| Rond vertrouwen
[...] Misschien zouden de mensen weer met elkaar
moeten praten over al de' grote' vragen. Ze zouden hun vluchtige
bestaan een moment kunnen stilzetten en met een glaasje wijn en
een stukje brood rond de tafel kunnen gaan zitten. Ze kunnen elkaar
de vraag stellen wat de zin van het leven is en of ze gelukkiger
zijn dan hun poes of hond.
Mensen kunnen hun eigen leven met elkaar bespreken en dat van alle andere levende
wezens. Ze hoeven geen monoloog af te steken over de eeuwige waarheid van de
ziel of de kosmos of de staat, maar ze kunnen wel naar elkaar luisteren in
het eindeloze gesprek over al die vragen waarover Socrates en zijn vrienden
met elkaar spraken in Athene.
We hebben de waarheid niet nodig. We schorten ons oordeel eindeloos op om maar
geen einde te hoeven maken aan ons gesprek. We blijven elkaar vragen stellen
en antwoorden geven. We weten dat we niet kunnen ontsnappen uit onze grot,
maar wellicht lijkt het of we macht hebben over onze illusies die wij op de
wand projecteren. Zij zijn dan de zelfbedachte schaduwen om de verveling te
verdrijven. Zo verstrijkt de tijd zonder dat we het merken. Hoewel we druk
met elkaar praten, doen we niet veel meer dan een tevreden varken dat lui in
de modder ligt. Het gesprek eindigt waar het begon: in onwetendheid. [...]
[vrij naar Klaas Rozemond in 'Filosofie voor de
zwijnen']*
Bovenstaand citaat was aanleiding om een 'rond
de tafel'-bijeenkomst te organiseren. In goed gezelschap het Amigo-thema
'vertrouwen' verkennen, in de wetenschap dat we dat niet kunnen
weten. Als we ons zouden beperken tot een encyclopedische definitie,
zouden we de dans kunnen ontspringen. Maar dansend rond de kern
hebben we het spel gespeeld met als onderzoeksvraag: Kan 'vertrouwen'
een sleutelwoord zijn op de (schijnbare) weg naar die uitdrukking
van het zijn, die je (al) bent?
wantrouwen
We
kunnen wel met vertrouwen beginnen, maar laten we met het tegendeel
beginnen: Wat is wantrouwen?
Een teken van wantrouwen is, als je wilt bedenken wat
er morgen en overmorgen moet gaan gebeuren. Als je onrustig wordt
als je geen mentale invulling hebt voor het concept 'morgen'.
Wantrouwen is ook de gedachte dat jij het beter kunt
dan wat er staat te gebeuren zoals het gaat, is het niet goed.
Het moet gaan zoals jij had bedacht.
Je kunt de vraag 'Wat is wantrouwen?' ook vanuit voelen
beantwoorden, anders wordt het snel een eenzijdig conceptueel verhaal.
Wantrouwen raakt ook een
diepere gevoelslaag in mij. Daar betekent vertrouwen: overgave. Dan benoemen
de woorden iets dat eigenlijk niet benoemd kan worden.
Grijpt het woord 'wantrouwen' eerder naar
die gevoelslaag dan 'vertrouwen'?
Het begint bij wat echt is. Dat is altijd een positieve
kernwaarde. Het tegendeel is als dat verstoord wordt. De kern in
dit geval is vertrouwen. Wantrouwen zegt alleen maar dat er geen
vertouwen is. En dat is opnieuw het aantonen van vertrouwen. Dat
vind ik ook het moeilijke van het woord 'vertrouwen': is er wel
een tegendeel? Het lijkt een ingang tot iets waar geen tegendeel
van is.
Het is ook een instrument in het dagelijks leven. Als
je iemand ziet die zich verdacht gedraagt, is het goed om te wantrouwen.
Het functioneert dan als waarschuwingssysteem.
Dan zeg je eigenlijk: 'Ik vertrouw op mijn wantrouwen',
dus is er toch sprake van vertrouwen. Het blijft dus lastig.
Wantrouw je alleen als je ergens bang voor
bent?
Dat is zo als je moeite hebt om te accepteren dat verliezen
er ook bij hoort. Dat zaken die niet prettig zijn er ook bij horen.
Het is volgens mij gekoppeld aan individuele drijfveren
en voorkeuren; dit moet niet gebeuren en dat wel. Dan krijg je
wantrouwen en vertrouwen. 'Ik vertrouw erop dat...', en dan komt
er iets wat goed voor mij is.
Als vertrouwen kenbaar
wordt, zich laat zien, als er gevaar is, dan zou je de
term 'vertrouwen' pas betekenis kunnen geven, als je het aftekent
tegen iets anders.
Vertrouwen wordt
dan pas duidelijk, als je ontdekt wat wantrouwen is.
onbewust vertrouwen
Een baby kent volgens mij geen wantrouwen. Dat is iets
wat aangeleerd wordt. Vertrouwen heb je van nature, dat kun je
niet aanleren. De kern van je wezen is vertrouwen.
Als ik een kind zie, dan herken ik dat vertrouwen in
mijzelf. Een kind vertrouwt totaal. Dat is wat ik ook zou willen
en dat noem ik vertrouwen. Dat is inderdaad van nature aanwezig,
totdat je leert dat dat niet overal en altijd even handig is.
Er is ook vertrouwen dat de boel, dit huis, niet in
elkaar stort. Zo zijn er vele dingen die je voor lief aanneemt.
Er is dus een heel groot basisvertrouwen waar je je niet bewust
van bent.
Je bent je niet bewust van de voortdurende gevaren
die er zouden kunnen zijn. Dus ben je je ook niet bewust van het
feit dat je voortdurend vertrouwt. Als je mij vraagt: vertrouw
je nu, dan weet ik het niet. Het woord zegt me helemaal niks. Als
ik iemand zie die concepten bedenkt voor de dag van morgen, dan
denk ik 'waarom?' Waarom moet er een strategie zijn en raak je
zonder, in paniek? Dat vind ik wantrouwen. Van daaruit kun je het
concept 'vertrouwen' vormen en zeggen dat je in vertrouwen leeft
- in vergelijking dus. Maar je denkt niet uit jezelf: 'Goh, wat
vertrouw ik het allemaal, zeg', zoals ik ook niet denk: 'Hé, die
stoel kan misschien in elkaar storten.'
Toen ik voor het eerst kon fietsen, vertrouwde ik op
mezelf, op mijn fysieke kunnen.
Als ik naar buiten kijk, of ik nou drie of tachtig jaar ben, dan vertrouw ik
erop dat mijn ogen het doen. Ik ga niet van tevoren in mijn ogen zitten vertrouwen.
Er is dus geen aparte beleving die je als vertrouwen kunt benoemen, hooguit
als je zijnstoestand. Als er iets mis gaat, noem je dat ook niet direct wantrouwen.
overgave en vrede
Het heeft voor mij ook te maken met risico. Er is een
risico en je neemt het risico toch, uit vertrouwen.
Dan kom je bij overgave. Bijvoorbeeld als mijn zoon
op skireis gaat, moet ik vertrouwen dat het goed gaat. De rust
kan ik dan hervinden als vertrouwen overgaat in overgave. Het zit
dicht tegen elkaar aan, maar er is wel een nuanceverschil. Vertrouwen
is dan een poging om jezelf gerust te stellen. Vervolgens kan er
overgave opkomen en ga je met een gerust hart over tot de orde
van de dag.
Kan er ook vertrouwen zijn, zonder anders
of beter? Gewoon puur vertrouwen. Bij Bhagwan werd vertrouwen
geoefend door 'worshippen' alles wat je doet, opdragen aan
Bhagwan. In de VPRO-documentaire 'De Nieuwe Mens'** over de Bhagwan-beweging,
was er een vrouw bij wie dat geoefende vertrouwen, overgave was
geworden. Overgave aan het leven zoals het is, zonder meer, anders
of beter. Vrede in wat is.
Vertrouwen is de afwezigheid van gedachten die het
voor jou gaan invullen. Daar zitten ook angsten bij. Angst refereert
aan iets in de toekomst. Vertrouwen is de afwezigheid van dat soort
gedachten. En wat dan overblijft is: 'dat wat er is'. Dan kan het
lijken dat er naast 'dat wat er is' nog een ik is die daar al dan
niet vrede mee kan hebben. Terwijl 'dat wat is' het totaal is van
wat op dat moment beleefd wordt. Daar zit geen ik in. Ik denk dat
dat vertrouwen is.
Dan ben je klaar met dat woord. Dan is vertrouwen:
leven in en met 'dat wat er is'. Dan stopt het onderzoek naar het
woord.
Je kunt natuurlijk het woord gaan analyseren, als een
bepaalde beleving. De persoon die die beleving heeft, weet echter
van de prins geen kwaad, wéét niet dat-ie 'vertrouwt'. Het is per
definitie de ander die zegt: deze persoon heeft vertrouwen. Zo
ontstaat een externe kwalificatie: 'Goh, wat heb jij een vertrouwen!'.
Maar dat kun je alleen zeggen als je dat in jezelf
herkent...
sleutelwoorden en hun tegendeel
Maar wat zorgt er nu voor dat woorden als
liefde, genade, vertrouwen, als een 'poortje' kunnen fungeren?
Bepaalde woorden kunnen ineens het kwartje doen vallen. Bij de
ene is dat 'liefde', bij de ander is dat 'vertrouwen'. Waarom
niet 'angst'? Bij een woord als liefde voelt de scheidslijn maar
flinterdun, je zo valt door het gat heen als het ware. Het lijkt
een sleutelwoord.
De vraag is dan: kan een woord een openbaring betekenen of opleveren?.
Kan dat niet met elk begrip dat je tot het uiterste
brengt? Dan kun je ook wantrouwen nemen of egoïsme.
Dat kan, maar ik denk eerder dat het woorden zijn die
op het juiste moment iets in je kunnen 'triggeren'. Maar het kan
ook zijn dat het woord er helemaal niet toe doet.
Zouden er dan 'geprivilegieerde' woorden zijn?
Ik denk het niet, de bakker om de hoek kan in zijn
onschuld net iets zeggen, dat hout snijdt.
Als je een willekeurig woord uit het telefoonboek pakt,
krijg je dit gesprek niet. Dus er is toch iets met dat woord. Dat
voel je. Je moet ook van je gevoel durven uitgaan. Anders heb je
nooit meer een gesprek, dan is alles overal hetzelfde. Dus al is
het theoretisch waar, toch praten we niet zo. Wij zien toch onderscheid
in die woorden. Dat ik deze koffie lekker vind, gaat toch minder
diep dan het afscheid nemen van een vrouw, waar ik al tien jaar
van hou. Als je daar niks mee wilt doen, zit je gelijk weer op
het uiterst abstracte niveau van de transcendente werkelijkheid.
Wat we hier doen is het onmachtige spel spelen van
de vormen. We weten bij voorbaat dat we onmachtig zijn, maar laten
we doen alsof we het kunnen weten en kijken wat eruit komt. Bepaalde
woorden roepen blijkbaar iets magisch op, dat kunnen we observeren
of verkennen en kijken welke reactie dat oproept.
Oké. Terug naar de vraag, dan. Hoe komt het dat het
in de dualiteit altijd maar één kant van de zaak is die verwijst
naar de eenheid? Vertrouwen doet het beter dan wantrouwen, liefde
doet het beter dan haat.
Dan moet je kiezen vanuit welk niveau je kijkt. Als
ik kijk naar het dier in de mens, dan ben ik er vrij snel uit.
Dan zie ik vertrouwen als een biologische functie. We willen collectief
overleven. Als je uitgaat van 'leven', dan kom je altijd uit op
positieve waarden. Het andere gaat uit van niet-leven, maar dat
is voor menszijn niet interessant.
Ja, de mens is de maat van alle dingen. Maar als we
non-dualiteit ook nog vanuit menszijn gaan definiëren als 'vertrouwen',
dan lijkt het alsof maar één kant van de dualiteit verwijst naar
het ene. Dan heb je nog steeds positief tegenover negatief, terwijl
het ene toch echt ondeelbaar is.
Laten we dan kijken of die andere kant het negatieve ook
naar eenheid verwijst. Als je kijkt naar de oudheid en z'n vreselijke
veldslagen dan zie je dat het in de mens zit om competitief te
zijn, elkaar aan te vallen. Ook in de dierenwereld kan wantrouwen
heel natuurlijk zijn. Dus waarom vinden we vertrouwen belangrijker
dan wantrouwen, terwijl het laatste ons beter beschermt? Misschien
gaat vertrouwen gepaard met een lekker gevoel. Maar functioneel
gezien hoeft het niet het beste te zijn. Als men in de Tweede Wereldoorlog
wat wantrouwiger was geweest, dan hadden ze Hitler direct tegengehouden.
het gebakje of de kiespijn?
Wolter Keers zei: 'Kies je voor het gebakje
of voor de kiespijn?' Je kiest voor het gebakje, vanzelfsprekend.
Waar komt die voorkeur voor het positieve eigenlijk uit voort?
Dat is ook een puur biologisch mechanisme, een soort
ingebakken overlevingsdrang. In een prettige leefomgeving vergroot
je je overlevingskansen.
Maar als je eenmaal iets hebt, dan wil je na een tijdje
weer meer. Na een gebakje nog een gebakje. Eerst een Volkswagen,
dan een Ferrari... Het is de menselijke aard om steeds meer te
willen hebben.
Is het niet een hiërarchie, zoals in de behoeftepiramide
van Maslow? Eerst wil je een huis, dan relaties en aandacht, dan
kunst, cultuur en uiteindelijk transcendentie. In het westen zitten
wij in die top. Als je ergens onder in die piramide zit, dan zit
je gelijk in een heel ander register: wat ik nodig heb, heb jij
ook nodig en als er dan niet genoeg is voor ons beiden, slaan we
elkaar de hersens in. Wat blijft er dan over van dat transcendente
vertrouwen?
Ik dacht altijd dat ik nooit zou kunnen moorden, totdat
ik kinderen kreeg. Ik ontdekte dat er een moordenaar in mij kan
verschijnen, als mijn kind wat wordt aangedaan. Dus wat er gebeurt
en hoe je zult handelen is niet af te meten aan het beeld dat je
van jezelf hebt, of wat anderen van je hebben en waar je aan zou
moeten voldoen. Wat er in jou verschijnt is 'wat er is', en daarop
kun je niet anders dan vertrouwen. Toch?
Als vertrouwen is: vertrouwen in wat er in je verschijnt,
dan heb ik niks gezegd. Maar ik kan er ook op vertrouwen dat ik
ook in die situatie niet zal moorden.
de agenda en de dag van morgen
Als ik het dan terugbreng tot dagelijkse proporties:
wanneer iemand met eindeloos en moeizaam denken de volgende dag
in wil gaan, of als iemand vreselijk spijt heeft van iets, dan
denk ik: dat is zonde. Jammer dat iemand daar onder gebukt moet
gaan.
Waarom zou je in paniek raken, als je niet al de volgende dag bedacht hebt?
Waarom moet je dat bedenken?
Maar zoiets als je agenda invullen is toch functioneel?
De vraag is waar het functionele overgaat in iets problematisch.
En volgens mij is dat als er een 'ik' bij komt kijken...
Maar ikloos of niet, het maakt het toch niet uit of
je agenda al of niet wordt ingevuld? Als je de week plant, betekent
dat nog niet dat daarvoor een ik nodig is. Het gebeurt of het gebeurt
niet.
Het gebeurt, natuurlijk. Maar feit is dat veel mensen
met problematische toekomstgedachten zitten, en ermee blijven zitten.
Ik snap gewoon niet waarom.
Plannen is leuk omdat je dan iets kunt verwerkelijken.
Het kan betekenen dat ik morgen een leuke dag ga krijgen. Ik begrijp
best dat mensen een toekomstige werkelijkheid opbouwen die niet
bestaat en die je vooruit projecteert: om je lekkerder te voelen.
In werkelijkheid weten we niet wat er morgen is.
Oké, het is altijd nu, maar ik kan me dat niet echt realiseren. We weten het,
en toch gaan we aan de gang met die toekomst. Je gaat naar iets toe wat niet
bestaat, dat is toch gek?
Dat suggereert al dat ik als een regisseur aan de touwtjes trek. Het is sowieso
al vreemd dat ik bezig ben met het leven dat was en komen gaat, terwijl het
in werkelijkheid altijd nu is en nooit niet-nu kan zijn.
Nou, bij de tandarts wil ik anders maar al te graag
dat het niet-nu is.
vertrouwen begint met verbinding
Vertrouwen lijkt verbonden met dingen die je meegemaakt
hebt. Je moet eerst nare ervaringen hebben gehad om wantrouwen
te leren kennen. Ik denk dat het ook met menselijke verbintenissen
te maken heeft.
Vertrouwen staat altijd in relatie tot. Je kunt naar
vertrouwen kijken met je volledige menszijn, gevoel, verstand en
lichaam. Als je op die manier naar vertrouwen kijkt, zou je kunnen
zeggen dat het een soort verbinding is. Bijvoorbeeld het 'worshippen'.
Die vrouw heeft het vertrouwen weten te koppelen aan de totaliteit
om zich heen. Een transcendent totaal zijn.
Zij opende zich voor Bhagwan, en later voor het geheel.
Misschien moet je ergens beginnen met een verbinding aan te gaan.
Je kunt het leven uit de weg gaan óf zorgen dat het leven je uitnodigt.
Dat doe je alleen maar door verbindingen aan te gaan met de dingen
die je in je leven tegenkomt.
Je moet jezelf zien in relatie tot een object. Dan
zit je in een dualiteit die je het beste snapt. Dan kun je zeggen:
ik vertrouw op mijn moeder, ik vertrouw op mijn goeroe, ik vertrouw
op het totaal. Bij het totaal zìjn we d'r, maar dan valt er niets
meer te zeggen. Wil je nog kunnen praten, dan moet je toch bij
de gewone objecten blijven. Vertrouwen is dan nog grijpbaar. Ik
vertrouw bijvoorbeeld op Rinus Michels, op wat vroeger gebeurde.
Ik vertrouw op Osho. Waarom? Omdat je iets totaals van jezelf inzet,
wat de kant op wil van nog meer. We moeten dus een object vinden
en dan vertrouwen gaan bekijken.
Staat cynisme en scepsis vertrouwen dan in
de weg?
Ik denk dat de kracht van vertrouwen vele malen groter
is dan elk cynisme. Dat wil altijd groter worden, we willen altijd
in het grotere opgaan. Daarom is het ook zo drijvend.
Je doet het weliswaar wel ergens voor, maar als je die drijfveer ziet als de
levensbron, wordt het helder. Vertrouwen kan beginnen met van alles, vanaf
een simpele intentie tot het aanbidden van het allerhoogste. Je doet er telkens
weer wat bij tot je in de totaliteit schiet.
toenemend vertrouwen
Wat ik fascinerend vindt is dat vertrouwen kan groeien.
Het kan steeds groter worden. Wat is dat dan? Er zit dus iets in
wat niet in het woord zit, maar wat in mij zit.
Je vertrouwt op een aantal afgebakende dingen en je verstand bewaakt dat. Het
eerste beetje vertrouwen is makkelijk. Dat kun je toetsen. En dat kan dan steeds
een beetje groeien, zoals die vrouw die 'worshipt' en zich uiteindelijk opent
in totale overgave.
Komt dat niet door ervaring? Doordat ze telkens ziet
dat iets goed gaat en al haar andere verlangens loslaat...
...of juist heel erg naar iets verlangt. Want zonder
verlangen kom je niet in beweging. Als je het geheel als een levend
dynamisch iets gaat zien, dan kom je in een draaikolk. Dan wordt
het steeds echter voor jou. Het gaat steeds meer aspecten van jou
opnemen.
Zie het als een metafoor voor een realisatieproces. Het realiseren van een
woord, in dit geval: vertrouwen. Zo kan het woord tot leven komen, anders sla
je het direct knock-out.
vertrouwen als abstractie
Vertrouwen dat groter kan worden, is een beeld, een
abstractie. Wat mij altijd fascineert is het doorzien van abstracties
waardoor begrippen zinloos aan inhoud verliezen en zinloos worden.
Wat doorzie je dan aan die abstracties?
Dat het abstracties zijn. Als je dat doorziet blijft
over dat wat concreet is.
En dat is?
'Dat wat is'. En daar kun je niks over zeggen, behalve
in abstracties. Abstracties zijn structuren, constructen. En 'dat
wat is' is nooit een construct. Het gevaar van metaforen is dat
mensen er werkelijk in gaan geloven.
Dat kan toch op functioneel niveau? Ik ga naar een
Osho en ik ga daar sceptisch naar toe. Maar ik ga er steeds meer
in mee, schrijf mijn bankrekening over en verlaat mijn familie.
Dat is toch een vertrouwen dat toeneemt? Ik vind dat zeker geen
abstractie. Op menselijk niveau is het toch duidelijk een proces?
Dan kan ik zeggen 'dat wat is', maar dat is niet wat er met mij
gebeurt. Er vindt emotionele overgave plaats. Dat is toch een aanvliegroute
naar 'dat wat is', of niet?
De kracht van overgave kan de persoonlijkheid als het ware wegbranden.
het leven vieren
Is er viering en beleving van het leven mogelijk,
zonder vertrouwen?
Ik kan me niet herinneren dat ik ooit vertrouwen nodig
heb gehad om in te zien waar het om gaat. Vertrouwen zegt mij niks.
Waarom niet gewoon het leven vieren zoals het zich aandient?
Ik associeer 'viering' met de christelijke geloofsgemeenschap.
'Viering' zegt me ook niet zoveel. Als ik straks naar buiten loop,
ben ik dan mijn leven aan het vieren? Zou dat nou de staat zijn,
waar je de hele dag naar verlangt? Het is misschien wel weer een
woord dat een kwartje kan doen vallen, maar wat op zich niet het
uiteindelijke is. Al zou het kwartje vallen, dan ga je toch niet
de hele dag vierend door het leven.
Er kan ook het balen van het leven zijn of gewoon niks. Heel vaak is er gewoon
niks. De gewoonheid van het leven.
Dan komen we uit op neutraliteit.
Gewoon lekker bezig zijn, soms in vertrouwen, soms uit wantrouwen. Je ontkomt
namelijk toch niet aan doelen stellen en verlangens. Ik heb een tijdje gedacht
dat dat kon en moest, maar dat ging vanzelf weer over. En nu onderneem ik
weer van alles.
Ik merk, dat als je niet meer zulke keiharde aannames hebt over hoe het leven
zou moeten, dat het allemaal makkelijker is. Je kunt je dan nog vervelend voelen,
maar je gelooft er gewoon niet meer in. Je gebruikt dat echter wel om verlangens,
die je dan voelt, te vervullen. Anders weet ik niet wat ik moet doen en zou
ik een 'plantje' worden.
Je kunt een mensenleven uit elkaar halen en doodanalyseren, maar je ontkomt
er niet aan dat er ook geleefd moet worden.
Natuurlijk kom je ook uit bij het alledaagse. 'Viering'
klinkt wellicht wat jubelachtig, maar het is ook het spel van het
alledaagse. Het wonder dat je het alledaagse voor echt aanneemt.
Daar sta je niet altijd bij stil.
Het feit dat je weet dat de zogenaamde realiteit louter zintuiglijke waarnemingen
zijn, slaat al behoorlijke gaten in de echtheid van die realiteit, waardoor
de zwaarte eruit valt.
is het een spel of is het echt?
Ik vergelijk het altijd met tennis, waarbij je je uiterste
best doet om te winnen. Je weet dat het een spel is, maar je speelt
het zo goed mogelijk, want als je dat niet doet, is het niet leuk.
Met diezelfde instelling ga je naar de bioscoop; er is geen lol
aan om naar een film te kijken en je voortdurend te realiseren:
het is maar film. Het wezen van een spel is dat je doet alsof het
geen spel is. Je moet het levensecht spelen.
Heb je die keuze? Je moet ook eerst weten wat echt
is, voordat je weet of iets een spel is.
Is dit wat we hier doen een spel? Ik denk dat het echt is.
Het onderscheid tussen spel en echt is volgens mij heel moeilijk. Omdat we
niet precies weten wat echt is. Mijn hele leven beschouw ik als echt.
Je beschouwt het als echt, maar het ìs niet echt.
Wie zegt dat? Volgens mij denk je de meeste tijd dat
je echt dingen meemaakt. En dan zou ik ook moeten beseffen dat
het een spel is. Dat is al heel ernstig. Probeer maar eens echt
een spel te spelen. Er is altijd wel een ernst op de achtergrond.
Je móet het wel voor echt aannemen, anders is het spel
niet leuk.
Als je een spel speelt, neem je het niet serieus. Wat
is nou het verschil tussen spel en echt? Als ik het slecht doe
op mijn werk, schoppen ze me eruit. Is dat nou echt, of is dat
spel? Is dat anders dan wanneer je een partij schaak verliest?
Dat is wat minder intens, maar geeft wel hetzelfde gevoel. Want
anders is er geen lol aan.
Ach, het is een woordenspel...
...en we spelen het bloedserieus...
- Rond de tafel zaten: Nico Gietema, Herman Snijders,
Ruud Houweling, Vincent Peeters en Kees Schreuders
* 'Filosofie voor de zwijnen' is uitgegeven door
Veen Magazines ISBN: 9076988404
Zie ook: http://www.jetnijkamp.nl/filosofievoordezwijnen.htm
** In 1984, 20 jaar geleden, maakte programmamaker
Frank Wiering een film over de Bhagwan-beweging (De Nieuwe Mens).
Hij volgde vier van hen, van een leefgemeenschap op de Veluwe via
de commune in Amsterdam naar Rasneeshpuram in de VS, de plek waar
de meester toen verbleef. Het waren de jaren tachtig: zij waren,
net als Wiering zelf, op zoek naar verdieping van het leven, ontworsteling
aan de dwang van consumptiemaatschappij, carri_re en status.
Twintig jaar na de eerste documentaire (De Nieuwe
Mens) filmde Frank Wiering de vier Bhagwan-aanhangers die hij in
1984 had gevolgd opnieuw. Het resultaat: De Nieuwe Mens 2.
Wat is er gebeurd met de vier mensen die zich destijds geheel wijdden aan hun
idealen? Waar zijn zij terechtgekomen? En hoe hebben de lessen van de meester
hun verdere leven bepaald?
Ze blijken zich over de wereld verspreid te hebben, van Australië tot Denemarken.
Het is een zoektocht naar een andere manier van kijken naar het leven. Een
verbijsterende, jaloersmakende en ontroerende confrontatie met het bestaan.
Online te bekijken via: http://www.vpro.nl/programma/dokwerk/afleveringen/19022197/
en http://www.vpro.nl/programma/dokwerk/afleveringen/19036946/
[bewerking: Kees Schreuders & Vincent
Peeters Utrecht februari 2005] |