Compleet zijn met wat zich voordoet
Dick de Boom in gesprek met JanKees Vergouw

Wanneer ik op 11 juni 2004 iets te vroeg bij JanKees Vergouw binnenstap voor een interview, is Jan Kees nog aan het musiceren met een vriend. JanKees bespeelt een ingewikkeld uitziend instrument (sarod), dat uit India komt. Hij heeft hiervoor les gehad van Alexander Smit. Zijn vriend bespeelt twee trommels (tabla). Een welkome aftrap voor dit interview!
Het interview doen we buiten in de zon, in de naast de grote stolpboerderij gelegen beeldentuin in het rustige Zaanse buurtschap Haaldersbroek. JanKees (56 jaar) woont al zijn hele leven in deze streek. Hij geeft daar tegenwoordig yogalessen volgens de Kashmir- traditie. Eigenlijk heeft hij het liever over ontspanningsoefeningen. Iedere eerste zaterdag van de maand is er een Satsang-dag voor maximaal 12 personen, waarin Satsang afgewisseld wordt met Kashmir-yoga oefeningen.

De waarheid en niets dan de waarheid

Dick: Wat is waarheid?

JanKees: Wat er bij me opkomt: het enige waarachtige is wat op zich zelf staat.
Er zijn vele waarheden die bekend staan als relatieve waarheden; maar wat werkelijk waarachtig is, is dat wat je wezenlijk bent. Wat je wezenlijk bent, staat op zichzelf, het kent geen oorzaak of gevolg, geen begin of einde. Alles wat relatief is, kan niet werkelijk waarachtig zijn. Het kan waar zijn, maar altijd met betrekking tot iets anders. Daarom noemen we het betrekkelijk.

D: Voor heel veel mensen is waarheid te vinden in het leven van alledag. Dat is waar en dat is niet waar. Mensen leven in hun waarheid of de waan van de dag en zijn op zoek naar waarheden.

JK: Zodra jij jouw waarheid hebt gevonden, moet je die verdedigen, omdat elke waarheid die je gevonden hebt je weer afgenomen kan worden.

D: Veel mensen zoeken naar waarheid?

JK: Dat zoeken naar waarheid is het verlangen naar je thuis, naar je natuurlijke aard.

D: Uiteindelijk ontspringt alles aan die waarheid, dus ook aan de dingen die wij als waarheid benoemen?

JK: Er is niks mis met een relatieve waarheid. Zoeken naar waarheid gaat niet over het relatieve. Dat het gras groen is of de lucht blauw, is een afspraak. En door de eeuwen heen is dat zo gebleven. Dat kun je waarheden noemen. Maar die waarheden zien er toch uit als afspraken. Het zijn projecties van het denken, die we natuurlijk nodig hebben om dingen te kunnen herkennen. Zoiets heet perceptie, geloof ik.
Als je het over waarheid hebt kun je dat vanuit een wijsgerige invalshoek bekijken, maar dan kom je van Bok op Jasper. (Dit is een Zaanse uitdrukking die JanKees regelmatig bezigt en staat voor 'van het een op het ander'. - DdB) De wijsbegeerte raakt soms kant noch wal. Het is veel gemakkelijker om over de wijsbegeerte heen te stappen en ook over al het andere dat bij een geleidelijk ontwaken hoort. Het lange proces van spirituele disciplines; dat kun je allemaal wel volgen als je daar belangstelling voor hebt, maar waarom zou je de zogenoemde waarheid niet onmiddellijk herkennen?

D: Waar dienen de yoga-oefeningen die je geeft dan toe?

JK: De yoga-oefeningen en vooral de Kashmir-werkwijze hebben een zeer weldadige werking . Wanneer je je aangesproken voelt om zoiets te beoefenen, zul je daar natuurlijk de vruchten van plukken. Maar zoals met alle middelen die er tijdens het zoeken voorhanden zijn: ze brengen je geen haar dichterbij zelfrealisatie. Wat werkelijk waar is, is onmiddellijk; je kunt er niet naar toe gaan.

D: Hoe zit het met je functioneren in het dagelijks leven en de halve waarheden waar je dan mee te maken krijgt als je weet hoe het met De Waarheid zit?

JK: We worstelen met de dingen en worden daardoor onzeker en gaan twijfelen. Als je leeft zonder twijfel omtrent je wezenlijke natuur is er geen vuiltje aan de lucht, dan leef je compleet met wat zich voordoet. Dan zijn al die waarheden en onwaarheden die ieder mens hanteert er ook voor jou, maar je bent er niet mee in conflict.

Helderheid kun je je niet herinneren

D: Waar het denken ophoudt. is de waarheid?

JK: Dat is een geprojecteerde waarheid van het denken. Zolang dit onmiddellijke beschikbaar-zijn geprojecteerd blijft als een voorstelling in je hoofd, zal er twijfel zijn en alles wat daarmee te maken heeft. Dus we kunnen wel momenten hebben van totale helderheid, maar de paradox is dat je helderheid niet kunt herinneren. Je kunt je wel herinneren hoe het organisme respondeerde op wat we een realisatie noemen. Wat ik daarmee bedoel, is dat het lichaam - en wat daar mee samenhangt: het denken en voelen – nogal in verwarring of in bliss kan raken. Dát kunnen we ons herinneren, maar de realisatie zelf niet. Realisatie is het onmiddellijke zien dat er geen iemand is. Dus je kunt je alleen herinneren wat de effecten van een dergelijk 'gebeuren' waren. Het zien dat er geen iemand is, valt wat mij betreft buiten de vangnetten van het geheugen.

D: Als er een conflict is tussen twee mensen, waarbij de een overtuigd is van zijn gelijk en de ander ook...

JK: ...dan kunnen we spreken van een fictieve ontmoeting tussen twee objecten, om het maar even klinisch te zeggen. Maar als de een overtuigd is van zijn of haar gelijk en de ander ook en er is geen conflict - nou ja, dat kan dan aardig zijn. Je zou dat de charme van de ontmoeting kunnen noemen.

D: In absolute zin is het dus onmogelijk die 'waarheid' te vinden. Er komt uiteindelijk een compromis.

JK: Relatieve waarheden zijn er te kust en te keur, die kun je vinden, maar het is evident dat wat je vindt, je ook weer afgenomen kan worden. Dus wanneer je zoekt, zoek je onvermijdelijk naar een relatieve waarheid die we doorgaans verlichting of zelfrealisatie noemen. Als het zoeken is opgehouden, waar is dan het gezochte?

D: Maar als ik nu met duizend mensen praat, is er niemand die dit begrijpt (alhoewel ook dat een aanname is).

JK: Je kunt ook niet zeggen wat waarheid is. Je kunt er wel naar verwijzen, maar je kunt niet zeggen wat het is. Het is zo eenvoudig, dat een kind het zou kunnen begrijpen. Dus de waarheid kun je nooit bevestigen door middel van een statement, door een gebaar of door wat dan ook. Wat waar is, heeft geen bevestiging nodig. In Satsang wordt aldoor verwezen naar het punt dat niet te lokaliseren is, dit onverdeelde zien.

D: Zijn er condities te bedenken die het ontvouwen van waarheid in de weg kunnen staan, zoals bijvoorbeeld bepaalde levensomstandigheden?

JK: Er is geen enkele conditie die een obstakel zou kunnen vormen om je onmiddellijkheid te realiseren. Dat is Godsonmogelijk. Die condities bestaan niet.

Zonder zoeken geen hartstocht

D: Toch verwijzen veel leraren naar methoden als bijvoorbeeld meditatie. Helpt het lezen van veel boeken?

JK: Het is geen kwestie of zoiets helpt, het is bijna onvermijdelijk dat we boeken lezen, dat we boeken over zelfrealisatie in handen krijgen. Dat gebeurt. Er zijn heel weinig voorbeelden te noemen van mensen die tot zelfrealisatie komen zonder gelezen te hebben of zonder gemediteerd te hebben of zonder in de zon gekeken te hebben of zonder op hun kop gestaan te hebben. Er zijn maar heel weinig mensen die dat niet gedaan hebben. Het gaat er niet om dat er een noodzaak is, het gaat er om dat zoiets klaarblijkelijk plaatsvindt. Je kunt niet anders dan mediteren, naar Satsang gaan, boeken lezen. Blijkbaar is die hartstocht inherent aan het zoeken. Zonder zoeken geen hartstocht en zonder zoeken geen verlangen om de ervaring van afgescheidenheid op te lossen.
Dus op zoek zijn naar een oplossing is inherent aan het lezen van boeken, mediteren, naar Satsang gaan of dat juist expres allemaal niet te doen. Het is de grote paradox - het zoeken naar een oplossing. Het staat de vanzelfsprekende natuurlijkheid die we zijn schijnbaar in de weg. Een diep verlangen, alles overheersend. Je hele leven lijkt vervuld te zijn van maar één verlangen: verlicht willen worden, althans dat was bij mij zo.

D: Hierop aansluitend: misschien kun je nog iets zeggen over jouw weg of pad naar realisatie?

JK: Als kind werd ik vaak als het ware getart, door het zien dat er geen ik is.
Dat lijkt overigens een contradictie, maar zo was het nu eenmaal. Dan legde mijn vader zijn hand op mijn voorhoofd en werd ik weer rustig. Toen ik een jaar of achttien was, stond ik in de kroeg en vroeg ik aan andere jongens of ze dat ook kenden: dat je niet een iemand bent en dat je nauwelijks een lichaam hebt. Daar werd dan stevig om gelachen Een jongen kwam later naar mij toe en zei dat zijn yogaleraar daar ook altijd over praatte. Zo kwam ik bij mijn eerste leraar. Op mijn 22e gaf hij me de raad om naar Jean Klein te gaan, die twee keer per jaar naar Nederland kwam. Daarna of vlak daarvoor - dat weet ik niet meer - was er de ervaring waarbij de stoppen van het bekende doorsloegen en er geen enkel individueel besef meer was en geen lichaam. Het landschap stond in lichterlaaie en er was totaal geen aanknopingspunt meer met wat voor ons bekend is. Ik weet niet hoe lang dat was in chronologische zin, maar heel langzaam kwam de gedachte in me op: ik ben nu dood. Door het denken van die regel merkte ik al heel snel dat ik in bed rechtop zat en begon het lichaam voor een paar uur te 'shaken'. Nadien geen bliss, geen vrede en geen vrij zijn van angst, maar wel een absoluut helder doordrongen zijn van het besef, dat het ik waar we ons bestaan aan ophangen niets anders is dan een gedachte of een reflex.

D: Voor het bespelen van de sarod heb je les gehad van Alexander Smit. Wat voor rol
heeft Alexander gespeeld in jouw spirituele proces?

JK: Eigenlijk gaf Alexander geen muzieklessen, maar hij maakte voor mij een uitzondering.
Zijn passie voor de klassieke Indiase muziek was ongekend. Van 1980 tot 1984 kreeg ik wekelijks lessen en volgde zo nu en dan zijn (toen nog) huiskamer-satsangs. Ik heb hele prettige en vriendschappelijke herinneringen aan die tijd. Ik beschouwde hem zeker als de man die de laatste resten twijfel bij me weg kon nemen. In een satsang-weekend, dat samenviel met mijn verjaardag, vroeg Alexander mij wat ik wilde hebben . 'Totale zelfrealisatie!', was mijn gretige reactie. 'Je moet me geen dingen vragen, die ik je niet kan geven.', was zijn onmiddellijke antwoord. Nadien hield het zoeken op.

Het vraag- en antwoordspelletje

D: Tot slot zou ik je willen vragen om een vraag- en antwoordspelletje met me te doen, waarop je alleen maar mag antwoorden met 'waar' of 'niet waar'.
De waarheid is maar voor heel weinigen toegankelijk:

JK: Niet waar

D: Je kunt de waarheid geweld aandoen:

JK: Niet waar

D: Je kunt de waarheid geen geweld aandoen:

JK: Waar

D: Slechts door realisatie is waarheid te zien:

JK: Waar

D: Eerlijkheid bestaat niet:

JK: Waar

D: Feiten zijn niet hetzelfde als de waarheid:

JK: Waar

D: Je kunt alleen maar eerlijk zijn tegenover jezelf:

JK: Niet waar

D: Al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt haar wel:

JK: Waar

D: Je kunt pas zoeken naar de waarheid, als je zaken in het leven van alledag goed geregeld hebt:

JK: Niet waar

D: Waarheid is het saaiste wat er is:

JK: Niet waar

D: Waarheid is hetzelfde als liefde:

JK: Waar

D: Waarheid blijft over als er niets meer is overgebleven:

JK: Niet waar

D: De waarheid zoekt jou. Jij kunt de waarheid niet vinden:

JK: Niet waar (Lachend: er is nooit iemand die zoekt en de waarheid al helemaal niet!).


Tot slot een stukje uit een korte bundel die JanKees heeft geschreven.

Waarachtigheid

'Het manifeste als universum aan verschijnselen toont zich in de wetmatigheid van tegenstellingen. Deze wetmatigheid kan niets anders zijn dan kennis die afgeleid of geprojecteerd is op dat wat zich in het waarnemen voordoet. Waarnemen is de geaardheid van het onmiddellijke zien en kan dus ook nooit de waarnemer zijn.
De waarnemer heeft geen poot om op te staan. Het is een vergissing jezelf als waarnemer te zien of te beleven. Je verbeeldt je waarnemer te zijn, waardoor er niet door de ogen van het nu gekeken kan worden. Door de ogen van het nu is er ultiem genieten. Het is niet zo dat jij geniet, er is genieten.
Zo kunnen we zeggen dat het waarnemen het onverdeelde zien is dat je bent. Het is het enige dat werkelijk is. Dit waarnemen heeft moeiteloos licht en donker, hard en zacht en misschien wel de meest indringende tegenstelling, leven en ontbinding, in zich. Een waarneming als licht en donker of een schemerlamp, is een ogenblikkelijk samenvallen van het zogenaamde object met de benoeming daarvan. Dus wanneer het label schemerlamp, wat kennis is, verdwijnt, weet je niet wat je ziet. Als het een geluid is, weet je niet wat je hoort, etc.
Er is geen enkel conflict of verdeeldheid in het wel of niet aanwezig zijn van deze perceptie of van het herkennen van de zogenaamde dingen. Deze kennis ligt altijd klaar om te functioneren. Er is niets mis met dit functioneren dat direct werkzaam is en ook nooit gescheiden kan zijn van hier waar je bent of, met andere woorden: het onmiddellijke zien.'

Je kan deze en andere teksten vinden op zijn website: www.oogvannu.nl

[interview: Dick de Boom]