Vertrouwen is niets anders dan jeZelf-zijn
Een gedachtewisseling met Douwe Tiemersma

Amigo vroeg me een vraaggesprek aan te gaan met Douwe Tiemersma over het onderwerp Vertrouwen. Hierop vroeg ik Douwe per mail of we het er die (satsang) avond in Gouda over zouden kunnen hebben. Met de gedachte dat dit na afloop zou gebeuren, zat ik die avond onbevangen in de mooie ruimte van het Advaita Centrum te Gouda. Halverwege de avond echter kwam vanzelf het onderwerp Vertrouwen ter sprake. Het leuke van zoiets spontaans is dat er blijkbaar allerlei mensen zitten met verschillende achtergronden die vragen hebben over dezelfde thema's! Hieronder volgt de gedachtewisseling die tijdens die avond plaatsvond en wat we later over Vertrouwen per mail uitwisselden.


V: Vertrouwen in de leraar, vertrouwen in het leven dat zo zijn eigen gang gaat. Hoe moet je hiermee omgaan, zeker als er angst om de hoek komt kijken? Hoe kun je je eigen angst onder ogen zien?

D. Wanneer er een beweging naar de grens (van verdwijning) is, wordt het restje van het ik dat er nog is, één stuk angst. Als de grens wordt overschreden en wegvalt, blijkt er vertrouwen te zijn. Maar het is duidelijk dat er bij die afgrond, zolang er nog een ik-rest is, angst bestaat. Die angst kan een blokkade zijn.

Vertrouwen is dan niets anders dan jeZelf-zijn. In het Zelf-zijn is er vertrouwen. Een afgesplitst Zelf-zijn, wat we 'ik' noemen, is per definitie angst. Dat is duidelijk als je naar die grens toegaat, maar ook al daarvoor. Overal wordt de mogelijkheid van verdwijnen ervaren. Zelf heb je niets met de structuur van de ik-wereld, de grens en de grens overschrijden, te maken. Dat alles is er zoals het ikje het ervaart.

Het is goed te beseffen dat het ruime Zelf-zijn en vertrouwen er altijd al is, ook in het gewone leven. Moet je eens kijken wat je allemaal al vertrouwt. Er is een ontzettend groot vertrouwen in iedereen, ook al ben je nog zo wantrouwig. Dat je daar zo gemakkelijk zit, betekent dat je een geweldig vertrouwen hebt in de stoel, het stukje beton dat eronder zit, in de aarde waarop dat alles rust. Zonder rusten en zonder vertrouwen – dat is ook rusten – kan geen mens bestaan. Ieder herkent dat in zijn eigen leven. Als je geweldig wantrouwend bent, ben je paranoïde. Maar zelfs de grootste paranoiafiguur heeft nog veel vertrouwen, want als je alles totaal zou wantrouwen, zou je doodgaan. Als je zou bedenken dat er hier dodelijke gifgassen zouden zijn, zou je niet meer willen ademen. Toch ademen we allemaal volop, dus is er toch vertrouwen dat de lucht een beetje zuiver is en dat het leven doorgaat.

V: Je vertrouwt erop dat je niet door deze stoel heen zakt, omdat je in het verleden hebt gemerkt dat je er niet doorheen zakte. Dat ging altijd goed. Omdat je al eerder bent gaan zitten, sta je er niet meer bij stil, maar er zit wel een subtiele denkbeweging achter.

D: Denkbeweging of niet: op een gegeven ogenblik vertrouw je erop dat de stoel niet in elkaar klapt als je erop gaat zitten. Of je de omweg via het denken neemt of niet. Meestal is die omweg er niet, want je gaat er gewoon op zitten. Het feit dat je gaat zitten, dat je ademt, dat je niet helemaal verkrampt op je stoel zit, geeft toch aan dat je vertrouwen hebt?

V: Het is vanzelfsprekend, stap voor stap wordt alles vanzelfsprekend...

D: Dat is nu juist waar ik op wil wijzen: dat je vanzelfsprekend een oneindig vertrouwen hebt.

Oervertrouwen

V: Is dat een oorspronkelijke ervaring?

D: Een oorspronkelijke zijnservaring! En niet zo maar eventjes van: nu ervaar ik dat ik een beetje vertrouwen krijg, en nu is het vertrouwen bijna weg. Het is een oorspronkelijke zijnservaring die verder niet te beredeneren valt. 's Avonds als je in bed stapt, vertrouw je erop dat je bed niet in elkaar stort en dat je morgen weer wakker wordt. Er zijn wel gradaties van vertrouwen naar wantrouwen tot aan paranoia toe, maar toch blijkt dat er overal stukken oervertrouwen zijn.

V: Bijvoorbeeld dat je je aan het slapen toevertrouwt, dat je er helemaal niet meer bent?

D: Precies, dan zak je weg en het is de vraag of je ooit weer terugkeert. Als je daar niet op vertrouwt, slaap je niet.

V: Er kunnen wel storingen optreden in dat vertrouwen, met name in het intermenselijke contact.

D: Overal kunnen storingen zitten, dus ook in het contact tussen mensen. De ene mens heeft andere ervaringen dan de ander. Maar feit blijft, als je je tenminste niet helemaal afsluit en autistisch bent, als je met anderen omgaat er wél vertrouwen moet zijn.

V: Is angst dan eigenlijk alleen maar een storing van vertrouwen? Treedt in Zelf-zijn geen angst meer op?

D: Het fundamentele is: identificeer je je met een beperkt ik of met het oneindige Zelf-zijn met een oneindig vertrouwen? Kun je zien dat in het gewone leven het Zelf-zijn, inclusief vertrouwen, overal aanwezig is? Wanneer je daar bewust van wordt, herken je dat je eigenlijk al verlicht bent, want je hebt een oneindig vertrouwen in de wereldruimte, in de grond, in de mensen.

Het aardige is dat iedereen het in het gewone leven kan herkennen. Als je auto rijdt of door de stad loopt, en je bent niet paranoïde, dan is het Zelf-zijn zo ruim dat de anderen en de omgeving in dat vertrouwen een plaats hebben. Alleen al dat je zo'n vertrouwen hebt dat je rustig door de stad kunt lopen, is opmerkelijk.
Wanneer er echte breuken in je leefsfeer komen, wanneer er over terroristische aanslagen wordt bericht, kan het vertrouwen worden geschaad. Daarom verandert er iets fundamenteels als mensen argwanend worden. Dan is er geen basis meer voor samen-leven. Maar: dit wantrouwen is secundair. Het is een verval van oervertrouwen.

Naïviteit en overgave

V: Zou je kunnen zeggen dat naïviteit vertrouwen zonder helderheid is?

D: Het hangt er vanaf over welke soort naïviteit we het hebben. Ik heb wel eens gezegd dat je je naïviteit moet koesteren, zodat het aanwezig kan blijven. Bevorder de naïviteit, maar doe dat wel een beetje bewust. Naïviteit kan op een bewuste wijze een levenswijze worden, in de goede zin van het woord, namelijk dat je open blijft en het goede vertrouwen houdt. Ze zal best af en toe beschaamd worden, maar blijf bij het grote vertrouwen. Laat anderen je dan maar naïef noemen, neem dat maar op de koop toe. Zie wat het belangrijkste is.
Dat geldt ook voor het omgaan met geld: daar kun je nog een procentje meer krijgen, daar is het nog iets goedkoper, nu moet je je effecten verkopen.
De kwaliteit van het open Zelf-zijn is belangrijker dan geld, bezit en carriëre. Je kunt ook zeggen: wat kan het mij allemaal schelen, dan maar wat minder geld, de open sfeer waarin ik leef is belangrijker dan slim zijn in een beperkte situatie.

Het gaat dus niet om de praktische alledaagse situatie, waarin jij meer vertrouwen zou moeten krijgen, waarin jij erop vertrouwt dat het goed komt. Ook als je je vertrouwen hervindt wanneer het slecht gaat, heeft dat niets met het belangrijkste te maken: het open Zelf-zijn.

V: Dan is er pure overgave...

D: Zelfs dat niet. Zie dat je woorden kunt gebruiken in een bepaalde context, maar wanneer er een werkelijke realisatie is, vallen alle woorden weg. Als laatste kun je nog zeggen: vertrouwen is identiek aan Zelf-zijn.

V: Het begint wel met vertrouwen, bijvoorbeeld met naar een leraar gaan...

D: Dat er aan een bepaalde ontwikkelingsgang zoals die door een persoon ervaren wordt vertrouwen te pas komt, is duidelijk. Juist als Zelf-zijn meer open komt en de vanzelfsprekendheden niet meer zo vanzelfsprekend zijn, als dingen minder houvast bieden, is vertrouwen belangrijk.

V: Waarom heeft de één gemakkelijker vertrouwen dan anderen?

D: Daar kun je weinig van zeggen, het is er of het is er niet.
In een gegeven situatie binnen de dualiteit kan een relatie ontstaan met iemand, waarbij iets ervaren wordt van het grote Zelf-zijn en het grote vertrouwen. In een periode waarin er nog een ik-rest is met angsten kan zo'n relatie behulpzaam zijn, om handvatten los te laten en de overgang te maken. Dat er bij die overgang sprake moet zijn van vertrouwen is overduidelijk, want anders gebeurt het niet. Zodra het ikje in het grensgebied komt, gaat het direct weer terug, want daar wordt het eng. Dan verkrampt de eigen ik-sfeer. Het vertrouwen kan op zo'n moment zo groot zijn dat de angst dan wegvalt. Bij dit vertrouwen kan 'iemand' die al heeft gerealiseerd dat er geen iemand is, behulpzaam zijn. Je kunt bijvoorbeeld merken dat daar bij die iemand geen angst is, ook niet voor het uiteindelijke Niets. Dan weet je dat het goed zit.

V: Ontstaat er zo niet een zoeken naar vertrouwen?

D: Waar draait het nu om? Haal die gerichtheid van het zoeken direct terug naar jezelf! Het is een ik-rest van waaruit je ervaart dat er nog wat moet gebeuren. Wat moet er gebeuren? Ga dat nog eens bewust na bij jeZelf. Alles was er altijd al. Dus er is niets te zoeken.

V: Dat vind ik het verschil tussen vertrouwen en vanzelfsprekendheid. Op het moment dat er vertrouwen is, is er toch nog een onzeker element waarin de vanzelfsprekendheid nog niet aanwezig is. Anders zou je het vertrouwen niet nodig hebben als de vanzelfsprekendheid al aanwezig is.

D: Bij sommigen is er het vanzelfsprekende vertrouwen. Dat is zo vanzelfsprekend en dan is er totaal geen probleem. Het is vanzelfsprekend dat de non-dualiteit oneindigheid is.

Vertrouwen is spontaan en vanzelfsprekend Zelf-zijn. Alleen vanuit een bepaald standpunt kun je spreken over aanwezigheid van vertrouwen. Hier gaat het om een kinderlijk vertrouwen, een kinderlijk geloof. Moet je eens kijken hoe een kind vertrouwt, zonder het zo te benoemen. Je gooit het in de lucht en het vindt het prachtig. Als er iets mis gaat met dat fundamentele vertrouwen, omdat volwassenen bijvoorbeeld iets verkeerds doen, komt het later nauwelijks meer goed bij zo'n kind. Dus dan is de basis van het leventje, dat volwassenen vertrouwen noemen, weg.

V: Soms is het eng, als iemand zich achterover laat vallen van een tafel of zo, dat is doodeng terwijl het vertrouwen dan zo groot lijkt.

D: Die naïveteit is uitstekend, de praktijk leert je vanzelf wat kan en niet kan. Maar het is goed om je bewust te worden dat in het Zelf-zijn alles goed is. En dat 'goed' staat niet in tegenstelling tot 'slecht', maar het betekent dat alles mag gebeuren en dat er ontspanning, acceptatie en vertrouwen is. Zelfs als je erg wantrouwend bent: kijk dan eens wie of wat je nu wantrouwt. Sommigen wantrouwen zelfs zichzelf. Maar wanneer je dat nader bekijkt, dan wantrouw je misschien je driften, emoties en denken. Die kunnen je een loer draaien. maar de kern van Zelf-zijn is wat je het meest en absoluut vertrouwt.

V: Eigenlijk kan je helemaal niets vertrouwen, omdat je nooit van te voren weet wat gaat gebeuren.

D: Je kunt alles wat je waarneemt wantrouwen...

V: Alles gebeurt in het Zelf-zijn. Daar heb je totaal geen vat op. Dat zou je ontzettend kunnen wantrouwen, juist omdat je er geen vat op hebt.

D: Geen enkel zelf-zijn, niemand, wantrouwt zijn eigen Zelf-zijn. Je kunt aan alles twijfelen, je kunt alles wantrouwen, maar steeds is het voorafgaande begin er, onaangetast: het Zelf-zijn.

V: Want iets anders is er niet.

D: Ja, dat is het eerste en het laatste.

V: Is dat vertrouwen niet gewoon (onpersoonlijke) Liefde?

D: Noem het Liefde.

Verbonden-zijn

V: Ver-trouwen, ver en trouwen, eigenlijk een soort mystiek huwelijk.

D: Ja, het is dat rusten in verbonden-zijn, het gedragen worden, het één-worden.

Het zijn allemaal woorden die gesproken worden op het pad, waarop angst is. Maar het is goed om te beseffen dat er op dat pad ook vertrouwen is. Als alles open komt, herken je als laatste nog het oneindig vertrouwen: het rusten in Zelf-zijn. Ontdek het oneindige vertrouwen dat je eigenlijk in de dragende grond hebt.

V: Anders zou je het gewoon uitvinden om te overleven. Het moet er zijn omdat er anders geen leven mogelijk is.

D: Je hoeft het niet uit te vinden, want het is er al. Het vertrouwen in iets beperkts geeft vroeg of laat problemen. Het ik is beperkt en waar je mee trouwt en op vertrouwt is beperkt. Dat geeft vroeg of laat problemen. Na elke trouwerij heb je dat wel eens.

V: Dus dan is alles wat vorm heeft 'niet vertrouwen'?

D: Het werkelijke vertrouwen kent geen vormen los van je Zelf. Het gaat niet om de beperkte mensen en dingen, waarin je vertrouwen kan worden beschaamd. Als vertrouwen beschaamd wordt, is dat iets van jezelf. Je stelt dan zelf vanuit je beperkt-zijn vertrouwen in iets beperkts. En dat loopt meestal niet goed af. Vertrouwen is, net als Liefde, fundamenteel onbegrensd, oneindig. Het is niet afhankelijk van vormen waar je eerst vertrouwen in zou moeten krijgen en zeker niet van het beperkte ik. Het ik kan geen oneindig vertrouwen hebben omdat het zelf niet oneindig is.

V: Omdat het ik kapot gaat als je het helemaal vertrouwt.

D: Precies, dus het ik blijft argwanend. Maar wanneer je eventjes verder kijkt en vaststelt 'zelf ben ik oneindig', dan is er het openbreken van het oneindige vertrouwen. Als je merkt dat er al heel veel vertrouwen in het gewone leven aanwezig is, dan herken je daarin al dat je oneindig bent.

V: Waarom kunnen we niet volstaan met: ik weet wat ik niet kan vertrouwen en verder zie ik het wel.

D: Maar wat zie je dan? Dat het steeds weer heen en weer gaat tussen 'ik vertrouw het wel' en 'het vertrouwen was misplaatst'? Je gaat dan uit van een beperkte situatie en een beperkt ik dat beperkt vertrouwen stelt. Het ik kan slechts beperkt vertrouwen. Het is een ik-spanning, het blijft argwanend en angstig.

V: Eigenlijk ben je te vertrouwen, behalve als een 'ik'.

D: Je bent jeZelf en dat is eindeloos vertrouwen. Je bent het, het moet alleen nog bewust worden en wel zo bewust dat het beperkte niet meer werkt.

In het leven wordt vaak gesproken van zelfvertrouwen. Je moet meer zelfvertrouwen hebben. Als je assertiever bent en je ik iets groter maakt, dan bereik je wat in het leven. Het woord zelfvertrouwen is uitstekend, maar je moet wel doorhebben wat dat zelf is. Bij een steviger, assertiever ik, houd je de problematiek van het wantrouwen.

V: Het is dus niet zo dat het ego eerst versterkt moet worden om het daarna los te kunnen laten?

D: Daar kun je in het algemeen niets over zeggen. Soms werkt het zo, maar soms ook niet. Daarover was er destijds een uitgebreide discussie tussen Rama Polderman en Wolter Keers. Rama zei, dat eerst de ik-zwakte moest verdwijnen. Dus eerst moest er een therapie zijn. Wolter was het daar niet mee eens en onderstreepte de onafhankelijkheid van condities bij verlichting.

Houd het gewoon maar open en dan merk je alles vanzelf. Ga je niet van te voren ophangen aan een mening. Want als je daaraan begint is het einde zoek. Houd je in geen geval vast aan condities zoals 'eerst moet ik de ik-zwakte kwijt raken', enzovoort.

Vertrouwen toepassen?

V: Douwe, je begint vaak bij het einde van het hele 'verhaal'...

D: Ja, het einde is het begin. Alles wat er tussen zit, is onzin.

V: Begin en einde is toch ook onzin.

D: De verwijzing ernaar kan op het pad nuttig zijn, maar non-dualiteit is niet in de tijd. Dan is er een begin noch een einde. Wat kun je er dan nog over zeggen? In de duale situatie, wanneer er nog duidelijk sprake is van angst, is het goed om verder te kijken op de manier zoals wij er nu over praten. Dat je gaat ervaren dat je vertrouwen hebt. Dat er altijd al een rusten is, dat er een zekere ontspanning en dus vertrouwen is. Het is totaal ongegrond en toch is het er. Dan voel je je zitvlak en voel je je zwaarte. Vanuit het zwaarder worden, ervaar je het contact met de oneindige dragende aarde. Je ervaart je als die oneindigheid. En dat ben jeZelf!

V: Zolang er nog een ego of ikje is, kan er toch ook moed nodig zijn om in het vertrouwen gevestigd te blijven, om niet meer als tobber constant met vervelende gedachten mee te gaan en als strijder om daar niet aan toe te geven. Je mag de angst voor het lijden wel onder ogen zien maar er niet aan toegeven, zoals ook Arjuna (in de Bhagavadgita) deed om uiteindelijk het oplossen van 'ik' in jeZelf als Bewust-zijn te constateren.
Dus zolang er een ego is, kan er soms ook moed nodig zijn.

D: JeZelf-zijn, Bewust-zijn en Vertrouwen zijn de laatste dingen die je nog kan verwoorden. Ze hebben hun oorsprong in het Niets. In het grondeloos vertrouwen van alledag zit dat dus. Ook al is er nog een ik of ik-rest, er is tegelijkertijd ook dat oervertrouwen, namelijk in het altijd al jeZelf zijn.

Moed gaat al verder dan een ego-identiteit. In moed stijgen mensen boven hun ego uit. Dit overstijgen gaat echter niet ver, omdat moed nog altijd een beperkte ik-sfeer veronderstelt. De identiteit van de strijder is ruimer dan de meest voorkomende, maar toch blijft die beperkt. In een bepaalde fase kan het nuttig zijn te be'moed'igen en moedig te zijn. Het is raadzaam om zo snel mogelijk verder te kijken en te beseffen dat je al eindeloos veel vertrouwen had, in de zin dat je altijd al oneindig was, veel ruimer dan de strijder. Zoals het verhaal van de theeschenker die niets deed en toch won van de samurai. Dat is het.

- Er waren eens een samurai en een theeschenker. De theeschenker moest op een zekere dag een gevecht aangaan met de samurai. Hij ging langs vele samurai-leraren om van hen het zwaardvechten te leren, want hij had nog nooit een zwaard in zijn handen gehad. Iedereen vond het echter een onmogelijke opdracht in de korte tijd die er nog was. De laatste samurai waar hij langs ging zei: 'Wat kan jij erg goed?' Zijn antwoord was: 'Thee schenken volgens het aloude ritueel'. De samurai's raad was: 'Ga dan zo op de ander af, alsof je met een theeceremonie begint'.

Het moment van het gevecht was daar: de samurai stond klaar en de theeschenker kwam aanlopen op de volmaakte manier van een theeschenker. De samurai met het zwaard in de aanslag zag de volmaaktheid, voelde dat er geen gat was om de theeschenker te raken en boog als teken dat hij verloren had.-

Uiteindelijk is er maar één overgave

V: Dus: terug naar het oervertrouwen. Toch worden er dikwijls vragen aan je gesteld zoals: 'Wat kan ik nog doen?' En dan is het antwoord: 'Je kunt niets doen. Niemand kan iets doen, niet-iemand.' Daarom vind ik de Stilte-dagen altijd zo bijzonder: niemand doet iets.
De vraag is dan: Kun je als leraar aan iemand als leerling nog iets duidelijk maken, zolang er een iemand (persoon) is, die op die grens van weerstand blijft hangen?

D: De laatste weerstand blijkt bij de confrontatie met de laatste leraar. Die weerstand uit zich in het ongemakkelijk voelen, zelf aangevallen worden, de leraar in die laatste fase als hard en zelfs als vijand zien. Als die leraar er niet zou zijn, zou die laatste weerstand niet zichtbaar worden en zou alles bij het oude blijven.

Als die laatste weerstand zichtbaar wordt en de leerling trekt zich niet terug, verdwijnt die weerstand. In openheid en liefde kan die weerstand niet blijven bestaan en is er het grote vertrouwen waarin het beperkte eigene wordt losgelaten.
Dat is alles.

V: Als die laatste weerstand zichtbaar is en de leerling trekt zich niet terug, verdwijnt die weerstand. Dus toch krijger-zijn?

D: Nee, niet krijger-zijn, maar je bewust overgeven.

V: Dus eigenlijk bewuste overgave aan de kern van jeZelf die je herkent in de leraar. In het vertrouwen dat je je Zelf bent?

D: De bewuste overgave aan de kern van jeZelf die je herkent in de leraar, in het vertrouwen dat je je Zelf bent. Voor zover dat herkennen en dat vertrouwen er nog niet geheel is, kan er het herkennen zijn van het Zelf van de leraar en het vertrouwen daarin, bij het wegvallen van het ik. Een authentieke leraar blijkt op deze wijze meestal noodzakelijk te zijn.

V: Over overgave. Ik citeer jou: 'Er komt een moment van overgave. De resten van het ik zullen vrijkomen. Het gevoel dat het ik doodgaat, dat het ik zó nietig is dat het oplost, dat het verdwijnt. En dan blijkt er één Zelf-zijn te zijn dat oneindig is.'
Als Bewuste kern herken je dat, het is geen blinde kern.
Voor alle duidelijkheid, dit is dezelfde overgave, het bewuste overgeven, als waarover we hier boven spreken? Het vertrouwen dat het Niet-Zelf je-Zelf is.

D: Juist, er is één uiteindelijke overgave, en daarvoor hebben al die genoemde begrippen en woorden een plaats.

Website Douwe Tiemersma: www.advaitacentrum.nl

(Pia de Blok, met dank aan Gisela Feld die het gesprek heeft uitgetypt)