Eindstation of oneindig begin?
Johan van der Kooij spreekt met Susan Frank

Vroeger wist ik wat zelfrealisatie was: na een lange periode van meditatie en contemplatie zou ik terechtkomen in een duizelingwekkend moment van gratie en helderheid. Mijn leven zou zich vullen met stralendheid, vrede en harmonie. Deze vrede zou me nooit meer verlaten. Ik was aangekomen bij het einde van mijn reis, bij het eindstation.

Maar nu heb ik geen zekerheid meer of dat eindstation wel bestaat...
Zelfrealisatie lijkt zich niet via een vast patroon te manifesteren.

Iedere zoeker komt uiteindelijk thuis... Dit zijn natuurlijk maar woorden die omschrijven hoe een ogenschijnlijke dromer ogenschijnlijk tot ontwaken zal komen.

In het heldere daglicht bestaat er geen persoonlijkheid die verlichting bereikt. Dat is nu juist een van de uitgangspunten van non-dualiteit. De gedachte over de zogenaamde afgescheiden identiteit die we de persoonlijkheid noemen, lost op als er gezien is dat er niet zoiets bestaat als afgescheidenheid.

  • Het pad van advaita vedanta eindigt, traditioneel gesproken, in zelfrealisatie, ofwel verlichting.
  • Maar eindigt dat pad wel? Of is er nog sprake van een proces na zelfrealisatie?
  • Is het waar dat voor zelfgerealiseerden de dingen vanzelf gaan?
  • Is zelfrealisatie nog wel een ervaring?

Over deze vragen sprak Johan van der Kooij met Prajnaparamita (Susan Frank). Prajnaparamita geeft sinds een aantal jaren non-dualistisch onderricht zoals we dat kennen uit Advaita Vedanta, Zen, Mahayana Boeddhisme en Ch'an.

---

Johan: Mijn vroegere leraren Wolter Keers en Jean Klein spraken nooit over de 'fase' na zelfrealisatie. Daardoor ben ik gaan denken dat je daar niet over hoorde te spreken. Mijn nieuwsgierigheid naar dat onderwerp is echter groter geworden dan mijn bescheidenheid. Is er nog wel een proces na zelfrealisatie?

Prajnaparamita: Wat is zelfrealisatie eigenlijk? Laten we het daar eerst eens over hebben. Iedereen heeft daar zijn eigen woordenboek bij. Zelfrealisatie wordt nogal verschillend geïnterpreteerd. Ten diepste weet ik niet wat het is. Wat het werkelijk is kan niet gezegd worden, daar kunnen woorden niet bij, maar ik kan wel een poging wagen. Er kan hooguit naar verwezen worden, en daartoe zijn prachtige getuigenissen neergelegd in prachtige geschriften door prachtige leermeesters. Heel mooie poëzie en mystieke expressie waardoor je de geur kunt opsnuiven, maar wat het wèrkelijk is kan niet gesproken worden. Er zijn woorden die ernaar verwijzen zoals waarheid, vrijheid, vrede, liefde en wijsheid, dat zijn zo enkele geuren van het onnoembare. Maar wat ìs dat allemaal, wat betekent dat allemaal?

Het woord 'mind' komt van het Sanskrietwoord 'manas': dat wat meet en vergelijkt. Dat standpunt, wat we 'ik' noemen, van waaruit alles gemeten wordt en vergeleken wordt, dient te worden doorzien als zijnde illusionair. Dit standpunt is het verschil tussen onwetendheid en vrijheid; 'ik' is het verschil tussen onwetendheid en vrijheid. Er dient gezien te worden dat er geen ik en jij is, geen ik en de wereld, geen binnen en buiten, enkel ondeelbaar Een. Dit zicht is zo diep, daar reiken geen woorden, daar reiken geen ervaringen. Onwankelbaar verankerd zijn in deze realisatie... Niets meer te verdedigen, niets meer te bewijzen, niets meer af te wijzen. Gewoon aanwezig zijn met een helder hoofd en een overstromend hart.

J: Is dit diepe inzicht zelfrealisatie?

P: Wat mij betreft is zelfrealisatie geen inzicht. Hoe diep je inzicht ook gaat, hoe weids je inzicht ook is, het is nog steeds geen realisatie. Zelfrealisatie is het verzwelgen van alle inzichten. Word een prooi van God, offer je inzichten en laat je verslinden. Het is een ultiem moment van genade, waarin de kennis van de inzichten verdampt en verdwijnt, en wetendheid zich in de realisatie kan openbaren.

J: Dus zelfs het hoogste inzicht is geen realisatie?

P: Er is nog steeds een gevoel van 'ik'. Ik die zulke prachtige inzichten heeft en prachtige openbaringen heeft ontvangen. Er is nog sprake van subject en object. Het besef van waarnemerschap is er nog. En dat is wat mij betreft nog steeds niet genoeg, er is dan nog een besef van de waarnemer, dat wat waargenomen wordt, en het waarnemen zelf. Die driehoek is er nog, die drie-eenheid is er nog. Dat hele boeltje moet nog verdampen. Dat moet nog verdampen, verbranden of imploderen.

Geleidelijk aan ga je zien dat alles leeg is. Je komt tot het besef dat alle gedachtes leeg zijn, alle gevoelens leeg zijn, alle manifestatie leeg, inclusief dat wat ziet. Je zult door die ervaring van leegte heen moeten, en vervolgens dienen te zien dat leegte ook een concept is, transparant en illusionair. Leegte is een concept, God is een concept, zelfrealisatie is een concept.

J: Als je dat inziet is dat ook weer een openbaring?

P: Ja, zooooo subtiel.

J: In die openbaring lost de ogenschijnlijke dualiteit van waarnemer en het waargenomene op?

P: Ja, dat besef van waarnemer verdampt helemaal. En wat dan? Het blijft behelpen met woorden: openheid, helderheid, natuurlijkheid,beschikbaarheid. Je leeft gewoon je leven uit. Als het leven zelve.

J: Is er bij jou nog sprake van een waarnemer en dat wat waargenomen wordt?

P: Nee, dat is dus verdwenen. Die verdwijning is in mijn geval zo ongelooflijk subtiel geweest. Als ik niet verschrikkelijk goed had opgelet, dan had ik het niet eens gemerkt. Stel je voor dat je een wandeling maakt in de mist en geleidelijk aan wordt je jas en je kleding en je huid vochtig. Tegen de tijd dat je thuis aankomt ben je doorweekt, maar je hebt het niet eens in de gaten, zo subtiel en zo geleidelijk is het gegaan. En je maatje zegt dan: wat ben jíj nat zeg!

Zo is het voor mij eigenlijk ook gegaan, ik had het nauwelijks in de gaten. Het was zo dun, zo ijl, er was geen sprake van: aha, ja kijk, nu is er dan realisatie.

J: Gaat dat bij iedereen anders?

P: Ja, realisatie is voor iedereen een uniek verhaal. Ook is ieders sadhana* volstrekt uniek. Wat dat betreft is een persoonlijke getuigenis altijd een beetje delicaat, omdat mensen dan al gauw denken: oh, zó is dat, zó gaat het, zó moet het!

J: Heb jij voorafgaand aan het doordringen van die mist, bijzondere momenten beleefd?

P: Ja, immens... grootse openbaringen. Eigenlijk in al die jaren. Vooral de eerste drie jaar bij Alexander*, waarin ik het onderricht kreeg, de kennis en vele grote inzichten. En later bij ShantiMayi*, toen alles geleidelijk aan 'rond' werd. Er was een lange tijd dat alles me duidelijk was, maar er was toch nog iets niet. Ik wist dat er iets ontbrak, hoewel ik niet precies wist wat dat was. Jaren wachtte ik... op 'dat'. Ik leerde wat geduld was. Ik ontdekte dat geduld geen tijd kent. En het wachten transformeerde tot een oneindig diepe buiging in het eeuwige moment nu. En hiermee werden alle verwachtingen uiteindelijk uitgedoofd.

J: Wat veranderde er nou precies?

P: Ik weet het niet. Wat is er nou veranderd? Ik weet het niet! Wat is er nou voor en na dat ultieme niet-moment? Twijfelloosheid is ingetreden. En daarmee is autoriteit geboren, je eigen autoriteit zijn, gemaakt van een totaal andere substantie dan zoals we dat kennen van een persoonlijke autoriteit. Tegelijkertijd wordt het leven steeds meer een luisteren, een luisteren naar de wil van het bestaan. Het is een leven op de razors edge, een haarbreedte ernaast geeft al een fikse verwonding.

J: Wat veranderde er nog meer voor je?

P: Het was lange tijd zo diep stil. Ik was zo veel mogelijk alleen. Praten was lastig. Ik kon woorden helemaal niet meer vinden, er was nauwelijks vormkracht, alles was zo ijl. Zelfs nu nog, met satsang, ik heb echt niets te zeggen. De mensen moeten meestal met vragen en onderwerpen komen. Dat brengt me in beweging, en dan komen de woorden wel, als een stortvloed.

J: Als ik een vraag stel over een onderwerp, dan geef jij respons...?

P: Ja, dan komt er wel wat, middels jouw vraag, maar er is nauwelijks een impuls vanuit mezelf. ShantiMayi vroeg me op een gegeven moment om satsang te gaan geven. En vervolgens zat ik weer op de bank, ik nam geen enkel initiatief. Toen zei ze na drie maanden: 'En, ben je al begonnen?' Oh ja, satsang geven, oh ja, dat is waar, ik ga satsang geven...., maar ik zat nog steeds alleen maar op de bank. Weer na een paar maanden schreef ze me een e-mail: Kòmt er nou nog eens wat van?? Kennelijk zag ze dat er geen motor was in me, dus zij heeft me een grote impuls hiertoe gegeven. En dat moet nog steeds gebeuren tijdens satsang. Mensen moeten me nog steeds aanslingeren, anders zit ik op satsang met zoiets van: gáát het hier ergens over?

Het is via de prikkeling dat ik in beweging kom, anders valt de hele boel stil, er is gewoon niks. Dat had ik al mijn hele leven, maatschappelijk was ik totaal niet geïnteresseerd. Maar er was een onstuitbare focus om thuis te komen in mezelf. Dit was het enige waar ik ooit belangstelling voor heb gehad. Mijn kinderen hebben me aan de gang gehouden eigenlijk. En nu houden de studenten in de Sangha* me aan de gang. Ik kan alleen maar zeggen hoe het voor mij is, het zegt iets over mij, niet over iets dat met realisatie gepaard gaat. Ja, ik denk dat het nogal verschilt voor iedereen.

In de Sacha-traditie* leeft een sterk Bodhisattva besef. Bodhisattva's hebben een gedrevenheid en verlangen om het lijden der mensen te verlichten. Zij zijn er voor allen. Hun leven en inzet is een grote inspiratie om vrijheid te realiseren. Je zou je af kunnen vragen: Maar is er dan toch nog wat te verbeteren in wereld? Heb je dan niet gezien dat alles illusie is? En perfect, precies zoals het is? En hoezo een verlangen?

Waarop de Bodhisattva's antwoorden: ja, dat weten we allemaal wel, maar we zetten ons toch vol-ledig in... Het is zo genuanceerd en subtiel allemaal, hoe kun je nou überhaupt iets zeggen: het is zus of dat is zo? Dat kan toch helemaal niet? Hoe kun je in vredesnaam een opinie hebben?

J: Vond ShantiMayi het belangrijk dat je ging praten?

P: Ze heeft daar iets over gezegd. Hoewel ik mijn hele leven al wist dat ik dit zou gaan doen, was het eigenlijk volkomen natuurlijk voor me om de rest van mijn leven in stilte te blijven. Ze heeft me echter een krachtige impuls gegeven en zei me: 'You have too much to offer, spread the light around the world and just offer.' Ze zei: 'Je bent te jong om in stilte te zijn of de Himalaya in te gaan, je moet satsang geven.'

J: Maar je wist daarvoor al dat je zou gaan spreken?

P: Toen ik heel klein was wist ik nog niet precies wàt, maar ik wist dat ik dienstbaar zou zijn aan de mensheid. Toen ik Alexander Smit ontmoette, herkende ik het meteen: dit is waar ik vanaf m'n derde jaar naar op zoek ben. Dit is wat ik altijd het meest gemist heb en waar ik zo intens naar verlangde. Ik groeide op in een wereld waar ik dat niet herkende. Alles was er, maar dat wat het meest wezenlijk was voor mij, ontbrak. Op de middelbare school ben ik in de kerken gaan zoeken, en in filosofie en psychologie gaan snuffelen, maar er was niets dat diep resoneerde. Er was niets dat ik herkende, ook niet in de kerk. Ik vond het zo dogmatisch en gefractioneerd, er was helemaal niets waar ik wat mee kon. Totdat ik Alexander Smit ontmoette, en ik in zijn ogen zag waar ik m'n hele leven naar verlangd had.

J: Wat zag je?

P: Thuis! Ik dacht: Zie je wel, het bestaat tòch! Waar het in het leven ècht om gaat, zie ik hier, in zijn ogen... Ik was inmiddels ten einde raad, ik was zo wanhopig, vanaf m'n derde jaar tot eind twintig, ik hield het allemaal nog maar net bij elkaar. Alles in me schreeuwde om dat, maar ik wist niet wat dat was. Ik wist alleen dat waarachtig geluk te maken had met volkomen vrijheid en met niets anders dan dat. Ik besefte dat alle aspecten van het leven secundair waren aan het verwerven van volkomen vrijheid. Maar ik wist helemaal niet van het bestaan van Guru's en zelfrealisatie. Ik was spiritualiteit niet tegengekomen, nergens.

En toen zat ik op een avond met enkelen op een zolderkamertje bij Alexander. Alleen al het herkennen van de mógelijkheid tot het verwerven van dat wat ik in zijn ogen zag... ik was klaar om te sterven. Het verlangen was zo intens, het lijden zo groot, ik stortte mij volledig in het onderricht, er was geen houden meer aan. En toen heb ik alles, alles en alles ingezet om 'thuis' te vinden, in mijzelf.

J: Kun je zeggen dat het moment van zelfrealisatie de voorbode is van het allesbevrijdende inzicht?

P: Voor mij was het de nabode, want de inzichten had ik allemaal al. Ik kan niet zeggen dat na zelfrealisatie, na het gouden niet-moment, er nog allerlei diepe inzichten zijn gekomen. Dat moment is niet een voorbode geweest van allerlei nieuwe openbaringen, dat niet, het is eerder een bezegeling geweest.

J: Daarmee zeg je: het moment van zelfrealisatie was het eindpunt van het pad.

P: Op een bepaalde manier wel ja. Een bezegeling.

J: Is er daarna niets meer veranderd?

P: Nisargadatta geeft een mooie definitie van zelfrealisatie: je niet langer geïdentificeerd wanen met lichaam, denken en voelen. Prachtig! Maar dat weten en onderkennen is niet genoeg. Je dient dit werkelijk te léven, altijd. En zijn je handelingen dan ethisch en integer? Ontstaat er een innerlijke moraliteit? Zou je dan toch nog realisatie ergens aan kunnen meten? Namelijk aan gedrag? Lastige kwesties. Hoe moeten we het onmetelijke nou bepalen? Laten we nog maar eens een gooi doen: liefde voor al wat is, onvoorwaardelijkheid, wijsheid, enkelvoudigheid, grenzeloos mededogen, natuurlijkheid, louter aanwezigheid, volkomen onzelfzuchtigheid, heldere ogen...

Sommige Meesters beweren zelfs dat je nog niet eens op het pad begonnen bent, je de eerste stapjes nog niet eens gezet hebt, voordat je tot zelfrealisatie gekomen bent. Anderen zeggen dat wanneer je een diepe openbaring hebt gehad, dat dat zelfrealisatie is en dat daarna de loutering begint. Bij mij waren het eerst de louteringen en de inzichten, daarna de realisatie... En wat dan? Daar moeten we het nu over hebben. Dat ultieme glorieuze niet-moment, ik heb daar nooit iemand over verteld, ik heb het niet eens aan ShantiMayi verteld. Het gebeurde in India.

J: Het uiteindelijke duwtje?

P: Het was geen duwtje, het was echt verlichting, al mijn cellen werden verlicht. Het was een fysieke ervaring, dat heeft uren en uren geduurd in de nacht. Het was zo subtiel, dat als ik niet goed had opgelet het me ontglipt zou zijn, zoals een droom die je bij het ontwaken vergeten bent. Tegelijkertijd was het een immense kracht, die vloedgolf van licht die door me heen ging. De volgende ochtend ging ik zoals altijd naar de ashram. Er was niets veranderd. De gouden gebeurtenis interpreteerde ik niet. Pas veel later besefte ik: die nacht, die nacht, dàt is het natuurlijk geweest... de bezegeling.

J: Waren er in die fase nog opvallende veranderingen?

P: Ja, een besef van volkomen autonomie en het opstaan van autoriteit, waar ik al over sprak. Een autoriteit die opstaat, daar waar ieder spoor van zelfbewustzijn opgelost is. Dat gaf in zekere zin een kleine, maar hele grote verschuiving op alle gebied, ook met ShantiMayi. Tegelijkertijd blijft zij mijn Guru, mijn hart rust voor altijd in haar hart. De bereidheid om te ontvangen, wie weet hoeveel meer... zo is haar houding ook naar haar Meester, Maharajji. En Maharajji volgt nog steeds alles wat zijn Guru hem innerlijk opdraagt.

Dat is in deze traditie iets opmerkelijks. Het is niet zo als de suggestie die je in spirituele kringen vaak krijgt: Jongens, fijn, dat klusje is klaar, de wereld bestaat niet, ik besta niet, jij bestaat niet en voor de rest hebben we vakantie... In deze Sacha traditie heb je ten diepste geleerd wat het is, discipel zijn. En dat blijf je voor de rest van je leven, zelfs wanneer meesterschap in je tot ontwaken komt. Dat is nogal een gevoelige dans.

J: Vind je het nodig dat een leraar je bevestigt in je ontwaken?

P: Nee, hoe kan dat nou, zou je het dan toch nog niet helemaal zeker weten? Een bevestiging is helemaal niet nodig. Dat is de kracht van dat twijfelloze en die innerlijke autoriteit die ontwaakt, een volkomen onpersoonlijke autoriteit geboren uit twijfelloosheid.

J: Slaat de mantra: Gate Gate Paragate Parasamgate Bodhi Svaha* op de fase voorafgaand aan zelfrealisatie, of op de fase daarna?

P: Het slaat op beiden. Laten we Gate, Gate... maar altijd in ons zak houden. Voordat je het weet ga je weer iets claimen: ik ben gerealiseerd... nou daar gáán we weer! Maar wat er steeds maar door gaat is een groter bereik, een grotere subtiliteit, een groter vermogen.

J: Wat bedoel je met een groter vermogen?

P: Toen ik net begon met satsang geven was ik als een soort Dafje. Nu ben ik meer een Opel, op weg om een truck te worden... zoiets. Er is een besef dat er meer vermogen beschikbaar komt. Vermogens kunnen zich in alle richtingen grenzeloos uitbreiden. Het grootste vermogen echter is onvoorwaardelijke liefde. Dat draagt alles, opent alles, en heeft de grootste kracht. Laten we maar nooit een eindstation maken, en alert blijven, leven op het scherp van de snede, leven in vrije val, leven in nederigheid, leven in niet weten, niet-wetendheid leven, leven in Gods armen...

ShantiMayi: Meester van Prajnaparamita
Alexander Smit: Eerste spiritueel leraar van Prajnaparamita
Sadhana: Spirituele oefening
Sangha: Groep studenten om een spirituele leraar heen
Sacha traditie: De eeuwenoude lijn van overdracht van waaruit Prajnaparamita opdracht heeft gekregen tot het leraarschap. Sacha betekent: waarheid in alles en allen.
Gate Gate Paragate Parasamgate Bodhi Svaha: Ga, ga voorbij, ga voorbij het hoogste, voorbij de hoogste realiteit, voorbij zelfrealisatie, ga ook daaraan voorbij (uit de Hartsutra ).

Website Susan Frank: www.susanfrank.nl.