De Waarheid en niets dan de waarheid
Wolter Keers (1923 - 1985)

Vrij Zijn, het boek dat Wolter Keers in 1982 in eigen beheer uitgaf, wordt dit najaar door uitgeverij Samsara opnieuw uitgegeven. Een mijlpaal waar we door middel van deze voorpublicatie even bij stilstaan.
Vrij Zijn is de weerslag van een bespreking van de Ashtavakra Samhita door Wolter tijdens een werkweek in 1979.
Wolter, peetvader en nestor van Amigo, zegt over de Ashtavakra Samhita in de inleiding van het boek:
'Ashtavakra's woorden nemen ons vaak 'onmiddellijk' en 'moeiteloos' mee naar de diepste van alle herkenningen: namelijk van wat wij zelf zijn. Voor wie dit, al is het maar één keer, gezien heeft, kan dit boek deze functie vervullen.'

***

sloka 2

Ashtavakra sprak: 'Als je verlangt naar bevrijding mijn kind, vermijd dan de zintuiglijke dingen alsof ze vergif waren en kies voor tolerantie, ernst, tevredenheid en waarheidsliefde alsof ze nectar waren.'

Nectar, het meest begeerlijke van alle dingen. Hier zitten we al meteen op een kruispunt van wegen. Bijna altijd, want er zijn uitzonderingen, zegt de goeroe ons dat we kunnen begrijpen waar we aan toe zijn. Maar slechts heel zelden kunnen we in één keer overzien wat hij bedoelt en wat de strekking is van zijn woorden.

Zo verging het diezelfde Indra, waar ik het net over had. Op een gegeven moment, en dat zal dan wel na die ontmoeting met de brahmaanse jongeling zijn geweest, gaat hij naar een aardse goeroe en vraagt: 'Ik zoek naar zelfrealisatie. Wat is het Zelf?' Daarop zegt de goeroe: 'Wel, dat is toch duidelijk: het lichaam is het Zelf.'

'Aha, het lichaam is het Zelf,' zegt Indra en reist naar de hemel terug. Maar onderweg denkt hij: 'Hoe kan dat nu? Het lichaam verandert en ik verander niet. Het lichaam wordt geboren, wordt volwassen, wordt oud en sterft en al die tijd ben ik onveranderlijk. Volgens de traditie verandert het Zelf helemaal niet!' Hij gaat terug naar zijn goeroe en legt hem dit voor.

zintuiglijke objecten

Daarop zegt deze: 'Ah, ja, maar dat is ook nog niet het hele verhaal', waarop Indra ander, voorlopig onderricht krijgt. Hetzelfde speelt zich af: Indra accepteert, keert terug naar de hemel, krijgt twijfels en keert halverwege om. Hij blijft een poos bij de goeroe en tenslotte, als hij er 101 dagen is geweest, een symbolisch getal voor Hindoe's, begrijpt hij wat hij is: namelijk álle dingen. Hij is het lichaam, maar hij is niet bepérkt tot het lichaam. Want hij is het Zelf in alle lichamen, het Zelf in alle verschijnselen, het Zelf in de hele schepping.

Wel, op dezelfde manier zegt Ashtavakara hier dat je de zintuiglijke objecten moet vermijden alsof ze vergif, alsof ze een ziekte zijn. Onmiddellijk kun je daar verschillende conclusies uit trekken. De asceten en de yogi's zijn direct geneigd om te zeggen: 'Zie je wel! Niet roken, niet drinken, geen seks, geen geld, geen aardse bezittingen, geen vaste woonplaats, want Ashtavakra zegt het zelf!'

helderheid

Het is, denk ik, naar aanleiding van deze sloka dat Shri Krishna Menon in zijn inleiding tot de Ashtavakra Samhita geschreven heeft dat deze opvatting weliswaar traditioneel, maar toch onjuist is. Ik herinner mij dat hij dikwijls zei: 'Als je probeert een tekst of een sloka te begrijpen of te interpreteren, mag dat nooit in strijd zijn met de rest van de inhoud van de traditie. En de rest van de traditie toont ons aan dat er in feite, als wij scherp kijken, helemaal geen zintuiglijke objecten bestaan. Als wij kijken, analyseren, dan zien we dat de dingen die we in het dagelijkse leven zintuiglijke objecten zouden kunnen noemen, dat in feite niet zijn. Dat alles wat wij kennen, verschijnselen zijn. Verschijningen in het bewustzijn dat wij zelf zijn. In die Helderheid, die er altijd is. Die waarnemingen die wij 'de wereld' noemen, bestaan uit niets anders dan uit die Helderheid die wij zelf zijn. En daarom zijn er geen 'zintuiglijke objecten' er is alleen dat éne Licht dat wij zijn en dat bepaalde vormen aanneemt. Vormen die wij dan 'de wereld' noemen.

In dit licht gezien betekent de verklaring van Ashtavakra heel iets anders. Zij betekent niet: ga de wereld uit de weg, trek je terug, leef als een asceet. Maar in dit licht gezien betekent zij: zie de dingen voor wat zij zijn. Want als je dat doet, vermijd je vanzelf die 'zintuiglijke objecten' omdat je ontdekt dat ze niet bestaan. Met andere woorden: wat je kwijt moet raken is de onjuiste visie waardoor je de wereld, de zintuiglijke dingen, aanziet voor iets wat ze niet zijn, iets buiten jezelf.

een hachelijke positie

Dat is ook het resultaat van de laatste van die reeks opsommingen die je na moet streven; het nastreven van de waarheid. Ga je die waarheid na, dan zul je vanzelf ontdekken dat de dingen aanzien voor wat ze niet zijn, het enige grote vergif is. Je ontdekt dat je je laat verleiden door allerlei situaties en door dingen, omdat je denkt dat ze een onafhankelijk bestaan buiten jezelf leiden. Zolang je dat doet, wordt de hele wereld een zeer reële vijand. Je zou zelfs kunnen zeggen dat dan de hele rest van de schepping je vijand is. Alles, elke waarneming en elk gebeuren, kan je afleiden van wat je zoekt. Je bevindt je dan in een verschrikkelijk hachelijke positie.

Wel, vermijd die positie, vermijd die zintuiglijkheid. Maar de enige manier waarop je dat kunt doen, is door in te zien dat de hele visie van de zintuigen een illusie is. Dat komt verderop in de tekst ook herhaaldelijk aan bod.

de waarheid: een vereiste

In de voetnoten van Swami Nityaswarupananda staat bij het woord 'waarheid' dat zij een 'conditio sine qua non' is. Een absoluut vereiste, willen wij tot vrijheid komen. En in de Bhagavad Gita staat dat Krishna het meest houdt van mensen die het pad van de jnana yoga zijn gegaan. Meer nog dan van hen die hem met hun hele hart aanbidden. 'Want,' zegt hij: 'Het is zeer uitzonderlijk om iemand te ontmoeten die werkelijk echt geïnteresseerd is in de waarheid en niets dan de waarheid. Zulke mensen kom je maar een paar keer in je leven tegen.'

Wel, als wij de waarheid willen vinden, dan zullen wij haar boven alles moeten vereren en respecteren. Zolang wij ons nog iets wijsmaken, zolang wij wat-dan-ook weigeren te zien zoals het werkelijk is, is vrijheid, waarheid, niet voor ons weggelegd.

Zolang wij niet totaal achter de waarheid staan, handhaven wij een 'ik'. Een persoon, die heen en weer geslingerd wordt door angst en verlangen, en zolang wij die persoon handhaven, is vrijheid onbereikbaar. Vrijheid betekent niets anders dan het verdwenen zijn van die persoon. Onwaarheid, angst voor de waarheid, betekent het handhaven van die persoon. Daarom zijn die twee onverenigbaar.


N.B. Uitgeverij Samsara heeft recentelijk een Nederlandse versie van de Ashtavakra Gita op de markt gebracht, getiteld ‘Het hart van Bewustzijn’. De Engelse titel: ‘The Heart of Awareness’ is een moderne heldere vertaling van Thomas Byrom in 1990 en is dus nu, in 2004 even mooi en subtiel in het Nederlands vertaald door George Hulskramer.