpen verslaat en ik een schrijver. Het is allemaal de expressie van het leven. Maar realisatie is fictie, complete onzin... spirituele fictie voor een goed boek of een serie lezingen, of voor als je volgelingen zoekt...

A: Maar waarom ging je schrijven?

S: De feitelijk aanleiding was dat ik in Bhod-Gaya (India) wachtte op vervoer. Maar er waren verkiezingen. Soldaten barricadeerden de wegen zodat er niets kon rijden. Het was zomer, niemand in de stad en ik had niets te doen. Ik zat daar met een notitieboekje en een pen en ik besefte dat ik niets deed. In dat niets doen was een prachtige ruimte. Er was niets wat ik kon doen en niets wat ik wilde doen. Alles lag open. Die situatie werd een metafoor van het leven. Ik schreef wat op en dat werd 'Doe Niets'.

Non-dualisme, een valkuil?

A: Als je spreekt, spreek je het denken aan. Je gebuikt het denken om duidelijk te maken dat het denken onmachtig is. Je hebt natuurlijk ook de mensen die hun hart volgen, bhakta. Hoe zie je dat?

S: Liefde is een moeilijk te hanteren energie. Alles valt erdoor in duigen. Als er bhakta zijn aanbid ik ze, laat de bhakta maar komen... Maar als er een groep intellectuele Nederlanders opduikt, zal ik daar expressie aan geven. Dat is wat er dan verschijnt.
Ik denk overigens dat de aantrekkelijkheid van het non-dualisme een soort intellectuele helderheid is. Maar dat is een valkuil, want de zoeker blijft hangen in die intellectuele helderheid - een helder geworden geest, meer niet. Er is die overduidelijke energiestroom die met een gevoelskwaliteit te maken heeft. Daar kun je met het denken nooit bijkomen, je komt daar door de totale ervaring van het leven. Dat is de Kali waar we het over hadden, en op dat punt moet je springen.

A: Hoe zou je de manier waarop jij over dit onderwerp praat willen noemen: non-dualiteit? Advaita Vedanta?

S: Ik ben nooit een filosoof geweest, en ik heb nooit ergens in willen passen. Ik leer over Advaita en dergelijke meer van journalisten dan uit mezelf. Maar ik zie de connectie, het is duidelijk dat er niet meer is dan één. Je kan je meer dan één ding herinneren, maar dat herinneren is ook één. Dat is duidelijk, maar dan volgt de vraag 'wat is leven?'
Ik ben niet tevreden met het antwoord 'dit is gewoon wat is', vooral omdat het onverantwoordelijkheid uitlokt in plaats van een totaal verantwoordelijkheid nemen. Dat zie ik gebeuren bij mensen die deze filosofie gebruiken in plaats van haar te leven. Als je echt ziet dat je één bent, dan ben je ook verantwoordelijk voor het geheel. Leven is de complete verantwoordelijkheid voor wat is, en dat is een magische wereld.

A: Is er dan toch een 'voor' en een 'na'?

S: Als we erover denken en woorden zoeken om erover te praten, is er een 'voor' en een 'na'. Maar ik denk niet dat tijd bestaat in de magische wereld. Als er geen tijd is, dan is alles alles.

A: Wat is dan die magische wereld?

S: Daar kunnen we over spreken, maar ik nodig je uit om het magische nu direct te ervaren. Wat is magisch hier? Kan je het voelen? Zullen we nu wereldvrede creëren?

A: ... (lange stilte)... Het denken wil ja zeggen, maar ik ben even sprakeloos...

S: Ja, het denken wil ja zeggen, maar zegt geen ja. Het denken kan geen ja zeggen, dat is wat ik duidelijk wil maken. Wat in de magische wereld gebeurt is het zien van onze weerstand en conditionering. We zien dingen en zeggen 'dit kan niet'. Maar als het denken niet zegt 'dit kan niet', dan kan het wel. Dat is de magische wereld.
In al dit soort bijeenkomsten, zoals gisteren, is er menselijke potentie die dramatische verschuivingen kan veroorzaken. Wereldvrede is dan een feit. Maar dat weerstaan we omdat we zeggen 'dat kan niet, want... dit gebeurt en dat gebeurt en ik gebeurt'. Voor wereldvrede moet ik ophouden te gebeuren. Het denken verzet zich daartegen. Dat is de magische wereld, een wereld die wacht...

A: Die wacht?

S: Ja, de wereld wacht, draalt, omdat wereldvrede niet in tijd verschijnt. Het is als een wrijven tegen de realiteit, onze realiteit, mijn realiteit, en het denken dat zich daartegen verzet. Dat noemen we transformatie. Dus de vraag is 'is mijn leven een leven van transformatie?'.

A: Maar elk moment is toch een moment van transformatie?

S: Ja, maar we hebben niet elk moment, we hebben alleen dit moment.
Het is dynamisch. Als je een duale wereld in één wereld stopt, dan heb je dynamiek, omdat bewustzijn in contact met denken transformerend is.
Dat is het vloeibare universum dat kan en zal veranderen, in welke vorm dan ook. Als we erover praten verdelen we die vloeibare wereld in denken en bewustzijn, zo nemen we hem waar.

A: Maar denken is toch ook bewustzijn?

S: Oké, laat ik het anders zeggen, bewustzijn bestaat niet.

Verlichting is spiritueel vermaak

A: Je provoceert graag hè?

S: Is dat provocerend?

A: Nou, als je naar de titels van je boeken kijkt, 'Doing Nothing' ('Doe Niets'), 'The question to life's answers' ('Zoek geen antwoord'), en naar uitspraken als 'verlichting is een mythe'...

S: Is dat laatste provocerend of gewoon waar? Ik bedoel, alleen als je een directe verlichtingservaring hebt die constant is, die niet verandert als je erover spreekt, en nog steeds niet als je al sprekend volgelingen om je heen verzamelt, met alle spanning van dien, eentje die 24 uur per dag constant blijft, ook als je moe bent, een jetlag hebt, of kwaad bent - alleen dan is verlichting waar.

A: Noem je dat spiritueel vermaak?

S: Inderdaad. Ik heb zoiets niet ervaren, ik weet er niets van, en ik ken niemand die dat heeft meegemaakt. Ik ken wel mensen die zulke verhalen vertellen, maar die zijn allemaal achtervolgd door schandalen. De enige mensen die permanent in zo'n staat verkeren zijn mensen met een hersenbeschadiging en junks.

A: Hoe kijk je dan naar goeroes, meesters, wijzen...

S: ...advocaten, accountants, winkeliers, buschauffeurs, moeders, vaders, moet ik verder gaan? (gelach) Ik denk dat deze mensen 'bewoond' worden door prima mensen, die doen wat ze denken dat ze moeten doen, wat afhangt van hun identiteit. Dat is de menselijke staat.
Ik ben nooit zo geïnteresseerd geweest in de grote publieksgoeroes. Ik was meer geïnteresseerd in 'tranformators', en die laten zich niet zien aan het grote publiek. Bij hen is er sprake van een bepaalde energetische staat, een soort elektriciteit. Als je die niet voelt zullen alle woorden, lezingen en slimheid niets voor je betekenen.

A: Het was gisteren interessant om te zien hoe je vragen met vragen beantwoordt. Wat volgt is een intense dialoog. Het leek wel of de vragenstellers geofferd werden aan de godin. Wat is je intentie daarachter? Is het iets dat je ontdekt hebt of gewoon wat door jou en als jou wordt uitgedrukt?

S: Ik denk allebei. Maar er is ook een beweging naar één zijn met alle wezens, nietwaar? Als er veel mensen bijeenkomen en er een tendens is om diep op dat één zijn in te gaan en het tot uitdrukking te laten komen, dan is dat voor mij de transformatie van ruimte. We gaan dat één zijn binnen tot we op weerstand stuiten. Die verkennen we dan, omdat dat is wat er is. Als er geen terughoudendheid is, dan woeshhhh, daar gaan we...
Het punt is, waarom komen de mensen? Sommigen komen omdat ze pijn hebben of in de problemen zitten, of omdat ze gedeprimeerd en ongelukkig zijn, anderen omdat ze m'n boek gelezen hebben, en weer anderen om me uit te dagen, me als charlatan te ontmaskeren. De bezoekers hebben dus allerlei motieven om te komen, en dat is om te beginnen prima.
Degenen die gekomen zijn om iets dat er niet was zullen terugkomen.

A: Ben je leraar, en nu bedoel ik niet een spiritueel leraar?

S: Ik heb geen beroep. Dit is denk ik een beroep. Ik schrijf en geef lezingen en retraites in Amerika en Europa.

'The living school'

A: Je hebt een school waar kinderen les krijgen. Zit daar een ideologie achter?

S: Het lijkt op een ideologie als je erover spreekt, maar het is voortgekomen uit het vader zijn. Als we kijken naar de scholen in de Amerikaanse cultuur, en waarschijnlijk ook bij jullie, zie je dat hun doelstelling niet onderwijs is maar conditionering. De individualiteit van de kinderen wordt afgebroken en ze worden gevormd volgens een bepaald model. Dat model is precies waar we vanaf willen. Waarom zouden we onze kinderen zo laten vormen? En als we dat niet willen, wat dan wel? Wat is de 'hele' manier om een kind te onderrichten, hoe onderwijs je een 'heel' kind, wat is een 'heel' kind?
Dat soort vragen kwam op en ook andere ouders waren geïnteresseerd. Zo was er een continue dialoog, waar het boek 'The happy child, changing the heart of education' uit voort is gekomen. Kijk, 'het hart', dat is een gevoelswoord, dat doen kinderen met je. Waar het kinderen betreft kun je niet analytisch zijn. Kinderen raken je hart, en dat is een bhakti-ervaring. Dat moeten we laten gebeuren als we de ruimte van een kind betreden.
Zo is de school ontstaan, ik zou het geen ideologie willen noemen. Ik zal je vertellen waar het heen lijkt te gaan. De school wordt gezien als een lerende gemeenschap met kinderen en volwassenen die samen leven, werken en leren. De school is deel van de gemeenschap.

A: Zijn er dus geen mensen die de onderwijzersrol vervullen?

S: Nee, er is wel een staf. Ik zal je de structuur beschrijven die overigens steeds verandert omdat de school als systeem ook leert. De school belichaamt een leren uit eigen ervaring en mogelijkheden. Een kind moet leren, dus daar is een programma voor opgezet. Er wordt hun een aantal ideeën aangereikt, maar tegelijkertijd weten ze dat die niet echt zijn. De leraren weten dat ook.
Kijk, dat is wat we geworden zijn: volwassenen met een aantal ideeën waarvan we weten dat ze niet waar zijn. En dan zeggen we: 'Waarom ben ik toch ongelukkig? Ik ben ongelukkig omdat ik deze vaststaande ideeën heb waarvan ik weet dat ze die niet waar zijn, maar van waaruit ik verondersteld word te leven.' Ondertussen kolkt de energie.

De centrale vraag voor de school is: kan de leerling door nieuwsgierigheid en interesse zelf richting geven aan die energie? Dat is pas interessant! Interesse en nieuwsgierigheid ontstaan op jonge leeftijd, je leert wat je nodig hebt, wat je interesseert. Dat stuurt het onderwijs.
Een ander aspect van de school is dat-ie democratisch georganiseerd is, dus iedereen heeft wat in te brengen, zelfs een vijfjarige. Nu zal een vijfjarige niet zo geïnteresseerd zijn in al die besluiten die genomen moeten worden, die speelt liever buiten met de bal dan over het budget te delibereren. Maar een kind van twaalf zal daar wel enige interesse voor hebben en iemand van achttien zeker. We zien dus een diversiteit aan interesses die bepalen in hoeverre iedereen betrokken is in dat democratische proces.
Tenslotte als laatste kenmerk: de school is niet afgesloten van zijn omgeving, maar is onderdeel van de omringende gemeenschap. Dus de school is niet echt een school. Ook al is er wel ergens een gebouw met die naam, de school ziet zich niet als zodanig.

A: De school is dus zelflerend en zelforganiserend, waar en wanneer dat nodig is.

S: De vrijheid schuilt in de relatie met de rest van de gemeenschap.
Mijn vrijheid bestaat in relatie tot jou, en is dus geen absolute vrijheid in de zin van 'ga uit de weg!'. Ik moet in m'n daden rekening houden met wie jij bent. Ik heb de vrijheid iets te doen, maar ik heb ook de verantwoordelijkheid te zien hoe jij betrokken bent in die actie.

A: Welke verantwoordelijkheid heb je dan? En nu spreek ik als ouder van twee puberende kinderen.

S: Pubers kunnen prima hun eigen beslissingen nemen, het hangt van de gezinscultuur af of je met hun beslissingen kunt leven. Voor kinderen van één, twee en drie jaar ben je echt een beschermer. Je creëert een ruimte waarbinnen ze kunnen ontdekken en groeien. Ze zijn een ruimte van liefde en acceptatie.
Vijf-, zes- en zevenjarigen zijn kleine mensen die nog geen wijsheid en levenservaring hebben opgedaan. Aan hen kan je soms, hoewel terughoudend, wat aanwijzingen geven. Terughoudend, omdat ze de gelegenheid moeten hebben om zelf fouten te maken.
Als ze dan de puberleeftijd bereiken krijgen ze een intensievere relatie met hun vrienden en maken ze zich los van de familie. Dat hoeft niet te gebeuren door boosheid of protest, maar zo zal het zeker gaan als je ze vast blijft houden. Maar eigenlijk is opvoeden onmogelijk (lacht), dus vergeet het maar...

A: Mag dat, een eigen school in de VS?

S: Elke staat heeft zo z'n eigen regels. In Colorado is het vrij soepel. Maar de staat heeft altijd belang bij het onderdrukken van dit soort onderwijs, dus er zal altijd druk worden uitgeoefend. Hij is immers gebaat bij stabiliteit. Z'n primaire doel is het individu aan te passen aan het collectief. Dat is niet per sé onintelligent, maar we zien het effect. Dus als ik de kans krijg om mijn kinderen ruimte te bieden, dan doe ik dat.

Een van de uitdagingen voor de school is dat de kinderen niet alleen als kinderen komen, maar ook als dragers van de hedendaagse cultuur, verzadigd van tv en junkfood. De zogenaamde vrijheid van onze cultuur wordt gestuurd door de commerciële belangen. Op ieder shirt een logo, vierentwintig uur tv, computerspelletjes, internet. Dit aspect kunnen we verkennen en onderzoeken. We moeten meer op deze cultuur inhakken en deze transparant maken en zo een spiegel voor houden. Zij ís al zo ingesleten en iedere dag een beetje meer. Ik heb het natuurlijk niet over cultuur als kunst of expressie. Het gaat hier om een cultuur die erop gericht is kinderen tot consumenten te maken ten bate van het gewin, zonder dat het voor henzelf enige intrinsieke waarde heeft. Winst bepaalt de cultuur. De marketing richt zich op een nog niet gevormde geest, dat is een van de kwesties waar de school zich mee bezighoudt. Laten we kinderen tv kijken, het internet opgaan? We laten dat toe, maar laten we dan alles toe? Nee! Sommige plekken zijn giftig, je laat je kind toch ook niet op een gifbelt spelen? Deze vraag is een uitdaging voor de school.

Overleven

A: Je zegt dat lichaam-geest een vrije wil heeft omdat het altijd de beste mogelijkheid zal kiezen in de gegeven omstandigheden. Dat is een evolutionaire kracht. Misschien is commercie de beste manier om te overleven?

S: Als dat de enige kwestie zou zijn..., maar het gaat niet meer om het overleven van het individu maar van het collectief. Dat staat in directe relatie met waar we het hier over hebben. Het denken dient om voorspellingen te doen op basis van het geheugen en 'ik wil overleven', en daarvoor is het uitstekend gereedschap. Maar het werkt niet voor 'hoe wij overleven', dat is een andere functie. Als er transformatie plaatsvindt, is het van 'hoe overleef ik?' naar 'hoe overleef ik én hoe overleven wij?'. Allebei!

A: Maar is er een andere wereld dan de bibliotheek waar we nu zitten? Er is nu geen Midden-Oosten. Is het relevant om je druk te maken over iets dat voortkomt uit je geheugen? Het is pas echt als ik daar ben, dan kan ik betrokken zijn, iets doen.
Waarom moet ik me zorgen maken over iets waar ik niets voor kan betekenen? Zelfs die informatie komt van de tv en is gefilterd door de blik van de tv-makers.

S: We begrijpen dat dit allemaal over ideeën gaat, maar tegelijkertijd kunnen we contact maken met de krachten die daar spelen. We kunnen dezelfde verdeeldheid in onszelf en in elkaar vinden. Jij en ik kunnen het slagveld vinden en op de vuist gaan.

A: Oké, dat is dan echt hier aanwezig, daar kan ik me zorgen over maken. Maar moet ik dan tegen m'n kinderen zeggen dat de wereld slecht is en zichzelf zal vernietigen? Dat is zo ver van hun bed, zo in tegenspraak met hun directe werkelijkheid. Ik kan mezelf begraven in gepieker over hoe ik de wereld kan verbeteren, maar ik kan me beter bezig houden met de zaken die binnen mijn bereik liggen, dat lijkt me praktischer.

S: Maar mensen in Israël zullen dit interview via internet lezen. Het internet is overal, de menselijke geest is overal, bewustzijn is overal, alles is overal. Waar wij zijn is overal, dus zijn we één.

Er is iets dat geleefd moet worden en de vraag is, ben je daar klaar voor?

A: Maar grijp je dan niet in in de stroom van het leven? Je grijpt in om een beter leven te creëren voor jou en je kinderen. Maar het leven gaat toch zoals het gaat, dus hoef je het niet te veranderen.

S: Het leven gaat z'n eigen weg én ik moet het veranderen. Dat is geen tegenstelling. Mijn noodzaak het te veranderen is het leven. Dat is de transformatie: het geheel dat het fragment raakt, zoals bewustzijn de gedachten raakt en ze verandert. Dat belichamen we. Ik ben verantwoordelijk omdat ik het leven ben. Het leven kent een richting en een dynamiek, het is niet zoals deze tafel die daar maar staat. Het gevoel dat de commercie een vernietigende werking heeft is wat gebeurt, en ik ben daar woest over. Dat is ook wat gebeurt, en dat is energie.

A: Dat is jouw reactie op die situatie...

S: Ja, en je kunt terugkijken en vast wel een aangeleerde conditionering vinden die verklaart hoe dat komt. Maar het is en blijft die reactie, en ik geef me over aan de heelheid van dat gegeven. Het gebeurt omdat het gebeurt, maar je moet daar iets aan toevoegen.
Dit is waar non-dualisme blijft hangen: 'dingen gaan zoals ze gaan, het zij zo'. Dit is waar passie verschijnt. Wat er bijvoorbeeld verschijnt als je over je kinderen spreekt is passie. Maak alle kinderen jouw kinderen, dan leef je in een gepassioneerd universum.

A: Maar toch heb ik mijn kinderen liever dan andere kinderen.

S: Ja, dat is de biologische functie die alle ouders kennen en moeten kennen, anders ben je aan het zorgen voor alle kinderen, en dan zullen je eigen kinderen zich in de steek gelaten voelen.
Maar zo'n analytische benadering stelt niet aan de orde wat er komt na dit 'het leven is zoals het is, perfect in balans, en alles gebeurt gewoon'. Het is allemaal waar, maar het is magisch én het is vloeibaar én het is energetisch én het is transformerend. Dat is wat ontbreekt.
We zitten zo vast in de zuivere schoonheid van het non-dualisme als filosofie. We kunnen alles benaderen met het non-dualisme, maar we kunnen het niet leven, omdat het leven gepassioneerd, betrokken is. En dan bedoel ik niet passie als emotie, maar als energie, als constante confrontatie.

A: Is dat geen ervaring?

S: Het heeft niets te maken met ervaring. Ervaring heeft te maken met dingen vast te pinnen op goed en kwaad, plezierig en onplezierig. Maar waar ik het over heb heeft te maken met wat is, wat niet statisch is maar dynamisch. Dus neem actie, onderneem iets, creëer.
Non-dualisme neemt je mee langs de weg van het negatieve en is daar onaantastbaar in. Je kunt niet bij de waarheid komen via de positieve weg, dat doe je door de dingen uit elkaar te rafelen. Maar als je dat gedaan hebt, wat dan? Is er niets, is er iets? Vindt er expressie plaats, en waar komt die vandaan? Het leven is niet alles of niets. We leven iets anders, en dat is de botsing tussen het niet-iets en het iets, het totale en het relatieve, het fragment en het geheel.

A: Maakt het wat uit of ik dat weet? Het magische in het leven zien, gebeurt dat niet sowieso, of ik dat nu zie of niet?

S: De 'ik' die het ziet is het fragment. Maar wat als de 'ik' die het ziet niet het fragment is, maar het geheel? Je kunt geen heel 'ik' vinden die het niet ziet, dus zie je het. We zien het allemaal: het geheel.

A: Maar kan het veronderstelde 'ik' het niet zien?

S: Het denken zal het nooit zien omdat het altijd een fragment ziet. Dat doet er niet toe. We verstoppen ons als we praten over 'zal ik het zien?' en dan met 'ik' een fragment van Mij bedoelen, want we zien het wel degelijk!

A: Kun je je voorstellen dat er mensen zijn die zich bedrogen of gedesillusioneerd voelen als ze horen dat de geest het nooit zal zien?

S: Ik denk het niet, ze houden zich verstopt en bedriegen elkaar. Mensen vertellen elkaar verhalen 'we zien het niet en zouden het zo graag willen zien'. Daarom maken leraren hen wijs dat er wat te leren valt, en dat is onderdeel van het bedrog. Er is iets dat geleefd moet worden en de vraag is, ben je er klaar voor?

Dat is opmerkelijk, dat we gewoon kunnen leven.

A: Waarom houden we ons met verlichting, realisatie en dat soort zaken bezig?

S: Ik denk dat we ons allemaal met deze vraag bezighouden. De opmerkelijke mensen die ik heb ontmoet waren niet de mensen die over het algemeen opmerkelijk worden gevonden, niet de mensen in een comfortabele stoel in een grote ruimte vol mensen.

A: Wat maakte hen opmerkelijk voor je?

S: Hun bestaan en tegelijk niet-bestaan. De belichaming van vorm en openheid, in contact met de stroom zonder gek te worden. Dat wij hier kunnen zitten in een energetische staat en niet als een plasje op de vloer, zonder gek te worden, is niet zo voor de hand liggend als het lijkt.
De spirituele wereld houdt ons voor dat het speciaal is om in een speciale staat te verkeren, maar dat kunnen we allemaal, en we hebben het onder bepaalde omstandigheden waarschijnlijk allemaal weleens meegemaakt.
Het is niet zo moeilijk om speciaal te zijn als je in een zaal vol mensen zit die zeggen 'wat is-ie speciaal'. Je kunt naar een ashram gaan en stil zitten, maar dat is het niet. Het is de botsing tussen het fragment en de heelheid. Dat is wat opmerkelijk is, dat we allemaal in staat zijn te leven.
Denk je dat Ramana jouw kinderen had kunnen opvoeden, de uitdagingen had kunnen aangaan die dagelijks jouw pad kruisen? Hoe had hij dat gekund? En wat zou er met jou gebeuren als ze je in Ramana's stoel zouden zetten en je zouden vereren? De opmerkelijke mensen zijn de mensen die gewoon leven, dat is opmerkelijk! Kijk naar wat het leven is!

A: Refererend aan de titel van je boek 'The question to life's answers' ('Zoek geen Antwoord'): wat is de ultieme vraag?

S: Leven? De ultieme vraag is geen vraag van het denken en wordt niet beantwoord, het is wat nu springlevend is. Het goede nieuws is dat we er allemaal van doordrenkt zijn, waar we ook zijn, wie we ook zijn. Niets speciaals en niemand die je dat hoeft te vertellen. Geen begeleiding, geen leraar. Dat is de ultieme vraag en beleef die helemaal...

[interview: Kees Schreuders]


voor meer informatie over Steven Harrison: www.doingnothing.com
voor meer informatie over de school waar Steven over spreekt: www.livingschool.org
www.alltogether.org is de website van de door Steven opgerichte liefdadigheidsorganisatie, die hij ondersteunt met de opbrengst van zijn boeken.
Steven zal in juni en juli in Europa zijn. Hij geeft dan lezingen in Zwitserland, Duitsland en Nederland. Informatie:
Amsterdam
: Meinhard van de Reep (023) 54 11 601, (06) 546 23780 of
InZicht: (0252) 522 001, e-mail: info@inzicht.org

Duitsland en Zwisterland: Martin Frischknecht, Spuren, 0041 (0)52 212 33 61, e-mail: edition@spuren.ch
(http://spuren.ch/)