| Een kwestie van vertrouwen
In zijn boek: TERUG VAN NOOIT WEGGEWEEST schrijft
Jan van Delden:
In tegenstelling tot Odysseus volgde ik de weg van de hoofdzoeker,
die het makkelijker vindt om de moeilijkste weg te nemen en niet
het voor mij toen vage pad van overgave, zoals hartzoekers doen.
Wolter Keers - Circe in het verhaal van Odysseus - vertelde mij
hoe het thuiskomen via de weg van de hoofdzoeker eruitziet en
gaf me een geheel nieuwe kijk op wat Jan met zijn wereld wérkelijk
is.
Wolter legde uit dat hij in India van zíjn
mentor geleerd had, dat we
de waaktoestand, de droom en de droomloze slaap (waarvoor Charybdis
symbool staat), niet door een persoonlijk getuige zijn volgen,
zoals het denken het beweert, maar juist
via
het
onpersoonlijk
getuige
zijn.
Dat is de meest directe manier van naar huis gaan.
Het is natuurlijk bijzonder dat uitgerekend ik de - volgens mij
- enige man in Nederland die deze weg kende, mocht ontmoeten.
Niet dat ik het als genade zag, hoor! Ik dacht toen iemand te
zijn die überhaupt niets en niemand vertrouwde en kwam er
pas jaren later achter dat je zoiets als vertrouwen niet kunt
'doen'.
Het overkomt je.
In de keuken van zijn huis in het Franse
La Roussellie duurt het even voordat Jan zich het thema 'vertrouwen'
eigen maakt dat ik hem probeer te slijten. Tijdens het gesprek
consumeert
hij als ontbijt een pannetje havermout om zijn conditie
op peil te houden. Eén en ander lijkt irrelevant in dit verband,
maar praten over advaita kan onder alle omstandigheden
en maakt het vatten daarvan wel zo vanzelfsprekend en 'natuurlijk'.
Jan:
Jantje kan, kon en zal ook nooit iets met het woordje vertrouwen
kunnen hebben. Zijn hele leven stond in het
teken van niemand vertrouwen, en uiteindelijk is het zien
dat Jantje het vertrouwen nooit kan bereiken maar Ik wel de ontknoping.
Ik kan achteraf echter wel zeggen dat ik door mijn leermeester
Wolter Keers voor het eerst vertrouwen kreeg dat er kennelijk toch
een nooduitgang was in de ellende waarin ik meende te leven.
Vertrouwen in de persoon Wolter?
Ik heb Wolter natuurlijk tot het uiterste getest
maar ik kon niets vinden om het tegendeel van zijn woorden te bewijzen.
Dat heeft mij uiteindelijk het vertrouwen - ik spreek liever van overgave -
gegeven: dat wat hij zei, wel waar moest zijn. Het heeft me gebracht
op het punt dat ik daardoor serieus ging kijken en onderzoeken.
Wolter liet me zien dat er een volkomen abstractie
van het onpersoonlijke getuige-zijn bestond, buiten het begrijpen
om van Jan, terwijl hij als Wolter tegelijkertijd gewoon normaal
deed. Hij was in de wereld als persoon zelfs nog beter dan ik,
want hij dorst dingen die ik zelfs niet durfde. En ik was zo
naïef dat ik echt geloofde dat ik alles durfde! In de
wereld gezien waande ik mij gewoon de keizer. Ik kon iedereen gelijk
doorzien: alles gaat alleen maar om hebben en uiterlijk vertoon.
Wolter was de eerste die me op alle gebieden ver vooruit was,
in de zin
dat hij de dingen deed zonder enige weerstand - hij was gewoon
zo.
Ik had ook niet echt een gevecht of sporen van jaloezie met hem
want ik was, door de schoonheid van zijn natuurlijkheid, bij voorbaat
kansloos
Noem eens een voorbeeld.
Dat is moeilijk omdat het vaak subtiel lag verscholen.
Hij ging bijvoorbeeld met me winkelen en begon dan zomaar
met het kassameisje te praten! Nou dat kon ik niet, ik kon niet
zomaar,
zonder reden,
in het openbaar met iemand gaan praten ... Of hij probeerde mij
op een gegeven moment te plagen door me te verleiden een naaktfoto
van me te willen nemen in een openbaar park waar andere mensen
rondliepen - dat ging tegen alles in! Naakt fotograferen is als
nudist geen punt. Ik zei: okee ik kleed me wel uit achter dat
bosje. Nee, zei hij, daar waar al die mensen lopen! Begrijp
je, hij probeerde steeds door al mijn taboes en weerstanden heen
te breken.
Het doorbreken van het geloof dat je een persoonlijkheid bent gaat buiten je
verstand om en daarom moet je meestal eerst een leermeester ontmoeten die je
dat duidelijk maakt. Aan de ene kant vond ik Wolter wonderbaarlijk en aan de
andere kant zei mijn hoofd: pas op hè! Je moet niemand vertrouwen,
want je wordt toch altijd in de maling genomen.
Vertrouwen heeft dan toch ook te maken met
hoe je bent opgevoed?
Ja, dat geloof geboren te zijn met een moeder en
een vader in een wereld, moest bij Wolter gebroken worden. Alle
dingen die ik in de wereld niet moest vertrouwen stonden allemaal
op scherp toen ik Wolter ontmoette.
Ik was afgestudeerd in afweer. Er was niemand die door mijn muur heen kwam.
Ik had meteen door dat ze het over hun eigen straatje hadden en alleen maar
probeerden te graaien. Je gelooft toch niet dat de mensen en ik heb het dan
ook over mijn eigen Jantjes en politici en directeuren van organisaties en
bedrijven - het over iets anders hebben dan over hun eigen portemonnee of machtkick?
Zo keek ik naar alles en bij Wolter heb ik voor het eerst de mogelijkheid herkend
dat er iets bestaat, dat je geluk kunt krijgen zonder dat je geld nodig hebt
of dat je daar ellebogenwerk voor hoeft te doen, ja zelfs zonder een ervaring
nodig te hebben!
Hij was de enige mens die ik kende die iets had wat
ik echt zocht. In het begin als je het romantisch bekijkt is hij
een soort superpapa. Pas later kwam ik er achter dat het een
heel andere wending kreeg... Wolter wilde best mijn pappie spelen
maar
dan moest je daarvan wel de consequenties onder ogen zien. Bijvoorbeeld
dat hij dan over enge dingen mocht praten. Hij benoemde dan alles
waar je bang voor was, de dood bijvoorbeeld en dat
vond ik niet prettig. Niemand wil praten over enge dingen. Wolter
kon
dat met gemak en hij wist het zo te spelen dat hij je enerzijds
confronteerde met de tijdelijkheid van alles, maar tegelijk met
de boodschap kwam dat het je zal bevrijden als je het allemaal
onder ogen durft te komen. Zo ging hij alleen om met mensen die
dicht bij hem stonden en echt vroegen om over de grens te gaan
van een
wereld
waarin
een denkende hoofdrolspeler
acteert. Tegen een ander deed ie dat weer niet en reageerde hij
volkomen anders.
Jan neemt even een zijsprongetje - een vertrouwd
handelsmerk voor wie hem kent - naar de ogenschijnlijke wisselvalligheid
van goeroes/leermeesters etc.
Als je deze sport moet doen merk je wel dat je tegen
de een zo bent en de ander zo. Dat gaat overigens gewoon vanzelf.
Als je bezig bent een jeneverbes te plukken, trek je toch ook gewoon
handschoenen aan? Je past je vanzelf aan. Op een gegeven moment
merk je dan dat dat aanpassen ook vanzelf gebeurt, het is ook niet
iets wat een Jantje doet. Het vertrouwen dat Wolter uitstraalde
in het gewone leven is op een gegeven moment mijn vertrouwen geworden. En
wat betekent dat? Moeiteloos doorzien dat alles door het bewustzijn geregeld
wordt. Er is geen sprake meer van vertrouwen want alles lost zich op, alles
is bewustzijn...
De zoekers denken eerst het vertrouwen nodig te hebben
om hun gedachten te kunnen passeren en te zien wat er gebeurt zonder
dat er iets zou moeten gebeuren. De persoon zegt de hele dag: ik
zou het zo en zo moeten hebben om gelukkig te worden en tja...
(zucht van verlichting) gelukkig zijn is gewoon het ervaren zelf
en nooit een ervaring hebben.
Zolang je op de een of andere manier niet naar het ervaren mag kijken, maar
in plaats daarvan naar de ervaringen zoekt, blijf je de lul. Op welk niveau
dan ook. (...stilte...) Ik zelf bleef toch ook heel lang naar de ervaringen
kijken, als maatstaf. Ook op het allerhoogste niveau.
Het is ook moeilijk tussen al die objecten...
Zeker, want je ikjes zeggen: 'Er moet iets
te halen zijn, want wat heeft het anders voor nut? Waar leidt
het anders naartoe? ' Terwijl elke daad die we als mens doen,
altijd uit is op een bevrediging en die bevrediging is onherroepelijk
het oplossen van het ik. We zoeken de hele dag het verdwijnen
van het IK, maar als je daar rechtstreeks over praat word
je in het gekkenhuis gezet. Als het gaat over reguliere dingen
zoals sporten en klaarkomen, dan mag je verdwijnen, maar
als je je aandacht van de ervaring richt op het ervaren, wat
niets
anders is als kijken naar het kijken, of hoe je het ook wilt
noemen en je ziet dat dat vanzelfsprekend je eigen simpele onveranderlijke
ongedefinieerde stille aanwezigheid is... ja dan beginnen
je ikjes natuurlijk te zeiken. Dat is het hele punt, we
blijven maar naar dat ik luisteren. Ook al heb je dat
doorzien dan nóg gaan ze vanuit een automatisme door met zeiken.
Ze lijken
zo dood als een pier, net als de vrijers in de Odyssee die in
de Hades lustig verder kwekken, maar houdt het pas op als je
ze door de aandacht op de aandacht te houden, alles ziet transformeren
in die ene allesomvattende aandacht. Zien alleen is dus niet
voldoende.
Okee, gezien, maar dan ga je ermee in gevecht...
Ja uiteindelijk blijkt dan je ik-ervaring ook bewustzijn.
Je stoort je toch ook niet aan die fles (wijst naar fles cognac
op tafel)? Als je alle ervaringen als je ongedefinieerd ervaren
herkent zit die ik-gedachte toch niet meer in de weg? Ook niet
als ie neurotisch, stom, achterlijk, of zeikerig doet.
Zeker als je mag zien dat er geen zintuigen bestaan,
dus geen binnen en geen buiten, geen materie... en dat het volstrekt
onmogelijk is om wat er ook in je verschijnt, te zien als iets
dat van buiten je is, laat staan dat het een object kan zijn. Dat
kan gewoon niet! Ik bedoel: het valt niet te ontkennen dat als
je lichaam zich stoot, het heel erg zeer doet. Maar allebei zijn
het waarnemingen in mij en niet omgekeerd. Het is niet zo dat het
lichaam dat ding daar waarneemt. Het is niet zo dat je been het
object waarneemt. Dat maakt je denken ervan. Nee... als je een
knal krijgt tegen dat wat het denken been noemt voel je gewoon
dat er
in het ongedefinieerd ervaren, het ervaren van pijn is. Als je
dat doorkrijgt ga je steeds meer zien dat het verhaal van een wereld
buiten jou allemaal onzin is. Maar kan je er dan met 'anderen buiten
je' over praten? Nee toch?
Maar je speelt wel het spel mee?
Stel je ziet het niet... dan nog kun je zeggen dat
achter alles het bewustzijn zelf zit...
(weer een zijsprongetje)
 Stel dat er een slechte goeroe bestaat, stel dat
zoiets bestaat, wie maakt die slechte goeroe dan slecht en waar
verschijnt ie in? Verschijnt ie nou buiten jou of in jou?
Nou dan... je hebt ales binnen je! Wat kan je dan nog doen? Ik snap
niet hoe dat moet. Ik kan hele batterijen verhalen van Jantjes en andere medespelers
aanhoren, maar die zijn allemaal binnen mijzelf. Ik kan allemaal verhalen horen
over planeten die, weet ik veel, lichtjaren ver weg zijn in andere dimensies
enzovoort, maar die zijn allemaal binnen mezelf.
Als ik nu zie dat het ervaren allemaal zonder meer
in mijzelf stabiel en onveranderlijk is dan ga ik er mogelijk
op letten. Door die aandacht verleg ik ook mijn standpunt en
krijg ik het vertrouwen dat te zijn. Als Jantje dan weer
zijn teen stoot of er gebeurt iets anders, je kind gaat dood
of wat dan ook... dan kan Jantje schreeuwen: dat hoort niet!
En dan zou hij het liefst weer een kruistocht gaan beginnen naar
het waarom enzovoort. Maar dan laat je hem praten als een kind
van drie dat naar z'n werk gaat... laat maar gewoon kletsen.
Of als
je hoofd
zegt: je bent gierig en dat moet veranderen, geef dan voor
de lol om Jantje te pesten meteen 200 euri weg. Dan zie je misschien
dat het een soort spel is dat het ongedefinieerde ervaren met zichzelf
speelt door net te doen alsof ervaringen uit iets anders zouden
kunnen bestaan als dan uit het ervaren zelf.
Over vertrouwen gesproken...
'Samengevat: het gekende, de gedachten, het ikje,
je gevoelens, emoties, je piek-ervaringen alles staat in dienst
van het zoeken naar geluk. Het zoeken naar vertrouwen dat het
geluk
echt bestaat. Vertrouwen dat de zoektocht je naar de schat brengt.
Het gekende - de ervaringen - gaat dus zoeken, maar
de zoekers die in feite ook een ervaring zijn(!) vinden pas geluk
- ofwel ervaren - als ze het geloof mogen loslaten dat ze iets
afgescheidens, oftewel iets gekends zijn. Dus ze
kunnen pas het
vertrouwen vinden dat ze ervaren zijn als ze het geloof mogen ontmaskeren
en zo loslaten in een
op zichzelf staand en van het ervaren los 'gekende'. Nou, dat
is vertrouwen...
Op dat moment is er geen vertrouwen meer,
dan is het dus weg.
Klopt, vertrouwen is dus ervaren zijn.
Dat lijkt raar?
Ja, maar er staat geschreven: Dat wat je zoekt
is wat je kwijt moet raken. Het vertrouwen wat je zoekt is
dat wat je kwijt moet raken.
Jan schrapt z'n pannetje leeg en besluit:
Het gekende met al zijn ervaringen kan nooit het
vertrouwen vinden... dus je gaat van vertrouwen naar zelfvertrouwen
naar vanzelf vertrouwen zijn.
De verbazing over wat we zijn blijft, want als ervaringen niet meer dan ervaren
is, is het leven een verbazingwekkend ervaren.
Je kunt ook zeggen: de schoonheid en genade
van ervaren is - in zichzelf - de herkenning van het ervaren zijn.
(...voor wie van cryptogrammen houdt...)
website Jan: www.ods.nl/la-rousselie
[Peter van Steenwijk - La Roussellie feb. 2005] |