Oorspronkelijke eenheid:
Dankzij je eigen menselijkheid 'God zijn'

'Een ander kenmerk van dit Ding is zijn fantastische afwezigheid van kenmerken.
Geen kleur, geen smaak, geen vorm, geen grootte, noch groot noch klein, noch vol noch hol; zonder eigenschappen, niet het minste attribuut; en bovendien zonder plaats;
NIETS om te herhalen: geen oog, geen licht, geen uiterlijk, geen standpunt.
NIETS!
Niet te rechtvaardigen orkaan van zekerheid: IK ZIE!
Hoe kan NIETS zien?!
Niet te rechtvaardigen orkaan van zekerheid: ik zie mijzelf.
Hoe kan NIETS gezien worden?!
Niet te rechtvaardigen orkaan van zekerheid:
DEGENE DIE ZIET IS DAT WAT GEZIEN WORDT
Nog meer onmogelijk, dit ontkracht alle wetten!
IK BEN!
Men is niet. Men is geboren, men heeft een lichaam, men is zo of zo, men bestaat in het beste geval!
IK BEN'

De Fransman Stephen Jourdain ondervond op zestienjarige leeftijd een ingrijpende verandering. Hij noemt het 'een ontwaken van de innerlijke persoon tot zichzelf'. Het ging om een 'niet-gebeuren', dat hij omschrijft als 'radicaal, maar natuurlijk, vrij, en van een eenvoud en oorspronkelijkheid die onmogelijk in verband kan worden gebracht met welke 'mystieke' autoriteit dan ook'.
Pas vele jaren later kreeg Jourdain meer bekendheid en de vraag om zijn ervaringen te delen. Daarvoor moest hij eigenlijk een nieuwe taal bedenken, want hij heeft de klassiekers van de spiritualiteit niet willen lezen en gebruikt ook de taal van het boeddhisme of de vedanta niet. Liever las hij auteurs als Rimbaud, Proust en Henry Miller. Deze zijn volgens hem voor de westerse mens een betere voorbereiding dan de esoterische geschriften van een of andere 'Shri weet-ik-wat'. Vandaar het soms ongewone, maar toch ook zeer herkenbare woordgebruik.

Jourdain leidt een onopvallend, min of meer normaal leven. Hij kreeg een gezin met kinderen en was vastgoedmakelaar in Parijs. Later begon hij een 'bed and breakfast' op Corsica. Vooral naar aanleiding van het boek dat Gilles Farcet over hem schreef (waaruit ook de volgende tekst komt), kreeg hij meer bekendheid en kwam een stroom van zoekers op gang. Uiteindelijk ging hij ook seminars en lezingen geven en schreef hij enkele boeken.

Hieronder volgen fragmenten uit een interview met Stephen Jourdain door Gilles Farcet. Hij spreekt hier over ontwaken uit de dualiteit en verwoordt de ervaring van non-dualiteit op een heel eigen wijze.

Momenten van eenheid

In ieders leven ( ...) doen zich momenten voor waarin een breuk optreedt met de gewone kwaliteit van de waarneming. Heel dikwijls verdwijnt dan de elementaire gewaarwording van een breuk tussen 'ik' en 'de rest'. Ongetwijfeld bedoelen veel mensen dat, als ze het hebben over een 'samensmelten van subject en object', een uitdrukking die me overigens niet helemaal adequaat voorkomt.

Er vindt namelijk wel vereniging plaats van subject en object, maar ze smelten niet samen, ze verdwijnen niet in één samengesmolten magma. Het wonderbaarlijke van deze ervaringen is dat ik, zonder mijn identiteit te verliezen, terwijl ik dus echt blijf wat ik ben, toch de tafel word, de kachel, of de berg, of het hele landschap. En ook dat blijft ongeschonden wat het is. A blijft A, B blijft B, en toch bevindt A zich midden in B, en B zich midden in A. Het zou een wonder zijn als die twee op het ogenblik van het samensmelten hun eigenheid zouden verliezen.

Dit is een belangrijk punt, want het wordt meestal slecht begrepen. Je zou kunnen geloven - volgens wat je hier en daar leest - dat als Jan de boom wordt, de boom als zodanig vernietigd is, net als Jan. Maar zo is het helemaal niet! Jan blijft als Jan in zijn integriteit bestaan en de boom blijft als boom, maar toch is er vergroeiing. Het wonder ligt in het samengaan van enerzijds versmelting en anderzijds behoud van identiteit. Als een vernietigd A versmelt met een vernietigd B, is er niets bijzonders aan de hand. Het buitengewone is dat twee totaal verschillende entiteiten werkelijk verbonden kunnen zijn, terwijl ieder van hen zichzelf handhaaft in zijn oorspronkelijk onderscheid.

Gezonde en vervalste dualiteit

Meestal voelen we een min of meer duidelijke de breuk tussen 'ik' en 'niet-ik'. Dit lijkt een aangeboren barst tussen onze innerlijke werkelijkheid en de rest. Tijdens die 'momenten' verdwijnt die breuk. Het gaat niet om een simpele opheffing van de dualiteit, maar om het verschijnen van een eenheid midden in die dualiteit. We komen tot het belangrijke besef van een gezonde, gewettigde dualiteit.
Men zegt mij dat heel wat vormen van onderricht het accent op de non-dualiteit leggen. Als er inderdaad een onjuiste dualiteit zou bestaan, dan is er ook een volledig gewettigde dualiteit, die zich niet alleen in de ruimte maar ook in de tijd openbaart. Gewoonlijk legt men nogal de nadruk op de ruimtelijke dualiteit. Vanzelfsprekend is er iets wat mij scheidt van de boom. Maar er is ook iets wat mij scheidt van wat ik geweest ben of van wat ik zal zijn, iets wat me scheidt van mijn dood bijvoorbeeld. Als je het goed beschouwt, is het leven van een mens zeer belangrijk! Mijn dood is iets dat veel echter en werkelijker voor mij is, dan de boom waar ik niets mee te maken heb. De dualiteit is er, ze manifesteert zich in de ruimte en in de tijd. Maar het is in ruimte en tijd of gezond of vervalst.
Het is naar mijn mening een zware tactische fout om de dualiteit te ontkennen, zonder onderscheid te maken tussen een gezonde en een vervalste dualiteit. Je kunt de dualiteit, die het levensprincipe is, niet ontkennen. Zeker, de onechte dualiteit, product van ons denken, moet worden vernietigd. Ik herhaal en benadruk: de dualiteit voor zover zij een duplicaat is van de werkelijkheid, een droomduplicaat van persoonlijke oorsprong, moet worden vernietigd. Maar wanneer die sluier waaronder we meestal leven verdwijnt, wanneer deze enorme subjectieve zeepbel barst, wat vind je dan? De wereld, gewoon de wereld. Er is wel degelijk iets! Er is mijzelf en er is de boom. De dualiteit is er. En die is gezond, eenvoudig en goddelijk!

De oorsprong

Vroeger spraken we van 'onze ziel', maar deze term is in diskrediet gevallen en werd sowieso verkeerd gebruikt door te zeggen 'ik heb een ziel', in plaats van 'ik ben een ziel'. Nu zouden we het onze 'spirituele essentie' kunnen noemen. Zij is de enige bron van alles. Onze essentie ligt aan de oorsprong van wat we de wereld noemen. Met 'wereld' bedoel ik niet alleen de uiterlijke realiteit, maar ook mijn geest, mijn geest in mijn lichaam, mijn lichaam in de wereld en dit alles in de tijd. Anders gezegd: alles ontspringt uit de kern van onszelf. Onze essentie is scheppend. Oorspronkelijk, dit wil zeggen nu, dadelijk, onmiddellijk - ik spreek niet over een historische oorsprong, maar over de oorsprong in dit ogenblik - genereert die bron in mij de wereld. Zij brengt de waarneembare realiteit evenals mijn geest en mijn lichaam voort.

Die 'momenten', die plotselinge afgronden van geluk, die ik beleefde toen ik klein was, dat waren 'ervaringen'.
Het ding dat ik nu in mij draag is van een totaal andere natuur. Niet alleen is het woord 'ervaring' niet meer van toepassing, maar het is er in zekere zin de ontkenning van - een zoete vervalsing. Dat Ding (om duidelijk te zijn zal ik het voortaan met een hoofdletter schrijven) is op geen enkele manier een glorieus avontuur dat 'uitmondt' bij een subject, dat bovendien onveranderd blijft. Het is het subject; het is tegelijkertijd het subject en zijn troonsbestijging; het is een puur subject, een puur niet-ding, dat bij zichzelf aankomt: actief, met de ijver die eigen is aan liefde, zonder begin noch einde; het is een zuiver subjectgebeuren; en het betekent een fundamentele verandering in de subjectieve natuur, een reconstructie van deze natuur; volkomen nieuw en onaantastbaar.

Zolang we daarbij blijven, zijn we in het stadium van de schepping van de wereld, dus in de paradijselijke fase van de dingen. Onmiddellijk daarop, en hier loopt het mis, vindt er een tweede schepping plaats. Want onze bron is, om zo te zeggen, dubbel. In deze tweede schepping ben ik het persoonlijk, Stephen Jourdain, die de vader van de schepping is. Ik eis er het vaderschap en de verdienste van op, terwijl in de eerste schepping alles opborrelt uit de diepte van mijzelf, maar als iets onpersoonlijks, zonder enige persoonlijke tussenkomst van mijn kant. Het is in ieder geval uitgesloten dat ik er de verdienste van zou kunnen opeisen.
Er is hier geen toe-eigening door het ik.

De tweede bron is die waaruit de namaakwereld voortkomt, de bleke kopie van de realiteit - innerlijk en uiterlijk - waarin we leven. Deze tweede bron vervalst alles in één keer. Deze vervalsing ontstaat al bij de geboorte, zodat we al vanaf de start in een permanent hallucinerende toestand leven, in de opborrelende stroom van die onzuivere bron.

Soms krijg ik wel oosterse zen-teksten onder de neus geduwd. Dan heb ik het gevoel dat het over precies hetzelfde gaat als waarover ik spreek. Toch lijkt het me dat deze ervaring in Oosterse teksten onvoldoende wordt beschreven en dat deze berg nog een andere helling heeft, die wel eens de christelijke kant zou kunnen zijn. Maar niets is moeilijker dan dit te beschrijven. Je zou kunnen denken dat je een keuze kunt maken, maar er valt niet te kiezen. De houw van het zen-zwaard én de persoonlijke en menselijke essentie zijn één en hetzelfde ding. De bliksem van zen is het menselijke wezen, is mijn menselijkheid. Men komt bij God niet binnen dan door de zoon, door zijn eigen menselijkheid. Met andere woorden: je bent God niet ondanks maar dankzij je eigen menselijkheid.

Uit: Stephen Jourdain en Gilles Farcet: L'Irrévérence de l'éveil
(1992) Uitg. Les Editions du Relié
ISBN: 2-909698-01-7

Ook in het Engels verschenen met als titel:
Radical Awakening - Cutting Through the Conditioned Mind
ISBN: 1-878019-16-3

Voor meer (Franstalige) informatie over Stephen: www.stephenjourdain.com