Waarom oefenen als je kunt vieren?

Om een foldertje te halen stond ik voor de School voor Zijnsoriëntatie. Ik wist niet wat die school inhield, maar de dag daarvoor had ik ervan gehoord en 'zijnsoriëntatie' klonk goed. Bovendien was het slechts tien minuten lopen van mijn woning. De dame van de administratie vertelde mij dat er de volgende dag een driedaagse workshop zou starten.

Deze workshop zou een beeld geven van de opleiding tot zijnsgeoriënteerde begeleider. Zijnsgeoriënteerde begeleider?! Wel duur: drie dagen voor 285 euro. Maar het feit dat ik nog net op tijd was, zag ik als een teken van bestemming. En 'Zijnsgeoriënteerde begeleider' klonk goed als baanperspectief. Het zou een redelijk vervolg op mijn psychologiestudie kunnen zijn. Ik was nu al jaren werkloos en keek als een berg op tegen het zoeken naar werk. Kon ik eigenlijk wel wat? Bij het zien van vacatures kreeg ik al rillingen. Ik verloor mezelf liever in pc-games. Daar was ik de baas. Daarnaast deed ik wat vrijwilligerswerk, om me nog enigszins nuttig te voelen.

Gelukkig kon ik dit alles relativeren vanuit advaita: bewustzijn maakt zich niet druk om een baan. Die rust werd mij niet lang gegund, want mijn advaitaleraar waarschuwde voor de advaita-shuffle. Dat is het verplaatsen van een lastig onderwerp naar het 'niveau' van Bewustzijn, waar het dan opgelost lijkt te zijn. Een wegmoffeltruc.

Waarom een wordingsweg afleggen?

Het eventueel aangaan van een zesjarige opleiding tot zijnsgeoriënteerde begeleider gaf me weer moed. Het was wel erg duur, maar dat zou me juist motiveren om te gaan werken. Vol verwachting zat ik de volgende dag in de kring met dertig andere deelnemers. Veel verhalen van mensen die inzagen dat er meer moest zijn tussen hemel en aarde. Ze hadden de boeken van Hans Knibbe, de grondlegger van de school, gelezen. Voor sommigen 'een feest van herkenning.' Er liep nog een andere verdwaalde advaita-man rond. Die verpestte gelijk mijn feestje met de vraag: 'Waarom een wordingsweg afleggen van zes jaar om weer uit te komen bij het zijn, wat je toch al bent?'

Na het voorstellingsrondje was het tijd voor bio-energetische oefeningen en meditatie. Dat was niet nieuw voor mij. Voordat ik met advaita in aanraking kwam, had ik jaren gemediteerd op de School voor Filosofie. Het mediteren bestond uit het herhalen van een mantra die je niet mocht verklappen (dat is dus 'Ram', met een lang aaa, zoals je raam uitspreekt). Ik heb zes jaar op die mantra gemediteerd; 's ochtends een half uur en 's avonds een half uur. En dat was nog lang niet alles, want er was ook nog de stilteoefening, fysiek werk met aandacht op het werkoppervlak, het schoonschrijven van Sanskrietletters, jezelf zien in de ander, en nog veel meer. Al dat oefenen gaf me een gevoel van bestemming. Je werkte naar een doel toe. Via een hiërarchie van niet-mediterenden, mediterenden en reflecterenden kon je het schoppen tot tutor oftewel leraar. Uit gebrek aan verdere sociale status wilde ik ook leraar worden. Mij lukte dat echter niet, maar wel mensen die jaren korter op de school zaten dan ik. Mijn ego verdween daar helemaal niet van, maar ging juist protesteren. Ook miste ik inzichtgevende antwoorden op vragen, terwijl ik die wijsheid wel vond in boeken als 'Bewustzijn' van Alexander Smit. Uiteindelijk ben ik maar gestopt met die School.

Dansen door prachtige tuinen

Toch had ik me weer laten verlokken door een school en met een enorm déjà vu gevoel deed ik mee aan de workshop van de School voor Zijnsoriëntatie, gereed voor de visualisatieoefening. Met de ogen dicht liet ik me leiden. 'Stel je loopt door het land van Zijn. Je ziet een pad voor je. En aan het eind van dat pad staat het huis van Zijn. Je opent de deur en daar staat de gestalte van Zijn.' Voor mij zag ik de dansende Shiva. 'Treed nu in contact met die gestalte.' Vier armen omhelsden me. 'Ga nu op in de gestalte van het Zijn. Je bent de gestalte van het Zijn zelf.' Er was me altijd voorgehouden om van het Zijn geen voorstelling te maken. Onbewust was het daardoor iets leegs en neutraals geworden. Nu ervoer ik een intense volheid van geur en kleur. Voortbewogen op de thermiek van zwoele warmte liet ik me dansen door prachtige tuinen. Mijn huid vormde geen grens meer en ik vervloeide in het geheel. Ik was de gestalte en de omgeving tegelijkertijd. Er was alleen nog genieten van waaruit het dansen ontstond.

Mijn avontuur leek ineens een klucht

Deze ervaring pepte me geweldig op. Het inspireerde me om met een andere houding het leven tegemoet te gaan. Ik hoefde daarin niet zozeer iets te bereiken als wel mezelf mee te laten gaan. De euforie verdween plotseling bij de afsluitende toespraak van de groepsbegeleidster. Daarin sprak ze over het trainen van de houding. Elke dag twintig minuten mediteren. Daarnaast elke dag lichaamswerk. Ook na de zesjarige opleiding was het zaak om te blijven oefenen. Zelfs zij was na vijftien jaar nog niet klaar. Dat voelde helemaal niet als mezelf mee laten voeren. Ik werd hier heel moe van en hoorde alleen nog maar een soort van blah, blah. Tegelijkertijd vond ik het wel verleidelijk om weer in een programma te stappen. Je bent toch weer zes jaar onder de pannen. En daarna heb je de status van zijnsgeoriënteerd begeleider.

Thuis gekomen belde ik een advaita-vriend om raad. Op mijn als serieus bedoelde aanhef volgde een smadelijk gelach. 'Hoe kun je wat vooraf gaat aan alle beelden nu vatten in een gestalte? Dat toont weer aan hoe mensen kunnen vastdraaien in hun geoefen.' Mijn avontuur leek ineens een klucht. Ik zag voor me hoe ik daar had staan dansen met de armen gespreid als vleugels en ik voelde een zekere gène.

Het dansen van het dansje

In de zuinige weken na deze workshop ging er iets wringen in mij. Het voelde niet goed om spiritueel bezig te zijn en tegelijk mijn handje op te houden. Ik had ineens iets van: 'Weg met advaita'; eerst een betaalde baan en dan zien we wel weer.' Ik ging het vrijwilligerswerk gebruiken als speeltuin om allerlei drempeltjes te overwinnen; mensen bellen, iets organiseren, ideeën naar voren brengen, kritiek ontvangen. Ik liet me meegaan in mijn 'ego-streven', maar dan wel vanuit een zekere speelsheid. Het leek in ieder geval meer op een shivadansje dan een advaitashuffle. Ik haalde steeds meer mijn kicks uit het werk, waardoor ik minder behoefte kreeg aan computerspelletjes. Mijn gevoel van eigenwaarde nam weer toe en de allergische reacties bij het zien van vacatures verdwenen. Ondertussen ging het mij helemaal niet meer om een resultaat, maar om het dansen van het dansje. Toch viel mij vanuit een onverwachte hoek ineens een leuke betaalde baan toe.

Waarom niet gelijk vieren?

Wat het zoeken betreft heeft het vele oefenen op de School voor de Filosofie mij geen werkelijk inzicht gebracht. Het werd eerder een keurslijf. Niets hoeven doen bij een advaitaleraar ontspande daarentegen. In dat ontspannen zijn groeide het vertrouwen in het al thuis zijn. Eenzelfde gevoel van niets hoeven bereiken, maar jezelf laten gaan, ervaarde ik in die visualisatieoefening. Soms gebeurt er dus iets bij spirituele oefeningen, maar hetzelfde kan gebeuren bij niet-oefenen. Het gaat er misschien om van waaruit je oefent. Bij mij is veel van het spirituele doen voortgekomen uit een gebrek aan vertrouwen. Dat er aan de horizon nog iets is wat je moet verwerven en pas dan... Dat is oefenen vanuit wantrouwen jegens jezelf, omdat je nog niet accepteert dat je al thuis bent. Er lijkt mij echter niks mis met het 'oefenen' als viering. Lekker luisteren naar de geluiden in het bos. Maar is dat nog wel oefenen? Waarom niet gelijk vieren?

[D. de Doener]