Niemand kan worden wat hij of zij al is!
Gary Merrill in gesprek met Tony Parsons

In juli 2003 hebben Gary Merrill en Tony Parsons op Amigo's verzoek in Tony’s tuin een vraaggesprek gevoerd. Aanvankelijk was het idee om nu eens wat meer te weten te komen over Tony’s persoonlijke leven, maar die nieuwsgierigheid heeft het uiteraard al gauw afgelegd tegen het oprechte verlangen om te horen over het niet bestaan van de persoon. Kees Schreuders, hoofdredacteur van Amigo, had aan Gary vier vragen meegegeven over het hoe en waarom van de zoektocht naar bevrijding, als aftrap voor het gesprek.

dualiteit

G: Kees wilde aanvankelijk weten wat voor iemand Tony is als persoon, maar de persoon Tony is gewoon de persoon Tony, niets bijzonders, toch?

T: Daar is nu echt niet veel interessants aan dat onderwerp. De persoon Tony is gewoon iets dat opkomt. Maar er is geen individu dat Tony Parsons heet, er is geen individu dat Gary heet, en er is geen individu dat Kees heet. Het hele idee van individualiteit hoort bij de droom. Dus we hebben het personage Tony met zijn eigenschappen, maar dat hoort bij het gemanifesteerde. Er is hier niemand te vinden. Dat is waar het non-dualisme fundamenteel van het dualisme verschilt.

G: Dat is misschien het interessante, als je ziet dat het non-dualisme niet echt een vorm van onderricht is, maar een feit. Het is niet iets dat aan iemand onderwezen wordt, want het is een waarheid, iets dat al bestaat.

T: Ik houd niet van het woord waarheid, omdat het impliceert dat er objecten zijn die je waarheid en onwaarheid noemt. Er is geen waarheid en onwaarheid. Alles wat er is, is dit.

G. Dan duikt er dus weer dualiteit op. Door iets waarheid te noemen hebben we onwaarheid mogelijk gemaakt.

T: Ja, en dan heb je weer het individu dat streeft naar iets dat we waarheid noemen, terwijl bevrijding is dat je ziet dat alles wat er is dít is. Het is het vieren dat je dit kent. Wat opkomt is dit, en daarbij hoort natuurlijk ook het idee van waarheid en onwaarheid.

G: En het idee van Tony Parsons, dat in het nu opkomt als dit, maar dat betekent nog niet dat dat idee iets echts vertegenwoordigt.

T: Nee. Het dramatische verschil tussen non-dualisme en dualisme is het idee dat er een persoon is. Zodra je terug gaat naar het dualisme stap je terug in de droom dat je tegen een zogenaamde persoon praat die een keuze zou hebben, en zoiets bestaat niet.

G: Door dat dualisme zeggen we ik en niet-ik, iemand en iemand anders.

T: Ja, en in het dualisme heb je ook wat je liever wel en wat je liever niet hebt, terwijl er in het non-dualisme alleen zien is wat is, zonder vraag of oordeel of zoiets. Er is alleen maar een totale acceptatie door niet iemand van dit. En om terug te gaan naar leermeesterschap en geen leermeesterschap: wat mij betreft ben ik zeker geen leraar. Er is niemand die leraar is. Ik ben niet verlicht. Niemand is ooit verlicht geworden. Wat er in de bijeenkomsten en dit soort gesprekken gebeurt, is dat wat er al is onder woorden gebracht wordt. We delen een beschrijving van iets dat al het geval is, in plaats van dat ik anderen leer dat ze iets moeten worden.

begrijpen

G: Ik denk dat er tijdens bijeenkomsten toch zoiets insluipt dat er een subtiel verschil tussen jou en anderen zou zijn, en dat je iets moet begrijpen om op hetzelfde niveau als jij te zijn.

T: Weet je, wat mij betreft gaat het om iets dat voorbij begrijpen is. Wat tijdens bijeenkomsten met begrijpen gebeurt is dat de mensen doorkrijgen dat dat begrijpen nog op concepten berust. Mensen kunnen naar de bijeenkomsten komen met allerlei ideeën over wat ze denken te zijn en wat verlichting is, maar die ideeën lossen op in helderheid.

G. Laten we teruggaan naar het dualisme. Vanochtend probeerde ik greep te krijgen op de betekenis van het woord dualisme, en ik zocht het op in een woordenboek om een definitie te vinden waar men het over eens is. Daar wordt het omschreven als een manier van de wereld zien als bestaande uit twee verschillende dingen die los van elkaar staan, bijvoorbeeld geest en materie, of goed en kwaad. Misschien gaat het er bij non-dualisme om dat het één niet zonder het ander opkomt.

T: Wat mij betreft is non-dualisme dat je echt ziet dat er alleen eenheid is, één zijn, in alles. Alles is alleen maar het ene dat verschijnt. Het verschijnt als twee, maar het is het ene dat verschijnt.

G: Maar toch, als we inzicht uitdrukken lijkt het alsof het door iemand begrepen is.

T: Dan zit je nog in een subject-object-situatie, er is iets dat iets anders begrijpt. Voor zover ik kan zien gebeurt er in de bijeenkomsten steeds meer het volgende: mensen nemen hun inzichten mee en horen dit, en komen dan op het punt dat ze ieder idee opgeven dat ze iets zouden kunnen vinden of ergens zouden kunnen uitkomen, of iets zouden moeten worden. En wat op de één of andere manier ook gebeurt is dat ze iets beginnen te voelen van dat wat al is. Want er gebeuren twee dingen in de bijeenkomsten: één is dat er tegen het denken en het begrijpen wordt gesproken, wat dan oplost: een doorn uit je voet halen met een andere doorn. Het andere dat zich daaronder afspeelt, en dat veel krachtiger is, is dat wijsheid tot wijsheid spreekt. Er is dus een onderliggend gesprek gaande dat voorbij woorden gaat, en dat het besef aanraakt en wakker maakt van simpelweg te kennen wat is.

vereenvoudiging

G: We kunnen dat misschien een proces van vereenvoudiging noemen.

T: Het is de volslagen vereenvoudiging. Het is een uiterst radicale zienswijze die voorbij begrijpen gaat.

G: Er is dat idee waar we allemaal mee binnenkomen, dat we op de één of andere manier verlicht moeten worden. Maar dat bevordert rechtstreeks het dualisme: er zijn verlichte en niet-verlichte situaties.
Door eerdere gesprekken die ik met je gevoerd heb weet ik dat je het gevoel hebt dat een heleboel zogenaamd non-duaal onderricht nog steeds uit dat vaatje tapt.

T: Helemaal waar. Zodra een zogenaamde leraar of spreker veronderstelt dat er een individu is en daar tegen praat alsof die een keus kan maken om iets te worden of te vinden, ben je terug in de droom van individualiteit en afgescheidenheid, die je ook nog eens versterkt.

G. Het lijkt dus dat je, zodra je je mond open doet, een probleem creëert dat niet eens echt bestaat.

T: Klopt, want we praten over iets wat er al is, er altijd geweest is en er altijd zal zijn ­ als je er tenminste over denkt in termen van tijd, wat ook een idee is. Maar we spreken over iets wat al is, en niemand kan worden wat hij of zij al is. Bovendien is het onmogelijk voor de jij om de jij te laten verdwijnen.

G: Ja, en er speelt nog iets anders. Het lijkt makkelijk te gebeuren dat we het idee snappen dat er geen zelf, geen doener is, en dat dat idee dan een geloof wordt, een manier van begrijpen. En dan lopen we rond als niet-zelven, niet-doeners. (Tony lacht.) Maar jij probeert te zeggen dat het eenvoudiger is dan dat.

T: Oh, helemaal. Het is niet alleen eenvoudiger, maar ook een heel ander gesprek, een totaal andere manier van zien. De verleiding die uitgaat van onderricht over meditatie en dat soort dingen, zit hem in het idee dat we op de één of andere manier ons best kunnen doen om non-dualiteit te laten verschijnen. Maar non-dualiteit is sowieso al alles wat er is.

ontwaken: een verlies

G: En zo raken we verzeild in dit soort rare gesprekken waarin we snappen dat er niets te snappen valt.

T: Inderdaad, dus laten we de eerste vraag bekijken.

G: De eerste vraag is ‘Wat is het doel van realisatie?’

T: Die vraag komt helemaal voort uit het idee dat verlichting of ontwaken nut heeft. Maar voor wie zou het nut hebben? Het heeft voor niemand nut.

G: Bestaat er zoiets als het moment van verlichting of ontwaking? Het lijkt tegenstrijdig om te zeggen dat er geen verlichte persoon bestaat, en dan te praten over het moment van verlichting.

T: Ontwaken of bevrijding is niet het winnen van iets. Het is het verlies van iets. Alles, maar dan ook alles wat ontwaken is, is het verlies van het zoeken. Alle individualiteit komt regelrecht voort uit het zoeken. Op het moment dat afgescheidenheid ontstaat, als we hele kleine kinderen zijn, ontstaat ook de zoeker, en met de zoeker natuurlijk ook het individu dat zoekt. Ontwaken is domweg het oplossen van dat zoeken, en daarmee dus ook van het individu. Ontwaken is eenvoudigweg het verlies van het idee dat er iemand is. Zo simpel is het. Het is maar een idee, we groeien op met het idee dat we mensen zijn, afgescheiden mensen. Als dat idee wegvalt is wat blijft het waarnemen, één zijn ­ altijd, voortdurend. Je kan dus zeggen dat in mijn gesprekken, en in die van een paar andere echte non-dualisten, vernietiging plaatsvindt. Je vernietigt het idee van individualiteit, dan bedoel ik niet dat 'jij' dat doet, maar dat is wat er gebeurt.Dus de mensen kunnen naar de bijeenkomsten komen met het idee dat ze individuen zijn, en weggaan met helemaal niets.

G: Ja, en het tegenovergestelde kan ook gebeuren, dat er mensen binnenkomen met het idee dat ze geen individuen zijn, en alle andere ideeën die ze zoal verzameld hebben als ze al een tijdje aan het zoeken zijn. Ik heb het idee dat de mensen momenteel een enorm intellectueel begrip hebben. En ze kunnen er over discussiëren totdat ze een ons wegen, maar het gaat dus niet om begrijpen in die zin.

T: Nee, helemaal niet.

G: Kan je zeggen dat het helemaal niet om begrijpen gaat?

T: Inderdaad. Ontwaken, bevrijding, is totaal voorbij begrip. Maar begrijpen helpt op een bepaalde manier toch wel, want op de één of andere manier kom je er achter dat er niets te begrijpen valt. (lacht)

G: Om terug te gaan naar dualiteit: we kunnen dan misschien duidelijk zien dat verlichting / niet-verlichting een valkuil is: hoe meer ik probeer verlicht te zijn, des te minder verlicht ben ik.

T: Ja.

G: Dus ergens moet je het zoeken naar verlichting laten vallen, niet omdat je er zeker van bent op die manier iets te krijgen, maar omdat het hele idee tegenstrijdig is.

T: Zo is het.

G: Het is net zoiets als het oefenen van liefde.

T: Ja, en het is als met die vis in de oceaan die naar de oceaan zoekt. (lacht)

de uitnodiging

G: Dus misschien is het begrijpen een voorbereiding, en is er op een gegeven moment geen tegenstrijdige poging meer om ergens te komen als je snapt dat dat je nu juist nog verder van huis brengt.

T: Zoals ik het zie ­ en ik heb niet de indruk dat dit elders ook zo verteld wordt - leven we in voortdurende genade. We leven in de uitnodiging. Zelfs in het gevecht, in het geknok om iets te worden, zit een soort van omgekeerde uitnodiging, want het stelt ons steeds weer teleur, en dat kan op den duur ons helpen te zien dat we niets kunnen doen. Er is hier niemand die het doen kan. Ik zie deze hele manifestatie en de zoektocht ­ en deze manifestatie is niets anders dan de zoektocht naar eenheid ­ als een uitnodiging, een voortdurende uitnodiging om te zien dat er niets te vinden is.

G: Geen uitnodiging tot iets. Alsof de ervaring een negatieve is, zou je kunnen zeggen.

T: Zo is het.

G: De ervaring van het ontwaken en de verlichting is misschien de ontdekking van een negatief principe, of een verlies.

T: Ja, een verlies. Maar we worden voortdurend uitgenodigd om ons over te geven aan dat verlies.

G: We worden voortdurend uitgenodigd tot verlies in plaats van tot iets.
Ik denk dat het meestal gehoord wordt als een uitnodiging tot iets.

T: Dat weet ik, het is een moeilijk woord, sommige mensen kunnen er moeilijk mee omgaan. Genade is een ander woord. Je kunt ook zeggen dat alles wat verschijnt de essentie van één zijn is, regelrecht afkomstig uit onvoorwaardelijke liefde. We lopen rond in liefde, we weten het alleen niet. (lacht)

G: Ik denk dat er een neiging bestaat ergens anders te willen zijn.

T: Dat is wat vermijding is.

G: Het hele idee van genade en van spiritueel onderricht is dat het tijd gaat kosten om van hier naar daar te komen. En ik denk dat jij zegt dat we er helemaal geen tijd voor hoeven uit te trekken.

T: Want dit is het.

G: Altijd als je ergens tijd voor neemt probeer je iets te krijgen. Zelfs als je probeert iets kwijt te raken probeer je iets te krijgen.

T: Ja, dat is mooi gezegd.

G: Wat levert verlichting op voor het lichaam-en-geest-mechanisme? Oftewel, wat is de wortel? En geen wortel zonder stok...

T: ...die hem voor je neus houdt. De andere uitdrukking die ik leuk vind is dat de mensen iets zoeken aan een verre horizon, en dat het voortdurend aan de horizon blijft.

geen antwoord

G: Is zelfrealisatie het antwoord op het leven, zonder het antwoord te zijn op de problemen die het leven met zich meebrengt?

T: Daarop wil ik heel duidelijk stellen dat er geen antwoord is. Het antwoord op het leven is dat er geen antwoord is. Dat is het antwoord.
Er is geen antwoord op het leven, leven is gewoon leven, en als bevrijding plaatsvindt dan is er alleen het kennen van het leven. Er is niemand aanwezig, er is alleen het kennen van het leven. En als er problemen opkomen, dan komen ze gewoon op en worden gezien.

G: Ik denk dat de mensen eigenlijk niet op zoek zijn naar verlichting, maar dat ze uit het gedoe proberen te komen waar ze in zitten, uit hun hele levensgeschiedenis.

T: Ja, mensen zoeken geluk voor de persoon, maar uiteindelijk zoeken ze naar dit één zijn. Maar de mensen denken dat ze geluk zoeken. Verlichting heeft niets met geluk te maken. (lacht)

G: Maar dat denken de mensen wel als ze gevangen zitten in hun problemen en lijden. Ik denk dat de meeste mensen heel blij zouden zijn als dat op zou houden.

T: Verlichting ­ of tegenwoordig spreek ik liever van ontwaken of bevrijding ­ is niet het ophouden van problemen en lijden. Het is de realisatie dat er niemand is die een probleem heeft en dat er niemand is die lijdt. Dat is een groot verschil.

G: Ik denk dat de meeste mensen dat zouden bestrijden, tenminste voor zover hun directe ervaring uit problemen, pijn en moeilijkheden bestaat.

T: Zolang ze nog in de droom leven kunnen ze dit onmogelijk zien. Maar na de bevrijding wordt er gezien dat niemand ooit hoeft te lijden.

G: Aan de ene kant is niet-lijden al de bestaande situatie, maar dat lijkt tegenstrijdig.

T: Je kunt niet zeggen dat er geen lijden opkomt, want het kómt op, maar het komt op voor niemand.

G: Waarom zou je je met realisatie bezig moeten houden?

T: Je moet wel. Er is niemand op de wereld die zich er niet mee bezig houdt. Zolang er een zoeker is, is er een bezig zijn met zelfrealisatie of bevrijding. Iedereen op de wereld verlangt naar thuiskomen.

G: Ik denk dat er duidelijk een verlangen bestaat naar enige vorm van in relatie staan. Het wordt misschien niet geformuleerd als één zijn, maar mensen zijn op zoek naar in relatie staan. Het lijkt alsof we zeggen dat de mensen één ding in de wereld niet willen, en dat is leeg zijn van zichzelf. Het lijkt wel een kosmische grap.

T: Ja, mensen zoeken soelaas, want ze denken dat dat ze zal vervullen, maar dat doet het nooit. Je kunt alles hebben dat soelaas biedt, en toch is er dan nog steeds een subtiele teleurstelling. Mensen leven in… hoe zei iemand dat ook alweer? In stille wanhoop.

afwezigheid

G: Waar we het bangst voor zijn is eigenlijk wat we het meeste nodig hebben. Afwezig zijn, niets meer kunnen…

T: Het is dé kosmische grap! (lacht zachtjes)

G: Dit is de paradox: wat we proberen te vermijden is wat we zouden moeten omarmen.

T: De afschuwelijke kwelling die hiermee samengaat, en het gevecht dat ik bij de mensen voel ­ en vooral in de bijeenkomsten hoor ik het denken zich met alle middelen verzetten ­ is die verschrikkelijke tegenstelling: we verlangen zo, maar ‘we’ kunnen niets doen. Het is een worsteling (lacht), want het denken is voortdurend in beweging en wil altijd iets doen.

G: Het moet voortdurend onderscheid maken, tussen dit en dat, tussen wat is en wat zou moeten zijn. Het is heel eenvoudig: als ‘het zou moeten’ verdwijnt, verdwijnt er tegelijk een hele hoop onzin.

T: Ja, zo is het helemaal: het hele ‘zou wel moeten- zou niet moeten’ valt weg. Dat is bevrijding.

G: Maar ook dan kan ‘zou moeten’ en ‘zou niet moeten’ nog opkomen.

T: Ja.

G: Allerhande voorkeuren kunnen nog opkomen, maar je bent niet meer zo bezig om ze achterna te lopen.

T: Nooit meer.

G: Wat nu bij me opkomt is dat je eerst in een onduidelijke situatie zit: heb ik nu iets in te brengen of niet? Dan wil je in een situatie komen waarin je de boel onder controle hebt. Maar na de bevrijding doet dat er niet meer toe.

T: Ik denk dat de meeste mensen leven alsof ze de directeur zijn van hun leven. Dat denken ze tenminste, eigenlijk hebben ze niets te zeggen, want er is niemand die iets zou kunnen kiezen of niet-kiezen. Maar ze koesteren de illusie dat ze de hoogste baas over hun leven zijn. Bevrijding is het totaal laten varen van dat idee. En het wonder van dit - (...lange stilte...) - dat is iets heel intiems. Het wonder van dit is het wonder van op een stoel zitten, naar de vogels luisteren, water drinken, wat dan ook. Het is het wonder van wat totaal gewoon en totaal intiem is. Het is het wonder dat kinderen beleven.

G: De geest wordt oud en zegt ‘ik ben niet kinderlijk genoeg’, of ‘ik wil zijn als een kind, ik wil geen verantwoordelijkheden’.

T: Ja, dan is het weer een manier van anders willen zijn, ‘ik moet kinderlijk worden’.

G: Dit is weer een inzicht in wat dualisme is: dat je het ene zou kunnen zijn of het andere, dat er een keuze zou zijn om het ene te zijn of het andere.

T: Daarom begrijp ik niets van onderricht dat je aanraadt om eerlijk te zijn, of om totaal gepassioneerd met verlichting bezig te zijn, of zoiets. Ik kan me niet voorstellen hoe mensen kunnen proberen eerlijk aardappels te schillen, of eerlijk auto te rijden. Dat snap ik echt niet, dat idee dat mensen eerlijk zouden kunnen worden, of totaal gepassioneerd zouden kunnen raken over verlichting, zo gepassioneerd dat ze van een rots springen. Lopen er echt mensen gepassioneerd rond die zich van een rots willen gooien? Het is gewoon onzin, dat hele idee dat we ons op een bepaalde manier moeten gedragen. Balshekar zegt juist het tegenovergestelde over verlichting, dat als je het opgeeft om verlichting te willen vinden, er dan een kans is dat je het vindt. Dan krijg je mensen die bezig zijn er niet om te geven. Het is gewoon belachelijk!

G: Ja, maar het denken is wanhopig onzeker...

T: En verlangt naar een doel.

G: Iets om aan vast te houden, terwijl het eigenlijk die leegte is…

T: … die altijd aanwezig is.

aanwezigheid

T: Nu nog iets interessants. De laatste vijf jaar heb ik steeds precies hetzelfde gezegd, maar de boodschap wordt veel verfijnder, veel eenvoudiger en directer. Tegenwoordig heb ik het op de bijeenkomsten veel over het gevoel te bestaan, over het gevoel dat de mensen altijd gehad hebben, dat er een ik is dat bestaat, en ze beginnen nu te zien dat het niet ‘ik’ is dat bestaat, maar aanwezigheid. En dit gevoel… zelfs nu we hier zitten te praten, jij en ik, is er iets anders dat weet dat dit gebeurt. Dat is wat we zijn. Wat we zijn is wat hier ergens lijkt te zitten (maakt een gebaar achter z’n hoofd) en weet dat we dit gesprek voeren. Voor veel mensen lijkt het zelfs in het lichaam te zitten, omdat ze het idee ‘ik’, dat eigenlijk de energie van aanwezigheid is, lokaliseren. Het is een gelokaliseerd gevoel van iets dat soms net achter de ogen lijkt te zitten, alsof het de ogen zijn die naar iets kijken. En we denken dat het ‘ik’ is dat naar Gary kijkt, maar het is niet ik, het is aanwezigheid. Het is aanwezig gewaarzijn. En dat besef treedt meer en meer op, dat raakt de mensen echt, want ze gaan zien dat er altijd, in iedere handeling ­ auto rijden, aardappels schillen, water drinken ­ iets aanwezig is dat weet wat er gebeurt. Het is een voortdurende levende aanwezigheid. Er zijn nogal wat mensen die ontwaakt zijn door deze gesprekken, en die zeggen allemaal dat ze beseffen dat wat ze ontdekt hebben er altijd geweest is. Het is er altijd geweest: aanwezigheid.

G: Het idee van aanwezigheid en afwezigheid is interessant, want we zijn bang voor afwezigheid, maar houden van het idee van aanwezigheid. We houden ervan onze afwezigheid op te vullen met het idee van aanwezigheid, om aanwezig te worden. Jij zegt intussen dat het moment van ontwaken een verlies is en de ontdekking van onze afwezigheid. Het is de afwezigheid waar we door geraakt worden, emotioneel geraakt, want ons hart opent zich als we ons onze nietigheid, onze afwezigheid realiseren.

T: Ik snap precies wat je bedoelt, maar ik denk dat je, als je over het hart begint te praten, op gevaarlijk terrein komt, want dan hel je over naar de devotionele kant. Er zijn twee benaderingen van verlichting: er is in mensen een natuurlijke neiging om zich aangetrokken te voelen óf door totale onthechting óf door totale devotie, dat hangt van je karakter af. Maar bevrijding is het huwelijk tussen onthechting en devotie, en daarmee het verdwijnen van die twee. Ze doen elkaar verdwijnen. Net zoals man en vrouw, mannelijk en vrouwelijk, elkaar op den duur doen verdwijnen. Ontwaken is helemaal voorbij onthechting en devotie. Er zijn heel veel mensen die een hele hoge mate van onthechting bereiken en geloven dat ze verlicht zijn en onmiddellijk beginnen andere mensen over onthechting te leren. Er is ook een hele hoop mensen die een heel hoog niveau van emotionele devotie bereiken, denken dat ze verlicht zijn en dus over devotie beginnen te spreken. Maar geen van beide is uiteindelijke bevrijding.

G: Ik denk dat veel mensen zullen afhaken bij wat we hier bespreken, omdat ze het te intellectueel vinden of zo.

T: Daarom probeer ik tijdens de bijeenkomsten de mensen voortdurend terug te brengen naar een besef dat wat gebeurt gekend wordt, naar dat gevoel achter de ogen of in het lichaam of achter het hoofd dat weet dat wat gebeurd gezien wordt. Teruggaan naar dat besef van kennen, zien, gewaarzijn, aanwezigheid, hoe je het ook wilt noemen, want het haalt je uit het intellectuele woordspelletje en brengt je terug naar het lichaam, het onmiddellijke. (lange stilte)
Ik denk dat we een echt goed gesprek gehad hebben. We hebben denk ik het meeste wel gehad.

G: Ja, we hebben het meeste wel gehad, de belangrijkste dingen. We hebben gezegd dat het er niet om gaat iets te winnen, maar om iets te verliezen, of liever nog om te ontdekken dat ‘ik’ er zelfs nooit geweest is.

T: Ik houd er niet van de ik een illusie te noemen. Ik houd er niet van om wat dan ook een illusie te noemen. Dat is een nogal misleidend woord, het komt uit het oosten. Voor mij is het idee van ‘ik’ en de hele manifestatie alleen maar een verschijnsel, je kunt niet zeggen of het echt is of onecht. Zolang er een gevoel van afgescheidenheid bestaat is wat gezien wordt onecht, het wordt gezien als afgescheiden. Na de bevrijding is wat gezien wordt echt, want het wordt gezien als een uitdrukking van onvoorwaardelijke liefde, van de bron, van het absolute, van niets. Ik houd van die zegswijze van Nisargadatta, dat wijsheid het weten is dat je niets bent, wat heel erg onthecht is, en dat ontwaken het weten is dat je alles bent. Het is de twee die huwen.

G: Dank je Tony.

[interview Gary Merryl ­ www.garymerrill.com
vertaling Sietske Roecholt]

website Tony (inclusief geluidsfragmenten): www.theopensecret.com