|
Jan
van Delden zegt over zijn leermeester Wolter Keers:
"Mijn
leermeester was een nakomeling van vijf generaties
dominees en vond binnen zijn traditie niet de antwoorden
op de levensvragen die hem achtervolgden. Rond zijn twintigste,
tijdens de oorlog, kwam hij in aanraking met een boekje
van Swami Vivekananda over Jnana Yoga, en nam hij zich
voor om zo snel mogelijk naar India te gaan.
Na de oorlog maakte hij via het boek 'Geheim
India' van Paul Brunton kennis met Ramana Maharshi, een van
de belangrijkste Indiase wijzen van het begin van de twintigste
eeuw en dat wakkerde zijn verlangen om naar India te gaan weer
aan. Maar pas begin 1950 zag hij kans om een bezoek aan deze
stervende leermeester te brengen.
Keers had overal gezocht naar het allesomvattende
antwoord op zijn brandende vragen over een God die Liefde zou
moeten zijn. Het vleesgeworden antwoord zat daar in Zuid-India
voor hem en legde uit dat hij dat zelf ook was. Maar de drie
laatste levensmaanden van Ramana Maharshi waren voor Keers
niet voldoende om alle begrippen en verwachtingen waarmee hij
nog was opgezadeld overboord te zetten. Vlak voor zijn dood
verwees Maharshi hem naar Sri Krishna Menon, een Advaita-meester
die het klassieke Jnana-onderricht gaf.
Hij bleef zes jaar bij Menon en leerde alles
los te laten wat in wezen nooit had vastgezeten. Zonder iets
of iemand te zijn keerde hij weer naar het westen terug, waar
hij uiteindelijk topambtenaar bij de EEG in Brussel werd.
Geleidelijk aan begon hijzelf vragen van zoekers
te beantwoorden. Hij was vele jaren redacteur van het blad
'Yogakroniek' (later 'Yoga en Vedanta'). In 1977 begon hij
een eigen blad, 'Yoga Advaita' (later 'Advaita Vedanta') en
schreef hij stukjes in het Indiase blad 'Mountain Path'. Uit
deze stukjes stelde hij het boek 'Jnana Yoga' samen. Verder
was hij mede-auteur van 'Yoga, de kunst van het ontspannen.'
(Beide boeken zijn niet meer verkrijgbaar). Voor begunstigers
van de stichting Advaita Vedanta die hij had opgericht was
er nog een boek dat 'Vrij Zijn' heette en dat een verslag van
een werkweek was.
Wolter heeft zich in Nederland vooral verdienstelijk
gemaakt door andere adepten van het simpele zelf bekendheid
te geven. Hij vertaalde werk van verschillende vertolkers van
het non-dualisme, zoals Jean Klein, Douglas Harding en Sri Nisargadatta
Maharaj. Hij ging zelfs zo ver om bandopnamen bij hen te maken
die hij vervolgens gebruikte om zoekers beter te informeren.
We spreken over de jaren zeventig en begin tachtig: een tijd
waarin algemeen werd aangenomen dat je in India moest zijn
om verlicht te worden. Keers had daar geen moeite mee; hij
bracht leraren als Nisargadatta juist met veel enthousiasme
aan de man.
De
grote kracht van Wolter Keers was uitdragen dat verlichting
niet iets bijzonders of moeilijks was, en daarvan was hij zelf
het lichtende voorbeeld. Volgens hem was gevangenschap in begrippen
een van de grootste obstakels voor zelfrealisatie, en dat was
een van de belangrijkste thema's van de lezingen die hij vele
jaren heeft gegeven. Verder was hij een meesterlijk toelichter
van 'Atma Darshan' en 'Atma Nirvriti', twee werken van Krishna
Menon.
Een aantal gelukkigen heeft
Keers over de streep van het begriploos aanwezig-zijn getrokken.
Op de schat aan
materiaal waarmee hij werkte drukte hij zijn eigen stempel.
En voor de goede verstaander gaf dat stempel vleugels aan de
ontwenning van de verslaving iets of iemand te willen zijn.
Een van zijn belangrijkste boodschappen was dat afweer, standpunten
en vooral opvattingen over hoe het leven zóu moeten
zijn, niets te maken hebben met de 'jij' die je in wezen bent.
Hij was naar mijn mening een groot vertolker
van Liefde met een grote L. Die liefde, die niets te maken
heeft met de 'liefde' die verdeeldheid zaait, was zijn geschenk
aan een ieder die het kon of wilde ontvangen. Wolter Keers
is op 7 januari 1985 op 62-jarige leeftijd overleden."
[Jan van Delden]
Klik hier voor een videolezing van Wolter.
|