| D e IJ s b e r g
Het volgende sprookje komt uit Yoga Advaita
(nr. 3 - 1981), het tijdschrift dat onder redactie van Wolter
Keers verscheen. Het is onduidelijk of dit artikel door Wolter
zelf is geschreven, want de ondertitel vermeldt waarschijnlijk
met een knipoog: 'Uit de apocriefe verhalenbundel - Jij bent
'm - door Sam S. Kara.
De geest en mentaliteit van Wolter klinken er echter
helder in door, daarnaast sluit het verhaal indirect aan op het
thema 'vertrouwen'. Genoeg reden om het in deze Amigo met jullie
te delen.

hoe het begon
Ver naar het Noorden, daar waar 's winters de zon
niet opkomt, brak met krakend geraas een nieuwe ijsberg van de
witte gletsjer en stortte schuimend in de zee. Hij kantelde twee
keer om, schudde zich, keek om zich heen, tuurde onder zich en
begon direct met alle kracht te drijven. Het was wel een indrukwekkend
gebeuren geweest, dit losbreken, maar echte angst had hij eigenlijk
niet gevoeld want zijn ouder - de witte gletsjer - had hem grondig
voorbereid op wat hem hier te wachten stond.
'Straks, mijn jongen', had de wijze gletsjer gezegd,
'kom je in de harde ijsbergenmaatschappij en begint de strijd om
het bestaan. Daar moet je je mannetje staan, je zegje weten te
doen, de kaas niet van je brood laten eten en een plaatsje onder
de zon veroveren. Let dus goed op, doe je best maar voorál... denk
er vooral om, dat je direct als je los bent en weer rechtop kunt
staan, meteen begint te drijven en dat je daar onder geen beding
mee ophoudt, tot je laatste splinter aan toe. Want doe je dat niet,
kun je je niet drijvende houden... wel, kijk maar eens onder je,
straks, in die peilloze donkere diepte, waar nog nooit een ijsberg
van terug is gekomen. Als je ook maar één moment
ophoudt met drijven, stort je daarin en dan ben je voorgoed verloren!'
drijven om te overleven
Dit alles was goed tot de nieuwe ijsberg doorgedrongen
en dus ging hij direct driftig aan de gang. Hij dreef uit alle
macht... en waarachtig, hij viel niet in die donkere afgrond onder
hem, waar hij vaag de scherpe pieken van diepe ravijnen kon onderscheiden,
die hem zeker tot splinters zouden vermorzelen, als hij ook maar
even zou ophouden zich drijvende te houden; precies zoals zijn
ouder hem had voorspeld.
En dus botste hij met alle macht tegen de andere
ijsbergen om hem heen om zijn plaatsje te veroveren, probeerde
een of meer van die leuke, ronde ijsbergen te bewegen bij hem in
de buurt te blijven, zorgde ervoor dat hij niet omkantelde als
de storm om hem heen loeide en dreef al gauw, statig en zelfverzekerd,
naar een stille bocht van de rotskust waar de Wijze Oude IJsberg
les gaf aan nieuwelingen.
vrije keuze
'Wij ijsbergen', zo sprak hij, 'zijn de hoogste trap
van de beschaving, want wij hebben, als enigen, het zgn. Vrije
Drijfvermogen, dat wil zeggen dat wij zelf kiezen en bepalen waarheen
wij willen drijven. Dat kunnen de anderen niet - kijk maar eens
onder je, daar zie je de vissen willoos heen en weer schieten,
gedwongen voedsel te zoeken en te paren. Maar drijven zie je ze
niet. Net zo min als de vogels boven je, die door elke bries heen
en weer gesmeten worden. Maar wij, wij gaan waar we willen.
Let maar eens op, straks in het voorjaar willen we
opeens allemaal naar het zuiden drijven - zo tegen de tijd dat
de Noordenwind opsteekt - dat is een machtig en majestueus bewijs
van onze superioriteit. En later, dan kiezen sommigen ervoor naar
het Westen te drijven, daar waar we de Oostenwind ontmoeten, terwijl
anderen weer liever naar het Noorden drijven als we de warme Golfstroom
voelen. Zo vrij als een ijsberg! Natuurlijk, je moet wel weten
wat je wilt, je moet kunnen kiezen en een zelfstandige ijsberg
zijn, die weet waar het Noorden en het Zuiden liggen - anders drijf
je maar wat rond. Gelukkig hebben jullie ons, de Wijze IJsbergen,
om jullie alles te leren wat je nodig hebt.'
Met gespitste ijsoortjes hadden de nieuwelingen alles
aangehoord en trots keken ze om zich heen - wij, Vrije IJsbergen,
heersers der schepping, niet gek hoor!
Maar daar vroeg een klein timide stemmetje plotseling:
'Oude Wijze, wilt u ons niet wat meer vertellen over het Water?'
Het werd heel stil onder de ijsbergen en de Oude Wijze keek streng
en plechtig - Het Water, o jee, dat was een van die dingen waar
je maar niet zo over sprak, dat was een Heilig Ding en zeer geheimzinnig.
'Het Water', zei de Oude Wijze ernstig, 'is het grootste
mysterie dat wij kennen, maar ik zal jullie doorgeven, zoals dat
van generatie tot generatie is gegaan, wat wij ervan weten.'
goed je best doen
'In onze oude boeken staat dat er ergens, heel ver
weg - er staat 'in de hemelen', maar niemand weet goed wat dat
is - een gebied is waar wij ijsbergen niet meer zo uit alle kracht
behoeven te drijven en toch niet in de afgrond storten, waar vrede
rust en vreugde heerst en waar wij eeuwig kunnen blijven ronddobberen.
Als je hier boven goed je best doet, luistert naar wat de oude
boeken en de Oude Wijzen zeggen, dan kom je - nadat je in de afgrond
bent gestort - in het Water terecht, tenminste dat geloven we.
Er zijn wel eens ijsbergen geweest die beweerden, dat je het Water
kon zien terwijl je nog dreef - maar die hebben onze voorvaderen
toen verpletterd, want het was al te gek wat die zeiden: wij zouden
allemaal een soort afgietsel of evenbeeld van het Water zijn of
zoiets. Sommige oude boeken spreken met verering van deze dwazen
en er staat ook in beschreven wat je allemaal moet doen om uiteindelijk
tot Water te worden.'
'Wat dan?', vroegen de jonge ijsbergjes nieuwsgierig.
'Wel, er zijn een heleboel regels waar we het in
de loop van de tijd wel over zullen hebben: Je moet altijd aardig
zijn tegen je mede-ijsbergen, je mag ze niet wegduwen of kapotmaken,
je mag geen ronde ijsbergen van elkaar afpakken en zo nog meer.
Je moet hard aan jezelf werken - alle scherpe kanten moet je eraf
stoten en je moet proberen, een helemaal vierkante ijsberg te worden
- een kubus, zogezegd. Pas als je een kubus bent, ben je volmaakt
en kun je tot Water worden. Maar vooral, en dat is héél
belangrijk, mag je geen zonden op je laden.'
'Wat zijn dat, zonden, Oude Wijze?' vroeg er een.
water worden
'Kijk, dat zit zo: van tijd tot tijd valt er, zoals
jullie weten, iets uit de lucht op ons ijsbergen: sneeuw en regen
noemen we dat. Wel, sneeuw is heel zondig en slecht: dat moet je
zo vlug mogelijk van je afschudden of afkrabben. Maar regen, dat
is heel goed, dat is deugd. Houd dat zo goed mogelijk vast, want
wie het meeste regen heeft, wordt het eerst tot Water, onthoud
dat goed!'
De jonge ijsberg was helemaal confuus van al dit
nieuws en ging weldra driftig aan het werk, want hij wilde toch
wel heel graag Water worden en niet kapot vallen op de rotsen in
de afgrond. Maar moeilijk was het wel - als hij probeerde, een
scherpe kant van zichzelf af te stoten, kwamen er twee voor in
de plaats. Als er sneeuw op hem viel, veranderde dat direct in
ijs en kon hij het verschil niet meer zien met regen, die hij bijna
niet kon vasthouden, zo snel stroomde het van hem af.
Met al dat geploeter was het voorjaar geworden en
de Vrije IJsbergen waren verder naar het Zuiden gedreven; de nieuweling
was erin geslaagd een klein kommetje regen boven op zijn kruin
te verzamelen en hij moest goed oppassen dat het niet weer wegstroomde.
een bijzondere vraag
Toen, op een stralende morgen, streek er een grote
witte vogel op hem neer en dronk wat uit de regenplas. 'Hé,
blijf af, ik heb al zo weinig en anders word ik nooit Water!' mopperde
de ijsberg. Maar de witte vogel keek hem strak aan met zijn pientere,
bruine oogjes en zei: 'Water ligt op water ligt op water, waarom
heb je zo'n dorst?', sloeg zijn vleugels uit en verdween.
De ijsberg was met stomheid geslagen: hij kon er
geen touw aan vastknopen. Het is toch zo dat sneeuw en regen op
mij, de ijsberg, valt, die drijft boven de afgrond - zo was het
toch en de vraag van de vogel sloeg op niets... of toch? Hij analyseerde
en vergeleek met wat hij al wist, zocht verborgen symbolen, mompelde
de zin dagenlang in zichzelf, trachtte te begrijpen: niets hielp.
Zijn vrienden lachten hem uit, toen hij het verhaal vertelde en
de Oude Wijze fronste zijn witte wenkbrauwen: 'Geen onzin, alsjeblieft,
wat weet zo'n domme vogel er nou van af? Zorg liever, dat je de
sneeuw van je rug kwijtraakt en denk er maar verder niet over na.'
Maar de zin liet hem niet los. In zijn wanhoop dreef
hij steeds verder van de anderen af, dag en nacht bezig met de
vraag: 'Water ligt op water ligt op water, waarom heb je zo'n dorst?'
Zo dreef hij op een vroege ochtend, stil in de afgrond
kijkend, alleen op de kalme zee. Plotseling keek hij op: daar,
vanuit de diepte, rees een vuurrode bal omhoog, die zich een moment
lang volmaakt weerspiegelde - in de regenplas, zijn ijspantser
en de afgrond; alles was gouden zonlicht om hem heen.
En daar viel, als in een bliksemschicht, alle vragen,
ploeteren en angst van hem af en wist hij met volmaakte zekerheid:
'Water ligt op Water ligt op Water, waar is de dorst?' Een diepe
ontspanning overviel hem - alle moeite om te blijven drijven viel
weg en hij verdween in totale stilte.
anders dan anderen
Lange tijd daarna - of was het maar even? - stak
er een briesje op en dreef hem terug naar zijn mede-ijsbergen.
Bijna niemand merkte iets bijzonders aan hem op - ijsbergen letten
in het algemeen niet zo goed op elkaar, daarvoor hebben ze het
te druk met zich drijvende te houden - en het leek wel, of er niets
veranderd was. Maar voor hem was alles veranderd. Na verloop van
tijd viel het een enkele gisse ijsberg op, dat zijn buurman kennelijk
geen enkele moeite meer deed om een kubieke ijsberg te worden en
ook liet hij sneeuw en regen over zich heen waaien en stromen,
alsof het er niet toe deed en alsof er geen verschil tussen was.
Sommigen stelden hem daarover vragen; meestal glimlachte hij maar
wat en gaf een antwoord dat hem aanstond en dat zij konden begrijpen;
de enkeling die dóórvroeg nam hij stap voor stap
mee naar zijn ervaring.
Alleen de witte zeemeeuw en een enkel kinderijsbergje
merkten op, dat hij tussen alle anderen dreef alsof hij een van
hen was - maar dat hij geen enkele moeite meer deed om zich drijvende
te houden, dat hij moeiteloos en zonder inspanning voortdreef op
de stroming van het Water, de enige werkelijke Vrije IJsberg. |