De hardnekkige zoektocht van een idioot

Charlie Hayes (68, California) is een spontane, kleurrijke man. Na ons interview herinnert hij zich een zin uit de film Amadeus, waarin Mozart zegt: 'Ik ben een lompe man, maar ik kan je verzekeren, mijn muziek is dat niet.'
'Een grof type man ben ik ook wel, maar hopelijk gaat dat niet op voor het uitwisselen met anderen.'
Als we het over zoektochten hebben, is hij door de wol geverfd. 'Het maakt niet uit hoe, als ik maar kom waar je niet kunt komen - omdat ik er altijd al was.' Hij vindt het 'great fun' om met ons over 'niets' te praten en geeft er ons het woord 'lol' bij.
Charlie is Reiki-leraar, schrijver en regelt voor autocoureurs de marketing voor het vinden van sponsors in de Formule I wereld van de autosport, eens zijn grote passie (hij zat ooit bij de top 10 van de wereld).


Ik citeer je inleidende woorden in 'Awakening To The Eternal'(op je website): 'Leugens! Leugens! De waarheid kan niet in taal worden gevat. Het is hopeloos. Het is een onmogelijke taak. Slechts een dwaas als ik probeert het.'
Er zijn heel wat sprekers die dat ook doen.

Ja, die zijn allemaal als ik, onecht (lacht). Ik heb gemerkt dat authentiek verwijzen meestal een of andere disclaimer meevoert, om verwarring te vermijden, die ik er nu maar bijvoeg voor deze schijnbare Charlie: niets wat ik zeg is de waarheid.

En ik ben geen verlicht persoon. Dat zou een grove contradictio in terminis zijn, een echte koeienfout (klemtoon op koe). Ik heb op Nieuwjaarsdag een schitterend gesprek gevoerd met mijn dierbare vriend Tony Parsons. Ik zei: 'Allereerst moet ik je vertellen dat ik onecht ben.' Tony lachte en zei: 'Ik ook!' Tony wijst voortdurend naar het niet-bestaan van een persoon, hij komt er steeds weer op terug dat de zogenaamde persoon schijn is, onecht.

Denk aan onze vriend Lao Tzu: 'De Tao die verteld kan worden is niet de Eeuwige Tao.' Natuurlijk ging hij de Tao wel schijnbaar uitleggen in nog eens tachtig-en-nog-wat verzen met een wonderschoon, echt subliem poëtisch verwijzen naar het Oneindige.

Het enige dat hier nu gebeurt is dat er een body-mind genaamd Charlie zit, die met twee vingers op een toetsenbord aan het tikken is. Wat ziet dit? Het is een eenvoudige gewaarwording, ik ben, ik besta. Niet de gedachte 'ik ben'. De gedachte 'ik ben' is niet de ik, die ik ben. Die ik is onpersoonlijk. Die is jij en de wereld en alles en niets. En dat gebeurt gewoon. In de Ruimte van Dat ik.

Je hebt je lange tijd op het 'padloze pad' begeven, met veel mensen gesproken, de wijzen bestudeerd. Kun je ons daarover vertellen (we weten dat je 'niet je verhaal' bent)?

Oh ja, mijn verhaal. We zijn dol op ons verhaal. Het verhaal van mij. Ik speel de hoofdrol in mijn verhaal. En het is zo interessant! Voor mij. Voor iemand anders? Saai. Zij houden van hun verhaal. Waarin zij hoofdrolspeler zijn. Er IS uiteraard NIET iemand, dus de hele oefening is, zoals Shakespeare aangaf, 'een verhaal verteld door een idioot, vol met klank en bezetenheid, dat NIETS voorstelt'. Een armzalig acteur die op het toneel fier rondstapt en van wie daarna niets meer is vernomen.

Maar OK, hier komt het.

Ik verscheen als Charles David Hayes jr., op 14 december 1936. Ik was een verwende blaag, jazzmuzikant en professioneel Formule I-autocoureur die ooit in de top 10 van de wereld genoteerd stond. In de jaren 60 reed ik voor Ferrari en werd later eigenaar van een Ferrari-agentschap. Ik won een aantal races, wat me een volmaakt vervuld gevoel gaf. Ongeveer een uur lang. Ik had veel vrienden, waaronder filmsterren, Indy winnaars en Formule I-coureurs. In 1968 was ik kort te zien in de bekende film Winning met Paul Newman, die in de film in mijn toenmalige Can-Am wagen reed.

Ondanks deze voorspoed, bekendheid, geweldige vrienden, een fijn gezin en grote successen, ontbrak er steeds iets. Er was een fundamenteel gevoel dat er iets mis was en dat ik geen goed mens was. En terwijl mijn leven doorging kreeg ik een intens gevoel er niet bij te horen en alleen te staan in een vijandige wereld. Ondanks alle successen was er stille en soms behoorlijk luidruchtige wanhoop! Als ik niet met racen bezig was, dronk ik en gebruikte drugs om het leed te verzachten.

het leven slaat toe

Ik raakte intens geïnteresseerd in spirituele disciplines na het verpletterende verlies van bijna al mijn bezittingen, mijn zaak, mijn huis en zelfs mijn geliefde vrouw. Dit ging gepaard met een complete zenuwinzinking, waarvoor ik een maandlang werd opgenomen in een ziekenhuis in 1974.

In het ziekenhuis overkwam me een vreemd soort ontwaken. Omdat ik het niet als zodanig zag, dacht dat ik gewoon gek was. Zittend in een groep begon een patiënt te spreken en ik ervoer onmiskenbaar duidelijk niet meer ik te zijn, maar eerder hem. Ik was stomverbaasd. Ik sprak door dat body-mind apparaat daar en ik wist wat hij zou gaan zeggen, een fractie van een seconde voor het te horen was. Ik was verdwenen en er was niets, een ruimte waarin denken opkwam en geluid... voor niet iemand!

Later begreep ik dat dit in het Oosten bekend is als Jnana of puur kennen zonder een kenner. Of in sommige christelijke mystieke literatuur het Onpersoonlijk Leven in het hart van de schepping.

Na dat moment zag ik redelijk vaak dat dat, waarvan ik gedacht had, dat ik het was, eigenlijk een machine was die eindeloos doorliep en de ene serie gedachten na de andere produceerde. Favoriet om als denken te produceren, was dit schijnbare ik!

Maar omdat ik geen enkel idee had wat dit zou kunnen zijn, deed ik het af als een moment van gestoord gedrag en ging meteen terug naar iemand zijn, een persoon, afgescheiden en alleen, een ding zonder gewaarzijn van het Niets dat ik even had gezien.

My Sweet Lord! Toen, nog steeds op de afdeling psychiatrie, vond ik een plaat van George Harrison die 'Lovesong to God' zong. Het bracht me regelrecht in extase! My Sweet Lord! Dat was nog een soort ontwaken. Het was naar ik later begreep een proeve van het Onvoorwaardelijke, pure Goddelijke liefde of Eenzijn. Bhakti in het Oosten, Agape in het Westen. Ik luisterde er steeds opnieuw naar.

'verlichting'

Op dit punt bruiste er weer wat nieuwe energie op. Ik viel af, deed veel aan beweging en stopte met roken, tot grote verbazing van de doktoren en het personeel. Ze dachten dat ik wonderbaarlijk genezen was.

Nou, daar leek het wel op. Maar ik stond op het punt roerige tijden tegemoet te gaan na deze 'verlichting', nadat ik de cocon van het ziekenhuis verlaten had.

Na mijn ontslag, nog wel met zware medicatie voor depressie, kreeg ik eerst het boek 'Be Here Now' van Ram Dass onder ogen en daarna de leringen van de grote Wijze uit India, Sri Ramana Maharshi.

Ramana's leringen bleven 27 jaar lang in de kiem aanwezig, terwijl ik mijn weg zocht door vele leringen, seminars, goeroes, boeken, tapes, meditaties en andere spirituele oefeningen. Gurumayi Chidvilasanda initieerde de levensbelangrijke hartoperatie die ik in het jaar 2000 kreeg.

In 2001 werd ik ingewijd als Reiki Master. Reiki Master zijn was een doorbraak naar een heelmaken, vrijheid en vreugde die ik sedert 1974 had gezocht. Maar het leek of er nog een stukje ontbrak. Toen, in 2002 ontmoette ik de Indiase heilige Sri Sri Ravi Shankar. We konden het al gauw heel goed met elkaar vinden en er was enorme liefde en sterke resonantie tussen ons. En zie, Charlie-Ishan werd 'verlicht'.

Dat dacht hij.

Wow! Gelukzaligheid, eindelijk...

Ik was verliefd op alles en iedereen. Ik kwam niets tekort, het was grenzeloos en ik zag dat alles volmaakt was, zoals het was. Er was niets meer mis met mij (...'met mij' ...ahum!).

(Nu, terwijl dit getypt wordt, is er de gedachte 'wow, dit is leuk', samen met een gevoel van plezier en enthousiasme. Ik denk dat dat een prima verklaring is voor het waarom van deze uitwisseling. Als daar voor iemand uitleg bij nodig is, dan is dit er goed voor!).

OK, terug naar het verhaal van de idioot. Na een paar weken begon het schijnbare Eenzijn natuurlijk te vervagen, en maakte ik me echt zorgen! Nu zie ik in, dat er een diepe, krachtige ervaring van éenzijn was geweest. Maar het was voor een ik. En, zoals we weten, alle ervaring is tijdelijk. Na een paar weken was het (schijnbaar) weg, en dat ik bleef achter met dezelfde eindeloze wanhoop die het kende als zijn gebrekkige staat van bevinden. Het leek er dus op dat er nog steeds iets mis was met mij. Er ontbrak nog een stukje.

Dat ontbrekende stukje bleek authentieke non-duale spiritualiteit te zijn, bekend als Advaita. De non-duale leringen wijzen erop dat, zoals ik eerder aangaf, er niet een persoon verlicht wordt! Degene die dat wil, is verdwenen als het plaatsvindt. Er zijn geen verlichte body-mind machines! Iets had me naar de wijze Wayne Liquorman gevoerd, en vanaf 2002 tot 2004 raakte ik er eindelijk ontegenzeglijk van overtuigd, door de woorden van Wayne, Ramesh Balsekar, Nisargadatta Maharaj en anderen, dat deze verlichtings-ik die al die jaren aan het zoeken bleef, volkomen onpersoonlijk is en niet iets dat een persoon kan bereiken.

In zekere zin was dit heel slecht nieuws. Ik realiseerde me dat ik dertig jaar lang onder de straatverlichting aan het zoeken was geweest naar een sleutel die ik bij de deur verloren had, maar ja, kijk, er was geen licht bij de deur dus ik bleef maar zoeken waar Het niet is.

Toen probeerde ik een nieuwe meditatie-oefening, genaamd de Ishayas Ascension. Dat was heel heftig. Toen ik aan de tweede dag begon van de driedaagse cursus, was daar plotseling het diepe besef dat het Oneindige (ook The Ascendant, het 'rijzende' genoemd - red.) niet een IETS of een staat was die je kon bereiken. Het was de absoluut natuurlijke altijd aanwezige Essentie die zich in de kern van alles bevindt. Die is zuiver, helder en diep in haar tijdloze schoonheid.

Dit steeds opnieuw te zien, als ervaring in plaats van een droog concept, was uiterst welkom! Echter, dat was nog steeds een ervaring voor een ik in dat stadium van dit alles.

Op het laatst, tegen het eind van 2004, na een meerdaagse bijeenkomst met Wayne Liquorman, kreeg ik er genoeg van, raakte gefrustreerd en was kapot. In mijn wanhoop werd ik behoorlijk grof tegenover mijn vriend Wayne, die niet iemand is die dat over zich heen laat gaan en me onverwijld uit zijn satsang verwijderde. Dat was perfect zo bleek. Want dat leidde me naar Tony Parsons.

Luisteren naar Tony was onmiddellijke diepe liefde. Het was verbazingwekkend, tastbaar. In september 2004 beluisterde ik een bandje van een bijeenkomst van hem in California die me met ontzag vervulde. En nu zag ik het licht als absoluut niet de trein. Tony verwees vanuit geleefde ervaring Thuiswaarts en deelde die ervaring met mij. En de boodschap die Tony overbracht was - is - heerlijk, geheel ontdaan van de gebruikelijke spirituele concepten. In de weken die volgden luisterde ik naar vele gesprekken met Tony, die diep resoneerden. Er kwam een mooie ontvouwing tot stand van dat wat ontbrak... Het is een pure en simpele onpersoonlijke affiniteit. Vrienden die delen met vrienden, in plaats van een wijze op een grote stoel die vanuit zijn hoge positie neerkijkt op armzalige zoekers.

Er was geen verlicht persoon, zoals Tony stelde! Was er nooit of kan er nooit zijn. Dit was het begin van bevrijding voor n(iet)iemand.

Deze inzichten leidden me naar het lezen van boeken van en/of praten met andere aardige mensen als Leo Hartong, Nathan Gill, Jan Kersschot, John Wheeler, Sailor Bob Adamson, Joan Tollifson, Wei Wu Wei en Gilbert Schultz. Na een intensieve periode van interactie met John Wheeler, op smaak gebracht door door Leo, John Greven (vriend van John Wheeler) en Gilbert, ontstond er een gevestigd zijn in dat gewaarzijn, dat alles is wat er is, en er is geen ik, behalve als een verschijnen van gedachten in de ruimte van dat gewaarzijn. En een verschijning is een schim, onecht. Niet werkelijker dan de schaduw van een boom de boom is.

En in het nu is geen persoon. Alleen maar dit. Typend op een toetsenbord. Kijkend uit het raam. Nota nemend van gedachten en gevoelens die verschijnen in de ruimte die het Ik Ben is. Koffie drinkend. Kijkend naar een kraai die door de lucht vliegt. Het zoemen van de computer horend en het tikken van de toetsen. De gedachte opmerken dat er een iemand is die denkt, daar doorheen zien... gewaar van het licht dat de geest verlicht als het licht dat door het prisma schijnt, daarbij zichzelf schijnbaar splitsend van éen naar vele.

'Ik zag het licht aan het eind van de tunnel – en het was niet de trein', dat noemde je een paar keer.

Ik dacht ooit dat het licht dat werd gezien de Bron was die me uitdaagde met glimpen van de ervaring van het Zelf. Later zag ik (een 'zien' vond plaats/vindt plaats) dat dat ook onzin is. De ervaring is niet het werkelijke. Niet het eeuwige. Het eeuwige is absoluut niets! Niet iets. Neti neti zoals de Hindoes zeggen. Totale ontkenning. Niet niet niet! En dit kan niet gekend worden of begrepen.

Zoals ik zei, slechts een dwaas als ik probeert het onzegbare te zeggen. 'De Tao die verteld kan worden is niet de eeuwige Tao'. Op het moment dat we denken of spreken is er iets dat denkt of spreekt over datgene dat niet in taal kan worden weergegeven. Het kan niet worden weergegeven. Het is altijd aanwezig, op dit moment stralend als het licht van gewaarzijn, een naakte presentie, voor de geest. A priori.

Gilbert Schultz verwijst er simpelweg naar als 'Een moment dat zich eindeloos ontvouwt'. Sailor Bob gebruikt het concept 'Tegenwoordigheid-Gewaarzijn, alleen dit, niets anders. Punt uit'. Allen wijzen zonder ophouden naar Dat waarnaar niet verwezen kan worden. Omdat Dat niet bestaat als een object! De ene-zonder-tweede betekent geen afscheiding, toch?

Wat hield het zoeken eigenlijk in stand? Was er sprake van een soort aangeboren vertrouwen?

Meer een aangeboren wanhoop. Maar echt, dit is niet iets dat de zoeker kan bepalen.

Niets wat er gebeurt kan worden gestuurd door welk verschijnend ik dan ook. Dit gedoe rond ontwaken is allemaal een beetje als een rondje van 290 km/u in een racewagen. Als de rit voorbij is zeggen de mensen: 'Wow, geweldig hoe je de wagen onder controle had!' Nee. 'Ik' was er in die rit slechts bij.

De schaduw kan dat wat de schaduw opwerpt niet beïnvloeden. De schaduw lijkt echt maar in feite kan de schaduw zonder de bron helemaal niet bestaan. En daarop doorgaand: zonder het licht dat schijnt als de bron van de bron kan er geen schaduw zijn.

Wat mij aan het zoeken hield was dat er niemand was die kon kiezen. Als er een ik was geweest die kon kiezen dan zou die ik al lang geleden gestopt zijn met zoeken! Zoeken is ellende voor de schijnbare zoeker. Vinden gebeurt nooit. Is nooit voor iemand gebeurd en zal ook nooit gebeuren. Het is een hopeloze zaak, achter zijn eigen staart aan jagen. Ken je het toneelstuk 'Wachten op Godot'?'Ik ken niet de hele tekst, maar werd getroffen door de premisse, zoals ik die begrijp: 'Wachten op Godot. Het is verschrikkelijk. Hij komt nooit. Al wat er is, is wachten'.

Het hele idee van een zoekend ik dat kan kiezen wel of niet te zoeken, daarmee door te gaan of niet, komt direct uit de onwetendheid van de afgescheiden geest. Zoals Wei Wu Wei het zo elegant aangeeft: het hele probleem is dat we onze aandacht op het ik hebben gericht, en er is geen ik. Zie je, er is niemand. Het is niet dat er geen keuze is; er is niemand die kiest. Kiezen verschijnt en gebeurt als deel van het verhaal van het zogenaamde mij. Maar er is geen persoon die 'ik' is. Slechts een body-mind die deze ochtend een eind weg typt... Deze schijnbare entiteit die ik 'ik' noem is maar een idee in de afgescheiden geest die zichzelf als echt denkt en gelooft dat hij afgescheiden bestaat van al het andere dat er is.

Dus wie kan ervoor kiezen door te gaan met zoeken als er niemand is?

We hebben in deze Amigo als thema 'geen spijt'. Graag je commentaar.

Het spijt me dat ik geen commentaar heb... grapje!

Spijt kan opkomen. Het verschil is dat spijt, zoals ook geluk of een andere emotie of gedachte, simpelweg gezien wordt als een natuurlijke uitdrukking van Eenzijn dat verschijnt in de ruimte van dat wat wij zijn - het Eeuwige.

Ik had gisteravond met iemand een gesprek dat vervelend eindigde. Zij was nogal koppig overtuigd van alles wat ze wist over van alles. Uiteindelijk was mijn geduld op en ik zei: 'Jij, lieve meid, bent zowel arrogant als onwetend' (in het Engels: arrogant and ignorant). Je kunt je voorstellen hoe goed dat overkwam!

Let wel, om dat te kunnen zien, moest ik het herkennen in het ik dat een persoon denkt te zijn. Het werd dus gezien dat dat ik dat denkt dat het is wat ik ben, arrogant en onwetend is! Zo gaat dat in het (toneel)spel.

Maar zo gaat het ook wel eens, en wat dan nog? Dus deze ochtend is er spijt. Ik zou de voorkeur geven aan affiniteit in al mijn relaties. Maar er is geen schuldgevoel. Schuldgevoel kan alleen opkomen bij een ik dat denkt dat het iets verkeerds deed. Niets is goed of fout tenzij er een denker is die denkt dat er iets goed of fout is. En als jij en ik die denker gaan zoeken, komen we er zonder twijfel achter dat die niet bestaat. Zoals Sailor Bob zegt: 'Wat is er mis met het moment nu, tenzij je erover denkt?'

Dus spijt kan opkomen. Alsook angst, boosheid, plezier, vreedzaamheid, depressiviteit, geluk, het hele spectrum. Maar het komt eenvoudig op in de ruimte, het pure, naakte gewaarzijn, en lost er dan weer in op. En als dit wordt begrepen door niet iemand, dan wordt begrepen dat het zien, het geziene en het schijnbare proces van zien, niet gescheiden zijn.

Al wat er is, is Bewustzijn. Niet iets...dat gebeurt.

Charlie's webste: www.awakeningtotheeternal.com


N.B. Daags na het afronden van onze e-mail conversatie ontvangen we nog een e-mail van Charlie waarin hij in alle eerlijkheid meldt:

[...] 'Er is soms nog steeds een blijvende droefheid bij de kern van 'mij'. En een gevoel dat het niet 'af' is.... ofschoon ik soms probeer te beweren dat dat wel zo is. Dus het ontvouwen naar het Licht gaat door en duurt het onderzoek naar wie en wat dat 'ik' is, voort.
Ik was diep geroerd door vele mensen die hun ervaringen van 'ontwaken' op het spirituele pad hebben uitgewisseld op het Internet. En dat beweegt mij om mijn proces te delen.'[...]

[JZ]