Er is niemand thuis
interview met Jan Kersschot

Er is een verhaaltje waarin verteld wordt over twee leerling-duivels die bij een bezoek aan de aarde terechtkomen bij een guru of mentor.
Nadat ze deze gehoord hebben keren ze in paniek naar de hel terug en waarschuwen Lucifer, de opperduivel, dat ze een meester hebben gevonden die over bevrijding en zelfrealisatie praat en dat er dus ingegrepen zou moeten worden.
Hierop reageert Lucifer met de vraag of deze 'wijze' volgelingen heeft.
De leerlingen antwoorden bevestigend, waarop Lucifer weggaat en zegt:
'Dan hoeven jullie je geen zorgen te maken'.
Het huis dat 'Advaita' heet, lijkt vele kamers te hebben. Met verschillende 'meesters' en 'volgelingen'.
Of toch niet?
Daarom een kort bezoek met Jan Kersschot over 'waarheid, eerlijkheid en werkelijkheid, over doenerschap en over de bewoner 'who has left the building'.
Er blijkt niemand thuis.
- Volgt u maar.-

Pol: Als de zoeker alleen al de titels van een aantal boeken over non-dualiteit of zelfrealisatie leest, bijvoorbeeld 'Doe niets' van Steven Harrison of uw laatste boek 'Het is zoals het is' of 'Nothing ever happened' van Papaji, dan lijkt dit een grote paradox te zijn. Wat bezielt mensen zoals u om hierover te praten, te schrijven, en is het wel waarheid? Is het wel eerlijk om te beweren dat er niets gedaan kàn worden? Want dit beweren op zich lijkt al een activiteit te zijn.

Jan: U hebt gelijk, zeggen of schrijven 'doe niets' is eigenlijk alsof ik zelf een beetje aan het natrappen ben. Want het is gemakkelijk om dit te zeggen terwijl je zelf in je (schijnbare) leven een aantal dingen hebt gedaan, zoals meditatie beoefenen of spirituele leraren bezoeken. Het is zelfs een beetje goedkoop om al dat spiritueel zoeken achteraf te omschrijven als onnodig, overbodig of zelfs als een struikelblok.
Toch komt het idee in vele tradities terug, en wordt het dikwijls beschreven als 'ga weg van huis, en als je dan uiteindelijk thuiskomt, merk je dat je in feite nooit bent weggeweest'. Of: 'je gaat door een poort, en zodra je er doorheen bent, zie je dat er geen poort was, dat er zelfs geen zoeker was, dat er nooit een zoeker is geweest'. Vooral dat laatste komt het dichtst bij wat als 'waarheid' omschreven kan worden.
Maar ik gebruik niet graag het woord 'waarheid'. Begrippen zoals 'waarheid, eerlijkheid en werkelijkheid' kunnen misleidend zijn. Ze gaan er van uit - of die indruk kunnen bepaalde lezers hebben - dat er waarheid en onwaarheid is, dat er een persoon is die al of niet eerlijk is, of dat er een scheiding zou zijn tussen werkelijk en niet werkelijk. Wie maakt deze onderverdelingen? Waar zijn de referentiekaders?

Ik - voor zover ik van mijn 'ik' kan spreken - zie nog wel verschillen maar er zijn absoluut geen gradaties op spiritueel niveau. Het zien van verschillen is natuurlijk onontbeerlijk in het dagelijkse leven, maar als we het over non-dualisme hebben, vind ik 'waarheid, eerlijkheid en werkelijkheid' een beetje verwarrend. Maar goed, dat zijn woorden altijd, ook de woorden in mijn teksten of boeken. Wat ik nu vertel is even goed conceptueel: wanneer ik zeg dat er iemand om de tuin geleid wordt, wie is dat dan als er geen 'ik' is? Hoe kunnen we thuiskomen bij onszelf, als er überhaupt niemand thuis is? En als we het over het absolute hebben, is er dan iets mis met om de tuin geleid worden? Misleiden, om de tuin leiden of de waarheid verkondigen, het is toch om het even in de ogen van het grenzeloze? Je begrijpt dat zwijgen beter is dan spreken, maar goed, blijkbaar verschijnen er vragen en komen er antwoorden. En misschien zijn ook mijn woorden misleidend, wie weet.

P: Als er dan niemand is om te misleiden, zijn er dan ook geen 'valse meesters'? Het lijkt er toch vaak op dat er verschillen in benadering en zelfs tegenstrijdigheden op te merken zijn tussen verschillende leraren. En, misschien minder belangrijk, ik heb toch ook al gemerkt dat er 'gerealiseerden' zijn die elkaar niet op de koffie uitnodigen.

J: Haha, ja inderdaad. Denk maar aan dat gesprek tussen Andrew Cohen en Alexander Smit destijds. Of de kritiek van Tony Parsons op Andrew Cohen, zowel in zijn boeken als op zijn tapes. Maar we moeten dat allemaal niet al te serieus nemen. Tony lacht ook regelmatig met zichzelf, en dat vind ik best leuk. Als ik - als Jan - kritiek uit, neem ik mezelf ook niet serieus. En als iemand kritiek uitoefent op mijn boeken, is dat ook geen enkel probleem. Ik vind dat Advaita in het algemeen meestal veel te serieus wordt genomen.

Toch is er wel degelijk iets interessants in mijn kritiek, of beter, commentaar op pseudo-Advaita leraren. Er zijn weliswaar geen 'valse' meesters, wel zijn er veel meesters die zeggen dat ze het over Advaita hebben en ondertussen hun volgelingen om de tuin leiden. Maar goed, ook dat om de tuin leiden is absoluut oké. Ook iemand wat wijs maken is volledig een expressie van het ene zijn. Als alles is zoals het is, houdt dat ook misleiding,valse hoop, dogma's en spirituele paden in. Want is er geen zoeker, geen leraar, geen tijd, geen afscheiding. Ook Advaita dat geen Advaita is maar wel doet alsof het echte Advaita is, hoort erbij. De 'pseudo-Advaita' is niet minderwaardig tegenover de 'zuivere' Advaita.
Terug naar je vraag over samen koffie drinken. Je kunt geen twee hanen bij elkaar zetten, toch? Er zijn inderdaad veel tegenstrijdigheden en paradoxen. Die zogenaamde gerealiseerden - er zijn natuurlijk geen personen die gerealiseerd zijn, dat is een contradictio in terminis - vertellen natuurlijk ieder hun eigen verhaal, met alle gevolgen van dien. De onderlinge schijnbare wrijvingen ontstaan gewoonlijk wanneer de ene meester kritiek durft te uiten op de andere meester. De meeste goeroes worden omringd door aanbidders en believers, en zijn daarom weinig kritiek gewend. In conversatie met een andere goeroe, die eventueel wel kritiek durft te uiten, is er natuurlijk een heel andere situatie. Tot echte hanengevechten komt het echter niet. Meestal zijn ze slim genoeg om de rechtstreekse confrontatie uit de weg te gaan.

Wees zelf kritisch

In mijn boek 'This Is It', dat deze zomer bij Watkins Publishing in Londen verschijnt, heb ik ergens commentaar op Vijai Shankar. Niet om hem af te kraken, want ik vind hem een sympathieke man. Ik noem in het boek zijn naam niet maar de lezer kan het wel raden. Toen hij in België was enkele jaren geleden, hebben we samen gegeten en gelachen. Maar ik maak mijn lezers wel attent op enkele dingen die mij opvielen. Niet dat ik suggereer dat ik het beter weet of dat de anderen verkeerd zijn. Jan weet het helemaal niet beter en er is niemand die 'verkeerd' kan zijn als het over het éne gaat. Er is dus niets mis mee om Vijai te volgen, te geloven of te aanbidden. Ik zeg gewoon dat ik het eigenaardig vind dat iemand die beweert over Advaita te spreken, een ashram heeft en deze 'de tempel van het absolute' noemt. Zo staat het beschreven op de website. Alsof het absolute opgesloten kan worden in een bepaalde ruimte. Is het absolute niet per definitie grenzeloos? Verder wordt op de website de bouw van een Shiva tempel en de aankomst van een Shiva Linga aangekondigd: 'Detailed plans are being laid out for the construction of a Shiva Temple. The auspicious Shiva Linga will be arriving from Somnath, Gujarat, India.
Ik haal deze tekst op zijn website niet aan om hem in het belachelijke te trekken, maar is het goddelijke dan meer aanwezig in een heilig beeld? Als alles één is, is er dan nog behoefte aan worship en aanbidding van 'all Great Sages'?

Ik stel gewoon de vraag, en laat de lezer zelf kijken. Ik wil mijn lezers gewoon uitnodigen heel kritisch te zijn, en zelf hun conclusies te trekken. Als ze alles als zoete koek willen slikken, is dat natuurlijk ook oké.
Zo schrijft men ook dat de atmosfeer in zijn ashram in Texas een ondersteunende omgeving is voor diegenen die het oneindige in zichzelf willen realiseren. 'Kaivalya Shivalaya Ashram (Abode of the Absolute) is open to all those who desire to awaken to eternal peace and bliss. Inspired by Dr. Vijai S. Shankar, the Ashram atmosphere (as perceived by many who visit), provides a supportive environment for those who wish to realize the infinite within themselves.'
Ik weet het, het klinkt allemaal prachtig, en vooral verleidelijk voor het zoekende ik, voor het dorstige ego. Want de zoeker wordt aangemoedigd om de sfeer te komen opsnuiven, om een persoonlijke trofee - het oneindige realiseren!- te komen ophalen. Dit is de klassieke valstrik. Stel je voor, je neemt het vliegtuig naar Texas, drie weken later gebeurt 'Het' met je, terwijl je in de tuin van zijn ashram rondloopt, en misschien kom je een week later op Schiphol aan als zelfgerealiseerde. Het had natuurlijk net zo goed Bombay of Poona kunnen zijn - ik besef dat ik er een karikatuur van maak - maar is dit niet het klassieke verhaaltje van 'ik wil ook verlichting hebben'? Is dit niet een voorbeeld van het onderschrijven van de drie meest voorkomende geloofssystemen (zie ook mijn interview in Amigo 5 met Kees Schreuders):
1. het geloof in het onderscheid tussen ik en de anderen (ík ga het oneindige realiseren, niet mijn buurman),
2. het geloof in het onderscheid tussen verleden en toekomst (nu ben ik nog niet verlicht, maar in de toekomst word ik het waarschijnlijk wel) en
3. het belang dat we hechten aan goed en kwaad, hoog en laag, spiritueel en onspiritueel (spirituele bevrijding is een 'goede' zaak voor mij). Deze drie geloofssystemen leiden tot het vasthouden aan het spirituele pad. En dat is voor mij géén non-dualisme.

Spelletjes met de lezer

Ik geef nog een voorbeeld: het boek van Roy Whenary, 'De structuur van Zijn' (Samsara 2002). Het is een prachtig boek, maar een auteur die beweert over Advaita te gaan spreken (p. 8), kan zich toch niet veroorloven om spelletjes te spelen met de lezer. Ik heb dit al verteld in een boekbespreking die verschenen is in het tijdschrift Inzicht, maar blijkbaar ben ik één van de weinigen die zo over zijn boek denken. (...Al vrij wordt duidelijk dat de schrijver in zijn boek nog een aantal compromissen wil sluiten. Op pagina 98 schrijft hij: 'Om die non-dualistische staat te bereiken moeten we echter eerst alle nog in ons aanwezige negativiteit kwijtraken.' Deze zin alleen al laat het hele verhaal als een pudding in elkaar zakken. Hier richt hij zich tot de persoon die een bepaalde staat zou moeten bereiken... Uit: Inzicht nummer 1 - 2004) Ik zou zeggen, lees zelf maar eens na en trek je conclusies.
Ook mijn vriend Francis Lucille, die ik twee keer in Nederland heb geïnterviewd, komt op een vrijdagavond naar Amsterdam, en vertelt daar aan een brave Nederlander dat hij enkel positieve gedachten zou moeten hebben ('you should only have positive thoughts'). Als het niet op tape zou staan, zou ik het hier niet durven herhalen. Enkel positieve gedachten, als dat nog Advaita is...? Waar is de grens tussen positief en negatief, en wie zegt dat het ene beter is dan het andere? Wie maakt het onderscheid, en met welk doel?

Voorstanders of verdedigers zullen wegkomen met argumenten als 'zo was het niet bedoeld' of 'het antwoord is aangepast aan het niveau van de vraagsteller' of 'sommige mensen hebben symbolen of ceremonie‘n of helden nodig om daarna met de echte essentie in contact te komen'. Tja, als zulke antwoorden de lezer kunnen bevredigen, ook goed. Maar voor mij heeft het niets te maken met Advaita. En hier moet ik even toevoegen dat ik zelf, Jan Kersschot dus, alles behalve een expert in Advaita ben. Andere schrijvers hebben er veel meer kennis van dan ik. Ik weet er veel minder van dan hen.
Maar goed, het is gemakkelijk om kritiek te geven. Als je mijn boeken analyseert, zul je ook vrij snel een aantal passages vinden waar ik ofwel mezelf tegenspreek, ofwel een zekere vorm van dualisme verkondig - zonder dat ik dat zo heb bedoeld. Ik ben dan in feite een vegetariër die hamburgers aanprijst, of net omgekeerd, een vleeseter die vlees afkeurt. Het is onvermijdelijk om compromissen te sluiten, zodra je begint te spreken of te schrijven. Non-dualisme zal altijd onmogelijk te vatten zijn met concepten of symbolen. Laat we dan ook niet proberen of doen alsof het wél kan. Woorden zullen sowieso altijd tekort schieten om het ene te beschrijven.

Mijn bedoeling is dus niet om kritiek te geven - ik besef dat het zo klinkt - maar enkel om te wijzen op dingen die ik heb opgemerkt. Ik ben zelf ook geen verkondiger van de 'waarheid-eerlijkheid-werkelijkheid'. Jan Kersschot is gewoon een van de vele stripfiguren. Een spook dat verschijnt tussen al die andere meer dan zes miljard spoken. Mijn boeken 'Eén Zijn' en 'Het is zoals het is' zijn ook misleidend. Ik heb zelf met 'één zijn' of 'het absolute' niets te maken, laat staan dat ik het kan verkondigen of doorgeven. Jan heeft er niets mee te maken! Ik kan de lezer niets bieden. Bij mij krijg je dus niets. Geen pad, geen waardeoordeel, geen taak, geen hoop, geen huiswerk.

P: En na dit prachtige antwoord sta je daar als zoeker. Je hebt verschillende leraren bezocht, de boeken uitputtend gelezen, gemediteerd tot je geel zag en je blauw betaald aan allerlei workshops.
Breekt er dan geen tijd aan van frustratie tot 'het inzicht', 'de genade' komt? En, je zal je dan toch maar afvragen als je nooit van huis bent weggeweest waarom die hele zoektocht dan nodig was. Was dat niet te voorkomen? Is het niet mogelijk om bijvoorbeeld kinderen daar al vroeg mee in aanraking te brengen?

J: Ja Pol, ik denk dat iedere zoeker alle kleuren van de regenboog ziet in zijn of haar imaginair spiritueel pad. Geel van teveel mediteren, af en toe wit van een piekervaring, blauw betaald aan al die retreats, tot je rood wordt van schaamte dat je 'het' nog altijd niet gevonden hebt. Dat je ondanks al je pogingen en inspanningen nog altijd niet verlicht bent. Zoals een Ramana, Papaji of Nisargadatta zul je nooit worden, daarvoor heb je niet de juiste looks of de juiste roots, maar er zijn (schijnbaar) ook enkele Nederlanders waarvan men zegt dat ze 'het' wèl gevonden hebben. En misschien was dat inderdaad zo. Sommigen konden het zo mooi vertellen. Anderen hadden zoveel charisma. Misschien heb je zelf een aantal bijzondere ervaringen gehad (of nieuwe inzichten) in het bijzijn van zo'n meester. Zeker als ze ondertussen gestorven zijn, kunnen we ze allerhande kwaliteiten toeschrijven waardoor ze onze spirituele helden worden. Als zij het konden realiseren - ook al moesten ze daarvoor naar India - kan ik het toch ook? Is er dan toch nog hoop? Er zijn blijkbaar wel meer Westerse zoekers die met zoeken gestopt zijn en nu zelf satsang geven. Is het dan toch iets dat doorgegeven wordt? Van goeroe naar leerling? Kan 'ik' het ook krijgen door in zijn of haar nabijheid te vertoeven? Misschien slaat bij mij ook de bliksem in... Je zou voor minder op de eerste rij willen zitten. Het draait allemaal om ik - ik - ik.

Roze ballonnen

Af en toe zijn er korte of lange momenten van inzicht, van extase, van innerlijke rust. Zijn dat geen voortekens van het grote gebeuren dat mij nog te wachten staat? Zal deze kleine zoeker, die ik 's morgens in de spiegel aanstaar terwijl ik mijn tanden poets, dan toch lid worden van de exclusieve club der verlichte meesters? Zouden dan al mijn problemen verdwijnen? Zouden de anderen dan iets aan mij merken?

Voor de meeste lezers van Amigo is dit verhaal al lang doorzien. Je merkt dat dit verhaal inderdaad weer opnieuw gebaseerd is op de drie geloofssystemen waar ik het eerder over had, het persoonlijke, het tijdelijke en het hogere. Zolang we geloven dat er een ik is, zal dit illusoire ik streven naar iets beters (lees: meer spiritueels) in de toekomst. En dan ga je boeken lezen of satsangs bezoeken om voor dat 'ik' een 'spirituele verbetering' te krijgen. Daar is niets verkeerds aan natuurlijk, maar er is ook niets verkeerds aan om erop te wijzen dat al die verhalen gebaseerd zouden kunnen zijn op een aantal geloofssystemen. En die geloofssystemen zijn als roze ballonnen die we al dan niet kunnen doorprikken.

Of deze zoektocht al of niet te voorkomen valt, en of we onze kinderen daarvan kunnen weerhouden? Wel, die vraag komt bij mij eigenlijk niet op. Er is niets mis met die zoektocht, ook als je ziet dat ze nergens toe leidt. Het is weer de persoon die van dit zoeken nog iets nuttigs wilt maken. Er een doel aan wil geven. Er is nooit een zoektocht geweest, en als je toch de indruk hebt op een pad te zijn, dan is dat gewoon wat er verschijnt. Ook dat is oké. En die kinderen, die kleine stripfiguren, kunnen in de schijnbare wereld alleen het spel meespelen als ze eerst doen alsof ze een persoon zijn, anders belanden ze misschien in de psychiatrie. En wie zijn wij om te bepalen wat voor anderen al dan niet goed is? Het water loopt sowieso toch naar de zee, de dingen gebeuren (schijnbaar) toch zoals ze gebeuren. En nogmaals, als de persoon een illusie is, geldt dat niet alleen voor 'ik' maar ook voor de 'anderen'. Die scheiding tussen 'ik' en de 'anderen' is er nooit geweest. Toch zullen onze geloofssystemen en onze zintuigen ons telkens opnieuw voorhouden dat er een scheiding is, tussen 'ik' en de 'anderen', tussen goed en kwaad, tussen verleden en toekomst, enzovoort. En de meeste personen blijven dit spel volhouden, als volwassen stripfiguren, tot ze sterven. En sommigen schijnen te doorzien dat het een stripverhaal is, anderen niet. Sommigen sterven al voor ze dood zijn, wat eigenlijk niets meer is dan het wegvallen van het geloof in een illusie. Maar voor wit papier maakt het niets uit.

Geen uitweg

Misschien had je liever gehad dat ik ergens hoop gaf, of het ingewikkeld en mysterieus zou maken. Maar het is heel gewoon, Pol. Het is zo helder als Spa Blauw. Zijn kent geen grenzen, geen hiërarchie. Je moet nergens naartoe. Pol doet niet mee, Jan ook niet. Het maakt niets uit. Het ondeelbare Zijn is er al. Wat is, is. De scheiding heeft nooit bestaan, dus er is helemaal geen éénmaking nodig. Dus zo bijzonder is het nu ook weer niet dat Jan of Pol dat allemaal doorziet. Er is geen persoon die het doorziet, dus...

Ik zie ook geen enkele reden om wie dan ook te verbeteren. Ik heb geen behoefte om Pol of de lezers van Amigo ergens naartoe te brengen. Ze zijn er al, of beter nog, ze zijn er niet. Ze zijn er al als Licht, en zijn er niet omdat er geen personen zijn. Je kan nergens naartoe omdat er niemand is die ergens naartoe moet of kan gaan. Er is niemand thuis, dus waar zou je naartoe gaan? Wat je bent - het Licht in de beelden of het Bewustzijn dat geen grenzen kent - maakt zich geen zorgen over het nut van onze verlangens, het effect van onze spirituele paden, of de nutteloosheid van onze illusies. Al wat er dan overblijft is 'dat wat is'.

[Interview: Pol Sturtewagen]

Website Jan Kersschot: www.kersschot.com.